CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
CRIV 51 PLEN 108
CRIV 51 PLEN 108
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
S
ÉANCE PLÉNIÈRE
P
LENUMVERGADERING
mercredi
woensdag
22-12-2004
22-12-2004
Matin
Voormiddag
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
ECOLO
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales
FN
Front National
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
PS
Parti socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
Vlaams Belang
Vlaams Belang
VLD
Vlaamse Liberalen en Democraten
Abréviations dans la numérotation des publications :
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
DOC 51 0000/000 Document parlementaire de la 51e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
DOC 51 0000/000
Parlementair document van de 51e zittingsperiode +
basisnummer en volgnummer
QRVA
Questions et Réponses écrites
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte) CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
CRIV
Integraal Verslag,met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (met de
bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
PLEN
séance plénière
PLEN
plenum
COM
réunion de commission
COM
commissievergadering
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
i
SOMMAIRE
INHOUD
Excusés
1
Berichten van verhindering
1
BUDGETS
1
BEGROTINGEN
1
Budget des Voies et Moyens pour l'année
budgétaire 2005 (1370/1-3)
1
Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar
2005 (1370/1-3)
1
- Projet de budget général des Dépenses pour
l'année budgétaire 2005 (1371/1-43)
1
- Ontwerp van Algemene Uitgavenbegroting voor
het begrotingsjaar 2005 (1371/1-43)
1
- Budgets des recettes et des dépenses pour
l'année budgétaire 2005. Exposé général (1369/1)
1
- Begrotingen van ontvangsten en uitgaven voor
het begrotingsjaar 2005. Algemene toelichting
(1369/1)
2
- Projet de loi contenant le troisième ajustement
du budget général des Dépenses pour l'année
budgétaire 2004 (1488/1-3)
1
- Wetsontwerp houdende derde aanpassing van
de Algemene Uitgavenbegroting voor het
begrotingsjaar 2004 (1488/1-3)
2
Reprise de la discussion générale
2
Hervatting van de algemene bespreking
2
Orateurs: Yvan Mayeur, Nahima Lanjri,
Jean-Marc Delizée, Greta D'hondt, Zoé
Genot, Annemie Turtelboom, Greet van
Gool, Danielle Van Lombeek-Jacobs, Freya
Van den Bossche, ministre de l'Emploi, Roel
Deseyn, Hendrik Bogaert, Benoît Drèze,
Sabien Lahaye-Battheu, Guy D'haeseleer,
Maggie De Block, Els Van Weert
Sprekers: Yvan Mayeur, Nahima Lanjri,
Jean-Marc Delizée, Greta D'hondt, Zoé
Genot, Annemie Turtelboom, Greet van
Gool, Danielle Van Lombeek-Jacobs, Freya
Van den Bossche, minister van Werk, Roel
Deseyn, Hendrik Bogaert, Benoît Drèze,
Sabien Lahaye-Battheu, Guy D'haeseleer,
Maggie De Block, Els Van Weert
ANNEXE
71
BIJLAGE
71
COMMUNICATIONS
71
MEDEDELINGEN
71
PARLEMENT EUROPEEN
71
EUROPEES PARLEMENT
71
R
ESOLUTION ET RECOMMANDATION
71
R
ESOLUTIE EN AANBEVELING
71
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
1
SEANCE PLENIERE
PLENUMVERGADERING
du
MERCREDI
22
DECEMBRE
2004
Matin
______
van
WOENSDAG
22
DECEMBER
2004
Voormiddag
______
La séance est ouverte à 10.11 heures par M. Herman De Croo, président.
De vergadering wordt geopend om 10.11 uur door de heer Herman De Croo, voorzitter.
Ministre du gouvernement fédéral présente lors de l'ouverture de la séance:
Tegenwoordig bij de opening van de vergadering is de minister van de federale regering:
Freya Van den Bossche.
Le président: La séance est ouverte.
De vergadering is geopend.
Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles
seront reprises en annexe du compte rendu intégral de cette séance.
Een reeks mededelingen en besluiten moet ter kennis gebracht worden van de Kamer. Zij zullen in bijlage
bij het integraal verslag van deze vergadering opgenomen worden.
Excusés
Berichten van verhindering
Patrick De Groote, Alain Mathot, pour raisons de santé / wegens ziekte.
Collega's, met een tikje vertraging open ik de vergadering.
Mevrouw de minister, ik heb gisteren gezegd tegen vice-eerste minister Vande Lanotte: het gaat om de
begroting van de diverse departementen. Het is een van de belangrijkste momenten van het jaar voor de
regering. Maar ik slaag er maar niet in de Kamer op tijd te doen starten, wat te wijten is aan het niet tijdig
aanwezig zijn van de ministers. Ik zeg dat nu ook tegen u. U bent een jong minister. Ik wens u veel succes
in alles wat u onderneemt. Maar het is niet aanvaardbaar dat de Kamer moet wachten op de ministers. U
vraagt aan de Kamer uw begrotingen te steunen. Ik kan u zeggen dat het uit respect voor de Kamer is
maar het is de laatste keer dat ik de vergadering van vanochtend niet heb afgelast. Dat zeg ik u. Het is uit
respect voor degenen die hier zijn. Maar de volgende keer zal de vergadering niet doorgaan! (Applaus)
Je l'ai dit hier. Je trouve qu'une fois, cela suffit, pas deux fois! Si vous croyez que le parlement n'est pas
important, dites-le alors. Le parlement vous répondra à ce moment-là.
Budgets
Begrotingen
01 Budget des Voies et Moyens pour l'année budgétaire 2005 (1370/1-3)
- Projet de budget général des Dépenses pour l'année budgétaire 2005 (1371/1-43)
- Budgets des recettes et des dépenses pour l'année budgétaire 2005. Exposé général (1369/1)
- Projet de loi contenant le troisième ajustement du budget général des Dépenses pour l'année
budgétaire 2004 (1488/1-3)
01 Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2005 (1370/1-3)
- Ontwerp van Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2005 (1371/1-43)
- Begrotingen van ontvangsten en uitgaven voor het begrotingsjaar 2005. Algemene toelichting
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
2
(1369/1)
- Wetsontwerp houdende derde aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het
begrotingsjaar 2004 (1488/1-3)
Reprise de la discussion générale
Hervatting van de algemene bespreking
La discussion générale est reprise.
De algemene bespreking is hervat.
Wij zullen beginnen met Tewerkstelling en Arbeid. Ik heb een aantal collega's ingeschreven voor de
bespreking. Er zijn 64 sprekers vandaag en morgen. Ik heb mevrouw D'hondt ingeschreven, monsieur
Drèze, mevrouw Turtelboom, de heer Delizée, mevrouw Lanjri en mevrouw Van Lombeek. Ik ken de
volgorde nog niet. Misschien kan mevrouw Lanjri beginnen? Et puis M. Delizée. Je vais voir un peu le
travail.
01.01 Yvan Mayeur (PS): Monsieur le président, j'ai une question au
sujet de l'ordre des travaux. Tous les intervenants que vous avez cités
sont-ils inscrits pour le volet Emploi?
Le président: Oui, ensuite vient le chapitre Affaires sociales puis la Santé publique.
01.02 Yvan Mayeur (PS): On ne mélange donc pas les débats.
Le président: Monsieur Mayeur, j'ai essayé de regrouper les débats par thème. Je sais que M. Tommelein
a parlé un peu d'emploi hier et a essayé en vain d'aborder un autre sujet. J'essaie de tenir le schéma prévu:
Emploi d'abord, Affaires sociales ensuite, Santé publique enfin.
Je ne pense pas qu'il soit possible de débattre de ces trois chapitres ce matin. Nous pourrions peut-être
terminer l'Emploi et une grande partie des Affaires sociales mais j'ai quelques accommodements à régler
avec certains membres ce midi. Par conséquent, je ne crois pas que nous pourrons aller au bout du volet
Affaires sociales ce matin.
01.03 Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik wil wel graag
het woord voeren, maar van de ministers die ik wil toespreken, is er
maar één aanwezig, namelijk de minister van Werk.
De voorzitter: Minister Demotte komt ook, mevrouw.
01.04 Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik heb het niet
over minister Demotte. Ik dacht dat wij ook nog een staatssecretaris
hebben voor Werk, die ook bevoegd is voor Sociale Economie,
mevrouw Van Weert. Een heel deel van mijn uiteenzetting richt zich
ook tot mevrouw Van Weert. Ik vind dit toch wel een beetje raar. Ik
spreek nu al voor de banken, met andere woorden voor een lege zaal.
En dan is mevrouw Van Weert er ook nog niet.
01.04 Nahima Lanjri (CD&V):
Seule la ministre de l'Emploi est
présente. La secrétaire d'Etat
compétente pour l'économie
sociale, à qui je souhaitais poser
de nombreuses questions, est
néanmoins absente.
De voorzitter: Mevrouw Lanjri, voor de goede zaak der dingen, moet
ik u het volgende zeggen. Het gaat over Tewerkstelling in deze eerste
fase van de besprekingen. Ik dacht dat mevrouw D'hondt zou
beginnen spreken vandaag. Ik zeg het u zoals ik dat dacht.
Als u vraagt dat mevrouw Van Weert moet komen, dan is dat
misschien niet in de volgorde die eerst voorzien was omdat ik dacht
dat u niet als eerste zou spreken, maar dan zal ik mevrouw Van
Weert laten oproepen.
Le président: Abordons à présent
le chapitre de l'Emploi. Je pensais
que Mme D'hondt allait
commencer. Je vais faire appeler
Mme Van Weert. J'invite M.
Delizée à prendre la parole en
premier.
01.05 Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik heb ook heel
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
3
wat vragen. De helft van mijn uiteenzetting richt zich tot mevrouw Van
Weert, en die is hier niet.
De voorzitter: Ik zal mevrouw Van Weert vragen om te komen.
Ik zal de volgorde van sprekers dan misschien ook beter anders rangschikken, als u dat aanvaardt.
Monsieur Delizée, vous êtes inscrit dans le volet Emploi. Je vais donc vous laisser la parole pendant que
j'essaie de contacter Mme Van Weert pour lui demander de venir répondre aux questions de Mme Lanjri.
J'ai dit la semaine dernière que les ministres devaient être disponibles et ils le seront!
01.06 Jean-Marc Delizée (PS): Monsieur le président, madame la
ministre, chers collègues, au cours de cette discussion sur le budget,
je voudrais aborder spécifiquement le volet emploi. D'autres collègues
interviendront sur d'autres matières, et en particulier ma collègue
Danielle Van Lombeek qui voudrait aborder plus spécifiquement la
question du bien-être au travail.
Madame la ministre, le groupe PS partage entièrement votre
orientation et la priorité que vous voulez donner à la problématique du
chômage des jeunes, des femmes, des allochtones et des moins
qualifiés. On pourrait y ajouter aussi les personnes moins valides.
Pour nous --nous l'avons déjà répété à l'occasion du débat sur le
vieillissement --, il est illusoire de penser que la concentration de tous
les efforts sur le groupe-cible des 55-64 ans dont on parle souvent
permettrait de résoudre tous les problèmes.
Différents constats plaident pour que l'on tire les leçons du passé, et
je voudrais m'y attacher quelques instants.
En premier lieu, on peut constater que le relèvement de l'âge de la
prépension conventionnelle n'a pas endigué l'afflux de chômeurs âgés
et qu'il n'a pas profité aux jeunes demandeurs d'emploi dont le taux
de chômage demeure préoccupant, malgré les mesures spécifiques
comme le plan Rosetta. Toutes les enquêtes ont prouvé que se
focaliser sur les seules prépensions est une erreur puisque les
employeurs, parfois en concertation avec leurs salariés, recourent à
une large gamme de régimes formels ou informels pour quitter le
marché de l'emploi. Nous en avons longuement discuté en
commission. Cette forme d'ingénierie sociale que constituent les
"Canada Dry" est toujours une atteinte à la solidarité et, sur ce point,
nous sommes persuadés que les dispositions que nous avons votées
la semaine dernière dans la loi-programme permettront d'enrayer
cette forme de concurrence déloyale par rapport aux entreprises et
aux employeurs qui jouent correctement le jeu de la prépension.
J'en arrive à mon deuxième constat. L'augmentation de l'âge de la
retraite des femmes a permis de réaliser une économie budgétaire
qui, aujourd'hui, est entièrement neutralisée par des glissements
massifs vers d'autres "portes de sortie" comme l'invalidité, le
chômage ou la prépension. Il existe un surcoût budgétaire de l'ordre
de 83 millions d'euros, ce qui démontre l'inutilité d'une mesure
lorsqu'elle n'est pas intégrée dans une approche transversale et
cohérente des fins de carrière.
Mon troisième constat porte sur le taux de chômage des allochtones,
qui reste dans notre pays largement au-dessus de la moyenne
européenne. Il est évident que les discriminations ne frappent pas
01.06 Jean-Marc Delizée (PS):
In het kader van deze
begrotingsbespreking zou ik het
thema werkgelegenheid willen
aansnijden. Sommige collega's
zullen andere thema's
behandelen. Zo zal mevrouw Van
Lombeek het hebben over het
welzijn op het werk.
Mevrouw de minister, wij
onderschrijven uw prioriteiten op
het vlak van de werkloosheid bij de
jeugd, de vrouwen, de allochtonen
en de laaggeschoolden. Vergeten
we daarbij de mindervaliden niet.
Een beleid dat vooral gericht is op
de 55-64-jarigen, kan inderdaad
niet alle problemen oplossen.
We moeten lering leren trekken uit
het verleden. De verhoging van de
leeftijd voor het brugpensioen
heeft de toevloed van de oudere
werklozen niet kunnen stoppen en
kwam evenmin de jonge
werklozen ten goede. De
jeugdwerkloosheid blijft
onrustbarend hoog. Onderzoek
heeft aangetoond dat het verkeerd
is zich enkel op de
brugpensioenen te concentreren.
De werkgevers gebruiken immers
diverse stelsels om vervroegd uit
te treden. De sociale
spitstechnologie van de "Canada
Dry"-brugpensioenen vormt een
inbreuk op de solidariteit. De
bepalingen van het ontwerp van
programmawet laten toe deze
vorm van concurrentievervalsing
ten aanzien van de werkgevers die
de kaart van het brugpensioen
trekken, onder controle te krijgen.
Tweede vaststelling: de verhoging
van de pensioenleeftijd van
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
4
uniquement les allochtones, nous en sommes bien conscients. Elles
existent sur la base de l'âge, du sexe, de la composition familiale - par
exemple, les femmes qui vivent seules avec des enfants - ou d'un
handicap éventuel.
Mais, concernant l'aspect particulier du candidat à l'embauche qui
serait un allochtone, je voudrais poser ma première question,
madame la ministre, car nous n'avons pas eu l'occasion d'en débattre
en commission. Au-delà des campagnes classiques de
sensibilisation, comment comptez-vous aborder concrètement ce
dossier pour faire évoluer les choses positivement dans ce domaine?
Il nous semble très important d'avoir une approche globale et intégrée
de l'emploi et de la formation dans notre pays. Si une attention
particulière - et donc des mesures de soutien spécifiques - s'impose
pour l'un ou pour l'autre groupe-cible, il faut mettre fin au carrousel qui
consiste à aborder le marché du travail par catégorie successive,
avec le risque que la situation de l'une se dégrade pendant que celle
de l'autre s'améliore, mais pour un temps seulement.
Le deuxième point que je voudrais aborder a trait à l'accord
interprofessionnel 2005-2006 qui est on ne peut plus dans l'actualité.
Nous verrons dans les prochaines heures ce qu'il en adviendra. Nous
pouvons encore espérer qu'un accord sera conclu. Il est, en tout cas,
essentiel et important pour la future négociation tripartite annoncée
pour le début de l'année prochaine et qui sera consacrée à la fin de
carrière.
Nous tenons à rappeler qu'un accord interprofessionnel, c'est avant
tout un accord de solidarité, qui repose sur une assise sociale
suffisamment forte pour que les décisions prises en matière socio-
économique soient couronnées de succès. La solidarité, la
programmation sociale, la paix sociale, l'encadrement des
négociations sectorielles, la légitimité des organisations sont autant
d'éléments qui garantissent la cohésion socio-économique de notre
pays.
Dans les années 90, les accords interprofessionnels fonctionnaient un
peu comme des "guichets" de revendications à court terme. On a
finalement constaté une évolution dans ces négociations et, au cours
des années 90, une prise de conscience des organisations
représentatives des travailleurs et des employeurs qui est beaucoup
plus prospective et plus ancrée dans l'économique. C'est une
évolution importante. C'est une des raisons pour lesquelles le PS est
très attaché au respect de notre modèle de concertation sociale.
En tant que socialistes, nous avons évidemment des attentes par
rapport à cet accord interprofessionnel, notamment en ce qui
concerne le rapprochement des statuts ouvriers et employés. Nous
pensons que la distinction entre ce que l'on peut appeler
communément les "cols bleus" et les "cols blancs" ne correspond plus
aujourd'hui à une réalité. Tout cela a fortement évolué. C'est une
distinction qui est devenue injuste, artificielle et même nuisible pour la
productivité.
Cette harmonisation des statuts figure dans l'accord de
gouvernement, comme vous le savez, madame la ministre. Dans
l'hypothèse où il n'y aurait pas d'accord interprofessionnel, où on
vrouwen heeft een budgettaire
besparing opgeleverd, die
momenteel te niet wordt gedaan
door een verschuiving naar andere
kostenposten zoals de invaliditeit,
de werkloosheid en het
brugpensioen. De begroting werd
met 83 miljoen euro overschreden,
wat de zinloosheid aantoont van
een maatregel die niet in een
transversale en coherente
benadering is ingebed.
Mijn derde vaststelling heeft
betrekking op het
werkloosheidspercentage bij de
allochtonen, dat ver boven het
Europees gemiddelde ligt. De
allochtonen zijn inderdaad niet
alleen het slachtoffer van
discriminatie, ook de leeftijd, het
geslacht, de gezinssamenstelling
en een handicap geven aanleiding
tot discriminatie.
Afgezien van het voeren van
sensibiliseringscampagnes, hoe
bent u van plan het dossier
betreffende het specifiek aspect
van de tewerkstelling van
allochtone sollicitanten, concreet
aan te pakken?
Een globale en geïntegreerde
aanpak van de werkgelegenheid
en de opleiding is in ons land
belangrijk. Hoewel bijzondere
aandacht voor bepaalde
doelgroepen noodzakelijk is, moet
er een einde komen aan het
benaderen van de arbeidsmarkt
per "opeenvolgende categorieën".
Wij hopen nog altijd dat een
centraal akkoord voor 2005-2006
zal kunnen worden gesloten, want
dat is van essentieel belang voor
de
driepartijenonderhandelingen
over de eindeloopbaankwestie.
Een dergelijk akkoord moet
stoelen op een ruim sociaal
draagvlak opdat de sociaal-
economische beslissingen met
succes zouden kunnen worden
uitgevoerd. De solidariteit, de
sociale programmatie, de sociale
vrede, de omkadering van de
onderhandelingen, de legitimiteit
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
5
n'avancerait pas dans ce domaine, ou si simplement l'accord se
limitait à réitérer des dispositions minimalistes, comme ce fut le cas
en 2003-2004, nous aurons alors l'occasion d'en reparler ici au
parlement. Des propositions de loi sont déposées en la matière. Nous
aurons éventuellement l'occasion de reparler de tout cela. Je crois
qu'il ne faut pas attendre indéfiniment le bon vouloir des partenaires
sociaux. Ce n'est pas une question obsessionnelle mais c'est une
question de justice sociale et d'efficacité économique.
Toujours dans cet hypothétique accord interprofessionnel, le
gouvernement attend des partenaires sociaux qu'ils proposent un
mécanisme d'insertion rapide des jeunes, ce qui leur permettrait
d'acquérir de l'expérience professionnelle. Je voudrais vous
demander si votre objectif est de revoir le plan Rosetta ou s'il s'agit
d'autre chose. J'espère qu'on ne retombera pas dans les erreurs du
passé qui consistaient à multiplier des plans et des contre-plans car,
finalement, c'est un processus relativement contre-productif. Madame
la ministre, pouvez-vous nous dire ce que vous envisagez pour
l'insertion des jeunes dans le monde du travail?
Pour ce qui concerne la problématique de la fin de carrière, dans sa
déclaration, le premier ministre a quelque peu balisé le terrain avec
les fameuses trente lignes directrices que vous reprenez d'ailleurs
dans votre note de politique générale. Rien n'est inacceptable pour
nous dans ce catalogue d'idées. Le débat sur les fins de carrière pose
un véritable problème de société et on peut comprendre, dès lors,
qu'il soit mené avec un troisième interlocuteur, en l'occurrence le
gouvernement.
Pour nous, il ne peut pas davantage être question de recadrer ce qui
peut être discuté dans une négociation interprofessionnelle ou pire
encore, comme je le disais la semaine dernière, de cantonner les
partenaires sociaux à un rôle de simple exécutant d'une politique
gouvernementale, quand bien même cela arrangerait l'une ou l'autre
partie. L'autonomie des partenaires sociaux est déjà suffisamment
restreinte par le processus d'intégration européenne.
J'en viens à présent aux résultats concrets de la Conférence pour
l'emploi de l'automne dernier. Dans chaque accord interprofessionnel,
les partenaires sociaux mettent l'accent sur la nécessité d'offrir
davantage de formations. Il y a eu un engagement ferme, celui de
faire en sorte que d'ici 2010, un travailleur sur deux suive un parcours
de formation. À chaque fois, l'effort de formation a été évalué
différemment selon que l'on se trouve sur le banc patronal ou sur le
banc syndical. Il est grand temps de mettre fin aux polémiques et aux
interprétations à géométrie variable. Il s'impose de créer un véritable
instrument de mesure objectif et transparent des efforts consentis par
les employeurs. Nous soutenons donc l'idée d'insérer dans un "bilan
social" l'instrument développé par le Conseil national du travail.
Pour le volet "restructuration", vous déclarez que la politique active
mise en place par votre prédécesseur ne donne pas les résultats
escomptés. On suppose qu'il s'agit des expériences pilotes des
"cellules d'emploi", gérées paritairement et soutenues financièrement
par le pouvoir fédéral. L'objectif est d'orienter le personnel sortant
vers des emplois nouveaux ou des formations. Il s'agit d'une mesure
importante car nous souscrivons au principe selon lequel la
prépension doit cesser d'être une solution de premier choix. Cela
van de organisaties zijn de
elementen die de sociaal-
economische cohesie in ons land
garanderen.
In de jaren negentig waren de
centrale akkoorden zowat de
"loketten" van de
kortetermijneisen. Uiteindelijk
heeft er zich een evolutie
voorgedaan en is er een
bewustwording gegroeid waarbij
men zich veel meer op de
toekomst richt en meer oog heeft
voor de economische invalshoek.
Daarom blijft de PS sterk gehecht
aan ons sociaal overlegmodel.
Als socialisten koesteren wij grote
verwachtingen met betrekking tot
dat akkoord. Het onderscheid
tussen de arbeiders en de
bedienden strookt niet langer met
de werkelijkheid.
De harmonisering van de statuten
staat in het regeerakkoord. Indien
geen of slechts een minimalistisch
interprofessioneel akkoord wordt
bereikt, zoals voor 2003-2004 het
geval was, kan die
aangelegenheid opnieuw in het
Parlement aan bod komen. We
kunnen niet eindeloos op de
goede wil van de sociale partners
wachten. Dit is geen obsessie, wel
een kwestie van sociale
rechtvaardigheid en economische
efficiëntie.
De regering verwacht van de
sociale partners dat ze in dat
hypothetische akkoord een
mechanisme voorstellen met het
oog op een snelle
beroepsinschakeling van jongeren.
Gaat het om een aanpassing van
het Rosettaplan of om iets
anders? Ik hoop dat men niet in de
fouten van het verleden zal
hervallen, toen de plannen elkaar
in snel tempo opvolgden en
uiteindelijk hun doel
voorbijschoten.
Voor de
eindeloopbaanproblematiek zette
de eerste minister, met zijn dertig
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
6
implique la responsabilisation des entreprises dans le dynamisme
dont elles doivent faire preuve au niveau de l'encadrement social de
ces travailleurs.
Pouvez-vous nous dire en quoi les expériences "cellules emploi" ne
sont pas concluantes et quelles sont vos intentions en la matière?
Je rappelle qu'en Région wallonne, des cellules de reconversion
existent depuis un certain nombre d'années et qu'elles fonctionnent
bien; d'après les statistiques, entre 68 et 90% de taux de
reclassement sont constatés. La grande différence avec le dispositif
imaginé par votre prédécesseur est que le dispositif en Wallonie est
géré par le FOREM et par les organisations syndicales sans que
l'employeur ne doive verser d'argent, ni que l'on doive compter sur
son bon vouloir.
Un autre volet important dans la discussion qui nous occupe, c'est
l'activation du comportement de recherche d'emploi. Le Parti
socialiste a accepté cette nouvelle forme de contrôle parce que nous
avions obtenu des garanties quant à une plus juste répartition des
droits et des obligations entre les différentes parties impliquées. Ainsi,
un accord de coopération a été conclu le 30 avril 2004 entre l'Etat
fédéral et les entités fédérées, accord dont le point de départ est
l'effort consenti par les services régionaux de placement et de
formation professionnelle dans le processus de réinsertion
professionnelle des chômeurs.
Il va de soi que nous ne contestons pas la nécessité d'une évaluation
de ce que le chômeur "a fait" concrètement de l'accompagnement qui
lui a été proposé par l'organisme de placement et qu'il est censé avoir
suivi. En effet, il s'agit là d'un investissement des pouvoirs publics au
profit des demandeurs d'emploi. Mais ce que l'on peut appeler le
"prisme de la subjectivité" dans la manière d'évaluer les efforts
"spontanés" du chômeur est toujours susceptible d'entraîner des
dérives inacceptables.
L'allocation de chômage n'est pas une allocation universelle mais la
théorie a toutefois ses limites par rapport au marché de l'emploi.
On exige du chômeur qu'il se justifie par rapport à un marché de
l'emploi largement fictif, qui ne fonctionne pas correctement ou qui
n'offre en tout cas pas suffisamment de possibilités d'emploi pour les
demandeurs.
Madame la ministre, vous mentionnez que l'objectif n'est absolument
pas de supprimer le plus possible d'indemnités. Nous souscrivons à
cette affirmation mais, entre la théorie et la pratique, il y a souvent de
la marge. Le débat que nous avons eu voilà quelques années au sein
de cette assemblée sur le contrôle à domicile des chômeurs a mis en
exergue le décalage existant à certains moments entre la théorie et la
réalité du terrain. Quant aux "facilitateurs" c'est le terme en français
, qui ne sont pas des inspecteurs, nous serons attentifs à ce que ce
terme ne vise pas seulement à dédramatiser une opération mais qu'il
soit en adéquation avec le contenu réel qu'il implique, avec ce qui a
été annoncé au parlement.
Une évaluation tous les six mois est nécessaire. Nous demandons
que le parlement soit impliqué dans cette discussion. Vous savez que
richtsnoeren die u in uw
beleidsnota overneemt, de bakens
uit. Niets daarvan stuit ons tegen
de borst. Het eindeloopbaandebat
handelt over een reëel
maatschappelijk probleem en
moet met de regering kunnen
worden gevoerd.
Er kan niettemin geen sprake van
zijn wat in het kader van de
centrale onderhandelingen wordt
besproken, anders in te vullen of
de sociale partners in de rol van
loutere uitvoerders van het
regeringsbeleid te dwingen,
temeer daar hun autonomie door
het Europees integratieproces al
wordt beperkt.
Dan kom ik tot de resultaten van
de werkgelegenheidsconferentie.
De sociale partners dringen altijd
aan op de noodzaak van meer
opleidingen. Men verbindt er zich
toe ervoor te zorgen dat tegen
2010 een werknemer op twee een
opleiding zal volgen. Telkenmale
wordt de inspanning verschillend
ingeschat door de werknemers en
de werkgevers. Er moet een einde
komen aan die uiteenlopende
interpretaties en er moet een
objectief en transparant instrument
in het leven worden geroepen aan
de hand waarvan de geleverde
inspanningen kunnen worden
geëvalueerd. Wij steunen de idee
om het door de Nationale
Arbeidsraad uitgewerkt instrument
in een "sociale balans" op te
nemen.
Wat het onderdeel
"herstructureringen" betreft, vindt u
dat het beleid van uw voorganger
niet de verhoopte resultaten
oplevert. Heeft u het over de
paritair beheerde en door de
federale overheid financieel
gesteunde
"werkgelegenheidscellen"? Het is
de bedoeling het uittredend
personeel aan een nieuwe baan te
helpen of een opleiding te laten
volgen. Dat is belangrijk want
brugpensioen mag niet langer de
eerste keuze zijn. Dat impliceert
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
7
la réglementation du chômage échappe à 99% au travail législatif
puisque dans cette matière, la ministre et le gouvernement peuvent
travailler par arrêté royal. Notre seul moyen de contrôle est la voie des
questions et interpellations. L'implication du parlement pourrait être
intéressante et valoriser notre institution. Je crois d'ailleurs que c'était
le sens du message du président avant de commencer nos débats.
Nous demandons donc que vous nous communiquiez les résultats de
chaque rapport du comité d'évaluation et, éventuellement, d'en
débattre au sein de la commission des Affaires sociales ou, en tout
cas, en séance plénière si nécessaire.
En ce qui concerne le processus mis en place, la presse a relaté que
de nombreux jeunes de moins de trente ans le premier groupe-cible
ne répondaient pas aux convocations de l'ONEM. Madame la
ministre, pouvez-vous nous donner des précisions? Disposez-vous de
chiffres exacts? Quelle est votre analyse de ce phénomène?
Il semblerait j'utilise ici le conditionnel car cette information n'est pas
confirmée que des premières sanctions administratives soient
tombées et qu'elles n'auraient pas, dans certains cas, de rapport avec
l'activation du comportement de recherche. Elles auraient été prises
parce que les intéressés étaient absents sans justification lors d'une
première ou même d'une deuxième convocation. A ce stade, les
choses ne sont pas très claires.
En tout cas, il faut veiller à ce que les procédures mises en place
soient concrètement respectées, à ce que des problèmes postaux ne
soient pas à la base d'une sanction pour les personnes concernées.
Peut-être existe-t-il des problèmes en ville en cette matière?
Nous devons faire en sorte de ne pas assister, à l'avenir, à une forme
de glissement de plus en plus important de l'assurance chômage vers
les CPAS, autrement dit à un report de la charge des personnes
sanctionnées vers ces derniers. Je rappelle qu'en 1998 à l'époque,
Mme Smet était ministre de l'Emploi une étude réalisée par la KUL
et l'ULB faisait apparaître des transferts de l'ordre de 3 milliards 200
millions de francs belges (80 millions d'euros) vers les CPAS, en ce
compris les retards d'instruction et les compléments accordés en
raison de l'insuffisance de certains montants des allocations d'attente
ou de chômage. Cet élément est important car ce type de transfert
empêche évidemment les CPAS de disposer des moyens
nécessaires pour mener à bien la politique sociale qui est leur mission
première.
J'en arrive à un autre volet important: la Conférence sur la fin de
carrière qui est évidemment attendue avec une certaine inquiétude
par les travailleurs - on a pu s'en rendre compte hier dans la rue - et
les partenaires sociaux.
Les personnes concernées par la fin de carrière sont, avant tout, des
êtres humains, des hommes, des femmes avec un parcours
professionnel. Ce ne sont pas uniquement des données statistiques,
ils ont parfois l'impression que l'on parle d'eux en termes de
pourcentages. C'est autre chose que cela, bien évidemment!
Vous avez raison de rappeler que le "laissez-faire" ou le "laissez-aller"
serait, dans ce dossier, une option irresponsable car, à terme, si rien
ne change, c'est bien le potentiel de croissance qui risque d'être
een responsabilisering van de
ondernemingen op het stuk van de
sociale begeleiding van de
werknemers.
Kan u ons zeggen op welk vlak
deze experimenten tekort schieten
en wat u van plan is te
ondernemen ?
In Wallonië bestaan er reeds sinds
jaren omscholingscellen die goed
werk leveren (tussen 68 en 90
percent van de ingeschrevenen
vindt een nieuwe job). In
tegenstelling tot het stelsel dat uw
voorganger heeft uitgedacht, wordt
het Waalse stelsel beheerd door
de "FOREM" en de
vakbondsorganisaties zonder dat
de werkgever zich ermee moeit.
Een ander belangrijk hoofdstuk is
de activering van het zoekgedrag
naar werk. De PS heeft deze vorm
van controle aanvaard omdat ze
garanties bevat inzake een
rechtvaardigere spreiding van de
rechten en plichten tussen de
betrokken partijen. De federale
overheid en de deelstaten hebben
op 30 april 2004 een akkoord
gesloten dat gebaseerd is op de
inspanningen die de gewestelijke
diensten voor de
wedertewerkstelling van de
werklozen zullen leveren.
We betwisten niet dat er toezicht
moet uitgeoefend worden op wat
de werkloze uiteindelijk met de
begeleiding die hij verondersteld
was te volgen, gedaan heeft. De
manier waarop de "spontane"
inspanningen van de werkloze
beoordeeld worden, vertoont
echter steeds een graad van
subjectiviteit die aanleiding kan
geven tot misbruiken.
De werkloosheidsvergoeding is
geen universele uitkering, maar de
theorie moet ook rekening houden
met de arbeidsmarkt. Men eist dat
de werkloze zich rechtvaardigt ten
aanzien van een fictieve
arbeidsmarkt die onvoldoende
uitwegen biedt voor de
werkzoekenden.
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
8
affecté. Or, notre objectif est que le "vivre plus" se traduise en "vivre
mieux". Cela signifie très concrètement que notre système de sécurité
sociale sera confronté à des déséquilibres si on ne redéfinit pas la
notion de carrière tout au long de la vie. Pour nous, la question n'est
pas de savoir si l'âge de 60 ans ou même celui de 65 ans doit être un
impératif pour chacun mais bien de trouver de réels incitants pour que
les travailleurs postposent leur départ à la retraite. Autrement dit, il
nous faut agir sur la durée moyenne de la carrière et ceci ne pourra
se faire que si on prête suffisamment d'attention aux conditions de
travail en général. La formule "travailler plus longtemps" ne sera un
succès que si elle permet de mieux travailler ou, tout simplement, de
mieux vivre. C'est ce que vous qualifiez dans votre note par une
carrière plus "décontractée".
L'augmentation du taux d'emploi des travailleurs âgés exige aussi que
les employeurs mettent fin aux incohérences entre le discours et la
pratique. Les employeurs devront réfléchir sérieusement car il est
intenable de vouloir restreindre les voies de sortie, les prépensions, le
chômage, l'invalidité sans vouloir faire un examen de conscience. On
se rend compte que de plus en plus d'entreprises qui connaissent des
problèmes mettent au chômage les travailleurs âgés.
Et parallèlement, un discours macro-économique condamne le
recours abusif à des systèmes qui privent les entreprises de leur
capital d'expérience, ce qui ne bénéficie nullement à la promotion de
l'emploi et menace l'équilibre de notre sécurité sociale. Nous nous
trouvons ainsi face à des contradictions très importantes en la
matière. C'est sans doute un véritable changement des mentalités
qu'il faut mettre en oeuvre dans ce domaine.
Les employeurs ont souvent une idée plutôt négative de ces
travailleurs en termes de flexibilité, de compétitivité et de coût. Or, des
études ont montré que les aînés avaient une plus grande constance
dans le travail et une meilleure capacité de gestion du stress. Cela ne
veut pas dire que les plus âgés ne doivent pas s'adapter à l'évolution
des connaissances, à de nouvelles formes d'organisation du travail et
à des exigences de mobilité professionnelle. Il ne faut pas oublier non
plus qu'un nombre important de postes de travail subissent chaque
année des modifications telles qu'il faudrait presque parler de
nouvelles fonctions.
Les chiffres parlent d'eux-mêmes: environ 48% des entreprises
organisent des formations, et les plus de 55 ans n'y ont accès qu'à
raison de 6%. Ce sont des chiffres terriblement inquiétants, c'est
totalement insuffisant. On ne répètera jamais assez qu'une offre
suffisante de formations est une garantie de sécurité collective. Il
s'agit d'investissements porteurs d'avenir. Il est donc fondamental que
ces formations s'inscrivent dans une politique prospective et non dans
un ensemble d'initiatives limitées et ponctuelles.
Pour préparer l'avenir, il nous faut également de nouvelles
générations bien formées, prêtes à affronter le marché du travail sans
handicap structurel. Actuellement, rares sont cependant les initiatives
du monde industriel visant à apporter un appui structuré aux
établissements scolaires. Les travailleurs aînés peuvent aussi jouer
un rôle d'appui essentiel dans l'acquisition par les plus jeunes des
compétences exigées par les entreprises. Pour assurer la transition
nécessaire, il faut miser sur cette forme de solidarité
U zegt dat het niet de bedoeling is
zoveel mogelijk vergoedingen af te
schaffen, maar tussen de theorie
en de praktijk gaapt er vaak een
kloof. Het debat dat we enkele
jaren geleden gevoerd hebben
over de controles bij de werklozen
thuis, heeft dit bewezen. Wat de
facilitatoren betreft, zullen we erop
toezien dat de term overeenkomt
met de inhoud waar hij voor staat.
Het is noodzakelijk dat er elke zes
maanden een evaluatie komt. We
vragen dat het Parlement hierbij
betrokken wordt. De
werkloosheidsreglementering valt
voor 99 percent buiten het
wetgevende werk omdat ze via
koninklijke besluiten geregeld
wordt. Ons enige controlemiddel
zijn de vragen en interpellaties.
We vragen dus dat u ons de
resultaten van de verslagen van
het evaluatiecomité zou kunnen
bezorgen zodat we ze hier zo
nodig kunnen bespreken.
In de kranten valt te lezen dat veel
jongeren onder de dertig geen
gevolg geven aan de oproepen
van de RVA. Heeft u hierover
precieze cijfers? Hoe verklaart u
dit verschijnsel?
Naar het schijnt zouden de eerste
administratieve straffen opgelegd
zijn, niet in verband met de
activering van het zoekgedrag
naar werk, maar omwille van de
niet-gerechtvaardigde afwezigheid
bij een eerste of een tweede
oproeping. Er moet op toegezien
worden dat de procedures
nageleefd worden. Er mag
bijvoorbeeld geen straf opgelegd
worden als dit te wijten zou zijn
aan een probleem bij De Post.
We moeten ervoor zorgen dat de
werkloosheidsverzekering niet
wordt afgewenteld op de OCMW's,
met andere woorden, dat de last
voor de bestrafte personen naar
de OCMW's wordt
doorgeschoven. Ik herinner u aan
een studie uit 1998 waarin sprake
was van een transfer van 3,2
miljard Belgische frank (80 miljoen
euro) naar de OCMW's,
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
9
intergénérationnelle.
Enfin, il ne servira pas à grand chose de prendre une batterie de
mesures destinées à encourager le maintien de l'emploi des aînés si
les entreprises ne réfléchissent pas à une politique prévisionnelle des
ressources humaines adaptée à toutes les tranches d'âge. On
constate aujourd'hui que la notion de performance s'aligne sur celle
d'un travailleur de trente ans en parfaite santé. La pression de la
compétitivité et l'externalisation des fonctions moins contraignantes
ont conduit des entreprises à réduire l'éventail des postes disponibles.
Et ce sont les quinquagénaires qui en sont les premières victimes.
Madame la ministre, chers collègues, je voudrais terminer cette
intervention par quelques mots sur l'Europe et l'emploi. Il est clair que
la politique de l'emploi en Belgique ne peut ignorer ce qui se décide
ou ce qui se prépare au niveau européen. En mars 2000, le sommet
de Lisbonne avait marqué un tournant dans la stratégie globale de
l'Union européenne en matière d'emploi, de réforme économique et
de cohésion sociale. On pouvait y voir les prémices d'un véritable
modèle social européen, au moins à deux niveaux. La mise en oeuvre
des lignes directrices pour l'emploi inclut désormais la pérennité des
systèmes de protection sociale. Par ailleurs, les indicateurs structurels
doivent dorénavant dépasser l'aspect quantitatif pour intégrer les
données qualitatives. C'est l'un des plus grands mérites du sommet
de Lisbonne d'avoir introduit cette notion de qualité d'emploi dans le
débat et d'avoir donné des moyens pour l'évaluer, tout en maintenant,
bien entendu, des objectifs quantitatifs.
La présidence belge en 2001 avait donné un coup d'accélérateur à
cette orientation. La dimension qualitative a été concrètement
intégrée dans les lignes directrices. L'emploi durable et de qualité est
présenté comme un facteur à part entière de la croissance
économique. Il assure la santé et le bien-être du travailleur, en lui
permettant de combiner de manière flexible et productive le temps de
travail et de loisir.
Aujourd'hui, l'agenda social arrive à son terme et une réflexion sur
l'avenir du processus de Lisbonne est en cours. Nous aurons ce
débat au parlement au début de l'année prochaine. En toile de fond,
un contexte nouveau, qui n'est pas des meilleurs, est apparu. Il faut
évidemment tout faire pour que l'on ne brade pas les acquis
engrangés. Le gouvernement et la ministre de l'Emploi seront sans
doute en première ligne dans ce débat au niveau européen. L'enjeu
principal réside dans les discussions préparatoires dont va dépendre
le fondement social de l'Union européenne. Madame la ministre, je ne
vous cache pas notre inquiétude au sujet du récent rapport du groupe
de haut niveau présidé par M. Wim Kok qui semble ignorer deux des
côtés du triangle de la stratégie de Lisbonne, à savoir le social et
l'environnement. On a l'impression que la qualité et la durabilité de
l'emploi deviennent des questions subsidiaires ou plutôt que ces
objectifs ne seront atteints qu'à la condition d'accorder la priorité à la
croissance économique, à la productivité, à la concurrence, et au taux
d'emploi. Et certains, en Belgique comme ailleurs dans l'Union
européenne, d'emboîter le pas et de réclamer notamment la création
d'un marché de l'emploi flexible, à même de satisfaire les besoins des
entreprises.
Nous ne parlerons pas, à ce niveau, de la demande à demi-mot
waaronder de vertragingen in de
gerechtelijke behandeling en de
aanvullende vergoedingen die
werden toegekend omdat
bepaalde uitkeringsbedragen
ontoereikend waren. Door deze
transfers kunnen de OCMW's hun
middelen niet gebruiken om een
maatschappelijk beleid te voeren,
wat toch hun kerntaak is.
De werknemers zelf kijken uit naar
de conferentie over het einde van
de loopbaan. Vijftigers zijn niet
enkel een statistisch gegeven. Het
is onze bedoeling om 'langer
leven' gelijk te stellen met 'beter
leven'. We moeten het de
werknemers aantrekkelijk maken
om hun pensionering uit te stellen,
wat alleen maar kan door
voldoende aandacht aan de
werkomstandigheden in het
algemeen te besteden. De formule
'langer werken' zal alleen succes
boeken als ze ook 'beter werken'
inhoudt of gewoon 'beter leven'.
Dat is wat u het "onthaasten en
ontspannen van de loopbaan'
noemt.
De werkgevers moeten
consequent zijn en de daad bij het
woord voegen. Het is onhoudbaar
en onaanvaardbaar dat men
de "uitstapmogelijkheden" wil
beperken zonder dat men zich
over een en ander zou bezinnen.
Almaar meer ondernemingen in
moeilijkheden ontslaan hun
oudere werknemers en terzelfder
tijd hoort men specialisten in de
macro-economie verkondigen dat
het onrechtmatig gebruik van
systemen die ertoe leiden dat de
ondernemingen die
ervaringskennis verliezen moet
worden afgekeurd. De werkgevers
hebben een eerder negatief beeld
van die werknemers. De oudere
werknemers hebben meer
doorzettingsvermogen en zijn
stressbestendiger. Dat wil niet
zeggen dat de oudere werknemers
zich niet aan de evolutie van de
kennis moeten aanpassen. Maar
hoewel 48 procent van de
ondernemingen opleidingen
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
10
relative à l'adoption de la directive sur la libéralisation des services.
Nous avons déjà eu l'occasion d'en parler et nous débattrons à
nouveau de ce sujet.
En conclusion, la note de politique générale que vous nous avez
proposée, madame la ministre, et dont nous débattons en plénière,
repose sur un projet de société important et ambitieux, un projet qui
met l'emploi est au coeur des préoccupations mais qui s'articule aussi
sur toute la problématique du vieillissement démographique.
Madame la ministre, soyez certaine que le groupe PS vous soutient et
vous soutiendra. Nous tenons également à vous féliciter pour votre
note de politique générale qui expose très clairement et de manière
nuancée les grands défis auxquels tous les acteurs de notre pays
devront répondre sans tarder.
Le succès de cette ambition ne sera évidemment possible que si les
partenaires sociaux transcendent leurs clivages traditionnels et
adhèrent ensemble à ce projet mobilisateur qui est suffisamment
ouvert pour que les différentes logiques, que celles-ci soient sociales,
économiques ou politiques, puissent se rencontrer dans un seul et
même souci, celui finalement de la lutte pour l'emploi.
Je vous remercie pour votre attention.
organiseren, hebben de 55-jarigen
daar maar a rato van 6 procent
toegang toe.
We hebben ook nood aan nieuwe,
goed opgeleide generaties. Voor
de oudere werknemers is hier een
rol van kennisoverdracht
weggelegd. Tot slot moeten de
bedrijven een langetermijnvisie
ontwikkelen inzake hun
personeelsbeleid dat rekening
houdt met alle leeftijdscategorieën.
Men stelt vandaag vast dat het
begrip "prestatiegerichtheid"
afgestemd is op de prestaties die
een dertigjarige, kerngezonde
werknemer kan leveren.
Tot slot een paar woorden over
Europa en de werkgelegenheid.
De Top van Lissabon betekende in
dat verband een keerpunt en legde
de grondslagen voor een echt
Europees sociaal model op
minstens twee niveaus: voortaan
moeten bij de uitvoering van de
richtsnoeren voor de
werkgelegenheid
de sociale
zekerheidsstelsels worden
gevrijwaard en krijgen structurele
werkgelegenheidsindicatoren de
voorrang op kwantitatieve
aspecten. In Lissabon werd het
kwaliteitsbegrip, met bijhorende
controlemogelijkheden, ingevoerd.
Het Belgische voorzitterschap stak
in 2001 nog een tandje bij.
Vandaag is de sociale agenda
bijna afgewerkt. Volgend jaar
wordt daarover in het Parlement
een debat georganiseerd.
De minister van Werk neemt het
voortouw in de Europese Unie. Het
jongste verslag van de door Wim
Kok voorgezeten groep verontrust
ons en dan hebben we het nog
niet over de richtlijn betreffende de
liberalisering van de diensten. De
bewuste groep vergeet blijkbaar
twee aspecten van de top van
Lissabon, namelijk het sociale
hoofdstuk en het milieu, en geeft
voorrang aan de economische
groei, de productiviteit, het
concurrentievermogen en de
werkgelegenheidsgraad. Ook in
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
11
België krijgt die houding navolging.
U legt ons een ambitieus
maatschappelijk project voor. De
PS-fractie steunt u en zal u blijven
steunen. Ze feliciteert u met uw
beleidsnota. Maar het succes van
dit project zal pas mogelijk zijn
indien de diverse sociale partners
de traditionele scheidingslijnen
overschrijden en zich open
opstellen opdat de sociale,
economische en politieke logica's
zouden samenvloeien ten dienste
van de werkgelegenheid.
De voorzitter: De staatssecretaris is er, mevrouw Lanjri. Ik geef echter eerst het woord aan mevrouw
D'hondt. Zult u kort zijn? Ik wil u graag beluisteren.
01.07 Greta D'hondt (CD&V): Mevrouw de minister, mevrouw de
staatssecretaris, geachte collega's, ik zal alleszins korter zijn dan
vorige week. Een heel belangrijk deel van onze opmerkingen inzake
werkgelegenheid zal immers zo dadelijk door collega Lanjri naar
voren gebracht worden.
Ik wil van de bespreking van de beleidsbrieven betreffende Werk en
Sociale Zaken in plenaire vergadering gebruikmaken om een aantal
van onze topbekommernissen nog even in de verf te zetten. Wij
moeten dat vanop het spreekgestoelte in plenaire vergadering doen,
omdat we in de commissie voor de Sociale Zaken niet tot de
bespreking van de beleidsbrieven in het kader van de begroting
geraakt zijn. De meerderheid van de commissie had beslist om geen
beleidsbrieven meer te bespreken. Daarom zal ik nu de drie grote
assen van wat voor ons het beleid inzake werkgelegenheid en sociale
zaken moet zijn, hier nog even onderstrepen.
Mevrouw de minister, mevrouw de staatssecretaris, collega's, op het
moment dat men niet meer goed weet van welk hout pijlen te maken,
dat men uit gebrek aan visie maar visionair wordt, begint men beter
niet met het schrijven van nieuwjaarsbrieven. Ik heb alsmaar meer
moeite met de manier waarop de eerste minister omgaat met de
werkgelegenheid. Wanneer de eerste minister dat kan en mag doen
zonder tegenspraak van de andere ministers en de andere partijen
die de paarse regering uitmaken, vind ik dat heel erg. Er wordt nu
opgeroepen tot verzoening en het slaan van bruggen, maar ik moet u
eerlijk zeggen dat ik die oproep zeer gratuit vind. Het is zeer gratuit
wanneer men ongeveer een jaar geleden op dezelfde visionaire
manier een groot pleidooi hield voor 200.000 bijkomende jobs, waarbij
men poseerde onder spandoeken, terwijl we vandaag moeten
vaststellen dat de werkloosheid met niet minder dan 40.000
toegenomen is. Vorige week heb ik nog geargumenteerd dat, wil men
de doelstelling van 200.000 jobs halen, er vanaf vorige week dagelijks
een nieuwe middelgrote onderneming met van 72 werknemers zou
moeten bijkomen.
Mevrouw de minister, mevrouw de staatssecretaris, ik hoop
hartsgrondig dat de manifestatie van 50.000 mensen gisteren deze
regering - ook u, maar vooral de eerste minister - met de twee voeten
01.07 Greta D'hondt (CD&V): Je
dois exprimer mes préoccupations
aujourd'hui parce que nous
n'avons pas eu l'occasion
d'examiner en commission le
budget et les notes de politique
générale des ministres de l'Emploi
et des Affaires sociales.
Celui qui ne sait plus à quel saint
se vouer adresse un message de
Nouvel An au monde, Le message
de réconciliation du premier
ministre constitue un appel sans
engagement après la politique
inefficace qu'il a mise en oeuvre.
Il avait annoncé la création de
200.000 nouveaux emplois l'an
dernier mais les chômeurs sont
40.000 de plus aujourd'hui.
Espérons que tous les acteurs de
la concertation sociale
retrouveront le sens de la
collaboration après la
manifestation d'hier. Il n'appartient
pas au gouvernement de mener la
concertation sociale, mais il doit la
soutenir en fournissant les
instruments adéquats, ce qu'il n'a
pas fait jusqu'à présent.
Si le gouvernement avait tenu ses
engagements en matière de
réforme fiscale, nous aurions pu
augmenter le pouvoir d'achat des
citoyens et ceci aurait grandement
facilité la concertation sociale.
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
12
op de grond gebracht heeft. Laten wij immers wel wezen, het sociaal
overleg moet inderdaad niet door de regering gevoerd worden. Het
sociaal overleg start vandaag opnieuw na de manifestatie. En ik hoop
ik heb dit ook vorige week gezegd hartsgrondig dat na de
ontlading de zin voor samenwerking, voor werkelijk sociaal overleg
opnieuw zal terugkeren. Dit sociaal overleg moet van de regering zijn
volle kansen krijgen.
Mevrouw de minister, het is daaraan dat het ontbroken heeft. Wij
hebben geen nieuwjaarsbrief nodig, maar deze regering moet aan dit
sociaal overleg de instrumenten geven waarmee het een kans kan
maken. Ik wil hier deze ochtend van op dit spreekgestoelte nog eens
heel duidelijk onderstrepen dat dit sociaal overleg niet een aantal
instrumenten aangeboden gekregen heeft die het slagen van dat
sociaal overleg in zeer belangrijke mate zouden vooruitgeholpen
hebben.
Dat de belastinghervorming niet onmiddellijk resultaten heeft op het
netto-inkomen van de werknemers en dus ook op de koopkracht is
een zeer zware hypotheek geweest op het sociaal overleg. Dat is
eigenlijk onverantwoord, want het was zo toegezegd en beloofd. Als u
de engagementen van de belastinghervorming was nagekomen, dan
was er hier reeds een stukje marge voor het sociaal overleg, dat is er
nu niet geweest. Een normaal sociaal overleg voor een
interprofessioneel akkoord loopt over twee jaar. In dat geval had men
een stukje koopkrachtverhoging gekregen zonder directe
loonsverhoging en zonder gevaar voor het stijgen van de arbeidskost
en het verslechteren van de concurrentiepositie.
Het paradestuk van paars en zeker van de liberalen was de
belastinghervorming. Zelfs dat paradepaard heeft een muilezel
gecreëerd. Het is een muilezel die geen centimeter vooruit of achteruit
gaat. Het gaat hier over de portemonnee van de werknemer, niet over
beloftes, niet over visies, niet over nieuwjaarsbrieven. Op de
vooravond van kerstdag gaat het over de portemonnee van de
mensen. Ondanks al uw beloften en engagementen zou in de loop
van het af te sluiten interprofessioneel akkoord de werknemer door de
belastinghervorming geen frank meer gehad hebben. Dit is de
waarheid en daar wordt het sociaal overleg gehypothekeerd. U hebt
het sociaal overleg niet voldoende kansen gegeven. Er bestonden
twee mogelijkheden.
Ik zal die punten niet meer in lengte en breedte ontwikkelen, want ik
heb dat vorige week gedaan, mevrouw de minister. Er lagen echter
twee instrumenten klaar voor u, waarvoor wij ons als oppositie hebben
aangeboden om daarover positief mee te praten. Ik verwijs naar de
regeling voor ploegenarbeid, nachtarbeid en onregelmatige prestaties.
U hebt daar een formidabele kans laten liggen om een groot stuk van
onze werkgelegenheid en onze ondernemingen soelaas te geven.
Ik heb u vorige week gezegd dat wij met betrekking tot het verlies van
industriële werkgelegenheid veel slechter scoren dan andere landen.
Wel, onze industriële werkgelegenheid is precies die werkgelegenheid
die in ploegenarbeid of nachtarbeid wordt gerealiseerd, met
onregelmatige prestaties en grote flexibiliteit. Wat konden we daar
doen wat u hebt nagelaten? Wij konden, zoals ook in Duitsland is
gebeurd, een veel grotere ontlasting van de kostprijs van die
onregelmatige prestaties doorvoeren als wij de toeslagen die daarvoor
Le gouvernement a aussi négligé
deux outils importants pour la
création d'emplois. Le premier a
trait à la réglementation relative au
travail en équipe et de nuit dans le
secteur industriel, dans lequel
notre pays réalise de moins bons
résultats, en termes d'emploi, que
ses voisins. La cotisation de
sécurité sociale retenue sur les
primes est beaucoup trop élevée
et l'on a laissé passer ainsi
l'occasion de créer des emplois.
Même chose dans le secteur non
marchand, où toute réduction des
charges génère pourtant aussitôt
de l'emploi. Le gouvernement doit
exploiter d'urgence ces deux
possibilités dont il n'a pas su
profiter.
La semaine dernière, notre
amendement relatif au bonus
crédit d'emploi a été rejeté. Par
voie de conséquence, les citoyens
qui ont gagné un salaire modeste
en 2004 mais qui seront sans
emploi ou qui auront un salaire
plus élevé l'année prochaine
perdront leurs crédit d'impôt. Les
pouvoirs publics n'ont donc pas
respecté leurs engagements, ce
que confirme un grand nombre
d'experts fiscaux. Le
gouvernement doit reconnaître
cette erreur et la corriger
d'urgence.
A propos du problème de la fin de
carrière, nous devons cesser de
penser que le débat ne concerne
que la prépension. Actuellement,
le nombre de chômeurs est
largement supérieur à celui des
prépensionnés. Le noeud du
problème réside donc dans le
nombre de travailleurs âgés qui
quittent le milieu professionnel.
Tant que le gouvernement ne sera
pas à même de résoudre ce
problème, le système de la
prépension ne pourra pas être
réduit de manière crédible.
Nous ne devons pas nous
focaliser sur la seule fin de
carrière, mais devons également
développer une vision à long
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
13
worden betaald, niet meer of niet meer zo zwaar onderhevig zouden
hebben gemaakt aan afhoudingen voor de sociale zekerheid.
Wat hebt u gedaan? U hebt 1% van de ingehouden
bedrijfsvoorheffing in de ondernemingen gelaten. Dat is veel te weinig
om een impact te hebben die onze concurrentiepositie tegenover
landen zoals Duitsland in dat segment van onze industrie en onze
werkgelegenheid had kunnen helpen. Het is veel te weinig. Men laat
altijd maar ballonnetjes op, maar eigenlijk met heel weinig lucht in. Ze
gaan dus zelfs niet omhoog.
Hetzelfde geldt voor de onregelmatige prestaties in de non-profit. Ik
kan dit pleidooi niet genoeg herhalen, mevrouw de minister. De non-
profitsector zet iedere verlaging van de arbeidskosten onmiddellijk om
in werkgelegenheid. Het is een sector waar lastenverlagingen
onmiddellijk werkgelegenheid creëren. Wij hadden dit kunnen doen
als we in de verloning van verpleegkundigen en verzorgenden voor
onregelmatige prestaties, zoals nachtwerk, ploegenarbeid en
weekendwerk, ook een ontlasting hadden doorgevoerd door de
betaalde supplementen op een andere manier te taxeren, zowel in de
sociale zekerheid als in de fiscaliteit, zowel voor de onderneming als
voor de werknemer. Zeker in de social-profitsector hadden we twee
vliegen in één klap kunnen slaan. We hadden werk kunnen creëren
en wij hadden door dat meer werk de zorgkwaliteit voor allen die ons
dierbaar zijn en zorg nodig hebben, kunnen verbeteren zonder dat dit
zeer veel geld had moeten kosten.
Mijn pleidooi is om de komende uren te gebruiken om in te halen wat
verloren is gegaan. Haal in wat u niet hebt gegeven aan het sociaal
overleg. Neem dat als vertrekpunt. Als zij dan mislukken, is het hun
eigen volle verantwoordelijkheid. Ik vind wel dat de overheid en de
regering te kort is geschoten in het aanreiken van instrumenten die
het sociaal overleg en de werkgelegenheid hadden kunnen dienen.
Ik zou inzake werk, mevrouw de minister, toch uw aandacht willen
vestigen op wat er nu moet gebeuren nadat vorige week hier in
plenaire het amendement is weggestemd dat wij hadden ingediend op
de werkbonus. Mevrouw de minister, ik vraag van op deze tribune
uitdrukkelijk dat men erkent dat er een fout is gebeurd bij de
werkbonus. Naast de tabellen, die correct zijn, is er een fout geslopen
in de data die niet met mekaar overeenstemmen. Mensen die in 2004
gewerkt hebben aan een laag loon en die volgend jaar ofwel niet meer
werken, ofwel gaan werken aan een hoger loon, zijn datgene kwijt
waarop zij recht hadden door het belastingkrediet. Dit is oneerlijk,
mevrouw de minister. Dit is woordbreuk. Dit is de mensen onthouden
wat hen is toegezegd. Ik had vorige week een amendement ingediend
waarmee ik de datum wou veranderen zodat het probleem werd
opgelost. Alle specialisten, fiscalisten en adviseurs bevestigen dit. Ik
heb na de discussie mails gekregen van niet de minsten, mensen
waarvan ik normaal gezien geen mails krijg. Zij hebben mij gezegd
dat ik gelijk had. Mevrouw de minister, voor dit te ver gaat, grijp in en
erken dat er een bijsturing moet gebeuren waardoor ook die
categorieën zij die dit jaar een laag loon hadden en volgend jaar er
iets beter aan toe zijn het tegoed via het belastingkrediet niet
kwijtraken in het systeem van de werkbonus. Hetzelfde geldt voor zij
die het ongeluk zullen hebben om dit jaar aan een laag loon te werken
maar volgend jaar werkloos zullen zijn.
terme de l'ensemble de la carrière.
Quel type de carrière souhaitons-
nous? Combien de temps un
travailleur doit-il travailler avant de
pouvoir bénéficier d'une pension ?
La génération « métro-boulot-
dodo » a été exploitée pendant
vingt ans et, à présent, tous
souhaitent quitter le travail au plus
vite. Si l'on veut que les gens
travaillent plus longtemps et il
faudra bien passer par là la
qualité de cette carrière devra être
considérablement améliorée et il
faudra dégager du temps pour
une vie familiale normale, les
loisirs, le bénévolat.
En Flandre, le ministre Frank
Vandenbroucke encourage travail
et apprentissage à temps partiel.
L'Etat fédéral doit maintenant se
rattraper après avoir commis la
bévue de faire payer aussi des
cotisations sociales à celles et
ceux qui suivent un apprentissage
à temps partiel sans leur accorder
en même temps certains droits.
On pourrait au moins prendre en
considération la période de travail
à temps partiel pour le calcul de la
période d'attente.
Le troisième débat capital qui
devra se tenir au printemps 2005
concerne le financement de la
sécurité sociale. Ne nous voilons
pas la face devant la véritable
nature des enjeux. Nous sommes
passés d'un stade où nous
accordions des droits liés au statut
et à la profession à un stade où
nous accordons des droits à
toutes et à tous. Par conséquent, il
n'est plus acceptable de faire
supporter excessivement par le
travail les dépenses de soins de
santé et les allocations familiales.
En prévoyant un financement de la
sécurité sociale à partir de moyens
généraux, nous serons en mesure
de créer une assise financière plus
large. Au lieu de faire payer
beaucoup trop quatre millions de
gens, il vaudrait mieux demander
un effort à sept millions de nos
concitoyens.
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
14
Tot zover het compartiment werk. Ik hoop dat de onderhandelingen
die vandaag starten tot resultaat kunnen leiden.
Ik wil het dan hebben over het tweede stuk van het drieluik dat zo
belangrijk is voor de komende weken en maanden. Wij moeten
terzake echt stappen voorwaarts zetten met een iets langere
termijnvisie. Ik heb niet de term termijnpolitiek gebruikt maar wel
termijnvisie. We moeten weten waar we naartoe willen. We moeten
weten dat we nu beslissingen moeten nemen, willen wij over 10 jaar
op kruissnelheid de volle vruchten ervan plukken.
Het tweede dossier is de eindeloopbaan. Wanneer het sociaal overleg
in de komende dagen zou lukken of minstens reële kansen zou
krijgen zodat dit kort na nieuwjaar tot resultaten kan leiden, dan blijft
er nog het zware dossier van de eindeloopbaan en de loopbaan. Ik
hoop dat het sociaal overleg lukt want als het vertrouwen tussen de
partners zoek is vormt dit een zware hypotheek op het debat over de
eindeloopbaan en de loopbaan. Ik geloof niet dat de regering alleen,
zonder de sociale partners, maatregelen kan nemen die voldoende
draagvlak hebben.
Mevrouw de minister, ik herhaal dat we inzake de
eindeloopbaanproblematiek moeten afstappen van een debat dat zich
beperkt tot de eindeloopbaan en dat eindeloopbaan alleen handelt
over brugpensioen. Vanop dit spreekgestoelte wil ik eens te meer
onderstrepen dat er thans meer oudere werklozen zijn dan
bruggepensioneerden, ook oudere werklozen zonder Canada Dry-
regeling. Zolang deze uitstoot niet afgeremd kan worden, hebben we
geen enkele geloofwaardigheid als we het brugpensioen willen
terugschroeven. U kunt dit niet doen. Om een draagvlak bij de
werknemers en de publieke opinie te krijgen voor nieuwe
maatregelen, zullen ht bedrijfsleven, de vakbonden en de politici, die
allemaal weten dat de brugpensioenen op zeer jonge leeftijd op
halflange en lange termijn geen houdbare situatie is, moeten kunnen
aantonen dat zij in staat zijn de uitstoot van oudere werknemers af te
remmen. Zo niet, zijn we de komende jaren met niets andere bezig
dan financieel en sociaal goede brugpensioenstatuten te veranderen
in stelsels van oudere werklozen of invaliden. Dat kan toch niet de
inzet zijn van het debat over eindeloopbaan!
Ik houd een pleidooi - en het verheugde me de heer Delizée hetzelfde
te horen beklemtonen - voor een debat over loopbaan. Het gaat niet
over eindeloopbaan, het gaat over de loopbaan, zeker als we een
langetermijnvisie willen uitwerken. Welke loopbanen willen we? Hoe
lang moet iemand werken alvorens betrokkene recht kan hebben op
pensioen? We weten allemaal dat leeftijd geen criterium meer is.
Jongeren die lang of minder lang studeren moeten weten hoeveel jaar
ze zullen moeten werken om een volwaardig pensioen te kunnen
ontvangen. Dit moet zowel in de privé-sector als de openbare sector
duidelijk zijn.
Ook de CD&V beseft dat er langer gewerkt zal moeten worden, niet
langer dan de pensioenleeftijd maar langer dan de effectieve
uittreedleeftijd. Wil men de mensen vragen om langer aan de slag te
blijven, dan moeten we een loopbaan kunnen aanbieden met
mogelijkheden die niet alleen toelaten gedurende 40 jaar te werken,
maar ook de combinatie met gezin, zorg, blijvend leren, inzet als
vrijwilliger en vrije tijd mogelijk maken. De zogenaamde
Voici les trois dossiers pour
lesquels le gouvernement devra
trouver des solutions en six mois
de temps. Pour pouvoir relever de
tels défis, il ne s'agit pas d'écrire
des lettres de nouvel an mais de
se mettre à l'ouvrage. Pour que la
concertation sociale soit
couronnée de succès, pour
apporter des solutions aux
problèmes liés à la fin de carrière
et pour faire en sorte que notre
régime de sécurité sociale passe
le cap de 2010 sans porter
davantage atteinte à notre
économie-, il sera nécessaire de
bien travailler. Si le gouvernement
est réellement disposé à s'atteler à
l'emploi, il trouvera en notre parti,
le CD&V, un partenaire constructif.
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
15
"spitsuurgeneratie" blijven uitwringen gedurende de eerste twintig jaar
van hun loopbaan betekent niets meer of niets minder dan het
inbouwen van een "het is genoeg geweest-gevoel" zodra de financiële
situatie van de mensen het toelaat.
Zij nemen dan alle mogelijkheden om vervroegd uit te treden in dank
aan. Mijn pleidooi gaat hier over een kwaliteitsvolle loopbaan, die dan
langer kan zijn dan ze nu is. Daarvoor moeten wij evolueren van een
pensioenleeftijd naar een "pensioenloopbaan".
Mevrouw de minister, ik dring er nog op aan om op heel korte termijn
inspanningen te leveren voor het deeltijds werk en het deeltijds leren.
Ik weet dat minister Vandenbroucke daarmee op Vlaams niveau ook
bezig is. De federale regering moet de steek oprapen die zij heeft
laten vallen toen ze bijdragen voor sociale zekerheid heeft ingevoerd
voor deeltijds werkenden en deeltijds lerenden, zonder daaraan
rechten te verbinden. Het minste wat wij kunnen doen, is de periode
van deeltijds werken in aanmerking te nemen voor de wachttijd
wanneer men nadien werkzoekend wordt.
Mijn laatste punt gaat over de financiering van de sociale zekerheid.
Mevrouw de minister, ik heb vorige week ook gezegd dat dat het
derde onderwerp wordt waarover in het voorjaar van 2005,
onvermijdelijk, moet worden gedebatteerd. Wat hier op het spel staat,
moet heel duidelijk worden gezegd en mag niet gecamoufleerd
worden. Het debat gaat over de rechten in de sociale zekerheid die
van statuutgebonden rechten, gelukkig, zijn geëvolueerd naar rechten
voor iedereen. Iedereen in dit land heeft gelukkig recht op
gezondheidszorg en ieder kind in dit land heeft recht op kinderbijslag.
Die rechten hebben niets meer met het statuut te maken, maar toch
worden de kosten die die rechten met zich meebrengen, overmatig
ten laste gelegd van de arbeid. Wij moeten daarvan afstappen. Dan
zijn er diverse mogelijkheden voor de financiering. Een zaak is echter
zeker, namelijk wanneer men die rechten met algemene middelen
betaalt, het draagvlak veel groter wordt. De discussie, die ik niet uit de
weg en ook niet camoufleer, gaat erover of wij voor de
gezondheidszorg en de kinderbijslagen ongeveer 4 miljoen mensen
overdreven laten betalen via arbeid, dan wel of wij 7 miljoen mensen
laten meebetalen voor de kosten van de gezondheidszorg en de
kinderbijslag. Dat is de uitdaging. Is de regering bereid om de
inkomsten die vandaag niet hoefden bij te dragen tot de kosten voor
de gezondheidszorg en de kinderbijslag, in de toekomst ook aan te
spreken?
Mevrouw de minister, mevrouw de staatssecretaris, collega's, dat zijn
drie uitdagingen, waarvoor er zes maanden tijd is. Daarvoor moeten
geen nieuwjaarsbrieven worden geschreven of geen oproep tot
verzoening of tot bruggen slaan worden gedaan. Daarvoor moet de
hand aan de ploeg worden geslagen. Daarvoor moet worden gewerkt.
Daarvoor moet iemand ideeën, moed en visie hebben, de moed van
de overtuiging om er iets aan te doen.
Mevrouw de minister, mevrouw de staatssecretaris, collega's, als de
regering een sociaal overleg wil dat lukt, als de regering wenst dat de
eindeloopbaan een loopbaandiscussie wordt met aandacht voor de
zaken die moeten worden bijgestuurd op het einde van de loopbaan
en als de regering de sociale zekerheid en ons sociaal bestel over
2005 en 2010 wil tillen zonder dat overdreven lasten worden gelegd
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
16
op onze economie en onze arbeid, waardoor ze verder worden
vernietigd, dan moeten geen nieuwjaarsbrieven worden geschreven.
Dan is het werken, werken, werken aan werk. Dat is wat op dit
ogenblik - laten we het nog maar eens in volle scherpte zeggen -
747.500 werkzoekenden vragen. Zij hebben geen nieuwjaarsbrief met
glittertjes, roosjes of wat dan ook nodig. Zij hebben een regering
nodig. Zij hebben een eerste minister nodig die niet alleen voor de
verkiezingen verklaart dat hij werk zoekt, maar aan werk werkt voor
elkeen van die 750.000 werkzoekenden. Zij vragen u vandaag geen
nieuwjaarsbrieven maar werk. Ik ben blij dat ik hier namens hen mede
de vertolker daarvan mag zijn.
Als er werk wordt gemaakt van werk, als er wordt gezorgd voor een
loopbaan waardoor mensen beter en langer kunnen werken, als er
echt wordt gesproken over een andere financiering van de sociale
zekerheid, als dat werkelijk zo is, dan zal u in CD&V een constructieve
oppositievoerder vinden. Wij willen - heel graag zelfs - daaraan
meewerken, maar dan wel op een andere manier dan wat wij het
voorbije jaar - van Objectief 200.000 tot de "onnozelheid" van de
nieuwjaarsbrief - hebben gehoord van de regering.
De voorzitter: Mevrouw D'hondt, u beperkte uw uiteenzetting tot twintig minuten, wat veel bondiger bleek te
zijn dan uw goede uiteenzetting van vorige week.
01.08 Zoé Genot (ECOLO): Monsieur le président, pour une fois,
nous débattons d'un sujet brûlant de l'actualité. En effet, 50.000
personnes défilaient hier dans les rues à cause du malaise sur le
marché du travail: absence d'emploi, emploi de mauvaise qualité,
peur de perdre son emploi. On le sent, la situation est tendue.
Quand le nouveau gouvernement violet est arrivé, il nous avait
annoncé la création de 200.000 emplois. Nous aurons eu 50.000
manifestants. On n'avait plus vu une telle manifestation depuis 1993,
contre le plan global. On ne peut pas dire que ce soit un bilan
excessivement brillant. Mais on ne peut pas dire non plus que le
climat était particulièrement propice à un accord interprofessionnel.
Dans la déclaration gouvernementale, M. Verhofstadt demandait aux
partenaires sociaux de conclure un accord interprofessionnel en vue
de renforcer la compétitivité. Les données étaient donc déjà biaisées
au départ! On ne conclut pas un accord interprofessionnel pour
renforcer la compétitivité! Quand on conclut un accord
interprofessionnel, il est normal que les motivations soient différentes
dans le chef des deux partenaires mais l'objectif commun doit être de
créer de l'emploi! Or, la création d'emplois est une grande absente de
cette note! Je n'y ai pas lu grand-chose à ce sujet.
Pourtant, c'est bien ce dont notre société a besoin: création d'emplois
et partage des richesses! L'emploi est aussi une façon de partager la
richesse. A l'heure actuelle, que se passe-t-il? La Belgique est un
pays qui se porte bien; la Belgique est un pays riche mais cette
richesse est mal redistribuée. La part attribuée aux salaires et à la
sécurité sociale est de plus en plus réduite. Les défis principaux que
sont le partage de la richesse et la création d'emplois sont absents de
cette note et je le regrette.
J'ai également quelques questions sur des points précis au sujet
desquels nous n'avons pas eu l'occasion de discuter en commission.
01.08 Zoé Genot (ECOLO): Er
heerst een aanhoudende malaise
in de arbeidswereld. In zijn
regeringsverklaring had de eerste
minister ons 200.000 nieuwe
banen beloofd en gisteren hebben
50.000 mensen in de straten van
Brussel betoogd. In uw
beleidsnota rept u met geen woord
over het scheppen van nieuwe
banen en evenmin over de
verdeling van de rijkdom, terwijl
dat net de uitdagingen zijn
waarvoor wij staan.
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
17
Le président: C'est exact. Il fallait faire le choix d'adresser la question au ministre des Finances ou au
ministre des Affaires sociales.
01.09 Zoé Genot (ECOLO): Il est important d'obtenir des
clarifications sur certains aspects.
Par exemple, dans l'accord interprofessionnel de l'année dernière
comme dans d'autres accords interprofessionnels , diverses
dispositions avaient été prévues pour augmenter les moyens en
faveur de la formation, qui était un des volets importants de ces
accords. Le Conseil national du travail (CNT) a évalué l'effort fait en la
matière et a bien dû constater qu'il n'avait pas été suffisant. Pourtant,
comme beaucoup d'autres, je suis convaincue qu'il faut investir dans
ce domaine. Le CNT a décidé d'appliquer de nouvelles techniques
d'évaluation et de contrôle. Madame la ministre, j'aurais voulu vous
entendre à ce sujet. Quelles seront les mesures prises pour tenter
d'atteindre les objectifs fixés en matière de formation dans l'accord
interprofessionnel? C'est dans l'intérêt de tous les partenaires mais un
petit coup de pouce est nécessaire en matière d'inspection et de
contrôle.
Par ailleurs, je me félicite qu'on parle à nouveau de réduction du
temps de travail, de partage du temps de travail.
En effet, des leaders syndicaux courageux reviennent avec ce mot
d'ordre important. Jusqu'à aujourd'hui, avec la réduction des
cotisations ou autres, on ne crée pas de l'emploi; au contraire,
l'emploi diminue et le chômage augmente. La réduction du temps de
travail permettrait à un plus grand nombre de personnes de participer
au marché du travail, tout en faisant en sorte que les autres disposent
d'un peu plus de temps et aient des conditions de vie un peu plus
décentes. Au moment où seules les heures supplémentaires ont le
droit de cité, je trouve que relancer ce débat sur la réduction du temps
de travail est courageux et nécessaire.
Examinons d'un peu plus près le budget 2005 que vous nous
proposez. Que constate-t-on? Pour la deuxième année consécutive,
le budget du SPF Emploi, Travail et Concertation est raboté. En 2003,
on avait un budget de 602 millions d'euros; en 2004, on passe à 586
millions d'euros et en 2005 à 584 millions d'euros, sans tenir compte
de l'indexation. On note ainsi une diminution des frais d'étude, de
fonctionnement et même de personnel dans certains départements.
Soit, ces départements n'avaient pas besoin d'être revalorisés; soit, il
est indispensable que vous nous expliquiez sur la base de quelles
évaluations vous avez décidé de procéder à ces diminutions. Par
exemple, ce qui m'interpelle, c'est de lire que le budget du personnel
de la Direction générale des relations individuelles de travail, qui
s'occupe des réductions de travail individuelles, des restructurations,
du respect de l'application de la loi Renault, notamment, passe de
1.135.000 à 909.000. Cette diminution indique très clairement une
contraction au niveau du personnel. Madame la ministre, pouvez-vous
me dire comment ce département va pouvoir continuer à travailler?
Passons maintenant aux points importants. Tout d'abord, le chômage.
Le chômage n'a cessé d'augmenter ces dernières années. On relève
une augmentation de 44.700 personnes en 2003, de 33.600
personnes en 2004 et, pour 2005, un accroissement de 22.000
personnes est prévu. Même après avoir retiré des statistiques les
01.09 Zoé Genot (ECOLO): Ik
zou ook nog enkele precieze
vragen willen stellen, onder meer
met betrekking tot het centraal
akkoord van vorig jaar. Het
bevatte maatregelen met
betrekking tot de opleiding.
Werden de vooropgestelde
doelstellingen gehaald?
Het verheugt mij dat men het
opnieuw heeft over
werktijdverkorting, waardoor het
werk zou kunnen worden
herverdeeld. Men stelt tevens vast
dat de begroting van de FOD
Werkgelegenheid de jongste twee
jaar werd teruggeschroefd. Hoe
verklaart u dat, als men weet dat
de werkloosheid toeneemt?
U heeft verklaard: "in drie fasen,
tegen 2007, zullen alle werklozen
in de arbeidsmarkt worden
geïntegreerd", maar dat vind ik
een optimistische boodschap.
Maakt u van de uitsluiting een
integratie? Ten slotte heeft u het
ook over de aanvullende
opleidingen, maar weet u dat men
in het Brussels Gewest een jaar
moet wachten om toegang tot een
opleiding te krijgen?
U heeft een Vlaamse en ietwat
wereldvreemde kijk op de
toestand.
U wil de werkloosheidsuitkeringen
schrappen voor wie van kwade wil
is. Welke objectieve criteria zal
men hanteren om die kwade wil te
meten? Een inschrijving in een
uitzendkantoor is in uw ogen
positief, maar er zijn al zoveel
laaggeschoolde werklozen
ingeschreven, dat die kantoren
weigeren er nog nieuwe in te
schrijven. Ik ben blij met uw
voorstel om die maatregelen
voortdurend te evalueren.
Wanneer zal dat voor het eerst
gebeuren?
Op zich is het misschien een goed
idee om ouderen zo lang mogelijk
aan het werk te houden, maar niet
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
18
chômeurs âgés et les personnes relevant des ALE, on constate, pour
la troisième année consécutive, une importante augmentation du
chômage. Or, quand on lit la justification du budget, on voit, par
exemple, que le budget relatif aux programmes régionaux de remise
au travail stagne. Pourquoi cette décision quand on sait qu'une
stagnation du budget correspond, en fait, à une diminution? En effet,
pour avoir un budget stable, il faut, au minimum, une augmentation
équivalente à l'indexation. Cette situation m'étonne.
J'en viens à une partie de la note qui a suscité mon mécontentement.
J'ai vérifié la version en néerlandais car je me disais que la version
française était peut-être mal rédigée; ce n'était pas le cas puisque les
textes concordent. Je trouve que la ministre est très optimiste et fait
presque preuve d'indécence lorsqu'elle écrit: "En trois phases, d'ici à
2007, tous les chômeurs seront intégrés dans le marché du travail".
Madame la ministre, je ne l'ai pas inventé, c'est vous qui l'avez écrit
dans l'introduction de votre note! Chasser les chômeurs et appeler
cela de l'intégration dans le marché du travail, c'est vraiment
choquant et totalement inadmissible!
Vous poursuivez en disant que le but n'est pas d'exclure, qu'il est
normal que des chômeurs se découragent et que l'ONEM leur viendra
en aide. Ne mélangeons pas les choses! Les Régions accompagnent,
l'ONEM vérifie si l'on recherche de manière incessante un emploi.
Dire le contraire, c'est clairement, et à dessein, embrouiller les gens,
ce que je trouve inacceptable.
Vous dites encore un peu plus loin: "Il s'avère nécessaire pour
certains de suivre une formation complémentaire et, pour d'autres, de
les inciter à chercher dans un autre secteur." D'accord. Mais
connaissez-vous la situation dans les régions les plus touchées par le
chômage? En Région bruxelloise, on fait la file sur le trottoir pour
pouvoir bénéficier d'une formation. Toutes les formations de qualité
sont complètes. Il faut parfois attendre plus d'un an pour pouvoir
suivre une formation. Ainsi, par exemple, les formations en
néerlandais sont rationnées et ne sont proposées qu'aux personnes
qui ont déjà quasi trouvé du travail. Il n'existe plus de formations. Le
budget va être légèrement augmenté mais il faut savoir que Bruxelles
compte 25.000 jeunes chômeurs. Il n'est pas possible de les
accompagner tous, même si on décidait de "virer" toutes les
personnes âgées. Cette situation est, selon moi, assez désagréable.
Vous parlez d'autres secteurs vers lesquels les chômeurs peu
qualifiés pourraient être réorientés. Citez-les! Je connais des
chômeurs peu qualifiés et je serais enchantée de leur indiquer les
secteurs qui "manquent de bras". En Région bruxelloise, certains
bureaux d'intérim refusent d'inscrire les chômeurs non qualifiés car ils
ont un "stock" de personnes trop important. Il n'y a pas assez de
travail en Région bruxelloise. Le fait de ne pas tenir compte de ce
facteur dans votre note indique vraiment une vision flamande de cette
problématique, vision qui ne correspond pas à la réalité.
Un peu plus loin, le discours devient à la limite naïf ou cruel. Je cite:
"Mais celui qui fait preuve de mauvaise volonté doit accepter la
suppression de ses allocations". Je voudrais savoir quel est le critère
objectif pour mesurer la qualité de la volonté des gens. Ce genre
d'expression n'a pas, selon moi, sa place dans un discours politique.
ten koste van een hele generatie
jongeren, die hun kans op een
beroepsinschakeling voorgoed
zien voorbijgaan. Het beleid moet
meer rekening houden met de
bestaande verschillen in ons land.
Wat bedoelt u juist met "een
aanpassing van de
beschikbaarheidsregels voor
oudere werknemers"?
Ik sta achter alle zinvolle
maatregelen die u aanbeveelt, en
achter de 5000 nieuwe jobs van de
sociale maribel. Maar dat zijn er
niet genoeg, er moeten meer
nieuwe jobs komen.
Voor de 'jacht op de werklozen'
werden 120 inspecteurs
aangesteld, die met een
eufemistische uitdrukking
'facilitators' worden genoemd. Het
is belangrijk dat de
arbeidsomstandigheden, het
welzijn op het werk, het zwartwerk
enz. worden gecontroleerd. U
kondigt de aanstelling van 20
inspecteurs en 54 controleurs aan,
dat is goed, maar waar komt het
geld vandaan om ze te betalen?
Met de uitbreiding van de
Europese Unie zijn er veel
werknemers uit het Oostblok
beschikbaar. Het is belangrijk dat
de informatie duidelijk is opdat ze
de arbeidsvoorwaarden zouden
genieten die in België van
toepassing zijn.
De richtlijn-Bolkestein over de
liberalisering van de diensten
vordert snel en de ondernemingen
die zich bij ons komen vestigen
zullen dat kunnen doen onder de
voorwaarden die in hun land van
oorsprong van toepassing zijn. Dat
zou "het begin van het einde" van
de sociale rechten kunnen
betekenen. Er heerst onrust in
verschillende sectoren.
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
19
Les critères doivent être clairs. Je suis donc assez inquiète lorsque je
vois que le fait d'être inscrit dans une agence d'intérim est considéré
comme positif. Je vous répète que dans le centre de Bruxelles, les
agences d'intérim refusent d'inscrire les chômeurs non qualifiés car il
sont déjà trop nombreux.
Vous terminez cependant sur une note d'espoir puisque vous dites
que cette mesure sera évaluée et éventuellement corrigée. C'est là un
aspect des choses qui m'intéresse. Vous parlez d'une évaluation
permanente et d'une évaluation tous les six mois. Quand auront lieu
les prochaines évaluations? Quand pourrons-nous rediscuter de ce
fameux plan de chasse aux chômeurs?
J'en arrive maintenant à la problématique des travailleurs âgés. "Il est
d'une importante capitale", dites-vous, "de garder les gens actifs plus
longtemps". D'où vient ce postulat? Pour ma part, je suis tout à fait
d'accord de garder les travailleurs âgés plus longtemps sur le marché
du travail, mais seulement quand on aura permis à d'autres
catégories de s'y intégrer. Actuellement, les jeunes, les personnes les
plus discriminées, les personnes d'origine étrangère, les handicapés
n'arrivent pas à s'insérer sur le marché du travail. Dès lors, ne devrait-
on pas plutôt tenter d'insérer d'abord ces catégories? Comme on a pu
le voir, le "plan emploi" de la dernière législature n'a pas permis
d'intégrer un plus grand nombre de jeunes sur le marché du travail.
Nous devons réfléchir à cet aspect des choses avant de demander
aux travailleurs âgés de rester plus longtemps sur le marché du
travail. La problématique des travailleurs âgés ne doit pas être notre
seule préoccupation. Nous sommes en train de sacrifier une
génération qui ne parviendra plus à s'intégrer sur le marché du travail,
ce qui est inacceptable. Je sais qu'en Flandre, les chômeurs âgés
sont plus nombreux que les jeunes chômeurs. Cela ne doit pas être
pour autant le seul axe de travail. Je souhaiterais donc vraiment que
vous preniez en compte la diversité du pays et des situations en cette
matière.
Vous évoquez, en ce qui concerne les chômeurs âgés, une
adaptation des règles de disponibilité sur le marché du travail. Qu'est-
ce que cela signifie? J'aimerais vous entendre à ce sujet
Toute une série de bonnes idées apparaissent par contre dans cette
partie qui, je l'espère, pourra avancer rapidement. Par exemple, un
employeur qui fait l'effort d'engager un travailleur plus âgé ne devra
pas supporter seul les frais de sortie; un chômeur âgé qui accepte un
travail ne sera pas pénalisé au niveau de sa retraite, c'est primordial,
on en parle depuis des années; une série de droits acquis seront
préservés même après avoir retrouvé un emploi. Toutes ces idées
vont dans le bon sens et doivent avancer plus vite.
Un autre point positif concerne les 5.000 emplois supplémentaires du
Maribel social. On le sait, il s'agit de secteurs particulièrement
importants. Néanmoins, cela reste très insuffisant puisqu'en termes
de création d'emplois, c'est un des seuls chiffres cités. C'est toutefois
plus intéressant que de lancer des chiffres comme les 200.000
emplois de M. Verhofstadt. J'aimerais qu'on se fixe néanmoins
quelques objectifs en matière de création d'emplois car se limiter à ce
seul Maribel social me paraît assez faible.
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
20
Je voudrais aborder maintenant l'aspect des inspections. Quand une
véritable volonté politique est présente, on engage des inspecteurs
pour la chasse aux chômeurs. En un an, on a engagé 120 inspecteurs
ONEM, gentiment dénommés des "facilitateurs". Je pense qu'il est
nécessaire d'avancer au niveau de toutes les autres inspections: bien-
être, travail au noir, c'est primordial! Et vous êtes d'accord sur ce point
puisque vous nous annoncez l'engagement de 54 contrôleurs et de 20
inspecteurs. C'est une excellente décision. Par contre, dans le
budget, que j'ai lu très attentivement, je ne vois pas où sont les fonds
pour engager ces fameux 54 contrôleurs et 20 inspecteurs. Je
voudrais connaître les lignes budgétaires qui seront affectées à ces
engagements car je n'ai pas pu les identifier. Il est important de
renforcer ce secteur. En effet, d'après la pyramide des âges dont on a
déjà parlé, beaucoup de ces inspecteurs âgés vont peu à peu quitter
ce service. Il est donc urgent de lancer des jeunes dans le circuit et
de les former pour remplacer progressivement ces travailleurs.
C'est très important car, en raison de l'élargissement européen, de
plus en plus d'entreprises étrangères détachent des travailleurs en
Belgique et elles doivent dès lors être contrôlées. Il faut donc investir
dans ce secteur ainsi que dans l'échange international d'informations
en matière de sécurité sociale. On le voit dans nos rues: énormément
de travailleurs viennent de l'Est et je pense qu'il est normal de
contrôler s'ils travaillent dans le respect des règles en vigueur en
Belgique. D'autant plus et j'apprécie votre position dans ce domaine
que la directive Bolkestein sur la libéralisation des services avance
vite, les discussions au Parlement européen ayant commencé. Cette
directive prévoit que toute entreprise peut venir s'installer en Belgique
en appliquant les conditions sociales de son pays d'origine.
Cette directive est particulièrement inquiétante. J'espère que vous
continuerez à mettre sous pression votre collègue des Affaires
économiques en charge de ce dossier. En effet, comme on l'a dit lors
d'autres discussions, les droits sociaux, les droits acquis pourraient
vraiment être mis à mal par ce projet. Même les secteurs patronaux,
dans le domaine du nettoyage par exemple, s'inquiètent et se
demandent comment ils pourront faire face à cette concurrence. En
général, leur seule possibilité est de s'adapter et d'installer leur siège
dans des pays offrant des conditions sociales et environnementales
bien moindres. Il me paraît primordial de ne pas accepter ce principe
du pays d'origine car il favoriserait le détricotement total de nos lois
sociales.
De voorzitter: Ik stel voor om nu te luisteren naar mevrouw Turtelboom, Mme Van Lombeek, mevrouw
Lanjri et M. Drèze.
Je crois qu'on peut commencer le secteur Affaires Sociales ce matin. Je conseille à M. Jean-Marc Delizée,
qui me remplacera, d'aller jusqu'à 13.15 heures.
Mevrouw D'hondt, u komt ook nog spreken over Sociale Zaken vanmorgen? Ik zal de heer Demotte en
mevrouw Mandaila laten roepen.
01.10 Annemie Turtelboom (VLD): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de staatssecretaris, beste collega's, welke weg moet ons
arbeidsmarktbeleid de komende jaren afleggen? Al te vaak krijgen
politici het verwijt te denken op te korte termijn. Nochtans is vandaag
iedereen het erover eens dat ons land en onze economie op een
scharniermoment zijn gekomen. Uitdagingen als de vergrijzing, de
01.10 Annemie Turtelboom
(VLD): La politique de l'emploi à
court terme est souvent critiquée
alors que notre pays aborde
pourtant un moment charnière.
Nous sommes confrontés aux
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
21
overstap naar een kenniseconomie, te dure arbeid, een te rigide
arbeidsmarkt en te weinig permanente bijscholing sluimeren al een
hele tijd, maar worden op dit moment wel heel acuut. In de commissie
Vergrijzing hebben wij wel gepraat over langetermijndoelstellingen. Ik
meen dat wij deze teksten niet verticaal mogen klasseren, maar
daarop kom ik straks nog even terug.
Onze arbeid was te duur en is dat nog steeds. Sinds een aantal jaren
proberen de opeenvolgende regeringen in de mate van het budgettair
haalbare te streven naar een loonkostenverlaging. De regeringen-
Dehaene hebben bescheiden inspanningen gedaan op dat vlak, maar
deze regering heeft ons wel binnengeloodst in de Europese Monetaire
Unie. Sinds 1996 werd de loonnorm ingevoerd, zodat de ontwikkeling
van de loonkosten geen excessen zou vertonen. Sinds het aantreden
van paars-groen in 1999 werd de loonkostenverlaging belangrijker.
De eerste loonkostenverlaging, gemiddeld 32.000 frank per
werknemer, was een gevoelige inspanning die ofschoon het de
bedoeling was volgens het regeerakkoord niet kon herhaald worden
tijdens het derde jaar van de legislatuur, door de plotse economische
ommekeer. Niettemin zet de regering intussen de loonkostenverlaging
voort, maar op een meer selectieve manier.
Deze regering is er ook in geslaagd om het onoverzichtelijk kluwen
van banenplannen te vereenvoudigen tot een structurele
loonkostenverlaging en een vijftal extra selectieve verlagingen.
Bovendien werden de bedragen voor loonkostenverlaging lichtjes
verhoogd. Daarnaast werd en wordt er werk gemaakt van de
financiële werkloosheidsvallen, de uitbouw van dienstencheques en
de sociale economie. Binnen het budgettair haalbare werd de
problematiek van de loonkostenverlaging aangepakt als eerste en
noodzakelijke voorwaarde om onze concurrentiepositie binnen
aanvaardbare perken te houden.
Moeten wij het nu nog beter doen? Moeten wij nog meer doen? Ja.
Dat is geen kwestie van willen, maar het is een probleem van niet of
onvoldoende kunnen. De ruimte is en blijft nu eenmaal beperkt en de
wil om drastisch in te grijpen, door bijvoorbeeld de afschaffing van de
indexering van de lonen, is er begrijpelijkerwijze niet. Strikt
noodzakelijk hoeft het ook niet, op voorwaarde dat wij creatief
nadenken om de problemen die onze concurrentiepositie in het
gedrang brengen op een andere manier aan te pakken.
Gegeven het feit dat de loonkostenverlaging op een weliswaar
belangrijke, maar nog steeds ontoereikende manier wordt
doorgevoerd en systematisch versterkt, blijft dit land kampen met een
loonkostenhandicap ten aanzien van de buurlanden.
Het is echter een loonkostenhandicap die overbrugbaar kan zijn als
we onze concurrentiepositie op een andere manier zouden
verstevigen. Het middel daartoe lijkt mij een grotere flexibilisering van
onze arbeidsmarkt. Dit betekent geen ongebreidelde flexibiliteit
waarbij de werknemers, zoals in het tijdperk van priester Daens,
worden overgeleverd aan de grillen van werkgevers. Dergelijke
schrikbeelden worden graag geschetst door conservatieve mensen of
instanties die tot doel hebben elke verandering af te blokken.
Vanzelfsprekend beseffen zowel werknemers als werkgevers en hun
organisaties dat de economische constellatie verandert en dat hun
défis du vieillissement, du passage
à une économie de la
connaissance, du coût du travail
excessif, d'un marché trop rigide
et du manque de formation
permanente.
En Belgique, le travail reste trop
coûteux. Le gouvernement
Dehaene avait amorcé un
mouvement de réduction des
charges salariales et nous a fait
entrer dans l'UEM. En 1996, la
norme salariale a été introduite, et
depuis la coalition arc-en-ciel, la
réduction des coûts salariaux
gagne en importance. Elle a été
rendue plus sélective et
structurelle, les montants ont été
légèrement augmentés,
l'enchevêtrement des plans
d'emploi a été simplifié, les pièges
financiers à l'emploi ont été
atténués, et on s'occupe des
titres-services et de l'économie
sociale.
Peut-on encore faire mieux?
Certainement, bien que la marge
de manoeuvre soit limitée et qu'il
n'y ait pas la volonté d'intervenir
énergiquement en supprimant
l'indexation des salaires. Même
après leur réduction systématique,
les coûts salariaux restent un
handicap par rapport à ceux de
nos voisins. Il ne peut être
remédié à ce handicap qu'en
renforçant notre compétitivité par
une flexibilité accrue, mais pas
effrénée, sur le marché du travail.
Les travailleurs et les employeurs
se rendent compte que le paysage
économique est en mutation et
que le marché de l'emploi doit
également s'adapter. La flexibilité
est indispensable pour dynamiser
le fonctionnement du marché de
l'emploi et maintenir parallèlement
la productivité à niveau. Le coût
des heures supplémentaires doit
rester raisonnable afin que le
marché puisse réagir aux
fluctuations de l'offre et de la
demande. Ceux qui plaident pour
la diminution du temps de travail
se cabrent généralement lorsque
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
22
macht en impact in het gedrang dreigen te komen. Heeft er ooit al
iemand gezegd dat het gemakkelijk zou zijn onze arbeidsmarkt te
veranderen?
Flexibilisering zou wel eens het noodzakelijk ingrediënt kunnen zijn
om de werking van de arbeidsmarkt te dynamiseren en onze
productiviteit op peil te houden. Ik hoef hier dan ook niet het discours
over de nood aan betaalbare overuren te herhalen. Intussen heeft elk
redelijk mens wel begrepen dat een soepeler systeem van overuren
voor sommige ondernemingen een mogelijkheid, en dus niet een
plicht, kan betekenen om beter te kunnen inspelen op
marktopportuniteiten, last-minuteorders of schoksgewijze toename
van de productiviteit. Voorstanders van arbeidsduurvermindering
steigeren bij het woord overuren. Ook daar is men het ondertussen
erover eens dat een lineaire arbeidsduurvermindering zich niet
vertaalt in een evenredige toename van het aantal jobs. Deeltijdse
jobs daarentegen zijn wel een zegen en kunnen bovendien bijdragen
tot een verhoging van de werkgelegenheidsgraad in dit land, nog altijd
een van onze zwakste punten.
Voorzitter: Jean-Marc Delizée, premier vice-président.
Président: Jean-Marc Delizée, eerste ondervoorzitter.
Alvorens het te hebben over het presteren van overuren, iets wat voor
bedrijven sowieso uit noodzaak gebeurt wegens de hogere kostprijs,
kan een andere organisatie van de arbeidstijd al veel soelaas
brengen. Een annualisering van de arbeidstijd op bedrijfsniveau die
vasthoudt aan de 38 uren per week als gemiddelde, maar die in een
fluctuatie voorziet van 34 tot 42 uren per week, kan ongetwijfeld veel
problemen oplossen. Men zegt wel eens dat de werknemers hiervan
het slachtoffer zullen zijn. Zij zullen immers moeten werken als het de
baas uitkomt en dat gaat dan ten koste van het gezinsleven. Dit is een
veelgehoorde kritiek. Vreemd, want men moet weten dat de periodes
waarin men meer werkt per definitie worden gecompenseerd door
periodes waarin men minder werkt, vermits het gemiddelde 38 uren
blijft. Bovendien hoort men niemand een dergelijk argument
gebruiken voor mensen die vrijwillig na hun uren - en dan nog soms in
het zwart - bijklussen en bijgevolg ook niet bij hun gezin zijn.
l'on
parle d'heures
supplémentaires, mais une
réduction linéaire du temps de
travail ne va pas de pair avec une
augmentation proportionnelle de
l'emploi. Les emplois à temps
partiel contribuent par contre à un
taux d'emploi plus élevé.
Une autre organisation du temps
de travail pourrait résoudre
partiellement le problème: une
durée de travail moyenne de 38
heures par semaine, avec la
possibilité de fluctuations entre 34
et 42 heures. Etant donné que les
périodes de travail sont
compensées par des périodes
plus calmes et que la moyenne est
toujours de 38 heures, les
travailleurs ne verront pas moins
leur famille qu'avant. Notre objectif
n'est certainement pas de prendre
des mesures qui détériorent la
situation des travailleurs, mais
chacun doit se rendre compte que
le concept du travail est
susceptible de changer avec le
temps. L'évolution du travail
intérimaire en a déjà apporté la
preuve. Le travail intérimaire offre
aujourd'hui de réelles possibilités
pour les professions connaissant
une pénurie, les personnes peu
qualifiées et les allochtones.
Il convient d'actualiser la loi du 24
juin 1987.
Voor alle duidelijkheid, het is niet onze bedoeling alleen maatregelen
voor te stellen die de positie van de werknemer zouden verslechteren.
Werken is nu echter eenmaal een concept dat verandert in de tijd. Zo
werd bijvoorbeeld uitzendarbeid vroeger vooral aanzien als iets voor
losers en voor hopeloze gevallen die geen job vonden. Nu is dit
uitgegroeid tot het belangrijkste instroommechanisme op de
arbeidsmarkt en opent het heel wat mogelijkheden voor
knelpuntberoepen, allochtonen, laaggeschoolden of ouderen om
aansluiting te vinden op de arbeidsmarkt.
Ik meen dat het dan ook tijd wordt dat we nadenken over een
actualisering van de wet van 24 juni 1987, die op haar beurt niet meer
is dan een lichte aanpassing van de eerste wetgeving over
uitzendarbeid, die in 1978 het licht zag.
Een tweede voorbeeld van een veranderd concept inzake werken, is
het thuiswerken. Vroeger was dat een fenomeen dat vooral in de
secundaire of zelfs de primaire sector plaatsvond. Vandaag gaat het
over werknemers in de tertiaire sector, over het werken met
À l'heure actuelle, le télétravail a
trait au secteur tertiaire, au
problème de mobilité et à la
combinaison de la vie familiale et
de la vie professionnelle. Nous
devons combler des lacunes de la
législation du travail pour organiser
le télétravail ou le travail par liaison
satellite sur une base volontaire.
Contrairement à ce qui se passait
auparavant, les travailleurs
demandent aujourd'hui également
que le travail soit flexible, ce qui
peut contribuer à améliorer la
compétitivité et la stabilité des
emplois.
Dans un article du journal De
Standaard du 14 décembre, on
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
23
telematica, over een bijdrage leveren aan de oplossing van het
immense mobiliteitsprobleem, over de combinatie van gezin en arbeid
en dergelijke meer.
Is het dan zonde eindelijk komaf te maken met de hiaten in het ARAB,
in de wet op het welzijn op het werk en op de arbeidsongevallen en
dergelijke meer, om het mogelijk te maken dat werknemers op
vrijwillige basis - ik onderstreep dat - en voor de jobs waarvoor het
mogelijk is, deeltijds thuiswerken of op een satellietlocatie werken.
Het zijn maar enkele voorbeelden, die aantonen hoe groot de nood
aan flexibilisering van onze arbeidsmarkt is, maar met dit verschil in
vergelijking met pakweg 150 jaar geleden dat vandaag ook veel
werknemers vragende partij zijn voor flexibilisering.
Au fond mogen wij niet vergeten dat flexibilisering een krachtige
bijdrage kan leveren tot het behoud of de versteviging van onze
concurrentiepositie en dus ook tot het behoud van onze welvaart. Ik
meen dat dat precies de grote bekommernis moet zijn van zowel
werkgevers- als werknemersorganisaties.
In De Standaard van 14 december jongstleden heeft Guy Tegenbos
het treffend beschreven. Ik citeer: "De levende krachten van onze
samenleving zo noemden de werkgeversorganisaties en de
vakbonden zich ooit. De politiek was de bovenbouw, zij de
onderbouw. Zij waren de tolken, de leiders, van diegenen die de
rijkdom creëerden, waarop de politiek haar beleid kon enten. De
sociale partners zorgden voor een toenemende productiviteit, die een
stabiele economische groei mogelijk maakte en die groei schraagde
op zijn beurt de voortdurende sociale vooruitgang". Tot daar het citaat.
Ik vraag mij dan ook af of het toeval is dat Guy Tegenbos zijn tekst in
de onvoltooid verleden tijd heeft geschreven. De toestand die hij
schetst, is inderdaad niet meer altijd de toestand van vandaag. Hij
besluit dan ook met te zeggen: "De levende krachten van gisteren
liggen vandaag in een coma". Dat is eigenlijk heel jammer, want ik
meen dat wij allemaal, als politici, er sterk vragende partij voor zijn dat
uit het sociaal overleg een goed akkoord voortkomt, een akkoord dat
gedragen wordt door alle partijen die de arbeidsmarkt meer vorm
geven.
pouvait lire que les syndicats et les
employeurs se qualifiaient
auparavant de forces vives. Est-ce
par hasard que cet article est
rédigé à l'imparfait? Selon cet
article, les forces vives sont
aujourd'hui dans le coma. C'est
dommage, car nous souhaitons
tous qu'un accord social équilibré
soit rapidement conclu.
De voorzitter: Mevrouw Turtelboom, mevrouw D'hondt wenst op dat punt te interveniëren.
01.11 Greta D'hondt (CD&V): Mevrouw Turtelboom, weet u hoe de
meeste mensen in een coma geraken? Doordat zij een klop krijgen
van een ander. Wanneer het sociaal overleg in een coma ligt, is het
omdat het een klop gekregen heeft van de regering, waar het nog
altijd niet overheen is.
01.11 Greta D'hondt (CD&V): En
général, on tombe dans le coma
parce qu'on a reçu un coup. En
l'occurrence, le coup a été porté
par le gouvernement.
01.12 Annemie Turtelboom (VLD): Dat is natuurlijk het discours dat
u hier daarnet gebracht hebt. Wat ik wil zeggen is: eigenlijk moet het
sociale overleg tot goede akkoorden komen als er bij wijze van
spreken incentives zoals extra geld en extra jobs, te verdelen zijn.
Wanneer men zijn verantwoordelijkheid wil nemen in een bepaald
arbeidsmarktbeleid, moet men er ook voor zorgen dat men op
momenten dat het moeilijker gaat ik ontken niet dat het nu
moeilijker is , toch tot bepaalde akkoorden en moedige beslissingen
komt. Ik wil daarmee niet zeggen dat wij als politici niet moedig
zouden moeten zijn en dat wij niet er op alle manieren voor zouden
01.12 Annemie Turtelboom
(VLD): La concertation doit
déboucher sur un bon accord
social même si les conditions sont
difficiles. Il est impensable de ne
pas conclure d'accords sous le
prétexte qu'il n'y a pas de moyens
à distribuer. Les partenaires
sociaux revendiquent à juste titre
leur rôle dans le processus de
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
24
moeten zorgen dat er een goed sociaal overleg is. Het is al te
gemakkelijk om te zeggen: er zijn geen extra middelen te verdelen,
dus kan men eigenlijk niet tot een goed sociaal overleg komen.
De heer Tegenbos parafraserend, hoop ik dat de levende krachten
van toen stilaan uit hun coma zullen ontwaken. Ik hoop dat het dan
niet alleen is om op straat te komen, maar ook met de ambitie het tij
te doen keren
De sociale partners eisen hun rol op in het politieke
besluitvormingsproces en, zoals ik daarjuist al gezegd heb, terecht.
Wie een rol opeist, creëert ook verwachtingen en engageert zich ook
meteen om verantwoordelijkheid te nemen. Dat betekent beslissingen
nemen en, zoals ik daarjuist al zei, zijn dat populaire beslissingen en
soms zijn dat ook minder populaire beslissingen. Welnu, de sociale
partners hebben op dit ogenblik een verantwoordelijkheid en het enige
wat wij van hen vragen is om die dan ook te nemen nu het moeilijk is.
Uiteraard moeten wij daar vanuit de politiek alle mogelijke
ondersteuning aan geven. Daarvan zegt Evelyne Hens in "De Tijd"
van 13 december: "De regering staat erbij en kijkt ernaar, ze heeft
geen budget om de sociale vrede af te kopen. Een mislukt sociaal
overleg, uitgerekend op één van de cruciale momenten voor de
economische toestand van dit land zal ongetwijfeld de slagkracht van
ons sociaal overlegmodel in vraag stellen". Zo zei ook Tony
Vandeputte ik weet het, ik citeer nogal een beetje, het is niet om
mijn betoog meer gewicht te geven maar om toch maar te zeggen dat
er heel wat mensen in die richting denken op een bepaald moment
in een krantenartikel: "Het overleg is niet bij machte om grote
problemen zoals het behoud of het herstel van de concurrentiepositie,
de problematiek van het loopbaaneinde, de hervorming van de
sociale zekerheid of de modernisering van de arbeidsmarkt aan te
pakken. Wel is het bruikbaar voor lopende zaken". Nu besef ik ook
wel zeer goed dat Tony Vandeputte dat niet zou gezegd hebben
moest hij nog mee aan de onderhandelingstafel zitten, maar ik denk
dat ik toch ook mag zeggen dat dit waarschijnlijk één van zijn
frustraties of conclusies is nadat hij zoveel jaren mee de dienst heeft
uitgemaakt.
Ook de werknemerskant zegt op een bepaald ogenblik ik wil niet
alleen mensen citeren van werkgeverskant, maar ook van
werknemerskant dat het heel moeilijk zal zijn om een debat over het
einde van de loopbaan te voeren - de dertig punten die de regering
hier voorgesteld heeft in haar beleidsverklaring en waarover men in
het voorjaar moet debatteren als we nu niet tot een goed sociaal
akkoord komen. Men moet nu niet denken dat wij dat als VLD graag
horen, uiteraard niet. Integendeel, ons pleidooi gaat eigenlijk precies
over het omgekeerde. Neem uw verantwoordelijkheid want uiteindelijk
zijn de beste maatregelen die genomen worden de maatregelen die
heel goed gedragen zijn op de arbeidsmarkt.
Ik wil hier echter toch nog één klein voorbeeldje van geven, een klein
voorbeeldje waarbij de sociale partners er op dit ogenblik niet altijd in
slagen om tot een goede oplossing te komen. Het was eigenlijk voor
mijn tijd in het Parlement, maar toen er in 2000 een debat over de
invoering van een eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden
dreigde te komen en er ook wetsvoorstellen voorlagen, is er een
resolutie goedgekeurd die stelde dat we de sociale partners zes jaar
décision politique. Ceci suppose
qu'on s'engage à prendre ses
responsabilités. Le monde
politique doit offrir un maximum de
soutien. L'échec d'une
concertation sociale à un moment
crucial pour la situation
économique du pays nuira à
l'efficacité du modèle de
concertation. Les employeurs
réalisent aussi qu'il sera difficile de
mener un débat sur la question
des fins de carrière, par exemple.
Le débat, au printemps 2005, sur
les trente points de la déclaration
de politique générale sera en tout
cas ardu si l'on ne dispose pas
d'un accord social solide.
Les meilleures mesures sont
toujours celles que le marché de
l'emploi `supporte' pleinement. Le
débat sur l'instauration d'un statut
unique pour les ouvriers et les
employés, entre autres, illustre le
fait que les partenaires sociaux ne
parviennent pas toujours à une
bonne solution. La résolution du
Parlement avait accordé aux
partenaires sociaux un délai de six
ans pour y parvenir. C'est à peine
si l'on a progressé en l'espace de
quatre à cinq ans, parce qu'on n'a
pas encore réussi à mettre en
place un ensemble de mesures
concernant ce statut unique.
La Chambre a adopté quinze
recommandations en septembre
2004 à la suite du débat sur le
vieillissement de la population.
Ces recommandations
comprennent un bon équilibre
entre la solidarité et la
responsabilité. Certains points
sont déjà exécutés: nous avons
déjà un budget en équilibre depuis
six ans et le Fonds de
vieillissement se constitue. Ces
mesures ne suffisent toutefois pas
à lutter contre le vieillissement. Le
taux d'activité doit également
augmenter, l'âge de la pension
doit évoluer et il faut maîtriser les
dépenses en matière de soins de
santé.
Le budget et les notes de politique
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
25
de tijd zouden geven om hierover een akkoord te bereiken, een nieuw
concept op te stellen van wat eigenlijk een eenheidsstatuut zou
moeten zijn. Op dit ogenblik, vier jaar of bijna vijf jaar later, is men
daar eigenlijk amper mee opgeschoten. Waarom is dat zo? Omdat
men vaak het debat over een eenheidsstatuut verwart met een
eenzijdige nivellering van de arbeidsvoorwaarden naar boven of een
eenzijdige nivellering van de arbeidsvoorwaarden naar onder. Net
natuurlijk het principe van think out of the box, denk een beetje verder
dan uw neus lang is, betekent dat men tot een goede mix komen en
dat we tot een nieuw eenheidsstatuut moeten komen dat gedragen
wordt door alle partners.
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, mevrouw de
staatssecretaris, beste collega's, ook als politici is voor ons de tijd
gekomen om onze verantwoordelijkheid op te nemen. De eerste stap
hebben wij gezet, onder andere bijvoorbeeld in het vergrijzingsdebat
hier in september. Hierbij hebben we in dit halfrond vijftien
aanbevelingen goedgekeurd die richtsnoeren bevatten voor het
toekomstig beleid om de vergrijzing te kunnen dragen. In deze
aanbevelingen was er een goed evenwicht tussen solidariteit en
verantwoordelijkheid. Op sommige punten van die aanbevelingen
hebben we al een weg afgelegd. We leveren sinds zes jaar een
begroting in evenwicht af en dat is een prestatie in vergelijking met
andere Europese landen. We hebben een Zilverfonds opgebouwd en
we voeden dit. We zullen dat in de toekomst nog meer moeten doen.
We hebben daar toch ook al een belangrijke eerste kaap genomen.
De aanbevelingen hebben duidelijk gemaakt dat de beide
voorwaarden noodzakelijk zijn, maar niet voldoende om de vergrijzing
te kunnen dragen.
Als parlementsleden hebben we de verantwoordelijkheid om het
beleid te beoordelen aan de hand van het referentiekader dat we met
de goedkeuring van de aanbevelingen voor onszelf hebben
gecreëerd. Het referentiekader heeft zich duidelijk uitgesproken over
het vergrijzingdebat en over drie belangrijke uitdagingen: de
verhoging van de werkzaamheidgraad, de evolutie van de pensioenen
en de beheersbaarheid van de uitgaven in de gezondheidszorg.
Wanneer ik vandaag de beleidsbrief en de begroting bekijk, dan zie ik
een paar positieve evoluties. Ik maak mij evenwel zorgen over het
geheel van de hervorming en de toetsstenen die wij hier in september
2004 hebben goedgekeurd.
Voor de pensioenen zie ik wél een pensioenbonus die mensen moet
aanzetten om langer te blijven werken. De minister heeft zelf al het
effect gerelativeerd vanuit ervaringen die hij met een gelijkaardig
stelsel voor de overheidspensioenen heeft. We proberen natuurlijk
positieve zaken te doen. Op dit ogenblik is er echter nog een
probleem met de pullfactoren, de factoren die het voor mensen
aantrekkelijker maken om vervroegd uit het arbeidssysteem te
stappen. Deze pullfactoren moeten ook worden aangepakt.
Het werken aan pull- en pushfactoren betekent dat we moeten
ingrijpen in heel veel systemen van onze sociale zekerheid. Ik denk
aan de pensioenen, de gezondheidszorgen en het
arbeidsmarktbeleid. We mogen daarbij nooit de aandacht voor
solidariteit en verantwoordelijkheid uit het oog verliezen. We moeten
générale comprennent
assurément des points positifs,
mais l'ensemble des réformes me
préoccupe. J'aurais souhaité un
encadrement plus strict et
davantage de courage politique
dans la prise de décision à long
terme.
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
26
waken over een voldoende bescherming voor de zwakkeren in de
maatschappij. Dat vergt een grondige voorbereiding en wellicht een
gefaseerde uitvoering, om de hervorming maatschappelijk
verteerbaar te maken.
Wat mij vandaag enigszins verontrust is dat wij in de beleidsbrieven
onvoldoende aanzetten daartoe lezen. Als wij vandaag niet starten
met de voorbereiding van de uitvoering, dan komen we deze
legislatuur niet meer aan een wettelijke verankering toe, laat staan
aan een implementatie.
Mijnheer de voorzitter, ik besluit met te zeggen dat ik positieve
bewegingen zie. Ik had echter gehoopt dat ze sterker zouden worden
omkaderd en dat de politieke moed zou bestaan om een beleid op
langere termijn te voeren, met name een beleid voor de jonge
generatie die de lasten zal moeten dragen en ook een beleid voor de
toekomstige generaties.
Le président: Il y a, pour ce secteur, encore quatre intervenants, à savoir mevrouw van Gool, Mme Van
Lombeek, mevrouw Lanjri et M. Drèze.
01.13 Greet van Gool (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, mevrouw de staatssecretaris, collega D'hondt ze is nu
even verdwenen heeft daarnet reeds gezegd dat wij in de
commissie voor de Sociale Zaken niet de kans hebben gehad om de
verschillende beleidsnota's van een aantal ministers te bespreken.
Daarom neem ik vandaag het woord. Gelet op onze drukke agenda,
beloof ik u evenwel dat ik het erg kort zal houden. Ik zal beklemtonen
wat voor ons van belang is en een aantal punten naar voren brengen
waarover ik vragen heb.
Ten eerste is er de verbetering van de uitkeringen, onder meer voor
arbeidsongevallen en beroepsziekten. Dat is een uitvoering van een
beslissing van de Ministerraad van Oostende. Dat is ook een zeer
belangrijke zaak. Het is jaren geleden dat er daar nog
welvaartsaanpassingen gebeurd zijn. Dat is ook iets waarop zowel
door de betrokkenen zelf als door de vakbonden zeer sterk is
aangedrongen. Het is dus zeker positief dat dit nu ook effectief wordt
uitgevoerd.
Wij hopen echter ook dat dit een eerste stap is en dat men, naarmate
er meer budgettaire ruimte komt, de weg van die
welvaartsaanpassingen en verbeteringen van de uitkeringen, de
verschillende uitkeringen in de sociale zekerheid, zal voortzetten.
Mevrouw de minister, ik las met veel aandacht uw verwijzing naar een
proefproject omtrent de rug gelezen. Dat zal van start gaan in januari
2005. Belangrijk is dat er wordt vermeld dat er een mogelijke
uitbreiding zal zijn naar bouwvakkers en dokwerkers. Ik heb daarover
in het verleden ook reeds vragen gesteld, niet aan u, maar aan uw
voorganger, vooral over de uitbreiding naar mogelijke andere
beroepen. Kunt u ons in dat verband al een timing meedelen?
Ik mis in de beleidsnota een actieplan rond het terug actief worden
van personen die van een arbeidsongeschiktheidsuitkering genieten.
Ik heb daarover samen met collega Storms een resolutie ingediend.
Die bevat een opsomming van de verschillende problemen waarmee
mensen die arbeidsongeschiktheidsuitkeringen genieten, maar die
01.13 Greet van Gool (sp.a-
spirit): La liaison de l'allocation à
l'évolution du bien-être en cas
d'incapacité de travail et de
maladie professionnelle est
importante. Elle a été instaurée à
la demande des intéressés et des
syndicats. La concrétisation de
cette mesure est un élément
positif mais elle ne constitue qu'un
premier pas dans le débat sur les
allocations. En janvier 2005, il
pourrait y avoir une extension d'un
projet pilote, notamment pour les
ouvriers de la construction. J'ai un
regret : j'aurais souhaité que le
gouvernement élabore un plan
d'action pour lutter contre les
pièges du chômage auxquels sont
exposés les travailleurs en
incapacité de travail. Dans ce
domaine, des problèmes
financiers se posent et des
difficultés administratives
surgissent. Quand on parle de
200.000 emplois supplémentaires,
il faut y inclure aussi cette
catégorie.
Pour le congé en cas de
placement familial, aucun budget
n'est encore prévu en 2005 mais
un budget y sera alloué en 2006.
Je demande que les problèmes
techniques soient résolus dans le
courant de l'année prochaine.
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
27
wel willen of kunnen werken, geconfronteerd worden als ze die stap
naar werk effectief willen zetten. Dat kan dan gaan over financiële
moeilijkheden. Zij zijn vaak financieel slechter af als ze willen gaan
werken dan wanneer ze gewoon thuis zouden blijven en verder van
hun arbeidsongeschiktheidsuitkering zouden genieten. Er zijn echter
ook heel wat knelpunten op het vlak van administratieve formaliteiten
die vervuld moeten worden. Het gaat dan over opleidingen en
dergelijke.
Men spreekt over 200.000 jobs en over de stijging van de werkende
bevolking. Welnu, ik pleit ervoor zeker de groep die arbeidsongeschikt
is, maar die de stap naar werk toch nog wil zetten, te betrekken. Wij
moeten hun ook reële kansen bieden.
Ten slotte wil ik nog heel even iets zeggen over het pleegzorgverlof.
Dat wetsvoorstel is reeds een eerste maal behandeld en besproken in
de commissie voor de Sociale Zaken. Niet alleen ik, maar ook de
verenigingen en de pleegouders waren bijzonder verheugd te horen
dat u werk zou maken van zo'n pleegzorgverlof. U hebt ook gezegd,
wij hebben daar alle begrip voor, dat er geen budget is om dat in 2005
in te voeren, maar dat het wellicht wel mogelijk zal zijn vanaf 2006. U
voegde eraan toe dat er nog een aantal technische problemen zijn.
Daarom zou ik u toch willen vragen om tijdens het jaar 2005 die
technische problemen uit de weg te ruimen en om een goede regeling
uit te werken zodat het pleegzorgverlof ook effectief in werking kan
treden vanaf 2006.
01.14 Danielle Van Lombeek-Jacobs (PS): Monsieur le président,
madame la secrétaire d'Etat, chers collègues, dans le cadre de la
partie "Emploi" de ce budget 2005, je compléterai l'intervention de
mon collègue Jean-Marc Delizée par quelques considérations sur la
politique en matière de bien-être au travail et sur le respect de la
solidarité, qui concerne aussi le budget de la sécurité sociale. Je
regrette l'absence de Mme Van den Bossche car cette partie la
concerne principalement.
Dans le chapitre de la note de politique générale de Mme Van den
Bossche consacré au bien-être au travail, le groupe socialiste partage
entièrement son approche relative à une protection et une
surveillance accrues des conditions de travail. La libéralisation du
marché européen pour le secteur des services et les progrès de la
flexibilité risquent de ruiner, si nous n'y prenons garde, tous les efforts
déployés par la Belgique dans ce domaine.
En ce qui concerne la prévention des accidents graves du travail,
nous avons déjà eu l'occasion d'examiner et de voter les dispositions
contenues dans la loi-programme.
Une mise au point s'impose quant à la modification de la loi dite
"Cockerill" du 25 février 2003. L'argument avancé par certains lors
des débats qui avaient précédé l'adoption de cette loi était que la
désignation d'un expert externe sapait en quelque sorte les
compétences de l'expertise présente au sein de l'entreprise.
L'intention n'était certainement pas de faire un quelconque procès
d'intention aux services de prévention. La désignation d'un expert
externe répondait à une autre logique, fondée sur le constat - la
gravité de l'accident et, donc, l'échec de la prévention -, et non sur
des suspicions ou dans le but d'établir des responsabilités.
01.14 Danielle Van Lombeek-
Jacobs (PS): Wat het hoofdstuk
inzake het welzijn op het werk
betreft, steunt de socialistische
fractie uw aanpak, die erin bestaat
de arbeidsomstandigheden beter
te vrijwaren en er strikter op toe te
zien. Door de vrijmaking van de
dienstensector komen zij immers
in het gedrang. De preventie van
ernstige arbeidsongevallen is niet
altijd een succes, zoals uit de ernst
van de ongevallen blijkt. De
wijziging van de zogenaamde
"Cockerill"-wet en de aanstelling
van een externe expert moeten als
een antwoord op die tekortkoming
worden gezien. U hebt ervoor
gekozen de "centrale"
preventiestructuren te vervangen.
De inspectie blijft evenwel
volkomen vrij om onmiddellijk een
onafhankelijk expert aan te duiden
in de gevallen die bij koninklijk
besluit zullen worden bepaald. Aan
de logica van de wet van 2003
wordt niet geraakt. Bijzondere
aandacht zal moeten worden
besteed aan het uitzendwerk, dat
meer veiligheids- en
gezondheidsproblemen kent.
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
28
Vous avez choisi de replacer les structures de prévention en position
centrale, ce qui est sans doute plus réaliste. Mais l'inspection garde
toute latitude pour désigner immédiatement un expert indépendant,
dans des cas qui devront être déterminés par arrêté royal. Je pense,
par exemple, à des accidents particulièrement graves ou encore à
des situations pour lesquelles existent des indices de collaboration
défectueuse entre les différentes parties.
La philosophie de la loi de 2003 - qui était d'innover en allant au-delà
des moyens existants et du simple contrôle de leur application - est
donc respectée, et nous nous en réjouissons.
Un intérêt particulier devrait être porté au travail intérimaire. On nous
annonce un renforcement de la protection de ces travailleurs qui, en
raison de la multiplicité de leur environnement de travail, connaissent
davantage de problèmes de sécurité et de santé au travail. Je
voudrais attirer votre attention sur le problème des PME: 38% des
accidents du travail ont lieu dans les entreprises de moins de 50
travailleurs. Cette statistique atteint 58% pour les accidents mortels.
Ce constat souligne une fois de plus la pertinence de la
représentation syndicale dans les PME, surtout en vue d'une
meilleure prévention des risques menaçant le bien-être, voire la vie
des travailleurs.
Deuxième point: l'amélioration de la loi contre le harcèlement. Pour
nous, le volet préventif constitue la clé de voûte de l'ensemble du
dispositif et il convient de le renforcer. L'importance de la personne de
confiance réside dans sa capacité à créer un climat de confiance et
d'écoute au sein de l'entreprise. Cet intervenant de première ligne est
donc le mieux placé pour dépister et traiter les démarches qui
n'entrent manifestement pas dans le cadre de la loi, en
responsabilisant le travailleur, via le dialogue ou, éventuellement, la
conciliation.
Ceci est d'autant plus important qu'il faut désamorcer le plus vite
possible les plaintes sans fondement mais pour lesquelles le
travailleur est de bonne foi. Se tromper dans l'appréciation des faits
ne rend pas automatiquement le comportement abusif. Il convient
également d'avertir le travailleur de ce qu'il risque en cas de
déclaration malveillante. Par conséquent, nous estimons qu'il serait
opportun d'imposer la désignation d'une telle personne et de lui
donner une fonction d'intervenant obligatoire et préalable dans les
conflits.
Par ailleurs, la procédure de désignation de la personne de confiance
est actuellement trop complexe. Il n'est pas normal, par exemple, que
l'employeur puisse, en cas de désaccord au sein du comité pour la
prévention et la protection, désigner la personne contre l'avis de
l'inspection médicale du travail.
En ce qui concerne le volet répressif de la loi, un examen attentif des
voies d'action que peut utiliser le travailleur fait apparaître qu'il en
existe trois et qu'il est parfaitement possible d'utiliser plusieurs de ces
voies en même temps. Une simplification de ces différentes voies
d'actions serait, nous semble-t-il, souhaitable.
Le respect de la solidarité est un autre thème mis en avant à la fois
Ten tweede moet de verbetering
van de antipestwet de nadruk
leggen op de preventie, via de
vertrouwenspersoon, die met
name moet bijdragen tot het
voorkomen van de indiening van
klachten die op niets berusten en
waarbij de werknemer te goeder
trouw is en die de werknemer
moet wijzen op de risico's die hij
loopt als hij onterecht aangifte
doet. Wij vinden dat de aanwijzing
van zo'n persoon aangewezen is.
Die aanwijzing is thans veel te
omslachtig en de betrokkene moet
verplicht en vooraf worden
ingeschakeld als er conflicten
rijzen. Tevens moeten de
actiemiddelen waarover de
werknemers beschikken, worden
vereenvoudigd.
Wat de naleving van het
solidariteitsbeginsel betreft, vind ik
het vreemd dat men op zoek gaan
naar nieuwe financieringsvormen
voor de sociale zekerheid, terwijl
de normale inning van de
bijdragen op de factor arbeid mank
loopt. De oprichting van een
institutioneel kader ter bestrijding
van de sociale spitstechnologie
wierp in 2003 zijn vruchten af. De
inspectiediensten moeten de
nodige middelen krijgen om hun
opdracht naar behoren te
vervullen. De regering stelde de
met de inning van de bijdragen
belaste instellingen twee, in onze
ogen terechte, bijkomende
instrumenten ter beschikking. Er
komt een "derde weg", die de
arbeidsgerechten moet ontlasten,
en de RSZ kan voortaan gebruik
maken van de rechtsmiddelen
waar de belastingadministratie
vandaag al over beschikt. Ook de
strijd tegen de schijnzelfstandigen
mag niet worden verwaarloosd.
Dat er geen sprake zou zijn van
fraude wanneer de werknemer niet
wordt gedwongen het statuut van
zelfstandige aan te nemen, klopt
niet. Sociaal-economisch gezien
gaat het om bedrog. Bovendien
staat die zienswijze haaks op ons
sociaal recht.
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
29
dans la partie Emploi et dans la partie Affaires sociales de ce budget
2005. Mon collègue Jean-Marc Delizée en a déjà parlé lors de la loi-
programme, mais je voudrais encore une fois insister sur le fait qu'il
est quelque peu paradoxal de vouloir développer de nouvelles formes
de financement de notre sécurité sociale et, dans le même temps, de
constater que les pouvoirs publics sont confrontés à des difficultés
pour assurer la perception normale des cotisations dues sur le facteur
travail. Le contentieux ONSS ne cesse de prendre de l'ampleur, ce
qui, à mon avis, doit nous interpeller.
Une part non négligeable de l'estimation initiale du déficit de la
sécurité sociale a pu être réévaluée grâce aux recettes
exceptionnelles engrangées par l'inspection sociale pendant les
premiers mois de l'année. Ce résultat prouve que la lutte contre
l'ingénierie sociale n'est pas un slogan creux que l'on nous servirait
chaque année pour remplir les notes budgétaires des différents
départements ministériels, mais au contraire, que le coup
d'accélérateur donné en 2003 -- soit la création d'un véritable cadre
institutionnel -- commence à porter réellement ses fruits.
Pour optimiser la perception des cotisations, il s'impose que les
services d'inspection disposent de tous les moyens techniques,
juridiques et humains nécessaires à la réalisation de leur mission. La
loi-programme a déjà concrétisé une partie de cette politique. Les
dispositions qu'elle contient visent à résoudre des problèmes certes
très importants mais spécifiques. Une efficacité accrue dans les
procédures générales de recouvrement est également nécessaire.
Ainsi, le gouvernement propose d'accorder deux instruments
supplémentaires aux organismes percepteurs. L'introduction de la
troisième voie permettra souvent, dans l'intérêt de l'employeur lui-
même, de mettre fin à l'engorgement inutile et coûteux des juridictions
du travail.
Par ailleurs, l'objectif d'octroyer à l'ONSS les mêmes instruments
juridiques que ceux dont dispose actuellement l'administration fiscale,
la quatrième voie, nous paraît tout à fait légitime. Nous encourageons
le gouvernement à poursuivre ses efforts mais nous demandons
aussi de ne pas perdre de vue la nécessité d'établir un cadre légal
pour lutter contre les employeurs de faux indépendants. Ce
phénomène s'impose au fil du temps comme une forme de régulation
naturelle du marché de l'emploi. Il comporte pour le travailleur tous les
inconvénients du travail indépendant sans les avantages qui y sont
attachés et pour l'employeur tous les avantages du travail
indépendant sans les inconvénients du salariat.
On entend dire parfois qu'il n'y a pas de fraude dès lors qu'un
travailleur opte pour le statut d'indépendant sans y être forcé. Nous ne
pouvons accepter ce raisonnement qui se fonde sur une autonomie
absolue des parties. Il ne s'agit que d'un leurre sur le plan socio-
économique. Concrètement, une telle position est totalement
incompatible avec notre droit social.
01.15 Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, mevrouw de staatssecretaris, geachte collega's, gisteren
verzamelden in Brussel 50.000 werknemers. Het was ook de dag -
een blauwe dinsdag - dat de premier een opiniestuk schreef over de
nood aan verzoening. Beide keren, zowel bij de premier als bij de
01.15 Nahima Lanjri (CD&V):
Tant la manifestation syndicale
d'hier que les voeux de Noël du
premier ministre ont pour leitmotiv
`des actes et non des paroles'. En
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
30
vakbonden, luidde het motto: "Geen woorden, maar daden". De
werknemers vragen werk en geen sociale achteruitgang, de
werkgevers vragen meer flexibiliteit en matige looneisen.
De verzoening lijkt nog ver weg, hoe enthousiast collega
Vandenbroucke u ook noemt, mevrouw de minister. Hoe hoog het
Don Quichote-gehalte van de premier ook is, op het terrein is men
veel minder overtuigd van de slagkracht van deze regering. In de
kranten lezen we zowel de messiaanse boodschap van de premier als
de vlijmscherpe kritiek erop. We laten het niet aan ons voorbijgaan:
wat telt is wat de regering echt zal doen. Dat is wat ons in dit
Parlement moet bezighouden.
Wat Werk betreft, gebeurt er in de begroting veel te weinig. De
afgesproken verlagingen van de werkgeversbijdrage worden
uitgevoerd, maar om ze te financieren wordt er evenveel of meer van
de bedrijven afgenomen. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de vorm van
lasten op bedrijfswagens, extra administratieve kosten aan de RSZ,
boetes voor laattijdige indiening van de jaarrekening, hogere
vennootschapsbijdragen voor het sociaal statuut van de zelfstandigen,
de Elia-heffing, hogere heffingen op voedselveiligheid, de vervroegde
aansluiting van het sociaal statuut voor de meewerkende echtgenote
en ik vergeet er ongetwijfeld nog een aantal.
Voor de moeilijkheden in het sociaal overleg is de regering
grotendeels, zelf verantwoordelijk. Als de belastingshervorming wel
was doorgerekend in de bedrijfsvoorheffing, zouden de werknemers
vanaf januari 2005 netto meer overhouden en zouden er matigere
looneisen op tafel liggen. Door de belastingsverlaging niet door te
rekenen maakt de regering de onderhandelingen zeker niet
eenvoudiger. Dit is de zogenaamde "verzoenende regering": in plaats
van iedereen uit de loopgraven te helpen heeft ze er velen ingejaagd,
zowel mensen uit de eigen partij als de werkgevers en werknemers.
Wie daar niet van overtuigd is moet zelf maar eens de kranten van de
jongste dagen openslaan.
Uiteraard hopen wij - en we rekenen er ook op - dat de sociale
partners er zullen uitraken. Dit model staat reeds decennialang
overeind en het moet ook overeind blijven, daar geloven we in. We
moeten dit model alle kansen op slagen geven. Als er een akkoord uit
de bus komt is dat veeleer ondanks de regering dan dankzij de
regering.
Anderzijds ziet de regering problemen waar er mijns inziens
nauwelijks problemen zijn. In het opiniestuk van de premier lees ik:
"De tegenstellingen tussen de religies in dit land zijn volgens mij
minder groot dan de tegenstellingen daarover in de regering zelf". Hoe
goed en goedbedoeld sommige maatregelen ook zijn die de ministers
van Werk en Sociale Economie hebben uitgewerkt in hun beleidsnota,
het belangrijkste is wat ervan in de begroting terug te vinden is. We
kunnen wel veel aankondigen, maar als de nodige middelen niet terug
te vinden zijn in de begroting laat het effect zich wel raden.
Als er in de begroting meer lasten voor de bedrijven voorkomen maar
geen extra ruimte voor werknemers, dan dreigen al die andere
inspanningen ook vast te lopen.
Er zat dit jaar ook een groot verschil in de datum waarop wij de
matière de concertation sociale, la
réconciliation est toutefois bien loin
encore. Par ailleurs, les acteurs de
terrain ne sont pas convaincus de
la capacité d'action du
gouvernement.
Le budget prévoit trop peu de
moyens pour l'emploi. Les
cotisations patronales sont
majorées, alors que les
entreprises sont submergées de
nouvelles taxes tout genre, telles
que la taxe sur les émissions de
CO
2
pour les voitures de société,
les amendes pour le dépôt tardif
des comptes annuels ou le
prélèvement Elia.
Le gouvernement est
coresponsable du déroulement
difficile de la concertation sociale.
Si la réduction d'impôts était
appliquée dès le mois prochain au
précompte professionnel, les
négociations se présenteraient
déjà tout autrement. Les
revendications salariales seraient
en effet beaucoup plus modérées.
Nous espérons en tout cas que les
partenaires sociaux arriveront à
une solution. Notre modèle social
ne doit en aucun cas disparaître!
Si un accord est finalement atteint,
ce sera beaucoup plus malgré le
gouvernement que grâce à lui.
Je remercie la secrétaire d'Etat
Mme Van Weert pour sa note de
politique qui nous est parvenue à
temps, contrairement aux notes
des ministres de l'Emploi et des
Affaires sociales. Nous n'avons
plus été en mesure d'examiner
ces notes en commission. Après
les protestations de l'opposition et
également de membres de la
majorité, nous avons finalement
l'opportunité d'interroger la
ministre aujourd'hui. J'espère dès
lors recevoir des réponses
concrètes à mes questions.
Même si les mesures évoquées
dans les notes de politique sont
prometteuses, si le budget ne
prévoit pas assez de moyens pour
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
31
beleidsnota's hebben gekregen. Mevrouw de staatssecretaris, de
beleidsnota van Sociale Economie was wel op tijd. Wij hebben dit ook
gezegd en ik heb u daarvoor gefeliciteerd. De beleidsnota's van Werk
en Sociale Zaken waren veel te laat en sommige zijn er zelfs nog niet.
Het is geen probleem als dit eens gebeurt, maar wel als het elk jaar
steeds erger wordt. We stellen dit jaar zelfs vast dat wij de
beleidsnota's van Werk en Sociale Zaken niet meer hebben
besproken in de commissie voor de Sociale Zaken. Men heeft
gewoon gezegd dat er geen bespreking zou komen van die
beleidsnota's. Na veel protest vanuit zowel de oppositie als de
meerderheid heeft men toegegeven en heeft men ons onze vragen
laten stellen in plenaire vergadering. Dit is dan ook wat wij vandaag
doen. Ik hoop dat u de democratie de moeite waard vindt en dat u ook
concrete antwoorden zal geven op onze vragen. Wij hebben die kans
niet gehad in de commissie.
De vaststellingen die in de beleidsnota Werk worden gedaan, zijn
bijzonder ontnuchterend. Ondanks een relatief sterke economische
groei stijgt het aantal werklozen ook volgend jaar. Er komen wel jobs
bij, maar onvoldoende om alle nieuwkomers die op de arbeidsmarkt
komen een job te geven. Het nettoresultaat is dus negatief. Wij
hebben een echt structureel werkgelegenheidsprobleem waarvoor de
regering geen enkele verklaring geeft, ondanks de middelen waarover
zij beschikt. We hebben niet veel gemerkt van het scharnierjaar 2004
zoals het werd genoemd. Eind volgend jaar zal het leger werklozen - u
schrijft dat zelf in uw beleidsnota, mevrouw de minister - met 90.000
mensen zijn toegenomen ten opzichte van 2002. Dit moet u aftekenen
tegen een groeiende economie en een economische context die
eigenlijk vrij positief is. Op lange termijn dreigt het probleem van de
vergrijzing - het woord probleem is slecht gekozen want vergrijzing is
net zo goed een uitdaging - nog complexer te worden als we te
maken krijgen met een groeiende groep werklozen.
Wat het deel Werk betreft, erkennen we in de beleidsnota dezelfde
prioriteiten als vorig jaar: de uitvoering van de
Werkgelegenheidsconferentie, de activering van werklozen, de strijd
tegen sociale fraude en het eindeloopbaandebat. Twee zaken zijn
nieuw: het interprofessioneel akkoord en de verbetering van de
sociale uitkeringen. In al deze materies hebben wij echter moeite om
meer te ontdekken dan alleen maar een voortzetting van het
bestaande beleid terwijl de genomen maatregelen nog niet zijn
geëvalueerd op hun resultaten. Een aantal positieve zaken werd in de
steigers gezet, zoals bijvoorbeeld de begeleiding van werklozen, de
dienstencheques en de uitvoering van de besluiten van de
Werkgelegenheidsconferentie. Dat is niet meer dan normaal. Het
succes van sommige maatregelen wordt volgens mij dan weer
bedreigd door nieuwe maatregelen zoals de verhoging van de
kostprijs voor de dienstencheques. Wij vinden dat men niet veel
verder komt dan een opsomming te geven van wat er reeds bestaat
of van wat in de steigers staat.
Er wordt in de beleidsbrief niet concreet uitgelegd hoe men die nieuwe
maatregelen zal realiseren en wat men eventueel zal bijsturen.
Het is helemaal lachwekkend te merken dat een kleine verhoging van
uitkeringen in de beleidsbrief als iets groot wordt voorgesteld. Dit is op
zich wel belangrijk, maar het is zo minimaal dat het belachelijk is dit
als nieuwe maatregel aan te kondigen.
les exécuter, il s'agit de mesures
pour rien. Les constatations faites
dans la note de politique pour
l'emploi ne sont guère
réjouissantes. Le chômage
augmente et les nouveaux emplois
créés sont trop peu nombreux
pour compenser cette
augmentation. Aucune solution
structurelle n'est apportée au
problème. Fin 2005, nous
dénombrerons quelque 90.000
chômeurs de plus qu'en 2002,
malgré la reprise économique.
L'augmentation du chômage rend
la thématique du vieillissement
plus complexe encore.
Dans la note de politique générale,
il est principalement question de la
poursuite de mesures existantes,
les seuls éléments nouveaux étant
l'accord interprofessionnel et
l'amélioration des prestations
sociales. Des mesures sont certes
échafaudées, mais le succès de
certaines mesures existantes est
menacé par l'introduction de
nouvelles mesures, telles que
l'augmentation du prix de revient
des titres-services. Il n'y est pas
davantage précisé de quelle
manière ces mesures peuvent être
réalisées et l'importance de
certaines mesures est exagérée.
La concertation
interprofessionnelle est encore en
cours. Par ailleurs, cette matière
ne ressortit pas à la compétence
du gouvernement. La mise en
oeuvre des décisions de la
conférence sur l'emploi répond à
la logique la plus élémentaire.
Nous aurions préféré une
évaluation des mesures, mais cet
élément ne figure pas dans la note
politique.
Concernant la fraude sociale, la
note de politique générale
comporte une copie de la note de
Frank Vandenbroucke, rédigée à
Gembloux, mais entre-temps,
nous n'observons encore aucun
effet sur le terrain. Concernant la
fin de carrière, un financement
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
32
De enige andere nieuwigheid in de beleidsnota is het
interprofessioneel akkoord dat echter nog aan de gang is en dat ook
niet behoort tot de bevoegdheid van de regering. Zoals ik reeds zei,
zijn wij ervan overtuigd dat de sociale partners eruit zullen geraken.
Inhoudelijk dan. De uitvoering van de werkgelegenheidsconferentie is
niet meer dan logisch en was al beslist. Wij hadden graag een
wetenschappelijke evaluatie gezien van de weerslag van de
verschillende maatregelen die sinds vorig jaar werden opgestart zodat
men kon zien welke maatregelen men zal voortzetten, welke moeten
worden geëvalueerd en welke eventueel zullen worden stopgezet. Die
essentiële evaluatie wordt in de beleidsnota niet gemaakt.
Wat de sociale fraude betreft, daarover had de vorige minister van
Werk, de heer Vandenbroucke, een nota opgesteld op de
Ministerraad van Gembloux. Spijtig genoeg merken we op het terrein
nog weinig of geen verandering. Wij pleiten hier dus vooral voor een
snelle uitvoering van alle maatregelen die werden aangekondigd om
de sociale fraude aan te pakken.
Wat de eindeloopbaan betreft, omhelst onze globale visie, zoals
mevrouw D'hondt reeds heeft gezegd, twee grote principes. Het
eerste principe is een alternatieve financiering van de sociale
zekerheid. U moet de lasten op arbeid verlichten door de kinderbijslag
en de kosten voor gezondheidszorgen daar uit te lichten en daarvoor
te zoeken naar een alternatieve financiering. Dit zou een goede
ingreep zijn die op korte termijn de economie en de werkgelegenheid
zou kunnen aanzwengelen. De tweede piste is dat er een visie moet
worden ontwikkeld over de toekomstige loopbaan. Hoe ziet een
toekomstige loopbaan er met andere woorden uit? Wij zijn er volgens
mij allemaal van overtuigd dat loopbanen zoals we die nu kennen, met
een gemiddelde uitstapleeftijd van 58, jaar niet kunnen. Men moet de
loopbaan anders definiëren, bijvoorbeeld door het aantal
gepresteerde jaren en door te overwegen welke vormen van
tijdskrediet al dan niet worden in aanmerking genomen, en dergelijke.
Dat is volgens ons essentieel. Alle maatregelen moeten voortvloeien
uit die globale visie. Hierover ontbreekt een en ander in de
beleidsnota.
Dit zijn onze positieve bijdragen. Ik herhaal dat wij constructief willen
meewerken. Deze bijdragen zullen meer helpen dan een oproep van
de eerste minister op een blauwe dinsdag om te zeggen dat er minder
confrontaties moeten zijn. Volgens mij moeten er veel meer concrete
maatregelen op tafel worden gelegd.
Ik vind ook dat deze regering geen keuzes maakt. Ze wil dat wij
langer blijven werken, dat wie het nog wel kan vervroegd uittreedt, dat
wij gezin en arbeid beter kunnen combineren en dat er sociale
verbeteringen komen, maar ze verwacht wel dat dit kan worden
waargemaakt zonder ingrijpende beleidskeuzes, zonder het roer om
te gooien op sommige vlakken, zoals bijvoorbeeld de financiering van
de sociale zekerheid, en zonder te zeggen wat dit concreet betekent
voor de mensen, om in de taal van Steve Stevaert te spreken. Men
zal duidelijk moeten maken wat men van de mensen verwacht,
anders zullen zij hun houding natuurlijk niet kunnen aanpassen. Zullen
zij langer moeten werken? Hoe ziet u dat? Dat is helemaal niet
duidelijk. Hoe kunt u van de mensen verwachten dat zij hun gedrag
alternatif de la sécurité sociale
s'impose et il convient de
développer une vision relative à la
carrière future.
Nous souhaitons apporter une
contribution constructive. À notre
estime, les observations que nous
formulons sont plus constructives
qu'un appel visant à éviter les
confrontations. Aucun choix n'est
opéré. Il convient de faire savoir
clairement aux citoyens ce que
l'on attend d'eux.
Nous estimons que l'attention qui
est accordée aux accidents du
travail et à la réintégration des
victimes d'accidents du travail est
une très bonne chose. Les
mesures doivent toutefois encore
être mises en oeuvre. Il est fait
référence aux pièges à l'inactivité
pour les personnes en incapacité
de travail. Le gouvernement
flamand a annoncé qu'il s'y
attellerait, mais le gouvernement
fédéral ne s'est pas encore
prononcé à ce sujet. Une
concertation est nécessaire.
La partie relative à la transposition
de directives européennes est une
copie de la note politique de
l'année dernière, mais nous
sommes toujours dans le peloton
de queue.
Je voudrais encore poser au
ministre une série de questions
portant sur des points précis.
Où en est le contrôle des
chômeurs? Les services de
placement sont-ils toujours
disposés à accompagner les
chômeurs à la recherche d'un
emploi ? Pour ce qui est de la
solidarité sociale, on annonce la
réforme du droit pénal social
depuis des années. Quand cette
réforme sera-t-elle bouclée?
Où est la solution promise pour
résoudre le problème des faux
indépendants? Si l'on veut que les
gens restent actifs plus longtemps,
il importe de veiller à ce que nos
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
33
aanpassen, als de visie van de regering niet duidelijk is?
Over de aandacht voor arbeidsongevallen en de reïntegratie van
slachtoffers zijn wij wel enthousiast. Positieve zaken moeten ook
gezegd kunnen worden. Dit moet echter wel worden uitgevoerd en
daar wringt misschien het schoentje, want ook daar zijn er problemen
die reeds langer bekend zijn, bijvoorbeeld de moeilijkheden om te
reïntegreren zonder dat dit een effect heeft op de uiteindelijke
beoordeling. Ik verwijs ook naar de "inactiviteitsvallen" mevrouw van
Gool heeft ook even erover gesproken
voor alle
arbeidsongeschikten. De problemen zijn reeds bekend. De Vlaamse
regering heeft in haar regeerakkoord aangekondigd dat zij hiervan
werk zal maken. Terwijl de Gewesten, bijvoorbeeld de Vlaamse
regering, dit willen aanpakken, ontbreekt het federale gedeelte. Er is
ook een federaal gedeelte nodig en het gaat over twee ministers van
dezelfde partij. Ik meen dus dat die twee ministers eens de koppen bij
elkaar moeten steken om de "inactiviteitsvallen" aan te pakken en, elk
op zijn terrein, te doen wat nodig is.
Wat de omzetting van de Europese richtlijnen betreft, het is
ontnuchterend om vast te stellen dat er een pure kopie gemaakt werd
van wat vorig jaar in de beleidsbrief van minister Vandenbroucke
stond. Ik stel dus vast dat wij onderaan het Europese lijstje bengelen
en te kampen zullen hebben met een negatief imago in Europa. Wij
hebben de Europese richtlijnen immers nog steeds niet omgezet in
Belgisch recht. Het is hoog tijd dat dit gebeurt.
Ik heb nog een reeks punctuele vragen voor de minister van Werk.
Ten eerste, toen de werklozencontrole van start ging ik heb u die
vraag trouwens gesteld kregen wij wel wat informatie, maar nu niet
meer. Het is windstil. Ik heb dus opnieuw een vraag voor de minister,
maar ik weet niet of zij wel luistert, mijnheer de voorzitter, want zij is
aan het telefoneren.
(...): (...)
concitoyens puissent mieux
combiner vie familiale et vie
professionnelle. Nous avions
déposé une proposition de loi
ambitieuse en matière de congé
de paternité et d'interruption de
carrière. Le gouvernement l'a
reprise partiellement à son compte
sur les points suivants : la
prolongation de cette mesure dans
le temps, l'augmentation de la
prime et le relèvement de l'âge.
Cependant, la note de politique
revient sur ces accords et nous
place devant un dilemme : soit
nous optons pour la prolongation
dans le temps, soit nous
augmentons la prime.
01.16 Nahima Lanjri (CD&V): Mevrouw de minister, ik stel u zeer
concrete vragen waarop ik straks een antwoord wens.
01.17 Minister Freya Van den Bossche: Ik zal antwoorden op uw
vragen.
01.18 Nahima Lanjri (CD&V): Moeten wij even schorsen?
01.19 Minister Freya Van den Bossche: Nee, helemaal niet. Mijn
medewerker is ook aanwezig.
01.20 Nahima Lanjri (CD&V): Mevrouw de minister, ik richtte mij wel
tot u.
Ik zal mij richten tot de medewerker van de minister. Wie is de
medewerker? Ik dacht dat de minister een medewerker had.
De voorzitter: Mevrouw Lanjri, mag ik u verzoeken uw betoog voort te zetten.
01.21 Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de voorzitter, de minister
zegt dat ik mij niet tot haar moet richten, maar tot een medewerker. Ik
heb heel veel respect voor medewerkers. Ik ben zelf ook nog
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
34
medewerker geweest, maar ik wil toch vragen dat de minister luistert
of tenminste doet alsof.
De voorzitter: De regering luistert.
01.22 Nahima Lanjri (CD&V): De regering luistert. Goed.
Wat is de laatste stand van zaken in de werklozencontrole? Ik heb
daarop in de eerste weken van de controle wel enkele antwoorden
gekregen, maar nu niet meer. Hebt u een zicht op de stand van
zaken? Hoe schat u de bereidheid in van de
arbeidsbemiddelingsdiensten VDAB, FOREM en BGDA om echt
de nodige inspanningen te doen om de mensen te begeleiden bij hun
zoektocht naar werk?
Zo kom ik tot de sociale solidariteit. Er wordt al jaren gezegd dat er
hervormingen komen in het sociaal strafrecht. Dat wordt al enkele
jaren aangekondigd, maar wanneer gaat de regering dat ook
afronden?
Wat gebeurt er met de schijnzelfstandigheid? Minister Onkelinx heeft
destijds als minister van Werk gezegd dat er snel een oplossing zou
komen. Hoe ver staat u met dat dossier? Dat is toch ook belangrijk
voor u, mevrouw de minister? Wat gaat u doen aan die
schijnzelfstandigheid?
Ik heb al enkele keren geïntervenieerd over de combinatie van gezin
en arbeid. Ik vind dat een heel belangrijk thema. Als we mensen
langer aan de slag willen houden, moeten we ook zorgen voor de
nodige adempauzes, zodat ze niet op vijftig zijn uitgeblust en dan al
uitkijken naar hun pensioen.
Wij hadden een wetsvoorstel ingediend dat misschien heel ver ging.
Het hield bijvoorbeeld een verdubbeling in van het ouderschapsverlof
en het trok ook de leeftijd op. De regering heeft dat voor een deel
overgenomen en heeft vorig jaar, bij monde van minister Van Brempt,
een verlenging in de tijd met een maand, een verlenging van de
premie en een akkoord over de verhoging van de leeftijd
aangekondigd. Nu lees ik in uw beleidsbrief dat het of/of zal worden.
Als de regering moet kiezen tussen de verlening in tijd of de verhoging
van de premie, zal zij volgens u voor de verhoging van de premie
kiezen. Daarmee komt u terug op een gemaakte afspraak. U hebt een
engagement genomen ten aanzien van de bevolking, maar u gaat die
blijkbaar niet nakomen. Of vergis ik mij? Ik hoop dat ik mij vergis en
dat u nog altijd van plan bent om de gemaakte afspraken te
respecteren en zowel de verlening in tijd als de verhoging van de
premie toe te kennen voor mensen die met ouderschapsverlof gaan.
Dat is belangrijk.
01.23 Roel Deseyn (CD&V): Mijnheer de voorzitter, als het over een
dergelijke problematiek gaat de afstemming van arbeid en gezin
vind ik het nogal vreemd dat de staatssecretaris voor het Gezin hier
niet aanwezig is tijdens de bespreking van de beleidsnota. Hoe kunt u
dat als voorzitter verantwoorden?
01.23 Roel Deseyn (CD&V): Le
président pourrait-il nous expliquer
pourquoi la secrétaire d'Etat à la
famille n'est pas présente?
Le président: Le gouvernement est représenté. Nous pouvons
continuer notre discussion, les ministres présents peuvent répondre
aux différents intervenants.
De voorzitter: De regering is
vertegenwoordigd en de
aanwezige ministers kunnen op de
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
35
gestelde vragen antwoorden.
01.24 Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik denk wel
dat ten minste de vakminister bij dergelijke thematische besprekingen
in het Parlement aanwezig moet zijn. Er was een overzicht gemaakt.
Ik zou het maar normaal vinden als de bevoegde staatssecretaris de
beroepsernst aan de dag legde om voor een dergelijk debat aanwezig
te zijn.
01.25 Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de voorzitter, het zou goed
zijn om seffens, wanneer de staatssecretaris van het Gezin hier is ik
ga ervan uit dat zij nog komt mijn opmerkingen in verband met de
bevoegdheid inzake het gezin te herhalen.
Ik ga voort en ik richt mij tot de minister van Werk. De nota vermeldt
dat de lastenverlaging bij herstructureringen geen succesverhaal blijkt
te zijn. Hoe komt dat? Is die maatregel dan te weinig bekend?
Hoeveel geld werd er tot nu toe uitgegeven voor die maatregel? Over
hoeveel werknemers gaat het concreet?
Twee voorstellen uit de werkgelegenheidsconferentie worden niet in
de beleidsnota geëvalueerd en ik denk dat het toch belangrijk is om
dat wel te doen. Het gaat onder andere om de maatregel voor de
vereenvoudiging van de uitbreiding van de startbanen. De vraag is
en ik heb u daar ook in de commissie reeds over aangesproken of
dat al extra jobs heeft opgeleverd. Allochtonen en andere
doelgroepen zouden in de berekeningswijze dubbel tellen. Wat heeft
dat nu opgeleverd voor de werkgelegenheid van allochtonen en
gehandicapten? Zijn die nu beter vertegenwoordigd? Maken we werk
van werk voor allochtonen? We kunnen blijven discussiëren en
zeveren over een harmonieuze samenleving. We kunnen nog veel
theorieën opzetten en opiniestukken in de kranten publiceren, maar
wanneer we van werk voor iedereen, ook voor allochtonen, wat de
basis is van alles, geen werk maken, dan zetten we geen stap vooruit.
Het tweede voorstel dat niet geëvalueerd wordt, is dat betreffende de
inloopbanen en het alternerend leren en werken. Op de
werkgelegenheidsconferentie werd nochtans afgesproken dat er
tegen eind 2004 een voorstel klaar zou zijn. Hoever staat de minister
daarmee?
Dat brengt mij bij de eindeloopbaanthematiek. Er werd in de
beleidsnota gesteld dat wie in de toekomst en dat is ook heel
actueel, want de staking gisteren ging ook over de brugpensioenen
een beroep zal willen doen op een brugpensioen, eerst zal moeten
aantonen dat hij voldoende heeft geïnvesteerd in opleiding. Ik stel
vast, mevrouw de minister, dat dat blijkbaar een nieuwe maatregel is,
want u hebt die niet opgenomen in de dertig maatregelen die de
regering heeft aangekondigd in de regeringsverklaring van eind
september. Waarom is die daarin niet opgenomen? Is hierover
overleg met de sociale partners geweest?
Uiteraard pleit ik, samen met u, voor meer opleiding voor
werknemers. Ik vind dat een goede zaak, maar ik vraag mij af of men
hier niet moet kiezen tussen de pest en de cholera. Is het niet erger
dat iemand aan de deur gezet wordt, ontslagen wordt en dat blijkt dat
hij niet opgeleid werd, dan dat men hem met brugpensioen stuurt?
Wat is het ergste? Ik denk dat men dat ook moet durven te evalueren,
01.25 Nahima Lanjri (CD&V): Je
répéterai mes questions relatives
à la famille lorsque la secrétaire
d'Etat nous aura rejoints.
Les réductions des charges
octroyées lors des restructurations
ne sont pas couronnées de
succès. Les mesures sont-elles
trop méconnues? Quel est le
montant exact des dépenses
consenties en la matière?
Combien de travailleurs salariés
sont-ils concernés?
Combien d'emplois la mesure
relative aux premiers emplois a-t-
elle permis de créer? Combien
d'emplois ont-ils été créés pour les
allochtones et les personnes
handicapées? Qu'en est-il de la
proposition relative à la formation
en alternance qui devait être prête
fin 2004?
La note politique précise que les
personnes souhaitant bénéficier
encore de la prépension à l'avenir
doivent prouver qu'elles ont
suffisamment investi dans la
formation. Ce point ne figurait pas
parmi les trente mesures de la
déclaration gouvernementale de
septembre. Pourquoi ? Une
concertation a-t-elle été organisée
avec les partenaires sociaux ?
N'est-il pas plus grave qu'une
personne soit licenciée plutôt que
d'être mise en prépension?
Jusqu'au mois de juin, le
gouvernement comptait une
secrétaire d'Etat au Bien-Être au
travail. La note politique de cette
dernière comportait une série
d'initiatives, dont je ne retrouve
pas trace dans la note politique de
la ministre de l'Emploi. Les
fonctions sont-elles plus
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
36
samen met de sociale partners.
Tot in juni was er een staatssecretaris voor Welzijn op het Werk. Dat
was ook belangrijk. In de beleidsnota van toenmalig staatssecretaris
Van Brempt was er sprake van concrete initiatieven, bijvoorbeeld rond
stress. Rond al die initiatieven van welzijn op het werk ik zal ze niet
allemaal herhalen is echter niets meer terug te vinden in uw
beleidsnota. Is dat, met het verdwijnen van die staatssecretaris, plots
geen belangrijk item meer? Blijkbaar tellen niet de thema's, maar de
functies. Als er een staatssecretaris nodig is, dan zal hem wel een
postje met wat inhoud worden gegeven. Ik dacht nochtans dat wij
eerder omgekeerd moesten tewerk gaan. Ik dacht dat wij ons eerst
moesten afvragen waar het in deze samenleving om draait en dat wij
in functie daarvan ministers moesten aanduiden.
Ik kom tot onze nieuwe staatssecretaris, mevrouw Van Weert,
staatssecretaris voor Sociale Economie. CD&V blijft ervan overtuigt
dat de sociale economie volwaardig deel uitmaakt van onze
economie, dat zij er niet boven staat, maar ook niet eronder. Ik denk
dat we ze ook niet tegenover mekaar moeten plaatsen. Het doel moet
zijn om mensen aan te werven rechtstreeks in de bedrijven uit de
reguliere economie, eventueel ondersteund vanuit de overheid, of via
tewerkstelling via invoegbedrijven en afdelingen , of via
bijvoorbeeld de initiatieven op vlak van sociale economie. Binnen die
laatste moet er uiteraard aandacht gaan naar doorstroming naar het
reguliere circuit, hoewel wij weten en beseffen dat dat niet voor
iedereen kan. Dat is ook geen schande. Het is goed dat mensen een
job hebben. Voor sommigen zal dat altijd in de sociale economie zijn.
Het moet echter wel een doelstelling blijven dat men zich ervoor blijft
inzetten.
Wat betreft de subsidiëring zijn er drie aandachtspunten die wij niet
voldoende terugvinden in de beleidsnota.
Ten eerste, er moet eens worden nagedacht over de complexiteit van
de bestaande subsidiëring. Er zijn zo veel kanalen, zo veel types
subsidies die men kan verkrijgen, dat men vaak door de bomen het
bos niet meer ziet. Dat gaat hand in hand met een overdreven
bureaucratisering waarmee de inlevering van allerlei gegevens
gepaard gaat ook gegevens die al voor andere projecten werden
ingediend evenals het opnieuw opstellen van nota's en rapporten.
Dat zorgt ervoor dat die maatregelen die goed bedoeld zijn, te weinig
bekendheid krijgen. Soms ziet men ook op tegen die hoeveelheid
werk en doet men geen moeite om een aanvraag in te dienen, omdat
men haast een subsidioloog in dienst moet nemen om die subsidies
te kunnen verkrijgen. Een vereenvoudiging dringt zich dus echt op,
waarbij er aandacht moet blijven uitgaan naar de diversiteit van
initiatieven en de diversiteit van het doelpubliek.
Minister Van den Bossche, in dat verband stellen wij trouwens vast
dat de lang aangekondigde lastenverlaging in de reguliere economie
al een jaar bestaat, maar niet ver genoeg strekt. Er zijn inmiddels
zelfs types lastenverlagingen bijgekomen, en het laat zich raden dat
het aantal maatregelen nog verder zal groeien in de toekomst. Ook de
reguliere economie heeft, denk ik, nood aan wat meer
vereenvoudiging.
Ik kom nu terug op de subsidiëring van de sociale economie. Wij
importantes que les thèmes et
n'avait-on désigné une secrétaire
d'Etat au Bien-Être au travail que
dans le seul but de créer un
nouveau poste?
Pour le CD&V, l'économie sociale
fait partie intégrante de notre
économie mais ne se situe ni au-
dessus ni en dessous de celle-ci.
Le passage vers le circuit régulier
requiert une attention accrue, bien
que nous soyons conscients
qu'une telle évolution n'est pas
réservée à tous.
Il nous faut réfléchir à la
complexité du système actuel de
subventions. La complexité des
mesures existantes mène à la
bureaucratisation et, de plus, de
nombreuses mesures ne sont dès
lors pas assez connues. Une
simplification administration
s'impose. Cela vaut d'ailleurs
également pour les dispositions
axées sur l'économie régulière. Ne
serait-il pas préférable de munir
les demandeurs d'emploi d'une
`mallette' comportant toutes les
primes ? Cela simplifierait la tâche
de l'employeur, puisqu'il verrait
directement de quels montants il
peut disposer. La possibilité de
combiner plusieurs mesures pose
également des problèmes.
Les subventions sont souvent
accordées sur la base de projets,
soit pour une courte durée. Il faut
plus de continuité, de manière à
lever les incertitudes pour ceux qui
veulent mettre sur pied des
initiatives.
Le gouvernement doit s'atteler à
améliorer le passage vers le
marché régulier de l'emploi. Il faut
également s'attaquer à l'utilisation
abusive de certaines mesures.
Dans certaines entreprises, les
travailleurs passent d'un statut à
l'autre. Dans d'autres cas, des
travailleurs à chaque fois différents
se succèdent à un poste
subventionné. Tel n'a jamais été
l'objectif!
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
37
vragen ons af of wij er hier niet beter voor kunnen opteren dat zou
veel eenvoudiger zijn om de werkloze een rugzakje te geven waarin
alle premies zitten, ongeacht of ze nu van de federale sociale
economie of van de sociale economie op het niveau van de Gewesten
komen en ongeacht of het om SINE-maatregelen of activa gaat. In het
rugzakje komt dan een bepaalde lastenverlaging, afhankelijk van het
type werkzoekende. Voor de ene werkzoekende moet het rugzakje
immers wat beter gevuld zijn dan voor de andere. Op die manier is
het voor de werkgever veel eenvoudiger. Hij ziet onmiddellijk dat het
om een werkloze gaat die bepaalde lastenverlagingen in zijn rugzakje
heeft. Hij ziet dan onmiddellijk welk bedrag hij kan aftrekken, welke
vorm van begeleiding er is en voor welke begeleiding hij extra geld
krijgt. Hij ziet ook onmiddellijk welk bedrag hij krijgt om het
productiviteitsverlies dat hij lijdt, te compenseren. Dat is veel
eenvoudiger dan allerlei subsidiemaatregelen te moeten combineren.
Dat combineren komt immers alleen maar ten goede van iemand die
al die maatregelen weet uit te pluizen. De grote meerderheid van de
bedrijven vindt er echter zijn weg niet meer in terug.
Een ander probleem is, zoals ik heb gezegd, de combineerbaarheid
van de subsidiemaatregelen. Het maakt de zaak complex, zeker de
combineerbaarheid van federale maatregelen met maatregelen van
de Gewesten. Op zich moet dat kunnen. Ik heb daar geen probleem
mee. Er moet afstemming met de Gewesten zijn. In het ene Gewest
wordt echter een bepaalde subsidie toegekend en in een ander
Gewest een andere subsidie. Dat is natuurlijk de autonomie van de
Gewesten. Dat klopt. Het maakt echter dat het voor sommige
werkgevers gewoon een rekensommetje wordt: zoveel krijgt de
werkgever voor een bepaalde werkzoekende en dus werft hij die
persoon aan. Het komt bovendien soms tot een subsidiëring die hoger
ligt dan de kosten voor de tewerkstelling van de betrokken
werkzoekende. Ik heb het niet over het feit dat er extra subsidies zijn
voor bijvoorbeeld begeleiding of opleiding. Het is niet meer dan
normaal dat daarvoor extra middelen worden toegekend. Soms echter
de suggestie komt van de sector zelf is de vraag of de overheid zo
niet de verkeerde richting uitgaat en voor bepaalde, andere groepen
niet te weinig doet.
Bijvoorbeeld, we stellen vast dat bij mensen die werken in het kader
van de dienstencheques en een verplaatsing van een uur moeten
maken, hun werkgever voor dat uur niet wordt vergoed. Dat is een
probleem. Er is ook een probleem wanneer iemand die werkt in het
kader van de dienstencheques zich aanbiedt bij de werkgever en
deze niet thuis is, die week met vakantie is, ziek is of wat dan ook. De
betrokkene moet dan wel worden uitbetaald, maar daarvoor is er in
geen subsidies voorzien. De tijd komt immers niet overeen met de
gepresteerde uren.
Misschien is het nodig om ook op dat vlak correcties aan te brengen.
Ten slotte stellen we in de beleidsnota opnieuw vast dat heel wat
subsidies mevrouw de staatssecretaris, ik heb dat ook in de
commissie gezegd op een projectmatige basis worden toegekend
en dus van korte duur zijn. Dat heeft als nadeel dat de overheid niet
weet wat ze op lange termijn kan verwachten. Continuïteit, zowel in de
regelgeving als in de financiering, is nodig, opdat de overheid zich kan
focussen op de taak die de sociale economie heeft, namelijk het
tewerkstellen van de zogenaamde kansengroep of de risicogroepen.
Où en est le dossier sur les
services de voisinage et de
proximité? Tous ces services
entrent-ils en ligne de compte pour
bénéficier de la mesure SINE ou
s'agit-il seulement de ceux qui
sont soutenus par la fondation Roi
Baudouin?
J'espère que le gouvernement
répondra concrètement à mes
questions. J'espère aussi que les
notes de politique nous
parviendront à temps l'an prochain
mais qu'elles comprendront
également des mesures concrètes
visant à créer davantage
d'emplois. Malgré toutes les
déclarations, l'année 2004 n'aura
pas été l'année charnière en
termes d'emploi. L'année 2005 le
sera peut-être. En tout état de
cause, il sera difficile de faire
moins bien qu'en 2004.
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
38
Zo moet de overheid niet de hele tijd, vanaf dag 1 na de opstart van
een project, op zoek gaan naar financiering van het project voor het
volgende jaar, omdat daarvoor geen geld is voorzien. Ook moet de
werkgever dan niet in de onzekerheid verkeren of de reglementering
niet strenger zal worden gemaakt of afgeschaft. Hij moet zich dan niet
afvragen of de mogelijkheid er nog wel zal zijn.
In de commissie heb ik verschillende voorbeelden gegeven. Ik verwijs
opnieuw naar de activiteitencoöperatieve. Dit initiatief geeft werklozen
de kans als zelfstandige op te starten. Op federaal niveau wordt dit
opgericht. Men stelt nu reeds duidelijk dat deze initiatieven slechts
voor 1 jaar gesubsidieerd worden. Nadien moeten de Gewesten de
subsidiëring overnemen. Dit is zoveel als zeggen dat er geen
continuïteit zal zijn. Dit is slechts één voorbeeld.
De doorstroming naar regulier werk is vaak heel moeilijk. Op zich is
het niet erg dat niet iedereen doorstroomt naar regulier werk. Er
bestaat nog een veel ergere en perversere vorm van doorstroming.
Een werknemer binnen hetzelfde bedrijf valt soms van het ene statuut
in het andere, nu eens vanuit de sociale economie, dan weer als
SINE, dan als werkplusser. Het is een aaneenschakeling van een
soort nepstatuten. Dat is niet de bedoeling van de regering geweest.
De regering wilde via subsidiëring mensen een aanmoediging geven.
Nog andere vormen van negatieve en niet-bedoelde effecten is het
steeds wisselend aanwerven voor een voltijds equivalent dat
gefinancierd wordt uit de sociale economie. De plaatsen zijn bezet,
maar altijd met andere mensen. Gevolg is dat men maar even in
dienst wordt genomen om daarna opnieuw naar de werkloosheid of
het OCMW te verhuizen.
Mevrouw de staatssecretaris, in de commissie hebt u me beloofd te
laten onderzoeken of het correct is dat een aantal buurt- en
nabijheiddiensten SINE-steun krijgen. Op het terrein is het niet
duidelijk of deze SINE-steun verzekerd is voor alle buurt- en
nabijheiddiensten, ook die die gefinancierd worden door de lokale
overheden, of alleen geldt voor buurt- en nabijheiddiensten die
gefinancierd zijn met middelen van de Koning Boudewijnstichting. Er
moest een tijdelijke maatregel worden genomen bij gebrek aan een
erkenningkader dat uitgewerkt wordt door de Gewesten. Kunt u nu
een concreet antwoord geven?
Mevrouw de minister, mevrouw de staatssecretaris, ik hoop concrete
antwoorden op mijn vragen te krijgen. In mijn betoog heb ik heel
duidelijk de positieve elementen beklemtoond. U kunt het me niet
kwalijk nemen dat ik zelf suggesties heb gedaan om de negatieve
punten te remediëren of hierover vragen heb gesteld.
Ik hoop dat de beleidsnota's volgend jaar niet alleen tijdig zullen
worden ingediend, maar ook maatregelen zullen bevatten die de
werkgelegenheid echt ten goede komen en die, in plaats van 90.000
bijkomende werklozen te creëren, meer werkgelegenheid zullen
teweegbrengen.
Ik wil ook nog zeggen dat het is reeds gezegd iets beloven één
ding is, maar het doen, is natuurlijk iets totaal anders. Dat ervaart u
nu, nu u het moet doen. Ik hoop, samen met de eerste minister
want die hoopt dat blijkbaar dat 2005 beter wordt. Blijkbaar was
2004 dan toch niet het scharnierjaar maar waarschijnlijk moet 2005
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
39
dat worden. Wij willen dus nog wel even geduld oefenen want
natuurlijk: slechter dan 2004 kan heel moeilijk. Dank u.
01.26 Benoît Drèze (cdH): Monsieur le président, mesdames les
ministres, chers collègues, mon intervention se divise en deux parties,
l'une adressée à Mme Van den Bossche et l'autre à Mme Van Weert.
Avant cela, j'ai une question à poser à M. le président.
En tant que jeune parlementaire, je dois avouer que je ne comprends
rien à la procédure d'examen des notes de politique générale. J'ai
déjà exprimé un point de vue à ce sujet la semaine dernière.
Aujourd'hui, nous découvrons deux avis l'un en matière d'Economie,
l'autre en matière d'Affaires étrangères rendus par deux
commissions. Un de ces avis reprend une discussion assez longue
avec Mme Van den Bossche. Apparemment, les travaux ont eu lieu le
14 décembre, soit une semaine après que la commission des Affaires
sociales, sur la proposition ferme de son président je crois, ait décidé
de ne pas examiner les notes de politique générale en commission et
d'en débattre aujourd'hui en séance plénière. Je ne comprends pas
pourquoi, avec la même ministre, le président d'une commission
décide de ne pas discuter de la note de politique générale et le
président d'une autre commission décide d'en discuter.
Monsieur le président, j'aimerais que vous éclairiez ma lanterne de
jeune parlementaire. S'agit-il d'une procédure habituelle dans cette
assemblée? Si c'est inhabituel, quelles sont les raisons
exceptionnelles justifiant que l'on procède ainsi cette année? Enfin,
pouvez-vous confirmer que l'on pourra avoir un échange de vues
aujourd'hui? Pourra-t-on, après l'intervention des ministres et
secrétaires d'Etat, donner une réplique pour obtenir des
éclaircissements?
01.26 Benoît Drèze (cdH): Ik zou
de voorzitter eerst een vraag willen
stellen omdat ik de procedure voor
de bespreking van de algemene
beleidsnota's niet goed begrijp.
Vandaag stellen wij vast dat er
twee adviezen door twee
commissies werden uitgebracht.
De voorzitter van de ene
commissie beslist de algemene
beleidsnota niet te bespreken
terwijl de voorzitter van de andere
commissie daar wel toe beslist. Is
dit een gebruikelijke procedure in
deze assemblee? Zo niet, waarom
werd die procedure dan
toegepast? Kunt u bevestigen of er
vandaag nog een
gedachtewisseling volgt? Krijgen
wij na het betoog van de ministers
en de staatssecretarissen nog de
gelegenheid te vragen om
verduidelijking?
Le président: Je vous le confirme, monsieur Drèze.
De
voorzitter: Inderdaad,
mijnheer Drèze.
01.27 Benoît Drèze (cdH): Sur le troisième point?
01.27 Benoît Drèze (cdH): Over
het derde punt?
Le président: Sur les matières relevant des compétences des
ministres ici présents, à savoir les ministres de l'Emploi et de
l'Economie sociale. C'était prévu à l'ordre du jour.
De
voorzitter: Over de
aangelegenheden waarvoor de
aanwezige ministers, namelijk de
ministers van Werk en Sociale
Economie, bevoegd zijn. Zo staat
het ook op de agenda. Mevrouw
Mandaila komt deze namiddag.
01.28 Benoît Drèze (cdH): Il faudrait que nous puissions aussi
aborder la politique de Mme Mandaila.
Le président: Mme Mandaila vient cet après-midi.
01.29 Benoît Drèze (cdH): Monsieur le président, pouvez-vous nous
donner plus de détails sur la raison de la procédure appliquée cette
année?
01.29 Benoît Drèze (cdH): Kunt u
ons verduidelijken waarom die
procedure dit jaar werd toegepast?
Le président: Monsieur Drèze, si vous voulez continuer votre
intervention; je vous répondrai par la suite.
De voorzitter: Ik zal daar na uw
betoog op antwoorden.
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
40
01.30 Benoît Drèze (cdH): Monsieur le président, je vous remercie.
En matière d'Economie sociale, je vous remercie, madame Van
Weert, d'avoir remis votre note de politique à temps je l'ai déjà dit la
semaine dernière mais vous étiez absente à ce moment , ce qui
nous a permis d'avoir avec vous une discussion fructueuse en
commission. Vous avez répondu à la plupart des interrogations des
parlementaires. Par conséquent, je me limiterai à deux réflexions.
Premièrement, vous savez mieux que moi que la Conférence
nationale pour l'emploi d'octobre 2003 a annoncé 12.000 emplois
supplémentaires dans le volet Economie sociale. J'imagine que ces
12.000 emplois s'ajoutent à la décision du gouvernement précédent,
sous l'égide de M. Vande Lanotte, de doubler l'emploi dans
l'économie sociale d'insertion.
Vous avez précisé en commission que le fédéral et les entités
fédérées s'étaient engagés à fournir chacun une moitié de l'effort sur
la base des accords de coopération. Je voulais répéter qu'on attendait
avec impatience l'évaluation des objectifs annoncés. En effet, le
nombre d'emplois ressortissant au champ de l'économie sociale est
substantiel. Par exemple, les 12.000 emplois de la Conférence
nationale pour l'emploi représentent 20% de l'objectif des 60.000
emplois dégagés au total. C'est donc une responsabilité très
importante. Je l'ai dit la semaine dernière en matière de titres-
services: 25.000 emplois représentent 42% de l'objectif et cela mérite
vraiment que l'évaluation ait lieu dans les délais convenus et que le
temps nécessaire y soit consacré pour y voir le plus clair possible.
Cela étant dit, je voulais intervenir sur l'un des points que j'avais
abordés en commission et sur lequel il y aurait du nouveau, à savoir
le statut fiscal des sociétés à finalité sociale et plus particulièrement
des sociétés à finalité sociale qui sont des entreprises d'insertion
reconnues par les Régions. J'ai reçu un mail ce matin par
l'intermédiaire des fédérations FEBECOOP et VOSEC, ce qui tombe
bien; c'est mieux que le recevoir demain! J'en reprends quelques
extraits. Il s'agit de l'article 67 de la loi du 26 mars 1999 relative au
Plan d'action belge pour l'emploi 1998, en particulier la section 10
"Economie sociale" et la sous-section 4 "Mesures fiscales". L'article
67 indique: " dans le chef des entreprises d'insertion reconnues, sont
exclus des bénéfices imposables à l'impôt des sociétés les bénéfices
maintenus dans le patrimoine de la société".
Cet article a posé de nombreux problèmes pratiques, notamment
parce qu'il est parfois contesté par l'administration fiscale, ce qui
aboutit à l'imposition des bénéfices ainsi maintenus dans le capital de
la société, dans certains cas particuliers. Or, il apparaît que cet article
67 n'est plus applicable depuis peu. En effet, le ministre a répondu à
une question parlementaire du député Bart Tommelein, qui lui
demandait des éclaircissements, que la suppression du régime des
entreprises d'insertion reconnues par le gouvernement fédéral
empêche, à partir du 1
er
janvier 2004, l'application de l'article 67. Dès
lors, il n'y aurait plus à l'heure actuelle d'avantage fiscal pour les
entreprises d'insertion et tous les bénéfices réalisés seraient soumis à
l'impôt des sociétés.
Cependant, des informations en provenance de votre cabinet
indiqueraient qu'une mesure devrait permettre l'application légale de
01.30 Benoît Drèze (cdH): Ik zal
me tot twee bedenkingen
beperken. Tijdens de nationale
werkgelegenheidsconferentie in
oktober 2003 werden in het
hoofdstuk Sociale economie
12.000 bijkomende jobs
aangekondigd.
Aangezien de sociale economie 20
procent van de doelstelling van de
Nationale
Werkgelegenheidsconferentie
uitmaakt, wacht ik met ongeduld
op de evaluatie van die
maatregelen.
Wat betreft het fiscaal statuut van
de vennootschappen met een
sociaal oogmerk die door het
Gewest als inschakelingsbedrijven
worden beschouwd, sluit artikel 67
van de wet van 26 maart 1999 de
winst die in het vermogen van de
vennootschap wordt gehouden uit
van de in de
vennootschapsbelasting
belastbare winst. Vanaf januari
2004 is dat artikel niet langer van
toepassing. Gegevens die door uw
kabinet werden verstrekt, laten
ons echter veronderstellen dat
artikel 67 krachtens bepaalde
maatregelen wel nog zou kunnen
worden toegepast. Wanneer zullen
die in het Belgisch Staatsblad
worden bekendgemaakt? De
sector heeft zekerheid nodig.
Wat de werkbonus betreft, dank ik
u voor uw nota van vorige week,
die de nodige verduidelijkingen
met betrekking tot de kostprijs-
belastingkrediet aanbracht, zodat
ik mijn amendement kon
intrekken.
Ik kom terug op de aanwending
van die middelen voor het
belastingkrediet op de lage lonen,
die moeten worden opgetrokken.
Ook elders in Europa werden
maatregelen genomen om het
verschil tussen de
vervangingsinkomens en de
laagste lonen te vergroten.
Werken moet aantrekkelijker
worden gemaakt zonder dat zulks
de werkgever meer gaat kosten.
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
41
l'article 67, mesure que le Conseil des ministres devrait adopter et
dont on annonce la publication au Moniteur vers février ou mars 2005,
avec effet rétroactif au 1
er
janvier 2004, ce qui permet une continuité,
d'où l'intérêt de cette mesure. Pouvez-vous confirmer cette
information de nature à rassurer le secteur? Pouvez-vous nous en
dire un peu plus sur les modalités d'exécution? Et surtout, pouvez-
vous nous dire si elles pourront être publiées au Moniteur belge avant
février ou mars 2005 pour lever toute ambiguïté?
Madame Van den Bossche, j'en arrive maintenant à un point
important en matière d'emploi: le bonus à l'emploi. Je me suis déjà
exprimé sur d'autres points la semaine dernière, je n'y reviendrai donc
pas.
Je voudrais tout d'abord vous remercier pour la note que vous avez
remise la semaine dernière, relative aux récupérations des coûts et
crédits d'impôt. Cela m'a permis de retirer mon amendement à l'article
concerné de la loi-programme. Cette note m'a rassuré: la suppression
du crédit d'impôt est clarifiée quant aux montants. Par ailleurs, ces
montants seront affectés au bonus à l'emploi.
Cependant, je souhaite revenir sur l'affectation de ce budget dégagé
et sur le renforcement des réductions de cotisations personnelles sur
les bas salaires.
Le crédit d'impôt sur les bas salaires, chacun en est conscient, vise à
accorder un supplément de revenus c'était l'objectif de la mesure
qui vient d'être supprimée aux salaires inférieurs à 1.415 euros par
mois. En 2005, le montant du crédit d'impôt aurait été de 540 euros
par an par travailleur, soit 45 euros par mois.
L'introduction du crédit d'impôt sur les bas salaires en Belgique n'est
pas un cas isolé. En Europe continentale, ce mouvement traduit
essentiellement la volonté de lutter contre les pièges à l'emploi qui
apparaissent lorsque la différence entre les allocations de
remplacement et la rémunération du travailleur n'est pas assez
importante. Réduire les allocations sociales n'est pas, dans ce cas,
une solution acceptable. Par contre, améliorer l'attractivité du travail
pour le travailleur sans hausser son coût pour l'employeur est l'objectif
poursuivi.
Pour qu'une mesure visant à renforcer l'attractivité du travail pour les
travailleurs à bas salaire soit efficace et permette de résorber les
pièges à l'emploi, trois conditions doivent, selon nous, être réunies. Il
faut d'abord que les travailleurs puissent avoir directement
conscience de l'amélioration de leur situation lorsqu'ils décident de
rejoindre le marché du travail. Il est ensuite nécessaire que l'avantage
reçu par le travailleur, lors de la prise de l'emploi, soit significatif,
c'est-à-dire que le montant soit suffisamment important. Enfin, il faut
que la mesure prise soit correctement ciblée sur les travailleurs
souffrant le plus des pièges à l'emploi.
Le crédit d'impôt, tel qu'il a été instauré au départ, n'a que peu
respecté ces trois principes.
Il a, tout d'abord, été observé que le versement effectif du crédit
d'impôt ne prenait effet que deux ans après la prise de l'emploi par le
travailleur, c'est-à-dire lors de l'enrôlement de l'impôt. Pour remédier à
Opdat die maatregelen hun doel
zouden bereiken, moeten drie
voorwaarden vervuld zijn: de
werknemer moet beseffen dat
werken aantrekkelijker is dan niet-
werken; het verschil tussen beide
inkomens moet beduidend zijn en
er moeten gerichte maatregelen
komen voor die werknemers die
het meest van de
werkloosheidsvallen te lijden
hebben.
Het belastingkrediet voldoet niet
aan die drie voorwaarden.
Aangezien de belanghebbende het
pas kreeg twee jaar nadat hij
begon te werken, op het ogenblik
van de inkohiering van de
belasting, werd het door een
vermindering van de persoonlijke
bijdragen vervangen.
Vervolgens is het bedrag van het
belastingskrediet te laag omdat
het het nettoloon van de
minimumlonen met slechts 4
percent doet stijgen terwijl de
maatregelen die in Engeland en de
Verenigde Staten genomen
werden, het nettoloon tot 40
percent laten stijgen. Hoe komt het
dat de uitbreiding van de
vermindering van de persoonlijke
bijdragen voor de loontrekkenden
slechts 10 euro opbrengt in plaats
van de oorspronkelijk
aangekondigde 45 euro (de
zelfstandigen hebben daarentegen
recht op 45 euro)?
Tot slot schiet het
belastingskrediet voor een deel
aan zijn doelgroep voorbij,
namelijk de werknemers die het
vaakst het slachtoffer zijn van de
werkloosheidsvallen. U wil immers
de inkomensplafonds verhogen
waarop het belastingskrediet van
toepassing is van 1.415 euro
naar 1.956 euro per maand.
Daardoor stijgt het aantal
gerechtigden maar zal de
maatregel er minder in slagen de
werkloosheidsvallen te
voorkomen, wat toch de
doelstelling ervan is.
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
42
ce problème, - nous sommes d'accord sur ce point il a été décidé
de remplacer le crédit d'impôt par un renforcement des réductions de
cotisations personnelles.
Ensuite, le montant perçu au départ via le crédit d'impôt était déjà
relativement limité. A vitesse de croisière, le montant perçu aurait été
je le rappelle - de 540 euros par an, soit 45 euros par mois. Cela
correspond seulement à une augmentation d'environ 4% du salaire
net autour du salaire minimum.
Ce montant est, il faut le reconnaître, relativement similaire quoique
légèrement plus faible que le montant prévu en France par la prime
pour l'emploi créée en 2001. Par contre, dans des pays comme
l'Angleterre ou les Etats-Unis, des mesures similaires permettent une
augmentation de 40% du salaire net voire plus, c'est-à-dire des
mesures d'un impact multiplié par 10 par rapport à ce qui est fait dans
notre pays.
Le renforcement des réductions de cotisations personnelles tel que
prévu par le gouvernement depuis le Conseil des ministres du 16
janvier dernier semble toutefois encore diminuer le montant
supplémentaire perçu par le travailleur. En effet, madame Van den
Bossche, vous avez confirmé la semaine passée que le bonus à
l'emploi permettait de renforcer les réductions de cotisations
personnelles de 95 à 105/mois par travailleur, soit une augmentation
de seulement 10. Comment expliquer que cette augmentation soit si
faible alors que le crédit d'impôt prévoyait une augmentation quatre
fois plus importante, je le rappelle, à savoir de 45? Il y a
effectivement un renforcement des réductions de cotisations
personnelles mais sans lien avec la suppression du crédit d'impôt.
Par ailleurs, le crédit d'impôt pour les travailleurs indépendants est
maintenu. Doit-on en déduire que ceux-ci bénéficient toujours de 45
alors que les travailleurs salariés ne percevront qu'un avantage de
10?
Par ailleurs, les détails budgétaires ne semblent pas refléter le
renforcement des réductions de cotisations personnelles à la hauteur
du crédit d'impôt. En 2005, ce renforcement devrait, en toute logique,
être de 89 millions d'euros. C'est un peu technique, mais il s'agit de
montants importants. Selon le tableau II "Réductions de cotisations
sociales ONSS" qui figure à la page 223 de l'exposé général, les
réductions de cotisations personnelles atteignent un montant de 204
millions d'euros en 2005, soit une augmentation de 44 millions et non
de 89 millions.
Madame la ministre, pouvez-vous apporter un éclaircissement sur ce
point, d'autant que vous avez annoncé la semaine dernière que le
total serait porté à 262 millions? L'erreur se situe-t-elle dans le budget
ou dans votre intervention de la semaine dernière?
La dilution de la mesure actuelle me permet d'aborder le troisième
point, à savoir le ciblage nécessaire des mesures visant à résorber
les pièges à l'emploi. En effet, l'augmentation moindre du salaire net
induite par le bonus à l'emploi par rapport au crédit d'impôt est
probablement la conséquence d'un choix délibéré, celui de hausser le
plafond de revenus auxquels le renforcement s'applique. Le
gouvernement et vous-même affirmez en effet vouloir hausser le
plafond de revenus, d'abord de 1.570 à 1.670, ensuite de le porter à
In 1988 werd een werkloze op drie
het slachtoffer van die
maatregelen. Ik denk dat die
toestand niet verbeterd is.
De inkrimping van de
personeelskosten is een goede
maatregel, die echter alleen op
macro-economisch niveau werkt
zonder de moeilijke individuele
omstandigheden te verbeteren. Er
wordt geen rekening gehouden
met de gezinssituatie van de
uitkeringsgerechtigde en de
herinschakeling in de arbeidsmarkt
boet in aan efficiëntie. Er moet een
algemeen beleid tegen de
werkloosheidsvallen aan worden
gekoppeld.
De rendabiliteit en de flexibiliteit
van de werknemers met een laag
inkomen moeten toenemen en er
moet rekening worden gehouden
met de situatie van mensen met
een zware schuldenlast bij wie de
verhoging sterk wordt afgeroomd
door de terugbetaling van de
schuld, wat de betrokkenen ervan
weerhoudt om opnieuw werk te
zoeken.
Ik heb geen details over de
hervorming van de
inkomensgarantie-uitkering: wat
verantwoordt de besparing
waarover u het in dit verband had?
Wij zijn van mening dat de
inkomensgarantie moet worden
aangewend ter ondersteuning van
de maatregelen tegen de
werkloosheidsvallen. De tegen de
werkloosheidsvallen genomen
maatregelen moeten worden
geëvalueerd om duidelijk te zien
welke weg we reeds hebben
afgelegd en te weten wat we nog
voor de boeg hebben.
Wat verklaart de daling van het
aantal werklozen die aanspraak
maken op activering in de
begroting van ontvangsten en
uitgaven voor 2005?
In 2004 werden er bovendien
13.376 PWA-arbeiders genoteerd,
terwijl er voor 2005 maar 476 zijn
gepland. Waar zijn alle anderen
naartoe en wat zijn de redenen
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
43
1.956. Le plafond de revenus auquel s'applique le crédit d'impôt était
nettement plus bas puisqu'il était, comme je l'ai rappelé tout à l'heure
de 1.415/mois. Or, si la volonté du gouvernement est réellement de
résorber les pièges à l'emploi, cette dilution n'a pas de sens. Elle
bénéficie certes à un plus grand nombre de travailleurs mais elle rate
son objectif.
En 1988, voici déjà six ans, le Conseil supérieur de l'Emploi évaluait à
95.000 le nombre de chômeurs susceptibles de tomber dans un piège
financier à l'emploi sur un total - à l'époque - de 285.000 chômeurs.
Cela concernait donc un chômeur sur trois. Mon expérience
personnelle, qui devrait être confirmée par un nouvel avis, est que
cette proportion n'est certainement pas en régression. C'est bien
entendu principalement le cas des chômeurs isolés ou chefs de
ménage.
La réduction des cotisations personnelles est une bonne mesure, et
nous la soutenons. Mais elle est macro-économique et n'apporte pas
de réponse à tous les cas particuliers de pièges à l'emploi. Ceci est
principalement dû au fait que le crédit d'impôt et la réduction des
cotisations personnelles sont deux mesures qui s'appliquent de
manière linéaire à l'ensemble des revenus professionnels sans tenir
compte de la situation de départ: actif ou inactif - et, par ailleurs, du
montant des allocations de remplacement - ni de la situation familiale
du bénéficiaire. Ce choix rend son administration relativement simple,
mais dilue son efficacité en termes d'incitation au retour sur le marché
du travail. Cette mesure macro-économique doit donc s'accompagner
d'une approche globale des pièges à l'emploi, avec une politique plus
ciblée, visant notamment à améliorer la productivité des travailleurs à
bas salaire, leur mobilité et la conciliation de leur vie privée et
professionnelle.
Par ailleurs, il conviendrait de traiter avec beaucoup d'attention le cas
des personnes surendettées. Dans la mesure où une grande partie de
leurs revenus supplémentaires, lorsqu'elles acceptent un travail, est
ponctionnée par le remboursement de leurs dettes, ces personnes
n'ont qu'un incitant financier très faible à se remettre au travail.
Enfin, je suis surpris de ne pas avoir obtenu, au cours de la
discussion sur le bonus à l'emploi, de détails complémentaires à
propos de la réforme de l'allocation de la garantie de revenu. D'autres
parlementaires s'en sont aussi inquiétés. Comment cette réforme est-
elle effectuée? Cela échappera apparemment à notre contrôle,
puisque ce sera décidé par arrêté, et non par le biais d'une loi.
Vous avez avancé que la remodulation de l'allocation de la garantie
de revenu permettrait une économie de 11 millions d'euros. Quelle est
la raison de cette économie? Pourquoi cette remodulation n'est-elle
pas réalisée conformément à la neutralité budgétaire, de manière à la
rendre plus efficace? Refaçonner ne signifie pas nécessairement qu'il
faille faire des économies. Ceci reflète le constat formé par le
gouvernement selon lequel l'allocation de garantie de revenu
disposerait d'une enveloppe budgétaire trop importante. Quant à
nous, nous partons du constat inverse. Les pièges à l'emploi nous
semblent insuffisamment résorbés par les mesures existantes.
L'allocation de garantie de revenu peut servir à les renforcer. Nous
sommes évidemment d'accord avec le constat de votre prédécesseur
d'après lequel le système devait être remodulé. La question n'est pas
hiervoor?
Naar verluidt zouden de
wachtuitkeringen sinds 1 oktober
2004 opnieuw lager liggen dan het
leefloon. De OCMW's moeten tal
van dossiers voor de aanvraag
van een aanvullende uitkering
openen soms gaat het zelfs
maar om enkele euro's wat hun
werking sterk belemmert.
De wachtuitkeringen vallen onder
uw bevoegdheid; kan men geen
aanpassing doorvoeren om te
voorkomen dat een dergelijke
situatie zich in de toekomst
opnieuw zou voordoen? Ik dank u
daarvoor.
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
44
là. Mais nous espérions que la remodulation allait s'accompagner d'un
montant budgétaire au moins équivalent et donc, d'un renforcement
qui puisse produire des effets nettement meilleurs.
En tout état de cause, il conviendrait, à ce stade, d'effectuer une
évaluation sérieuse des mesures qui ont été prises à ce jour pour
résorber les pièges à l'emploi afin de déterminer quel a été le chemin
parcouru et quel chemin reste encore à parcourir.
Cela étant dit, il me reste à relever trois petites questions sur l'exposé
général du budget des recettes et des dépenses 2005.
Tout d'abord, à la page 226, pouvez-me dire, madame la ministre, ce
qui explique la réduction du nombre de bénéficiaires des programmes
d'activation sous le régime du chômage? Il y a une diminution du
budget de 15%, ce dernier passant de 50 à 42 millions d'euros.
Ensuite, à la page 272, en matière de travailleurs ALE, 13.376 étaient
repris en 2004; en 2005, il n'y en a plus que 476 prévus. Où sont
passés les 12.900 travailleurs ALE disparus en 2005? On peut
imaginer plusieurs scénarios mais on aimerait connaître les raisons
pratiques, peut-être à travers différentes mesures, qui expliquent
cette prévision de diminution aussi importante de 12.900 travailleurs
ALE.
Enfin - et ce point a été évoqué la semaine passée par Mme Genot et
confirmé par Richard Fournaux -, il apparaît que, depuis le 1
er
octobre
2004, dans un certain nombre de situations, les allocations d'attente
sont, à nouveau comme par le passé, parfois légèrement inférieures
au revenu d'intégration sociale. C'est ainsi que les CPAS sont à
nouveau amenés à instruire une série de dossiers pour apporter un
complément de revenu, parfois modeste, équivalent à quelques euros
ou dizaines d'euros par mois. Toutefois, cela entraîne un certain
nombre de complications pour les CPAS et surtout pour les
bénéficiaires d'allocations d'attente concernés. Madame la ministre,
les allocations d'attente étant directement de votre compétence, ne
pensez-vous pas qu'il faudrait, comme par le passé, effectuer un
correctif afin que ce genre de situation ne se produise plus à l'avenir?
01.31 Sabien Lahaye-Battheu (VLD): Mevrouw de minister,
mevrouw de staatssecretaris, ik wil het in mijn uiteenzetting hebben
over de sociale economie en de activering van de werkzoekenden.
Wat de sociale economie betreft, wens ik vooreerst onze felicitaties te
herhalen, mevrouw de staatssecretaris. U bent er als witte raaf wel in
geslaagd om tijdig uw beleidsnota in te leveren in het Parlement. Na
de uitgebreide bespreking ervan in de commissie beperk ik me hier
tot twee basisopmerkingen.
In de eerste plaats, hoewel sociale economie altijd al bestaan heeft,
kunnen we zeggen dat de sociale economie as such haar eerste
lustrum viert; als officieel beleidsdomein bestaat ze 5 jaar. Dat lustrum
viert ze volgens ons niet in mineur, maar vooral onder het motto
"Onbekend is onbemind".
Voor de VLD speelt de sociale economie een complementaire rol
naast de reguliere economie en biedt ze kansen aan een aantal
mensen dat niet in het reguliere circuit terechtkan of via het
01.31 Sabien Lahaye-Battheu
(VLD): Je félicite à nouveau la
secrétaire d'Etat compétente pour
l'économie sociale qui a déposé
sa note de politique générale en
temps utile.
L'économie sociale n'existe que
depuis cinq ans comme domaine
de compétence. Elle joue un rôle
complémentaire aux côtés de
l'économie ordinaire. Elle doit offrir
des opportunités aux personnes
qui ne pourraient autrement pas
accéder, directement ou
indirectement, au circuit du travail
normal. S'il est possible pour
certaines personnes de passer de
l'un à l'autre, ce n'est
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
45
tussenstation van de sociale economie een zetje nodig heeft om toch
in het reguliere circuit terecht te komen.
Ook binnen de sociale economie kan doorstroming plaatsvinden,
helaas niet voor iedereen. Wij vinden het echter zeer positief dat u in
uw beleidsnota letterlijk zegt dat u van de doorstroming een
topprioriteit wil maken. Wij ondersteunen dat ten stelligste. We mogen
immers niet vergeten dat de sociale economie grotendeels wordt
onderhouden met subsidies, die zo efficiënt mogelijk moeten worden
ingezet. Des te meer moeten wij bijzondere aandacht hebben voor die
doorstroming. Precies hierin zou de meerwaarde van de
gesubsidieerde jobs moeten kunnen liggen: wanneer de overheid
zwakkere werknemers op de arbeidsmarkt via een investeringsbeleid
kan klaarstomen voor de reguliere jobs, betalen die investeringen zich
terug en worden ze als het ware een rollend investeringsfonds,
waardoor steeds maar meer mensen kunnen worden geholpen.
Ten tweede, mevrouw de staatssecretaris, u duidt het stimuleren van
synergie tussen principes uit de sociale en reguliere economie aan als
een andere hoeksteen van uw beleid. Wij verstaan hieronder dat de
sociale economie een aantal faciliteiten krijgt ter compensatie van de
"handicaps" die dergelijke ondernemingen hebben gezien de mensen
waarmee ze werken.
Wij verstaan daar geenszins onder dat die faciliteiten dermate moeten
worden uitgebreid dat de sociale economie met een paar kilometer
voorsprong op de reguliere bedrijven aan de start komt, zodat die
laatsten hen niet meer kunnen inhalen. Met een boutade, de principes
van de reguliere bedrijven blijven de regel, die van de sociale-
economiebedrijven de uitzondering.
Overigens zou de term sociale economie kunnen impliceren dat de
reguliere economie vandaag per definitie asociaal zou zijn, terwijl dat
volgens ons absoluut niet klopt. Niet alleen beschikken de
werknemers in dit land over een verregaande sociale zekerheid, maar
getroosten zeer veel ondernemingen zich de moeite om sociaal
verantwoorde investeringen te doen. Zo bestaan er bijvoorbeeld
overeenkomsten voor de indienstneming van gehandicapte
werknemers of een engagement voor de tewerkstelling van allochtone
werknemers. Mevrouw Lanjri heeft het al over die overeenkomsten
gehad. Ik ben het met haar eens dat over de uitvoering van die
overeenkomsten moet worden gewaakt en dat daar nog een hele job
voor u klaarligt, mevrouw de staatssecretaris.
malheureusement pas le cas pour
tout le monde.
L'économie sociale fonctionne
principalement grâce aux subsides
et ceux-ci doivent être utilisés le
plus efficacement possible. Il peut
même y avoir des retombées
positives si le transfert fonctionne.
La secrétaire d'Etat veut stimuler
une synergie entre des principes
de l'économie sociale et de
l'économie ordinaire. Pour nous
cela signifie que l'économie
sociale doit bénéficier d'un certain
nombre de facilités pour
compenser les handicaps
auxquels sont confrontées les
entreprises concernées. Il faut
éviter que l'économie sociale
prenne une avance telle que les
entreprises ordinaires ne puissent
plus rattraper ce retard.
L'économie sociale doit rester
l'exception.
L'économie ordinaire n'est
toutefois pas asociale non plus,
car les travailleurs ont accès à une
sécurité sociale très performante
et de nombreuses entreprises
s'efforcent de réaliser des
investissements justifiés sur le
plan social.
01.32 Greta D'hondt (CD&V): Mevrouw Lahaye-Battheu, in theorie is
het waar wat u zegt over de tewerkstelling van gehandicapten.
Wanneer u echter de tewerkstelling van gehandicapten op de
reguliere arbeidsmarkt volgt, zult u met mij spijtig genoeg moeten
vaststellen dat die achteruitgaat in de plaats van vooruit. De
tewerkstelling van gehandicapten in de gewone ondernemingen gaat
achteruit. Het is geen kwestie van oppositie tegen meerderheid. Het is
een vaststelling. Dat is erg. Het gaat achteruit. Wij hebben wel een
wetgeving, maar wij moeten vaststellen dat voor wie niet aan zijn
trekken komt in de beschutte werkplaatsen, in de sociale economie
en bij de overheden, de OCMW's en de gemeenten, er geen andere
kansen zijn. Het is al jaren zo dat die tewerkstelling niet vooruitgaat
maar achteruitgaat.
01.32 Greta D'hondt (CD&V): En
théorie, ce que vous dites est
correct, mais l'emploi de
personnes handicapées recule
dans le circuit normal du travail.
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
46
01.33 Sabien Lahaye-Battheu (VLD): Mevrouw D'hondt, het gaat
hier niet over oppositie tegen meerderheid. Wij trekken terzake aan
hetzelfde zeel. Ik ga ook met mevrouw Lanjri akkoord. Er bestaan
overeenkomsten om gehandicapten en allochtonen te werk te stellen,
maar ze worden niet afdoend uitgevoerd. Daarom zeg ik aan de
staatssecretaris dat er terzake nog heel wat werk aan de winkel is.
Wij houden dus hetzelfde pleidooi, mevrouw D'hondt.
Mevrouw de minister van Werk, ik richt mij nu tot u en ik wil mij
beperken tot het deel over activering van de werkzoekenden. De
regering heeft de verdienste om eindelijk een aanvang te hebben
genomen met de activering. Het systeem is voldoende bekend: vanaf
1 juli 2004 de -30-jarigen, vanaf juli 2005 de 40-jarigen.
Ofschoon er met de instemming van de sociale partners een
activeringssysteem werd afgesproken dat stelselmatig wordt
ingevoerd, is het niet allemaal rozengeur en maneschijn, zo vernemen
we uit verschillende bronnen. Het heeft me bij de bespreking van de
programmawet verbaasd dat mevrouw Genot beweerde dat, door de
invoering van het nieuwe systeem, artikel 80 automatisch zou
verdwijnen. Voor de VLD is het altijd zo klaar als een klontje geweest:
artikel 80 kan pas afgeschaft worden, ten eerste, wanneer het nieuw
activeringssysteem zijn deugdelijkheid bewezen heeft en, ten tweede,
alleen voor die werkzoekenden die onder het activeringssysteem
vallen. Geen enkele van beide voorwaarden is vandaag vervuld.
Het systeem heeft zijn deugdelijkheid nog lang niet bewezen en niet
alle werkzoekenden vallen eronder. Zo is er voor 50-plussers nog
helemaal niets overeengekomen, terwijl net zij de groep vormen die
volgens ons ook een bijzondere activering behoeft. Vooral in het
kader van het debat over de vergrijzing, is het belangrijk dat deze
mensen aangesproken worden. Ik wil graag verwijzen naar mijn
uiteenzetting van oktober in verband met de
eindeloopbaanproblematiek, waarin ik u de volgende casus
voorlegde: "Hoe kan je van Marc, een 60-jarige arbeider die het geluk
had nooit een dag ziek te zijn en die altijd op de werkvloer aanwezig
was, verwachten dat hij niet sneller uitstapt, als zijn buurman Paul,
een 50-jarige werkloze ongecontroleerd verder zijn gang kan gaan?".
Dit is volgens ons problemen zoeken.
De eerste tekenen van het activeringssysteem waren allesbehalve
hoopgevend. Begin november werden de bedroevende resultaten
bekend van het aantal jongeren dat opgeroepen werd. Mijn collega,
mevrouw Turtelboom, heeft u daarover overvraagd in de plenaire
vergadering. Vooral het grote aantal werkzoekenden dat gewoon niet
kwam opdagen, viel hierbij op. Wat ons ook zorgen baart, zijn de
herhaaldelijke beweringen die we van diverse bronnen horen, meer
bepaald dat u of, meer waarschijnlijk, uw spreekbuizen instructies
zouden gegeven hebben aan mensen van de RVA om de
werkzoekenden zo soepel mogelijk te beoordelen. Zo zou er niet
gevraagd worden naar het aantal effectieve sollicitaties, maar zou het
volstaan om brieven te overhandigen die men geschreven heeft. In
theorie is het dus perfect mogelijk dat iemand sollicitatiebrieven aan
de lopende band schrijft, maar niet opdaagt als hij of zij uitgenodigd
wordt voor een gesprek, of, nog erger, wel opdaagt, maar een
duidelijke desinteresse vertoont ten aanzien van de mogelijke
werkgever en zich tevredenstelt met het bewijs van sollicitatie. Het
zou zelfs uitdrukkelijk niet de bedoeling zijn om mensen te bestraffen.
01.33 Sabien Lahaye-Battheu
(VLD): Bien que des conventions
existent en la matière, elles ne
sont pas suffisamment mises en
oeuvre.
Ce gouvernement a le mérite
d'avoir activé les moins de 30 ans
depuis le 1
er
juillet 2004. Il en ira
de même pour les moins de 40
ans à partir du 1
er
juillet 2005. Ce
système a été convenu avec les
partenaires sociaux, mais soulève
certains problèmes sur le terrain.
Malgré l'introduction de ce
nouveau système, le VLD estime
que l'article 80 ne peut être
supprimé que lorsque le nouveau
système aura fait ses preuves et
cette suppression ne peut
s'appliquer qu'aux chômeurs
concernés par le système
d'activation. L'efficacité du
système n'est pas encore prouvée
et rien n'a encore été décidé pour
les plus de 50 ans.
Le nombre de jeunes convoqués
est faible et une majeure partie
d'entre eux ne s'est pas
présentée. J'apprends de
différentes sources que l'ONEM
aurait reçu des instructions
l'incitant à faire preuve d'une
souplesse maximale, et ce
principalement sous la pression
wallonne. Les syndicats préparent
leurs membres grâce à des
séances de formation, mais là
encore, peu de personnes se
présentent.
Les objectifs de Lisbonne sont
incompatibles avec une attitude
conciliante vis-à-vis des chômeurs
réfractaires.
Chercher du travail et trouver du
travail sont évidemment deux
choses différentes. Le fait qu'il n'y
a pratiquement pas d'emplois
dans certaines régions ne
constitue pas une excuse. C'est
une raison de plus de suivre une
formation supplémentaire. Cela
soulève en outre le problème de la
faible mobilité de la population
active. Dans notre pays, des
dizaines de milliers d'emplois
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
47
Bovendien circuleert het gerucht dat deze praktijken vooral onder
Waalse druk zouden toegepast worden. Van vakbondszijde vernemen
we dat zij hun leden zo goed mogelijk proberen voor te bereiden op
het nieuwe systeem, via onder andere "vormingssessies". Maar daar
blijkt niemand, of bijna niemand, aanwezig te zijn.
Mevrouw de minister, ik weet dat een aantal collega's nogal snel
spreken over la chasse aux sorcières als het thema toetsen van de
arbeidsbereidheid van werkzoekenden ter sprake komt.
Dat is niet aan de orde, maar het kan niet de bedoeling zijn om de
Lissabon-doelstellingen te aanvaarden om onder meer het fenomeen
van de vergrijzing het hoofd te bieden, en tegelijkertijd de fluwelen
handschoen te hanteren voor mensen die manifest werkonwillig zijn of
niet bereid zijn om ten minste hun kansen op een job te vergroten.
Werk zoeken is toch de job van de werkzoekenden? Of vergis ik mij?
Bovendien wordt er gepraat over werk zoeken, wat nog iets anders is
dan werk vinden. Het ene is het middel, het andere het doel. Het
excuus dat er in bepaalde streken van dit land amper vacatures zijn,
gaat niet op. Het zou een reden te meer moeten zijn om extra
opleidingen te volgen en bovendien stelt het de problematiek van de
beperkte mobiliteit van de werkende bevolking in dit land scherp.
In dit land zijn er tienduizenden jobs die niet kunnen worden ingevuld
bij gebrek aan personeel. Vorige week kwam dit thema nog uitvoerig
aan bod in de pers. Op het vlak van knelpuntberoepen zijn er heel wat
sectoren vragende partij. Het gaat vooral over sectoren waarin
weekendwerk aan de orde is, denk maar aan de horeca en aan de
bakker die twee van zijn bakkerijen moet sluiten, omdat hij geen
mensen vindt die in het weekend en 's nachts willen werken.
Vorige week las ik in De Morgen de getuigenis van ene Jan, een
dertigjarige. Hij verklaarde doodleuk dat hij zich goed voelt als
werkloze, geen zin heeft om te gaan werken wegens te veel stress en
zich niet als profiteur beschouwt, omdat het de schuld is van de
overheid en het uitkeringssysteem. Ik meen dat het de hoogste tijd is
om de activering een extra duwtje te geven. Het kan niet dat mensen
oneigenlijk gebruikmaken van de werkloosheidsverzekering, vooral
omdat zij het systeem verpesten voor de mensen die het echt nodig
hebben.
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik rond af. Werkloos zijn
is erg. Mensen die dagelijks gemeend naar werk zoeken en niet aan
de bak komen, hebben het hard te verduren. Uit respect voor hen lijkt
het mij een absoluut minimum om het activeringssysteem op een
ernstige manier een goede kans te geven. Voor klaplopers is er in
onze werkloosheidsverzekering geen plaats. Als elke werkzoekende
op een correcte manier gebruikmaakt van het systeem en als de
diensten voor arbeidsbemiddeling voor een passende begeleiding
zorgen, dan worden de uitwassen van het systeem per definitie de
wereld uit geholpen en wordt het debat over het al dan niet beperken
van de uitkeringen in de tijd overbodig. Wie werk wil, heeft er dan
namelijk al lang gevonden, wie geen werk wil, is er dan al lang
uitgezuiverd en wie ondanks alle moeite geen werk vindt, kan in het
uitkeringssysteem blijven, in afwachting van beterschap.
restent vacants en raison du
manque de personnel. Un grand
nombre de secteurs ont besoin
d'effectifs pour des professions
faisant l'objet d'une pénurie de
main-d'oeuvre. Il est grand temps
de donner un coup de pouce à
l'activation. Les personnes qui ont
abusivement recours aux
allocations de chômage
pervertissent le système au
détriment de ceux qui en ont
vraiment besoin. S'il était mis un
terme aux abus, un débat sur la
limitation dans le temps de l'octroi
des allocations serait superflu.
De voorzitter: De heer D'haeseleer is de laatste spreker vanmorgen, voor de regering antwoordt.
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
48
01.34 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, wij
hadden in de commissie afgesproken dat wij ons hier vandaag
zouden beperken tot enkele punctuele vragen die wij in de commissie
hebben kunnen stellen, maar ik zal toch ook eerst een korte
algemene inleiding geven.
Mevrouw de minister, ik kan niet anders dan nogmaals verwijzen naar
de open brief die Frank Vandenbroucke, als toenmalig minister van
Werk, en Johan Vande Lanotte lieten publiceren. Daarin werd gesteld
dat 2004 een scharnierjaar zou worden waarin beslissende keuzes
gemaakt dienden te worden. Een van de vier denksporen waarover zij
het hadden, was het hervormen van de arbeidsmarkt. De open brief
werd op algemeen gejuich onthaald. Het was de eerste keer dat een
minister zo openlijk toegaf dat het arbeidsmarktbeleid, waarvoor hij
trouwens zelf bevoegd was gedurende een hele tijd, een totaal andere
kant op moest.
Op het einde van de open brief stond dat vanaf juni 2004 - dus na de
verkiezingen - de sociale partners, de federale regering en de
deelregeringen samen met een schone lei konden beginnen en dat zij
die kans ofwel konden grijpen of verprutsen. Zoals u weet, vluchtte de
minister in juni naar de deelregering, omdat hij uiteraard inzag dat er
met de Franstaligen geen land te bezeilen viel. Zij blijven immers
zweren bij het status-quo, ook al leidt dat op termijn tot de ondergang
van dit land.
Halfweg oktober kroop de intussen voormalig federaal minister van
Werk weer in de pen om te waarschuwen voor meer sociaal-
economisch onheil. Hij pleitte voor collectief leiderschap en stelde dat
vandaag niemand kan twijfelen aan het feit dat een ommekeer nodig
is. Verder zei hij, en ik citeer: "dat het beleid van de voorbije jaren met
vele kleine zoete maatregelen maar weinig structurele ingrepen en
zelden een zure maatregel", een beleid waarvoor hij zoals ik reeds
heb gezegd vanaf 1999 mee verantwoordelijk was, "niet heeft
gerendeerd. Het is niet aan mij om goede of slechte punten te geven
aan de inhoud van het uitgebreide hoofdstuk Werk in de
beleidsverklaring van de federale regering waaraan Freya
Van den Bossche zich met merkwaardig enthousiasme heeft gezet",
aldus Vandenbroucke. Hij zegt ook nog: "Politiek is niet machteloos.
Natuurlijk hebben we geen vat op concrete investeringsbeslissingen
van multinationals, maar we hebben heel veel vat op de ontwikkeling
van onze arbeidsmarkt. Het enorme verschil tussen bijvoorbeeld
Denemarken en België inzake werkgelegenheid voor allochtonen,
jongeren en ouderen is louter toe te schrijven aan beslissingen
genomen door politici en sociale organisaties".
De twee noodkreten van Vandenbroucke waren niet alleen bedoeld
om de regering en de sociale partners tot actie te dwingen, maar
tevens om de bevolking te laten beseffen dat het probleem ernstig en
dringend is. Ze werden echter algauw onder de mat geveegd door zijn
voorzitter Steve Stevaert himself. Vandenbroucke had een dikke
sigaar gerookt, waarschijnlijk een die de kleine Fidel uit Hasselt had
gekregen van de grote Fidel uit Cuba. Mevrouw de minister, ook u
stelde in uw reactie dat het allemaal niet zo erg was. Niemand hoefde
ongerust te zijn, de mogelijke ingrepen zouden geen pijn doen, de
welvaartstaat staat niet onmiddellijk op instorten, er is geen reden tot
paniek enzovoort.
01.34 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): La lettre ouverte des
ministres Vandenbroucke et
Vande Lanotte de janvier de cette
année était une innovation : pour
la première fois, un ministre de
l'Emploi reconnaissait que la
politique relative au marché du
travail devait changer
complètement de cap. Les
signataires de cette lettre
appelaient de leurs voeux une
nouvelle politique au lendemain
des élections régionales de juin,
après concertation entre le
gouvernement fédéral, les
gouvernements régionaux et les
partenaires sociaux. Après être
parti au gouvernement flamand
parce qu'il en avait assez de la
mauvaise volonté des
francophones, le ministre Frank
Vandenbroucke a répété en
octobre ses mauvais présages
dans une nouvelle lettre ouverte.
Toutefois, il a continué à prêcher
dans le désert car la ministre qui
lui a succédé au fédéral, incitée
par un président du sp.a-spirit
alarmé, s'est empressée de dire
que «ça n'était pas si grave que
ça».
M. Frank Vandenbroucke a
évidemment mille fois raison : la
situation de l'emploi est
franchement dramatique. Si une
nouvelle approche n'est pas
rapidement adoptée, nous courons
droit à la catastrophe. Je constate
toutefois que la politique en la
matière ne change guère. Or, une
approche volontariste s'impose
d'urgence. La note de politique
relative à l'emploi ne comporte
pratiquement rien de neuf : on y
trouve une analyse du marché de
l'emploi sans cesse ressassée,
une énumération des nombreux
problèmes qui se posent et un
certain nombre de nouvelles
mesures censées remplacer les
anciennes. C'est donc
essentiellement du réchauffé.
Le gouvernement attend les
réactions à ses trente propositions
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
49
Nochtans had minister Vandenbroucke overschot van gelijk. 2004 is
immers inderdaad geen scharnierjaar geworden. Ik verwijs hierbij ook
naar de kerstboodschap van de eerste minister, die ik eigenlijk meer
als een afscheidsbrief zie.
Wanneer we de huidige werkgelegenheidscijfers zien, is het tijdverlies
nog te spreken over het halen van de werkgelegenheidsdoelstellingen
van Lissabon of Stockholm. Die liggen immers al veel te ver af en zijn
zowat onhaalbaar geworden. We moeten daarentegen alle hens aan
dek roepen om op korte termijn het beleid een volledige andere
richting uit te sturen, willen we niet eindigen met een ware catastrofe.
We hebben het dan nog niet gehad over de fameuze 200.000 jobs
van Verhofstadt, waarvan iedereen behalve de eerste minister zelf
inziet dat ze onrealistisch zijn. Zij zullen u als minister van Werk en als
degene die het kader moet creëren om ze te realiseren, blijven
achtervolgen.
Ik heb de voorbije maanden de kranten uitgepluisd om te zien of er
door u merkwaardige initiatieven worden genomen. Tot op vandaag
heb ik maar weinig of niets gevonden.
Ik heb onlangs een advertentie gelezen, een aankondiging waarin
stond "Schuilt er een fotograaf achter Freya Van den Bossche?".
Dezelfde vraag werd trouwens gesteld over de heer De Croo. Schuilt
er een fotograaf achter mevrouw Freya Van den Bossche? Mevrouw
Freya Van den Bossche mocht dan een aantal foto's gaan nemen en
we mochten nadien op de website gaan kijken wat ervan
terechtgekomen was. Nu, ik ben naar die website niet gaan kijken,
maar ik veronderstel, mevrouw Van den Bossche, dat u heel goed
foto's kunt nemen. Dan vandaag. Vandaag sloeg ik De Gazet van
Antwerpen open en ik zag een mooie foto van u. Ik zei: "Nu gaat het
komen, nu gaan we het krijgen, nu gaan we van alle maatregelen die
nodig zijn om de arbeidsmarkt te hervormen kennis kunnen nemen".
Het ging echter niet over de arbeidsmarkt. De titel was: "Brunettes
halen het van blondines in de politiek". Ik was uiteraard onmiddellijk
geïnteresseerd in de hitlijsten, want men had bij tweehonderd
kinderen onderzoek verricht naar de indruk die de kinderen hadden
van bepaalde politici.
Ik ben dan eens de hitlijsten gaan nachecken en inderdaad, mevrouw
Van den Bossche, u komt er eigenlijk niet zo slecht uit. Wat de
intelligentste betreft, moet u echter onderdoen voor Karel De Gucht,
maar iedereen weet dat Karel De Gucht ongetwijfeld een heel
intelligent man is dus dat valt nog mee. Wat de betrouwbaarste
betreft, mevrouw Van den Bossche, staat u op één. Proficiat. Wat de
sympathiekste betreft, staat u ook op één. Nogmaals proficiat. Wat de
beste leiders betreft van dit land staat u nogmaals op één, vóór Karel
De Gucht zelfs, ditmaal voor de beruchte Karel De Gucht. Wat de
geschiktste betreft, mevrouw Van den Bossche, staat u ook op één.
Dus enkel wat de aantrekkelijkste betreft - waarschijnlijk is dit een fout
- staat u niet in de top drie en moet u het onderspit delven voor Marie
Arena. Waarschijnlijk verklaart dat ook...
pour Pâques 2005. Il rejette ainsi
sur les partenaires sociaux la
responsabilité qui est la sienne
dans les réformes. La concertation
sociale étant actuellement dans
l'impasse, je suis très pessimiste à
ce sujet. Je me demande par
ailleurs si les résultats des
négociations sur la fin de carrière
et les CCT seront suffisants pour
réaliser les indispensables
réformes. Pour que le résultat soit
concluant, des tabous doivent en
effet être levés. Je crains que le
souhait de réforme du
gouvernement et en particulier du
ministre de l'Emploi n'aboutisse
jamais.
De nombreuses mesures doivent
encore être prises en matière de
formation et notamment de
formation continue, pour maintenir
essentiellement les travailleurs
âgés au travail. A l'heure actuelle,
seulement 6 pour cent des
travailleurs de 55 à 60 ans suivent
une formation. Si le gouvernement
veut tenir les promesses faites lors
de la Conférence sur l'emploi, plus
de 60.000 travailleurs doivent
suivre une formation chaque
année. Je ne pense pas que cet
objectif soit atteint.
Des efforts supplémentaires
doivent être fournis et intégrés à
l'accord interprofessionnel. La
contribution du gouvernement se
limite à un nouvel instrument de
mesure élaboré par le Conseil
national du travail. Quand cet
instrument nous permettra-t-il de
disposer de données chiffrées?
Les chèques-services auraient
déjà contribué à la création de
9.000 emplois. Est-ce là le dernier
état de la situation?
De voorzitter: Mijnheer D'haeseleer, mevrouw De Block wenst u te onderbreken.
01.35 Maggie De Block (VLD): Collega, "brunettes halen het van
blondines", gewoon voor het archief: Karel De Gucht is noch een
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
50
brunette, noch een blondine.
01.36 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Neen, maar blijkbaar
konden de kinderen het onderscheid niet meer maken tussen een
brunette, een blondine en Karel De Gucht. Goed. Wat de
aantrekkelijkste betreft, Marie Arena op één. Dat verklaart
waarschijnlijk waarom er momenteel zoveel volk werkt op het kabinet
van mevrouw Arena. Trouwens, niet alleen Marie Arena ziet er
volgens de kinderen niet slecht uit, naar het schijnt ziet ook haar
kabinet er momenteel heel erg treffelijk uit.
Mevrouw de minister, alle gekheid op een stokje, ik denk niet dat de
mensen geïnteresseerd zijn in wat kinderen van u vinden en of u al
dan niet een goede fotografe bent. Ik denk dat de meeste mensen er
wakker van liggen of u hun in de toekomst inderdaad werk kunt
bezorgen. Dat is wat hen het meest interesseert, of zij onder uw
beleid opnieuw een toekomst kunnen krijgen. Wat we dus nodig
hebben is een krachtdadig beleid. Op dat vlak is deze beleidsnota
toch wel een beetje een ontgoocheling. Het is voor het grootste stuk
een analyse van de arbeidsmarkt zoals we die al talrijke keren hebben
mogen lezen, een opsomming van de knelpunten gekoppeld aan een
aantal voorstellen aan de sociale partners in het licht van de komende
onderhandelingen. Voorts nog wat nieuwe maatregelen die in de
plaats komen van oude initiatieven, zoals bijvoorbeeld de werkbonus
en nog wat opgewarmde kost uit het vorig interprofessioneel akkoord.
Voor de rest weinig concrete en ingrijpende beslissingen. Het is dus
vooral bang afwachten wat de toekomst brengt.
In de nabije toekomst rekent u op een goed interprofessioneel
akkoord. Ik verwijs nogmaals naar de kerstboodschap of de
afscheidsbrief van eerste minister Verhofstadt, die ook rekent op dat
goede interprofessioneel akkoord. U zegt ook dat u tegen Pasen 2005
concrete reacties en voorstellen verwacht op de dertig voorstellen die
de regering heeft vooropgesteld. Kortom, de verantwoordelijkheid
voor het hele hervormingsbeleid wordt grotendeels doorgeschoven
naar de sociale partners.
Eerlijk gezegd, ik heb er geen goed oog in. Als we zien dat de sociale
partners in het kader van het interprofessioneel akkoord 2005-2006
maar niet uit het loonoverleg geraken en er nu zelfs al nationale
betogingen werden georganiseerd, dan ben ik eerlijk gezegd
pessimistisch gestemd. Ook betwijfel ik of wat uit de CAO-
onderhandelingen en de onderhandelingen over de
eindeloopbaanproblematiek zal komen, effectief zal volstaan om de
noodzakelijke hervormingen te realiseren.
Op die manier zullen we er nooit uitgeraken. Juist in bedoeld dossier
zullen alle partners in ons land elkaar de hand moeten geven en
zullen er verschillende taboes moeten sneuvelen, indien we echt
resultaat willen halen. Zoveel is zeker. Ik vrees dat u met Pasen met
lege handen zult komen te staan. Ondertussen tikt de klok echter
verder en komt het moment van de waarheid steeds dichterbij.
Het is bijna zeker dat we dan minister Vandenbroucke, die een
correcte analyse heeft gemaakt en die het gebrek aan
hervormingsbereidheid verschillende malen aan de kaak stelde, gelijk
zullen moeten geven. De regering in het algemeen, en u als minister
van Werk in het bijzonder, zullen hebben gefaald. Zo ziet het ernaar
01.36 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): En octobre, les chèques-
services ont augmenté de 0,5 euro
pour l'utilisateur. Le budget
dégagé pour ces chèques, pour
2004, s'élevait à 91 millions
d'euros : 51 pour la Flandre, 30
pour la Wallonie et 10 pour
Bruxelles. Si la Wallonie et
Bruxelles ne dépensaient pas leur
part, la Flandre pourrait en
disposer. Quels sont les montants
respectifs dépensés par les
diverses Régions? Les chèques
resteront-ils abordables après la
réduction de 0,5 euro de la
contribution de l'État ? Que se
passerait-il si le budget des
chèques-services était de nouveau
dépassé? L'État réduira-t-il encore
son intervention ou le budget
sera-t-il revu à la hausse ? Qu'en
est-il des retombées positives?
Il est logique que seul le
demandeur d'emploi qui cherche
réellement du travail ait droit à une
allocation. Le contrôle des
chômeurs pose toutefois un
problème. Ainsi, tous les
demandeurs d'emploi ne
répondent pas à l'invitation du
`facilitateur'. La ministre dispose-t-
elle de chiffres à ce sujet? Quelles
conclusions peut-elle en tirer?
Aux termes d'un accord de
coopération conclu avec les
Régions en vue d'assurer
l'activation des chômeurs, celles-ci
devraient prévoir d'ici à 2006 des
parcours en nombre suffisant pour
accompagner tous les chômeurs.
Fin 2004, il devrait y avoir 10.000
parcours supplémentaires en
Wallonie et, en Flandre, toute
personne au chômage depuis trois
mois aurait la garantie de se voir
proposer un accompagnement.
En ce qui concerne l'activation et
l'accompagnement des
demandeurs d'emploi, le
gouvernement a mis sur pied un
énième comité d'évaluation.
J'espère que ce comité-ci
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
51
uit.
Als u faalt, kunt u uiteraard nog altijd fotografe worden. Op dat vlak is
er alvast geen probleem.
Mevrouw de minister, een van mijn punctuele vragen gaat over de
voortgezette opleiding en vorming. Op dat vlak hebben we nog tal van
mogelijkheden. Er moeten bijzondere inspanningen worden geleverd.
Dat kan inderdaad een belangrijke factor zijn om ook de oudere
werklozen inzetbaar te houden en oudere werknemers op de
werkvloer te houden. Met 6% oudere werklozen en werknemers die
deelnemen aan de opleiding, is er nog een hele weg te gaan, zeker
wanneer we het vergelijken met de 30% van de 55- tot 60-jarigen die
in Zweden een opleiding volgen.
In het kader van de Werkgelegenheidsconferentie werden er, net
zoals in het interprofessioneel akkoord 2003-2004, dienaangaande
beloftes gedaan. Indien de overheid die engagementen wil nakomen,
dan moeten er elk jaar meer dan 60.000 werknemers worden
betrokken bij een opleidingsinitiatief. Aangezien de doelstellingen
inzake vorming en opleiding in ons land nog nooit werden gehaald,
mogen ook grote vraagtekens bij de toekomst worden geplaatst.
Opnieuw wordt gesteld dat er extra inspanningen moeten worden
geleverd, die zullen worden geïntegreerd in het nieuwe
interprofessioneel akkoord. Het enige positieve dat de regering kan
voorstellen, is dat de Nationale Arbeidsraad blijkbaar een bepaald
meetinstrument heeft ontwikkeld. We vrezen echter dat het voor de
concrete uitwerking van de doelstellingen zoals gewoonlijk bij loze
beloftes zal blijven. Ik zou trouwens aan de minister willen vragen
wanneer we concrete resultaten, afkomstig van dat meetinstrument,
mogen verwachten.
Over de dienstencheques stelde u onlangs dat er momenteel reeds
9.000 jobs van de tegen 2006 beloofde jobs werden gerealiseerd. Ik
zou aan de minister willen vragen of zij ons een actuele stand van
zaken kan bezorgen inzake de aard van de contracten en de
gemiddelde arbeidsduurspreiding over de Gewesten.
Ondanks het feit dat er in de beleidsnota van vorig jaar werd bepaald
dat de gebruikerskostprijs voor de dienstencheques van 6,20 euro
behouden zou blijven - er was toen slechts sprake van een jaarlijkse
aanpassing aan de index - werd in oktober, naar aanleiding van de
begroting 2005, besloten om de dienstencheques een halve euro
duurder te maken voor de gebruiker. De tegemoetkoming werd
verlaagd van 14,80 naar 14,30 euro per cheque. Kan de minister mij
zeggen hoe het zit met het budget voor 2004? Als ik mij niet vergis
bedroeg dit 91 miljoen euro. U weet ook dat de uitwerking van de
dienstencheques een staaltje was van compromiskunde. De
voorziene 91 miljoen euro werd opgesplitst in 51 miljoen voor
Vlaanderen, 30 miljoen voor Wallonië en 10 miljoen voor Brussel.
Indien de laatste twee Gewesten hun bedrag niet zouden
opgebruiken, mocht Vlaanderen hierover beschikken. Kunt u mij nu
zeggen welk Gewest hoeveel heeft aangewend van die 91 miljoen?
Mijn vraag is ook of men met de verlaging van de staatstussenkomst
ten bedrage van 0,5 euro binnen deze financiële perken zal blijven?
In 2003 werd voor de dienstencheques in federale bruto- en netto-
enregistrera de meilleurs résultats
que le comité d'évaluation chargé
de la transmission des données
entre les services régionaux de
placement et l'ONEM car dans ce
domaine, on constate peu
d'améliorations sur le terrain. Les
disparités entre Régions sur ce
plan n'ont jamais été aussi
profondes. Il est inadmissible que
les chômeurs flamands soient
traités avec plus de sévérité que
les autres.
Dans sa note de politique, la
ministre dit tout ce qu'elle attend
de l'accord interprofessionnel
2005-2006 mais la probabilité
qu'un tel accord puisse être conclu
s'amenuise de jour en jour. La
concertation est en panne. Les
syndicats ont déjà organisé une
grève nationale et font savoir qu'ils
préfèrent l'absence d'accord à un
mauvais accord. Si la concertation
sociale échoue, le gouvernement
devra imposer lui-même une
norme salariale. La ministre
partage-t-elle l'opinion du ministre
flamand Frank Vandenbroucke qui
a affirmé que durant les deux
prochaines années, il n'y aurait
pas de marge suffisante pour
accorder des augmentations
salariales?
En avril 2000, une motion sur le
statut unique a été
adoptée. Depuis, on n'en entend
plus parler. Le CNT doit formuler
des propositions concrètes avant
2006. Pour ce qui est de la
distinction entre employés et
ouvriers, un fossé trop profond
sépare encore les partenaires
sociaux. La ministre devra donc
s'occuper lui-même de ce dossier.
Où en est-on exactement?
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
52
kosten voorzien netto-kosten zijn de bedragen min het
terugverdieneffect voor de komende jaren. Voor 2005 werd bruto in
255 miljoen euro voorzien, voor 2006 in 322 miljoen euro en voor
2007 in 354 miljoen euro. Mijn vraag is dan ook de volgende. Indien
het systeem van dienstencheques blijft aanslaan en het budget
opnieuw overschreden dreigt te worden, overweegt u dan opnieuw
een verlaging van de staatstussenkomst of een verhoging van het
totale budget? Er werd ook voorzien dat in september een evaluatie
zou plaatsvinden die moest uitwijzen of de geplande
terugverdieneffecten werden gerealiseerd. Mevrouw de minister, heeft
u dienaangaande al informatie?
Wat de activering van werklozen betreft. Het uitgangspunt dat een
werkloze slechts recht heeft op een uitkering indien hij actief op zoek
is naar werk en bereid is om nuttige opleidingen te volgen, is natuurlijk
de logica zelf. Het Vlaams Belang kan dat volkomen onderschrijven.
Wij hebben altijd gezegd, ook tegen minister Vandenbroucke, dat wij
achter deze rechten-en-plichten-benadering staan. Voor de controle
van deze voorwaarden stellen zich echter een aantal praktische
problemen. Dit is ook al gebleken uit de informatie die u gaf naar
aanleiding van een aantal mondelinge vragen in de commissie. Niet
alle werklozen die werden opgeroepen voor een gesprek met de
facilitatoren komen opdagen. U heeft hierover reeds voorlopige cijfers
gegeven. Ook de communicatie naar de doelgroep had zijn effect
blijkbaar een beetje gemist. Mevrouw de minister, heeft u intussen
recentere cijfers en kan men daar dezelfde conclusies uit trekken als
de conclusies die men heeft getrokken uit de eerste cijfers die
beschikbaar waren?
Er werd aangaande deze activering van het zoekgedrag van de
werklozen ook een samenwerkingsakkoord gesloten met de
Gewesten die zich engageerden om de werkloze in een vroeg
stadium begeleiding aan te bieden en de trajecten efficiënt te
organiseren. De Gewesten hebben zich geëngageerd om tegen het
jaar 2006 te komen tot een situatie waarbij er voldoende individuele
trajectbegeleidingen zijn zodat alle werkzoekenden er een beroep op
kunnen doen. In Wallonië zou men tegen eind 2004 bijvoorbeeld
10.000 extra begeleidingen realiseren. In Vlaanderen engageerde
men zich om tegen eind dit jaar aan alle werkzoekenden vanaf drie
maanden een begeleidingsgarantie te geven.
Mijnheer de minister, hebt u reeds zicht op deze inspanningen?
Welke inspanningen hebben de verschillende Gewesten
dienaangaande gedaan?
Inzake deze materie, de activering van werkzoekenden en de betere
begeleiding, heeft men opnieuw een evaluatiecomité opgericht, die
het akkoord om de 6 maanden zal evalueren. Ik hoop, mevrouw de
minister, dat dit zoveelste evaluatiecomité niet hetzelfde resultaat zal
boeken als het evaluatiecomité dat werd opgericht om de transmissie
van gegevens van de regionale arbeidsbemiddelingdiensten naar de
RVA te onderzoeken. Ook op dat vlak dat blijkt uit de cijfers die
mevrouw De Block onlangs nog heeft ontvangen is er helemaal
geen beterschap zichtbaar, in tegenstelling tot hetgeen werd beloofd.
De discrepantie tussen de verschillende Gewesten is op dat vlak nog
nooit zo groot geweest. Als we dit stelsel willen laten bestaan, zal er
dringend moeten worden opgetreden. Het feit dat Vlaamse werklozen
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
53
strenger worden behandeld dan werklozen uit de andere Gewesten
kunnen wij niet aanvaarden.
Ik wil nog iets zeggen over het interprofessioneel akkoord 2005-2006.
U hebt daarover in uw beleidsnota een aantal verwachtingen
geformuleerd, maar de kans dat er een nieuw interprofessioneel
akkoord totstandkomt, wordt met de dag kleiner. Dat merken we elke
dag in de berichtgeving van de kranten. Over bijna alle thema's die
tijdens het overleg aan bod moeten komen, staan de standpunten
lijnrecht tegenover elkaar. Vooral over het loonoverleg zijn de sociale
partners pessimistisch. Het rapport van de Centrale Raad voor het
Bedrijfsleven gaat ervan uit dat de uurloonkosten met 5,3% zullen
toenemen in de periode 2005-2006. De vakbonden zien hierin ruimte
voor extra loonsverhoging, terwijl men langs patronale zijde hogere
lonen afwijst.
De loononderhandelingen hebben tot op de dag van vandaag nog
niets opgeleverd en we stellen vast dat de sfeer steeds grimmiger
wordt. Vakbonden hebben reeds een nationale betoging gehouden en
de werkgeversorganisaties, zoals VOKA, zien liever geen nieuw
interprofessioneel akkoord 2005-2006 dan een slecht akkoord. Er
dreigt dus een complete patstelling voor zover die er nu al niet is.
Als het nieuwe interprofessioneel akkoord niet totstandkomt en het
sociaal overleg faalt die kans wordt eerlijk gezegd steeds groter
dan moet de regering een verplichte of indicatieve loonnorm
opleggen. Ik vraag dan ook aan mevrouw de minister of zij op
federaal niveau de mening deelt van de Vlaamse minister van Werk,
Frank Vandenbroucke, die heeft gezegd dat er de komende twee jaar
eigenlijk geen geld is voor loonsverhoging.
Ik wil nog kort iets over het eenheidsstatuut zeggen, wat ik eigenlijk
een beetje moet vergelijken met de processie van Echternach. Ik wil
nogmaals verwijzen het is vandaag al aangehaald door mevrouw De
Block naar de motie die hier unaniem is goedgekeurd in april 2000.
Sindsdien is het eigenlijk windstil gebleven over dat onderwerp. Men
heeft de problematiek verwezen naar werkgroepen. Het werd al eens
besproken naar aanleiding van de CAO-besprekingen 2003-2004. Nu
wordt het teruggestuurd naar de NAR, die dan tegen 2006 met
concrete voorstellen zou moeten komen.
Iedereen weet, mevrouw de minister, dat zeker met betrekking tot het
eenheidsstatuut het opheffen van de statuten arbeiders en
bedienden om te komen tot eenzelfde statuut het water tussen de
sociale partners nog veel te diep is.
Op dat vlak zal u zelf het dossier in handen moeten nemen indien u
het uit het slop wil halen.
Tot slot zou ik u dienaangaande willen vragen of u enig zicht hebt op
de vooruitgang die de sociale partners op dat vlak al dan niet hebben
geboekt.
Le président: Avant de donner la parole au gouvernement, je vais
donner une réponse à M. Drèze sur l'organisation des travaux dans
notre maison. Il est exact que la commission des Affaires sociales, en
date du 8 décembre si je ne me trompe, a décidé de ne pas discuter
des notes de politique générale et des budgets de trois départements
01.21 De voorzitter: In antwoord
op de uiteenzetting van de heer
Drèze kan ik meedelen dat de
commissie voor de Sociale Zaken
op 8 december heeft beslist geen
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
54
-- Emploi, Famille et Handicapés, Soins de santé -- compte tenu du
fait que la commission des Finances avait pris position la veille et
avait voté sur ces budgets. La commission en a débattu. Ce n'est pas
une position du président de la commission d'arrêter la discussion. Je
crois que nous avons obtenu un consensus entre les membres
présents.
Toujours est-il que la Conférence des présidents qui suivait a débattu
de cette question et a conclu que la commission des Finances était en
droit de voter, compte tenu du Règlement de la Chambre et des
délais. Le président, M. De Croo, a donc adressé un courrier au nom
de la Conférence des présidents aux ministres et au gouvernement
pour exiger que les notes de politique générale soient à l'avenir
rentrées dans les délais.
Cela étant dit, chaque commission est évidemment autonome au
niveau de l'organisation de ses travaux. Quand une commission
prend une décision, une autre peut décider autrement, il n'y a pas de
lien. Il est donc possible que d'autres commissions aient néanmoins
souhaité débattre ultérieurement et aient fait un rapport sur d'autres
notes de politique générale ou sur d'autres secteurs.
Nous sommes ici en séance plénière où chaque groupe politique a la
liberté d'organiser son temps de parole et de poser au ministre des
questions le cas échéant. Je constate que, comme nous n'avons pas
eu de débat en Affaires sociales dans certaines matières, des
questions qui auraient pu être posées en commission l'ont été ici, en
plénière, par différents groupes politiques.
Voilà une précision que je voulais vous apporter, monsieur Drèze.
Madame la ministre, si vous le souhaitez, je vous donne la parole
pour les réponses aux différentes interventions.
verslag uit te brengen over de
algemene beleidsnota's inzake
Werk, Gezin en Personen met een
handicap. In de commissie werd
een consensus bereikt en de
Conferentie van Voorzitters
besloot dat de commissie van
Financiën krachtens het
Reglement over de begroting kon
stemmen.
Voorzitter De Croo richtte een
schrijven tot de regering om haar
eraan te herinneren dat de
algemene beleidsnota's op tijd
moeten worden overgemaakt.
Het is mogelijk dat andere
commissies daar anders over
hebben beslist.
Het staat elke politieke fractie vrij
tijdens de plenaire vergadering
vragen te stellen.
01.37 Freya Van den Bossche, ministre: Monsieur le président, il
est essentiel que le bilan social soit simplifié. Il faut porter plus
d'attention à la formation en y intégrant les instruments pour pouvoir
mesurer les efforts des employeurs.
Les cellules d'emplois fonctionnent très bien. Il y a la responsabilité
des entreprises et le support du gouvernement. La coordination de
ces deux partenaires fonctionne.
En ce qui concerne l'activation des chômeurs, le but est de les
accompagner et non de les mettre hors du système. C'est pour cette
raison que les facilitateurs doivent tenir compte, par exemple, de
l'offre et de la demande d'emploi dans chaque région. Le système
sera évalué durant les mois de janvier et de février. Nous l'adapterons
alors là où cela est nécessaire et nous le ferons bien entendu après
avoir entendu la commission à laquelle vous participez.
C'est très clair, des efforts sont encore nécessaires. Il y a un constat à
faire: les employeurs et les bureaux intérimaires ne livrent pas de
preuves aux personnes qui cherchent un emploi. Les agences
intérimaires n'inscrivent pas les travailleurs qui cherchent un emploi.
Lorsqu'un demandeur d'emploi n'arrive pas à dépasser la porte d'une
entreprise, il devrait être aussi possible de lui fournir des preuves de
sa recherche d'emploi, de son effort fourni.
01.37 Minister Freya Van den
Bossche: Het is inderdaad van
fundamenteel belang dat de
sociale balans wordt aangepast en
vereenvoudigd.
De tewerkstellingscellen werken
naar behoren.
De bedoeling van de activering
van de werklozen is niet hen uit te
sluiten, maar hen te begeleiden.
De facilitatoren houden dan ook
rekening met de vraag naar en het
aanbod van werk. Het systeem
wordt in januari beoordeeld.
De werkgevers en de
uitzendbureaus leveren geen
bewijs dat een werknemer werk
zoekt. Het zou mogelijk moeten
zijn om dat bewijs te bekomen.
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
55
Je parle de l'intégration sur le marché de l'emploi. C'est clair que,
selon moi, offrir des formations et aider à la recherche d'un emploi,
c'est de l'intégration.
Hoe dan ook hoop ik dat de maatregelen als een geheel worden
gezien, want meestal wordt er gedaan alsof het hele beleid erop
gericht is om werklozen onterecht op te jagen en om tegen hen
gemeen te zijn, ofwel alsof wij ze zich in hun luie zetel laten parkeren.
Geen van beide is waar, natuurlijk. De essentie is dat er een solidair
systeem is tussen werkenden en werkzoekenden. Er gelden daarbij
twee afspraken: wie werkt, werkt en wie werkzoekende is, zoekt werk.
Dat betekent dat wie werk zoekt, dat bij voorkeur doelmatig doet. Men
kan mensen niet verwijten dat zij niet altijd op de meest efficiënte
manier zoeken wanneer zij niet weten hoe dat het beste gebeurt. Dus,
men moet hen daarbij helpen. Men moet ook, wanneer hun profiel niet
beantwoordt aan de eisen van de arbeidsmarkt, hun opleidingen en
dergelijke aanbieden.
Maar ik kom tot het voorbeeld van die dertigjarige man uit De
Morgen , het systeem is er niet om te dienen als een soort zeker
inkomen waarbij men kan kiezen geen werk meer te zoeken.
Daarvoor zijn er andere systemen in onze samenleving die in een
inkomen voorzien. Ik wil dus duidelijk zeggen dat die man alsook zijn
collega's nu worden opgeroepen. In zijn specifieke geval hij is 30
jaar zal dat de komende maanden gebeuren. Dan zal hij ook voor
de keuze gesteld worden. Men doet alsof het gaat om het gros van de
werkzoekenden. Ik huiver daarvan, want dat is niet zo. De meeste
werkzoekenden zoeken gewoon werk. Er zijn er ook die dat niet doen.
Wel, voor hen is dat niet het juiste systeem, in ieder geval.
Dus, laten wij niet doen alsof er geen mensen zijn die het systeem
misbruiken. Maar laten wij ook niet doen alsof enkel die mensen
bestaan. Laten wij gewoon proberen een fair beleid te voeren en
mensen te helpen en bij te staan waar nodig, maar ook kordaat op te
treden wanneer mensen hulp weigeren. Dat is immers waarover het
eigenlijk gaat.
On a parfois l'impression que la
politique de l'emploi ne vise qu'à
harceler les chômeurs. C'est
inexact. Notre politique est basée
sur le principe que le travailleur
travaille effectivement et que le
demandeur d'emploi cherche
effectivement du travail. Les
demandeurs d'emploi se voient
proposer un accompagnement et
des formations. Les allocations de
chômage ne constituent pas un
revenu garanti pour les personnes
qui ne souhaitent pas chercher un
emploi. Pour elles, il existe
d'autres filets de sécurité sociaux.
Heureusement, la plupart des
demandeurs d'emploi cherchent
du travail. Ceux qui ne le font pas
seront confrontés à un choix dans
les mois à venir. Nous ne
prétendons pas que les abus
n'existent pas mais nous ne
disons pas davantage qu'il n'y a
que des abus.
En ce qui concerne l'Europe, il est vrai que la situation devient de plus
en plus difficile. Nous devons sans cesse lutter pour sauvegarder
notre système de protection sociale. Je comprends les Etats
membres qui veulent d'abord avancer sur un plan économique mais,
pour nous, il est essentiel de ne pas abandonner notre bien-être.
Nous continuerons donc à nous battre au niveau européen pour
protéger nos acquis sociaux et d'autres acquis encore à venir.
Op Europees niveau moeten wij
echt vechten om ons stelsel van
sociale bescherming te behouden.
Wij zullen dat ook blijven doen.
Hebben wij inzake lastenverlaging genoeg gedaan en is ze efficiënt?
Hebben wij genoeg gedaan? Ik denk dat er een goede start is
geweest. Ik denk inderdaad dat het nog niet genoeg is en dat er nog
meer moet gebeuren. Ik weet wel dat de korting op de
bedrijfsvoorheffing bij de regeling van ploegenarbeid van kracht is
sinds 2004. Ik heb het dan over de beslissing op de
Werkgelegenheidsconferentie. Voor de toekomst kan geld uit het
ervaringsfonds, 7 miljoen in 2005 en 14 miljoen in 2006, worden
gebruikt om iets te doen aan regimes, nachtarbeid, enzovoort. Wij
hebben speciaal daarvoor de budgetten verhoogd en opengesteld.
Wij zijn minder streng in die criteria. Dat is zelfs een van de
suggesties in mijn beleidsnota. Ik hoop dat daarvan dan ook gebruik
wordt gemaakt. Dat er nog meer moet gebeuren staat buiten kijf. Wij
En matière de réductions de
charges, nous devons encore aller
plus loin. La réduction du
précompte professionnel pour le
travail posté est déjà en vigueur.
De l'argent du Fonds de
l'expérience professionnelle peut
être utilisé pour le travail de nuit et
la sévérité des critères peut être
réduite.
Les négociations concernant le
secteur non marchand sont en
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
56
moeten telkens proberen om binnen ons orthodox begrotingsbeleid
het meest mogelijke te doen. Wij moeten uiteraard altijd het evenwicht
zoeken tussen de twee.
Over de non-profit zal ik niet veel zeggen omdat de onderhandelingen
bezig zijn. Het moet echter duidelijk zijn dat de prioriteit van de
regering werk en opleiding is. Ik denk dat wij het maximale moeten
inzetten op werk en opleiding, veeleer dan op allerlei looneisen op dit
moment.
Over het einde van de loopbaan waren er ook heel wat vragen. Het
gaat hier niet om de keuze van ofwel langer werken ofwel jongeren
aan het werk. Wij stellen vandaag vast dat er al knelpuntberoepen
zijn. Er zijn mensen die werk zoeken en er zijn vacatures die
openstaan. Wij slagen er niet altijd in om die te verbinden. Ik weet wel
dat die vacatures niet voldoende zijn om iedereen aan het werk te
helpen. Alle rapporten bewijzen echter dat het economisch beter
gaan. Dit zal dan ook zijn invloed hebben op de werkgelegenheid. De
demografische evolutie is ook wat ze is. Er zullen dus steeds minder
mensen zijn om even veel werk te verrichten voor een steeds groter
wordende inactieve groep ouderen. Ik denk dat het vandaag het
moment is om die jonge mensen aan werk te helpen, op te leiden,
ervoor te zorgen dat zij meer kansen hebben op de arbeidsmarkt.
Over een aantal jaren is het immers niet of of, neen, wij zullen
iedereen nodig hebben. Alle handen en hoofden zullen dan nodig zijn.
Het is ook zo dat een debat over het einde van de loopbaan niet kan
worden gevoerd zonder een debat over de loopbaan. De regering
heeft 30 voorstellen gedaan, die echter niet te nemen of te laten zijn.
Er werden diverse voorstellen gedaan. Ook de sociale partners
kunnen voorstellen doen. Het is natuurlijk zaak om niet alleen te
zorgen voor de uitstapmogelijkheden, maar ook voor bijscholing
tijdens de loopbaan, voor welzijn op het werk. Wij weten natuurlijk dat
dit allemaal samenhangt. Het zou al te gek zijn om alleen te kijken
naar de loopbaan vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar en dat wat
daarvoor gebeurt niet van tel is.
We moeten beseffen dat oudere mensen uit de arbeidsmarkt
gestoten worden vandaag de dag. Het is allemaal mooi om iets te
doen aan die zaken, dat heb ik gehoord, maar men moet wel beseffen
dat die mensen vandaag gewoon massaal aan de kant worden gezet,
gedumpt worden. De overheid alleen kan daar niets aan doen. Men
moet ook de werkgevers mee hebben en zorgen dat er een
mentaliteitswijziging op dat vlak komt. Dat is belangrijk. Het
eindeloopbaandebat zal pas geslaagd zijn wanneer wij de volledige
loopbaan overschouwen en iedereen zijn verantwoordelijkheid laten
nemen.
Er was dan de suggestie om een aantal aanpassingen aan te brengen
aan het systeem van deeltijds werken en leren. Dat is heel terecht.
Het is vandaag een kluwen. Wij moeten zorgen voor stageplaatsen en
voor de harmonisering van statuten. Ook al is het zo'n kluwen, wij
moeten daar uitgeraken, want de opmerkingen zijn geheel terecht.
Vandaag loopt het systeem compleet mank. Op papier lijkt het heel
aantrekkelijk en mooi, maar in de praktijk werkt het niet. Daaraan
moeten de deelstaten werken, maar wij kunnen ook onze duit in het
zakje doen.
cours. La priorité du
gouvernement réside dans le
travail et la formation plutôt que
dans les exigences salariales.
En ce qui concerne la fin de
carrière, nous devons choisir entre
travailler plus longtemps ou se
mettre à travailler plus tôt. Tous
les rapports indiquent une reprise
de l'économie mais, en raison de
l'évolution démographique, il y
aura de moins en moins de
travailleurs pour effectuer la même
quantité de travail cependant que
le nombre de personnes âgées
inactives ira croissant. C'est
pourquoi nous devons aider les
jeunes à trouver du travail et les
former de façon à augmenter leurs
chances de décrocher un emploi.
Nous allons avoir besoin de toutes
les forces disponibles pour faire
face au vieillissement.
Un débat sur la fin de carrière ne
peut être dissocié d'un débat sur la
carrière elle-même. Le
gouvernement a formulé trente
propositions. Les partenaires
sociaux peuvent également en
faire des propositions.
A l'heure actuelle, des travailleurs
âgés sont exclus massivement. A
lui seul, le gouvernement ne peut
rien y faire. Un changement de
mentalité doit également s'opérer
chez les employeurs. Le débat sur
la fin de carrière ne sera mené à
bien que lorsque nous aurons
examiné la carrière dans son
ensemble et que chacun aura pris
ses responsabilités.
Davantage de possibilités de stage
doivent être créées pour le travail
et l'apprentissage en alternance.
Le statut doit être adapté. Le
gouvernement fédéral et les
entités fédérées doivent s'atteler à
cette tâche.
Pour celui qui aura perçu un bas
salaire cette année et qui sera au
chômage l'année prochaine, le
bonus crédit d'emploi constitue en
effet un recul. Dans tous les autres
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
57
Sommigen hebben aangeklaagd dat er mensen met de werkbonus op
achteruit zouden gaan. Er is inderdaad een groep voor wie de
hervorming van de werkbonus geen meerwaarde is, namelijk de
werknemers met een laag loon dit jaar die volgend jaar geen werk
meer hebben en werkzoekende worden.
Bij de andere groepen gaat iedereen er op vooruit. Wie, omdat hij of
zij plots meer verdient, de werkbonus niet meer geniet, gaat er
eigenlijk ook wel op vooruit, loonmatig gezien. Ik zou dus durven te
stellen dat iedereen erop vooruitgaat, behalve degenen die eerst een
laag loon hadden en nu hun werk verliezen. Voor die mensen is het
verlies van hun job sowieso een drama, los van de werkbonus. Men
kan echter natuurlijk alleen een hoger nettoloon geven aan zij die
werken. De oplossing om het effect meteen te laten voelen en niet
twee jaar te wachten met het belastingkrediet vind ik een goede
oplossing en ik besef ook dat het Parlement dat een betere optie
vindt, maar die biedt geen soelaas voor mensen die hun werk nu
kwijtraken en voordien voor de werkbonus in aanmerking kwamen.
Ik heb ook pleidooien gehoord voor een verdere flexibilisering van de
arbeidsmarkt. Ik ga daar absoluut akkoord mee. Wij beseffen
allemaal dat wij op het vlak van loonkosten nooit bijzonder
concurrentieel zullen zijn met andere landen. Wij kunnen de lonen niet
verlagen tot het niveau van lagelonenlanden. Wij willen dat ook niet.
Wij moeten op andere manieren concurrentieel zijn, onder andere
door flexibel in te springen op bepaalde behoeften en vragen. Ik heb
een Engelse term waarop wij nog een variante moeten vinden. Er is
de term flexecurity. Die term duidt aan dat men zowel meer flexibiliteit
creëert als een soort van zekerheid geeft aan de mensen op de
arbeidsmarkt, een zekerheid dat er meer jobs blijven dankzij het feit
dat men iets flexibeler aan het werk kan gaan.
Denken we aan werk op maat. Iedereen kent de dienstencheques.
Werk op maat is een systeem waarbij mensen arbeid en gezin
combineren en daardoor hun job op maat kunnen samenstellen. Het
is slechts een voorbeeld. We zullen, mijns inziens, naar een meer
flexibele arbeidsmarkt moeten evolueren. Los van de beslissingen
van het IPA, beseft de overheid dat de nood aan flexibiliteit een
belangrijke troef kan zijn in de competitiviteit van onze economie.
Er werden een aantal vragen gesteld in verband met de antipestwet.
Een van de belangrijke oplossing is, mijns inziens, meer te spelen op
het eerstelijnsniveau. Vandaag wordt een op twee klachten
rechtstreeks door de inspectie behandeld. Dat is jammer en onnodig
omdat men de vertrouwenspersoon of de preventieadviseur kan
inschakelen. Dat gebeurt veel te weinig, misschien omdat het
systeem te weinig bekend is. Zowel werkgevers als werknemers
hebben er baat bij omdat ze op die manier veel sneller een potentieel
probleem in de kiem kunnen smoren. Het is mijn taak ervoor te
zorgen dat de eerstelijnszorg meer wordt gebruikt en dat de inspectie
slechts op de tweede plaats komt indien er binnen het bedrijf geen
oplossing kon gevonden worden.
Wat de inspectiediensten betreft, wordt de politiek heel consequent
uitgevoerd. Op relatief korte termijn moeten hiervan resultaten
zichtbaar zijn.
Ik heb veel bekommernis gehoord inzake de manifestatie die gisteren
groupes, tout le monde progresse.
Nous ne pouvons cependant offrir
un salaire net plus élevé qu'à celui
qui travaille.
Je suis d'accord avec les
propositions en faveur d'une
nouvelle flexibilisation du marché
du travail. Nous ne pouvons
diminuer nos salaires jusqu'au
niveau des pays à bas salaire et
devons donc maintenir et renforcer
notre position concurrentielle d'une
autre manière. Nous devons
trouver une variante au terme
anglais flexecurity : plus de
flexibilité en donnant la certitude
aux gens que cette flexibilité offre
plus d'emplois.
Une plainte pour harcèlement
moral sur deux est désormais
traitée directement par
l'inspection. Si la personne de
confiance ou le conseiller en
prévention est trop peu sollicité,
c'est parce que le système est
encore insuffisamment connu. Il
m'incombe de veiller à ce que les
soins de première ligne soient
utilisés davantage et à ce que
l'inspection n'intervienne qu'en
deuxième lieu si, au sein de
l'entreprise concernée, une
solution ne peut être trouvée. En
ce qui concerne les services
d'inspection, la politique suivie est
mise en oeuvre avec beaucoup de
cohérence et les résultats se
feront sentir à brève échéance.
Les manifestations syndicales
d'hier prouvent que les gens se
préoccupent de leur avenir. Nous
donnerons toutes ses chances à la
concertation. De son côté, le
gouvernement attend des
partenaires sociaux qu'ils prennent
aussi leurs responsabilités et
s'efforcent de tendre à la paix
sociale et à la solidarité.
En ce qui concerne le travail à
domicile, les adaptations
nécessaires du RGPT et de la loi
sur les accidents du travail sont en
préparation. Nous nous
concertons actuellement avec le
secteur des assurances. Nous ne
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
58
heeft plaatsgehad. Mensen zijn bekommerd over hun toekomst. U
mag ervan op aan dat het overleg alle kansen krijgt. De regering heeft
de afgelopen weken en dagen en zeker vandaag heel intensief haar
verantwoordelijkheid genomen. De regering verwacht van de andere
partners dat zij hetzelfde doen en beseffen dat het pleidooi van velen
onder u voor sociale vrede en solidariteit, wat de kern van een IPA is,
een zaak is waar we allemaal samen aan moeten werken. Als een
radertje in het geheel de boel echter blokkeert, dan zal het ons niet
lukken.
Er wordt aangedrongen op meer werk te maken van thuiswerk. Dat is
correct. Ik onderstreep opnieuw mijn engagementen in de commissie.
De nodige aanpassingen aan het ARAB en aan de wet op de
arbeidsongevallen zullen worden aangebracht. Wat dit laatste betreft,
worden gesprekken gevoerd met de verzekeringen. Beslissingen
kunnen evenwel slechts worden doorgevoerd na overleg met de NAR.
Gesprekken terzake zullen van start gaan zodra de Europese
bepalingen terzake omgezet zijn.
De discussie in verband met arbeiders en bedienden is een oude
discussie die maar niet opschiet. De sociale partners willen graag het
gesprek zelf voeren, maar raken er niet uit. Ik denk dat we allemaal
beseffen dat er uiteindelijk toch een aantal knopen doorgehakt zullen
moeten worden door de politiek. Ik kijk graag wat het initiatief dat
werkgevers en werknemers beloofd hebben, oplevert. Ik denk echter
te moeten vaststellen dat dit weinig soelaas gebracht heeft.
prendrons des décisions qu'après
concertation au sein du CNT,
concertation qui débutera dès que
les dispositions européennes en la
matière auront été transposées en
droit belge.
Les tractations entre les
partenaires sociaux concernant le
statut des ouvriers et des
employés n'avancent décidément
pas. Par conséquent, le
gouvernement devra trancher lui-
même.
Le renforcement des services d'inspection, tel que déterminé durant
le conclave d'octobre 2003, est complètement en exécution. On parle
de 92 personnes. Pour 2004, on a prévu la moitié des moyens, ce qui
est suffisant pour employer les 92 personnes au cours de l'année
2004. A partir de 2005, on sera à la vitesse réelle.
Par ailleurs, en ce qui concerne la décision d'investir au niveau
informatique, les projets Genesis, Oasis et "cadastre synthétique"
seront opérationnels dans leur première phase à partir de 2005.
L'inspection est donc renforcée mais les moyens informatiques sont
également améliorés. Ces deux mesures conjuguées permettront de
donner des résultats. En même temps, le comité fédéral de
coordination organisera la collaboration entre les services d'inspection
dans le cadre de la lutte contre la fraude sociale. Il est très important
d'agir sur plusieurs fronts en même temps.
Quelles sont les mesures budgétaires au niveau du bien-être? Il faut
se référer aux points 54.01 et 54.02 du budget. Vous verrez que pour
le SPF Personnel et Organisation, des montants de 11,6 et 2,2
millions d'euros sont prévus. En ce qui concerne le contrôle des lois
sociales, on a prévu 16,2 millions d'euros et 3,3 millions d'euros pour
les allocations de base points 57.01 et 57.02. Pour tout autre
renseignement concernant l'inspection sociale, vous le trouverez dans
le budget des Affaires sociales et non chez moi.
De inspectiediensten worden op
dit ogenblik uitgebreid, zoals in
2003 werd beslist. Voor 2004 werd
de helft van de middelen
uitgetrokken. Vanaf 2005 komen
wij op kruissnelheid.
Wat de informatica betreft, komen
de projecten "Genesis", "Oasis" en
"Synthetisch Kadaster" vanaf 2005
in een eerste operationele fase.
Tegelijkertijd zal het Federaal
Coördinatiecomité de
samenwerking tussen de
inspectiediensten in het kader van
de strijd tegen de sociale fraude
organiseren.
Wat het welzijn betreft, werd voor
de FOD Personeel en Organisatie
in bedragen van 11,6 en 2,2
miljoen euro voorzien. Wat het
toezicht op de sociale wetgeving
betreft, werden voor de
basisallocaties bedragen van 16,2
en 3,3 miljoen euro uitgetrokken.
Over de controle op de werklozen worden ook een aantal cijfers
gevraagd. Dat is heel terecht, we hebben dat nodig om te evalueren.
De RVA heeft mij beloofd om bij de evaluatie die gebeurt in januari,
februari die cijfers te hebben. Zij hebben mij op het hart gedrukt dat
het voor januari quasi onmogelijk is om cijfers te leveren waar men iet
C'est à juste titre que des chiffres
concernant le contrôle des
chômeurs sont demandés.
L'ONEM a promis de produire
après janvier des chiffres
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
59
of wat conclusies uit kan trekken. Ik heb daarin vanzelfsprekend de
heer Baeck als heel degelijk ambtenaar gevolgd. Hij zou in januari
met cijfers naar buiten kunnen komen. Vanzelfsprekend zou het
bijzonder interessant zijn om ons ook over die cijfers te buigen in de
commissie.
Voor ouderschapsverlof blijft het budget dat eerder was afgesproken
behouden. Ik heb duidelijk laten merken dat, los van een aantal
specifieke maatregelen die ik heb beloofd, onder andere aan de
collega's D'hondt en Van de Casteele, ik voor het gros van de
ouderschapsverloven, wetend dat die ouderschapsverloven maar aan
550 euro voor een voltijdse job worden verloond, de voorkeur zou
geven aan het optrekken van het bedrag. Waarom? Om de
eenvoudige reden dat mensen die er alleen voor staan met kinderen
of mensen die wel met twee verdienen, maar niet zoveel inkomen
hebben dat ze gemakkelijk kunnen sparen eigenlijk met die 550 euro
niet toekomen. In werkelijkheid is er al een bepaald volume aan
ouderschapsverlof dat de ene mens makkelijker kan opnemen dan de
andere. Ik denk dat het belangrijker zou zijn dat we eerst die
bedragen optrekken, zodat iedereen die er recht op heeft er ook
gebruik van kan maken vooraleer we de duur optrekken. Er zijn
echter evengoed een aantal doelgroepen, ik denk aan ouders met
zieke kinderen bijvoorbeeld, waarvoor het wellicht belangrijk is om
ook de duur op te trekken. Ik wil niet uitsluiten dat we iets doen aan
de duur, maar ik denk dat het algemeen genomen op dit moment
belangrijker is er eerst voor te zorgen dat het een zo democratisch
mogelijk systeem is. Dat is het vandaag eigenlijk nog niet helemaal.
Wat welzijn op het werk betreft, kan ik vrij kort zijn. Het programma
van mevrouw Van Brempt, mijn voorganger, wordt volledig uitgevoerd.
Op het moment waarop zaken operationeel worden zal daarover
gecommuniceerd worden, alleen ben ik niet het soort politica dat tien
keer hetzelfde aankondigt. Ik kom daar dus niet elke keer op terug.
Alles zit gewoon in de pijplijn en mijn beleid verschilt in niets van het
beleid dat door de staatssecretaris eerder is ingezet.
Op dit moment zijn er geen cijfers in verband met de startbanen. De
cijfers worden niet langer meervoudig opgevraagd bij de werkgevers,
alleen de RSZ kan die cijfers leveren. Voor de mensen met een
handicap en allochtonen, zijn de cijfers betrouwbaar in de mate
waarin de mensen zelf, op hun kaart laten zetten dat zij een handicap
hebben of allochtoon zijn. Ze zijn niet verplicht om de kaarten op die
manier te merken. We kunnen daar een indicatie van krijgen, maar
die zal nooit heel sluitend zijn.
In de werkgelegenheidsconferentie waren er enveloppes voorzien
voor herstructureringen: 25 miljoen in 2004, 50 miljoen in 2005.
Gezien de onderbenutting in 2004 zijn de 50 miljoen euro voor 2005
herleid naar 30 miljoen euro. De bedoeling is om te stimuleren via
proeftuinen, werknemers opnieuw aan de slag te laten gaan, onder
andere via financiële stimuli. Ik wil heel duidelijk nog eens herhalen
dat het echt niet mijn bedoeling is om brugpensioenen bij
herstructureringen af te schaffen, omdat ik denk dat het een laatste
redmiddel moet zijn, maar het moet wel een laatste redmiddel zijn.
We mogen er niet automatisch naar grijpen. Het is een beetje te veel
een automatisme geworden, maar we zouden eerst moeten proberen
die mensen opnieuw aan de slag te krijgen. Lukt dat niet, ondanks
tewerkstellingscellen of outplacement, dan moeten we natuurlijk
représentatifs que nous pourrons
alors utiliser pour une évaluation.
Le budget prévu pour le congé
parental est maintenu. Le budget
actuellement alloué, 550 euros
pour un travailleur à temps plein,
ne satisfait pas tout le monde.
C'est pourquoi je veux d'abord
augmenter les montants, et si c'est
possible, rallonger ensuite la
durée, de sorte qu'il soit possible à
chaque personne qui le souhaite
de recourir au système.
Le programme de Mme Van
Brempt pour le bien-être au travail
sera mis en oeuvre entièrement.
Des informations à ce sujet seront
communiquées en temps utile.
Nous ne disposons pas de chiffres
relatifs aux conventions de
premier emploi pour l'instant; seul
l'ONSS peut les fournir. Les
statistiques concernant les
personnes handicapées et les
allochtones ne sont fiables que
dans la mesure où les intéressés
apportent eux-mêmes des
indications en ce sens sur leur
carte, ce à quoi ils ne sont pas
tenus.
Lors de la Conférence sur l'emploi,
un budget a été dégagé pour les
restructurations. L'on espère
remettre les gens au travail par le
biais de stimulants financiers,
notamment. Je ne veux pas
supprimer les préretraites dans le
cadre de restructurations mais il
doit s'agir d'une ultime bouée de
sauvetage, à utiliser seulement
après avoir essayé de remettre les
gens au travail.
Je suis prête à procéder à une
évaluation des mesures de la
Conférence, mais c'est prématuré
pour l'instant car l'incidence de la
réduction des charges n'est pas
encore pleinement perceptible.
Les accords en matière de
formation doivent encore prendre
forme. D'autres mesures, comme
les titres-services, peuvent déjà
être évaluées. Nous pourrons le
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
60
blijven werken met brugpensioenen.
Ik ben bereid om de maatregelen van de tewerkstellingsconferentie te
evalueren, maar nu nog niet, het is te vroeg. Het effect van de
lastenverlaging is nog niet volledig aan het spelen, dus we kunnen dat
nog niet volledig evalueren. Afspraken voor vorming moeten nog
verder vorm krijgen. Dienstencheques bijvoorbeeld kunnen wel
geëvalueerd worden. Ik heb beloofd om dat samen met de commissie
te doen in maart 2005, zodat we echt duurzaam kunnen verder
bouwen, binnen de budgettaire marges.
Als antwoord op een gestelde vraag is het belangrijk te melden dat
het bij afwezigheid van de gebruiker, in geval van dienstencheques,
en bij overmacht mogelijk is bij de RVA tijdelijke werkloosheid in te
roepen. Dat is echt een mogelijkheid die opengehouden wordt.
faire ensemble en mars 2005,
mais je puis d'ores et déjà
annoncer que nous voulons
maintenir la possibilité d'invoquer
le chômage temporaire dans
certains cas dans le cadre des
titres-services.
J'en viens aux remarques sur l'effet du bonus emploi et du crédit
d'impôt sur le salaire net. Vous comparez le crédit d'impôt qui est déjà
lancé et qui a déjà pris sa vitesse de croisière au bonus emploi qui en
est encore à ses débuts. Dans cette comparaison, le bonus emploi
rapporte bien sûr moins au niveau du net. Mais lorsque le bonus
emploi aura atteint sa vitesse réelle, son coût ne sera pas de 261
mais de 621 millions d'euros. A ce moment, la cotisation personnelle
de 13,07% ne devra plus être payée par ceux qui bénéficient du
salaire minimum. On observera alors une augmentation des revenus
jusqu'à un salaire mensuel de 1.956,6 euros.
Une remarque concernait le budget bonus emploi dans le budget
ONSS. Il est en effet différent de ce qui était prévu dans le budget
général. Il y a deux explications à cela:
1. Le bonus emploi ne compte pas uniquement pour les travailleurs
soumis à l'ONSS mais aussi pour ceux qui sont soumis à l'ONSS-
APL.
2. L'année budgétaire ONSS n'est pas l'année calendrier 2005 mais
l'année constituée du quatrième trimestre 2004 et des trois premiers
trimestres 2005.
La remarque qui concerne la fiscalité et le fait qu'il vaudrait mieux
tenir compte de la totalité des revenus familiaux plutôt que du bonus
emploi est justifiée. Je pense néanmoins que pour le groupe le plus
faible, c'est-à-dire les familles monoparentales, une augmentation
immédiate du salaire net lors de l'acceptation d'un nouveau job, est
plus attractive qu'un crédit d'impôt après deux années. Cela mis à
part, votre remarque est tout à fait justifiée.
J'en arrive à votre quatrième remarque. A cause de l'augmentation du
bonus emploi et donc du salaire net, nous enregistrerons sans doute
moins de sans-emploi qui, lorsqu'ils acceptent un travail à bas salaire
voudront recevoir un ajout via l'AGR. Il ne s'agit donc pas d'une
mesure purement économique, mais d'une politique efficace. Les
budgets sont modifiés, mais nous ne faisons pas d'économies à leur
détriment.
Des questions m'ont également été posées sur la baisse du nombre
d'employés en ALE. Selon moi, l'une des raisons de cette baisse est
que la disponibilité sur le marché du travail depuis le 1
er
octobre 2004
a changé. Il faut également tenir compte du passage à l'emploi grâce
aux titres-service.
Wat de weerslag van de
werkbonus en het belastingkrediet
op het nettoloon betreft, kan men
stellen dat de werkbonus netto
minder opbrengt, maar dat die
maatregel, wanneer hij op
kruissnelheid komt, 621 miljoen
euro zal kosten. Van zodra de
persoonlijke bijdrage van 13,07
procent niet meer moet worden
betaald, zullen de lonen tot een
maandbedrag van 1.956,60 euro
stijgen.
De middelen die in de RSZ-
begroting voor de werkbonus
werden ingeschreven, verschillen
van de middelen die in de
algemene begroting waren
gepland, vermits de werkbonus
ook geldt voor de werknemers die
onder de RSZPPO vallen en het
begrotingsjaar van de RSZ niet
met een kalenderjaar samenvalt.
Wat de fiscaliteit betreft, kan men
terecht stellen dat men beter met
het totaal van de gezinsinkomens
in plaats van met de werkbonus
rekening zou houden. Voor de
allerzwaksten is een onmiddellijke
verhoging van het nettoloon bij het
aanvaarden van een nieuwe baan
evenwel aantrekkelijker dan een
belastingkrediet na twee jaar.
Door de verhoging van de
werkbonus en dus van het
nettoloon, zullen er minder
werklozen zijn. Dat is dus een
doeltreffende maatregel.
De daling van het aantal PWA-ers
is toe te schrijven aan een
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
61
Je suis bien entendu ouverte à toute explication ou analyse de votre
part pour expliquer ces chiffres. En effet, il n'est pas très facile d'y
parvenir. Toujours est-il que les éléments énoncés plus haut sont déjà
deux causes possibles.
wijziging van de beschikbaarheid
op de arbeidsmarkt sinds 1
oktober jongstleden en de
invoering van de dienstencheques.
Het pilootproject voor de ruggen van verpleegkundigen start op 1
januari 2005. De evaluatie is één jaar later gepland. Dan kan het
beheerscomité het project ook uitbreiden bij een positieve evaluatie.
Ik zal hun zeker een tip geven in verband met uw voorstel aangaande
bouwvakkers en dokwerkers, mensen die een behoorlijk zware
belasting van de rug kennen.
Wat de "inactiviteitsvallen" van arbeidsongeschiktheid betreft, werd
een studie gevraagd aan de FOD Sociale Zekerheid. De timing voor
die studie is 31 maart 2005. In april en mei zouden er dus concrete
maatregelen kunnen worden uitgewerkt op basis van die studie. Er
wordt dan ook gewerkt aan een wettelijk kader.
Ik kom dan aan een aantal bijkomende vragen in verband met de
dienstencheques. Die 6,70 euro is een puur budgettaire beslissing.
Wij stoppen nog steeds enorm veel geld in die dienstencheques. Ik
geloof daar ook in. Het creëert immers niet alleen tewerkstelling, maar
voldoet ook aan noden in de samenleving, aan huishoudhulp en
dergelijke. Het was echter budgettair gezien echt noodzakelijk. Ik heb
voorlopig nog geen verschillen gemerkt in het succes. De
dienstencheques worden nog steeds even gretig afgenomen.
Er was een vraag naar de verdeling tussen de Gewesten. Het is als
volgt: Vlaanderen driekwart, Wallonië een vijfde en Brussel een
twintigste. Dat is ongeveer wat er nu is. Het gaat nu reeds om
ongeveer 80 miljoen euro. Ik heb het dan over eind november 2004.
Ondertussen zal het weer iets meer geworden zijn. Het principe is er
een van een open budget met extra middelen als het succes groter
wordt. Ook daar geldt dat het evaluatierapport van 2005 ons
misschien zal vragen om dat bij te sturen. In elk geval hebben wij de
kaap van 10.000 jobs daar reeds ruim overschreden.
Ik kom dan aan de permanente vorming. Betaald educatief verlof voor
oudere werknemers moet versterkt worden, via het hogeloonplafond.
Er moeten extra sectoropleidingsfondsen worden opgericht. De
sociale balans moet aangepast worden. Het meetinstrument vorming
moet worden naar voren geplaatst. Inzake de drie andere onderdelen
moet veel minder gevraagd worden van de werkgevers omdat wij die
gegevens toch reeds elektronisch hebben.
Sowieso moet er aan meer dan 60.000 mensen een opleiding worden
aangeboden. De sociale partners hebben zich op de
werkgelegenheidsconferentie geëngageerd. Het zal echter zaak zijn
voor de regering en het Parlement om hen daaraan te herinneren. Ik
zie op dit moment immers toch de engagementen op papier niet in
dezelfde maand vertaald worden
Opleiding en scholing is natuurlijk in de eerste plaats een taak van de
Gewesten, maar dat betekent niet dat wij niet een aantal zaken
kunnen doen. Wij moeten erkennen dat wij op het vlak van betaald
educatief verlof onze taken op ons moeten nemen en dat het
bestaande complexe bewijssysteem voor de werkgever zeker moet
Le projet « Dos », destiné aux
infirmiers, démarrera le 1er janvier
2005 et sera évalué au bout d'un
an. En cas d'évaluation positive, le
comité de gestion pourra étendre
le projet. Je ne manquerai pas
d'indiquer alors d'autres secteurs
professionnels où le dos est mis à
rude épreuve, tels que les ouvriers
du bâtiment et les dockers.
Concernant les pièges à l'emploi
de l'incapacité de travail, une
étude a été demandée au SPF
Sécurité sociale. Des mesures
concrètes pourront être adoptées
en avril et en mai sur la base de
cette étude, qui sera prête le 31
mars 2005.
Le prix de 6,70 euros des titres-
services constitue une décision
budgétaire. Nous investissons ici
des sommes considérables et ces
titres ne créent pas uniquement de
l'emploi, mais répondent
également aux besoins de la
société. Les titres un peu plus
coûteux sont dès lors toujours
demandés.
Quelque 75 pour cent des titres-
services sont achetés en Flandre,
20 pour cent en Wallonie et 5 pour
cent à Bruxelles. Fin novembre
2004, il s'agissait d'un montant de
80 millions d'euros. Nous
disposerons d'un budget ouvert et
de moyens supplémentaires si leur
succès se confirme. Ces mesures
peuvent être adaptées après une
évaluation. Plus de dix mille
emplois ont déjà été créés.
Bien que
la formation et
l'éducation ressortissent à la
compétence des Régions, nous
pouvons assumer certaines tâches
ayant trait au congé-éducation
payé et à la simplification du
système de preuve pour
l'employeur.
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
62
worden vereenvoudigd.
Il convient de renforcer le congé-
éducation payé en faveur des
travailleurs âgés, d'augmenter le
nombre de fonds sectoriels de
formation, d'adapter le bilan social
et d'accorder une plus grande
importance à l'instrument de
mesure de la formation.
Plus de 60.000 personnes doivent
bénéficier d'une formation. Le
gouvernement et le Parlement
doivent rappeler aux partenaires
sociaux les engagements qu'ils
ont pris lors de la conférence sur
l'emploi.
01.38 Staatssecretaris Els Van Weert: Mijnheer de voorzitter, ik zal
proberen kort te zijn zonder afbreuk te doen aan de vragen en
opmerkingen die geformuleerd zijn door de collega's.
Er waren een aantal opmerkingen van mevrouw Lanjri met betrekking
tot de subsidiëring, waarover we in de commissie reeds gesproken
hebben. Ik wil nog even kort ingaan op een aantal zaken die u zegt,
mevrouw Lanjri. Wat u zei over de complexiteit klopt, het heeft
inderdaad te maken met het feit dat we met verschillende actoren
moeten samenwerken om die doelgroep middels een aantal goede
maatregelen toch de nodige kansen te bieden. Toch trachten we
binnen dat kader te komen tot een zekere vereenvoudiging en een
goede afstemming van een aantal maatregelen op elkaar.
Ik denk dat dat op federaal niveau al gebeurt door het op elkaar
afstemmen van, enerzijds, SINE en, anderzijds, de verhoogde
staatstoelage voor artikel 60. Wat de samenwerking met de regio's
betreft, proberen wij nu ook in het kader van het nieuwe
samenwerkingsakkoord dat we aan het opmaken zijn een aantal
afspraken te maken en een aantal vereenvoudigingen mogelijk te
maken. Hetzelfde wat betreft de combineerbaarheid van een en
ander: dat zijn zaken die wij in het kader van het
samenwerkingsakkoord aan het bespreken en zijn en waarin we
duidelijke lijnen trachten te trekken.
Ik wil ook even heel kort ingaan op uw suggestie in verband met het
rugzakje voor de werklozen en de vraag of dat niet beter zou zijn dan
al die subsidiëringen aan sociale-economiebedrijven en -initiatieven.
Ik denk dat zoiets in vele gevallen een zinvolle zaak kan zijn. Ik vrees
echter dat voor de sociale economie en de doelgroep die we daarin
toch trachten op te vangen en klaarstomen voor doorstroming - waar
u terecht veel aandacht voor vraagt - die begeleiding cruciaal is en dat
je die moeilijk in een rugzakje kan vatten. Het is heel moeilijk om
begeleiders in een rugzakje te stoppen; het vergt een zekere
expertise en systematiek die misschien zeer moeilijk individueel mee
te geven is als je mensen aan het werk wil zetten en goed wil
begeleiden. Ik wil het echter zeker nader onderzoeken. Alle
alternatieven zijn voor mijn part bespreekbaar.
Ik wil nog even doorgaan over de doorstroming. Uw pleidooi zelf toont
aan dat het helemaal geen eenvoudige zaak is. U zegt terecht dat
01.38 Els Van Weert, secrétaire
d'Etat: Mme Lanjri a évoqué à
juste titre la complexité du
financement. Nous essayons
d'obtenir une simplification en
faisant concorder les mesures
entre elles. Au niveau fédéral,
cette volonté se manifeste par les
initiatives d'insertion sociale
(SINE) et la subvention de l'État
prévue à l'article 60. Sur ce point,
un accord de coopération avec les
régions est en préparation.
Mme Lanjri propose de donner
aux chômeurs un sac à dos au lieu
d'investir dans des initiatives
d'économie sociale. Cette idée est
sensée, mais l'accompagnement
est crucial pour préparer un
groupe cible à entrer sur le
marché du travail.
L'accompagnement demande une
expertise qui est difficilement
dispensable au niveau individuel.
Pour certaines personnes, cette
insertion n'est pas possible, mais il
faut quand même essayer de la
maximaliser.
Des simplifications administratives
ont déjà été opérées pour les
CPAS dans le cadre de l'octroi des
subventions majorées de l'Etat en
application de l'article 60. Le
système PRIMA du SPP
Intégration sociale permettra
également de procéder à une
simplification. Ce projet fera l'objet
d'une évaluation.
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
63
sommige mensen niet kunnen doorstromen, maar aan de andere kant
zegt u ook dat we toch moeten proberen zo veel mogelijk
doorstroming mogelijk te maken. Daarnaast zegt u ook dat ze
geconfronteerd worden met steeds wisselende mensen, dat het altijd
andere mensen zijn die in die statuten zitten. Dat laatste is natuurlijk
eigen aan het feit dat we precies streven naar doorstroming, zodat zij
voor wie het mogelijk is mits wat begeleiding en een extra duwtje in de
rug ook in de reguliere economie aan de slag kunnen. Dat heeft
natuurlijk tot gevolg dat de invulling van het personeel regelmatig
wisselt.
Over de vereenvoudiging wil ik toch nog even het volgende
meegeven. Wij hebben zelf, wat betreft onze bevoegdheid, in de
nieuwe omzendbrief met betrekking tot de verhoogde staatstoelage
conform artikel 60, voor de OCMW's al een aantal administratieve
vereenvoudigingen doorgevoerd.
Er moeten minder formulieren worden ingevuld en minder
administratieve formaliteiten vervuld. Tegelijkertijd moet het PRIMA-
systeem bij de POD Maatschappelijke Integratie - een nieuw
informaticasysteem -het mogelijk maken om een aantal zaken te
vereenvoudigen. We zullen tijdig evalueren of dit effectief het
gewenste effect ressorteert.
Wat de buurt-en nabijheidsdiensten betreft, kunnen projecten van de
Koning Boudewijnstichting in de tussentijd beroep doen op SINE. Mijn
administratie heeft terzake een lijst opgesteld en doorgestuurd aan de
minister van Werk. De projecten die door de regio's gepatroneerd
worden, kunnen eveneens voor deze steun in aanmerking komen, op
voorwaarde dat de regio's een lijst opstellen die doorgestuurd wordt
aan de minister. Mochten bepaalde initiatieven niet op de lijst
terechtgekomen zijn, ligt het aan de regio's die geoordeeld hebben
dat de projecten niet naar behoren functioneren. U zult zich alsdan tot
de regio's moeten wenden. Ook lokale initiatieven kunnen in
aanmerking komen op voorwaarde dat ze op de lijst van de regio's
zijn opgenomen.
Il est possible de faire appel au
SINE pour les services de
proximité. Mon administration a
dressé une liste de ces services et
l'a communiquée à la ministre de
l'emploi. Les projets régionaux
entrent également en ligne de
compte pour cette aide. Les
Régions peuvent
évidemment
refuser certains projets et dans ce
cas, le ministre fédéral ne peut
pas les adopter. Des initiatives
locales peuvent être reprises dans
les listes régionales.
En ce qui concerne les chiffres, je l'ai dit, le niveau fédéral s'est
engagé pour 6.000 emplois dans quatre ans, avec trois volets:
1. Nous avons pris des mesures pour créer 2.000 emplois dans le
cadre de SINE. Nous avons augmenté de 1.000 unités le nombre de
travailleurs engagés sous statut "article 60", avec des subventions
majorées en conséquence.
2. Dans les coopératives d'activité, nous pouvons créer 10x10
emplois par an, ce qui représente 400 emplois par la voie des
coopératives d'activité.
3. Finalement, nous avons prévu de créer plus de 3.000 emplois, via
le fonds d'économie sociale.
Ces chiffres sont des extrapolations basées sur les données que
nous avons reçues de Credal, Hefboom, etc. Cela représente plus de
6.000 emplois, mais je suis prête à vous communiquer des chiffres
précis pour les mois et les années à venir.
J'en arrive à votre question sur les problèmes fiscaux des sociétés à
finalité sociale. Nous avons trouvé une solution grâce une adaptation
de la loi que vous avez mentionnée ou plutôt une rectification de cette
loi, permettant ainsi d'en respecter l'objectif initial.
De federale regering gaat voor
6.000 nieuwe jobs in vier jaar.
Wij hebben maatregelen genomen
om in het kader van SINE voor
2.000 nieuwe jobs te zorgen. In
het kader van artikel 60 hebben wij
het contingent van 1.000 banen
voor de verhoogde toelagen
opgetrokken.
In de activiteitencoöperaties
kunnen wij voor tien keer tien jobs
per jaar zorgen, wat zoveel is als
400 jobs in totaal.
En via het fonds voor sociale
economie komen er nog eens
3.000 nieuwe jobs bij.
Deze cijfers zijn extrapolaties op
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
64
Le projet a été approuvé voilà trois semaines au Conseil des ministres
et transmis au Conseil d'Etat. Nous le présenterons au Parlement dès
que nous aurons reçu l'avis du Conseil d'Etat, probablement au mois
de février ou mars.
grond van de gegevens van
Credal, Hefboom enz. Het komt
neer op 6.000 nieuwe jobs, maar
ik kan u ook nog de gedetailleerde
cijfers geven voor de komende
maanden en jaren.
In verband met de fiscale
problemen van de
vennootschappen met een sociaal
oogmerk, hebben wij de
desbetreffende wet aangepast
zodat de uiteindelijke doelstelling
niet in het gedrang komt.
Dat ontwerp werd drie weken
geleden door de Ministerraad
goedgekeurd en naar de Raad van
State gezonden, zodat wij het in
februari of maart aan het
Parlement zullen kunnen
voorleggen.
01.39 Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik zou kort
willen reageren.
Mevrouw de minister, u hebt op een aantal vragen geantwoord,
misschien niet altijd het antwoord dat ik had gehoopt, maar u hebt
erop geantwoord. Op een aantal vragen hebt u nog niet geantwoord,
zoals op de vragen over de aanpak van het sociaal strafrecht en de
schijnzelfstandigheid. U hebt ook geen antwoord gegeven over de
situatie van het brugpensioen en de voorwaarden die u eraan koppelt
om opleiding te geven. Maakt dat deel uit van het overleg over het
interprofessioneel akkoord?
Ik blijf het toch raar vinden als u zegt dat de zaken met betrekking tot
de startbanen zeer moeilijk te becijferen zijn omdat de gehandicapten
en de migranten zelf moeten aangeven of ze migrant zijn of niet. Dat
is nobel met het oog op de wet op de privacy, maar ik begrijp niet - u
bent zelf ook schepen van Onderwijs geweest - waarom dat op het
vlak van onderwijs wel kan. Als men dat nu als ouder wil of niet, uw
kinderen worden in bepaalde gevallen wel als migrant beschouwd en
in andere gevallen niet. Op onderwijsvlak kan dat wel, maar op
werkgelegenheidsvlak kan dat niet. Ik vind dat toch wel essentieel. Als
men nu vaststelt dat er zo veel grote werkloosheid is, moet men toch
over cijfergegevens beschikken? Als u die niet hebt, doe er dan iets
aan zodat u dat inderdaad kunt evalueren. Het is nog niet te laat. Het
is wel vijf na twaalf, maar goed. U moet nu aan de cijfers gaan werken
om te zien of u goed bezig bent of niet.
Aan staatssecretaris Van Weert wil ik iets zeggen over het "rugzakje".
Ik hoop dat u die kwestie toch wil onderzoeken, want ook zaken met
betrekking tot de begeleiding kan men perfect in dat rugzakje steken.
Men kan er een pakket aan middelen in steken en zeggen dat die
middelen moeten worden voorbehouden voor begeleiding, een
begeleiding die er zus en zo moet uitzien. Het is technisch mogelijk.
Wat de doorstroming betreft, heb ik er uiteraard geen enkel probleem
01.39 Nahima Lanjri (CD&V):
Mes questions à propos du droit
pénal social et des faux
indépendants sont restées sans
réponse. Je ne sais par ailleurs
toujours pas ce qu'il en est des
conditions applicables à la
prépension. Sont-elles inscrites à
l'accord interprofessionnel ? Il est
également curieux que la ministre
ne puisse donner aucun chiffre
relatif aux emplois d'insertion
professionnelle.
J'aimerais que Mme Van Weert
envisage d'inclure
l'accompagnement dans le sac à
dos. Je ne suis moi non plus pas
opposée au
fait que des
personnes rentrent dans le circuit
régulier du travail, mais il est
inacceptable de mettre un
chômeur une année au travail et
de le renvoyer ensuite vers le
CPAS ou le circuit du chômage.
Selon la ministre, les services de
voisinage et de proximité sont
destinés à des initiatives
soutenues par la fondation Roi
Baudouin. D'autres initiatives
doivent être prises à l'échelle
régionale. La ministre flamande
Mme Van Brempt doit veiller à ce
que les initiatives soient soumises
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
65
mee dat mensen doorstromen naar het reguliere circuit. Het zou nogal
vreemd zijn. Zoveel te beter als dat gebeurt. Dat is eigenlijk het eerste
doel, maar ik heb vooral een probleem met mensen die daarin
bijvoorbeeld een jaar worden tewerkgesteld en dan worden
teruggestuurd naar het OCMW of de werkloosheid. Ik heb het over
die carrousel en uiteraard niet over mensen die uitzicht hebben op iets
beter. Ik hoop dat ze iets beter vinden.
Wat betreft de buurt- en nabijheiddiensten betreft, zegt u dat die
voorzien zijn voor initiatieven die gesubsidieerd worden door de
Koning Boudewijnstichting. De anderen kunnen dat ook, op
voorwaarde dat ze voorkomen op de lijst van de regio's. U zegt dat ik
dat daar maar moet vragen. Maar ik zit niet in het Vlaams Parlement,
ik zit in de Kamer. Het is misschien veeleer aan u om te overleggen
met uw collega Kathleen Van Brempt en te vragen dat zij het nodige
doet om de initiatieven op het terrein daarvan op de hoogte te
brengen, of gaat u dat doen? Ik hoop dat dat niet via de
parlementsleden moet of via dienstbetoon? Dat is iets dat algemeen
moet duidelijk gemaakt worden met betrekking tot de projecten,
namelijk dat ze kunnen in aanmerking komen als ze een bepaalde
weg volgen. Mij niet gelaten welke weg, maar de procedure moet
duidelijk zijn. Ik hoop dat u die wil verduidelijken.
à cette procédure.
01.40 Greet van Gool (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter, ik heb nog
een korte vraag voor minister Van den Bossche. U had het over de
combinatie arbeid en gezin en over de verschillende soorten verloven.
Ik weet dat wij hadden afgesproken dat er voor 2005 geen budget
was voor pleegzorgverlof. Ik wil vragen of u zich nog altijd engageert
om na te kijken of er een regeling mogelijk is vanaf 2006.
01.40 Greet van Gool (sp.a-
spirit): Rien n'est prévu au budget
2005 en matière de congés de
placement familial. Un régime
pourrait-il être élaboré pour
2006 ?
01.41 Benoît Drèze (cdH): Monsieur le président, on commence à
voir de plus en plus clair à propos du bonus à l'emploi. Je remercie
donc la ministre pour les précisions apportées.
L'augmentation de 95 à 105 euros aura lieu en 2005, si j'ai bien
compris. On ira plus loin en 2006 et 2007 jusqu'à avoir une
suppression totale des cotisations personnelles autour du revenu
minimum garanti. Par exemple, pour un bas salaire de 1 300 euros
par mois, ce qui est très proche du salaire minimum garanti, cela fait
170 euros. A ce moment, on est effectivement en avant par rapport à
la situation du crédit d'impôt. Si c'est bien comme cela que je l'ai
compris, cela me semble une bonne chose.
A propos de l'allocation de revenu garanti, le temps est compté mais
nous sommes vraiment très curieux de savoir quel sera le nouveau
dispositif. Nous y reviendrons en commission.
Il reste encore la question de Mme Genot, que j'ai répercutée, à
propos des allocations d'attente et pour laquelle nous n'avons pas eu
de réponse. Je vous la rappelle. L'allocation d'attente se situe
légèrement en dessous du revenu d'intégration sociale et une série de
jeunes s'adressent aux CPAS pour avoir un petit complément, ce qui
entraîne des complications pour tout le monde: les CPAS d'abord, les
bénéficiaires d'allocations d'attente ensuite. La question était de faire
comme par le passé, c'est-à-dire d'augmenter le montant des
allocations d'attente pour que ce genre de situation ne se produise
plus.
01.41 Benoît Drèze (cdH): We
krijgen stilaan een duidelijker
beeld van de werkbonus. De
verhoging van 95 naar 105 euro
zou voor 2005 zijn.
In 2006 en 2007 gaat men nog
een stapje verder, tot een
volledige afschaffing van de
persoonlijke bijdragen voor een
inkomen dat bij het
bestaansminimum aanleunt. Voor
een maandloon van 1.300 euro
zou de werkbonus 170 euro
bedragen, wat meer is dan het
belastingkrediet.
We vernamen ook graag waarin
de nieuwe regeling voor de
inkomensgarantie-uitkering
bestaat.
Dan zijn er nog de
wachtuitkeringen, waarvan het
bedrag lager is dan het leefloon.
Dat leidt tot heel wat aanvragen bij
de OCMW's en geeft aanleiding
tot nodeloze verwikkelingen. Om
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
66
dergelijke toestanden te vermijden
moeten de uitkeringen weer
worden opgetrokken, zoals
vroeger al is gebeurd.
01.42 Greta D'hondt (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik heb vier
punctuele zaken.
Een eerste punt is voor staatssecretaris Van Weert in verband met de
sociale economie. Ik heb dat in de commissie al verschillende keren
gezegd en ik wil dat hier toch nog eens herhalen. Als wij sociale
economie werkelijk als een volwaardig deel van onze economie en
dus ook van onze tewerkstelling beschouwen, dan moeten wij toch
eens komaf maken met het volgende feit. Om recht te hebben op
tewerkstelling of tegemoetkoming voor tewerkstelling in sociale
economie, moet men via allerlei kanaaltjes zoeken, zoals de indiening
van projecten en gaan vissen of er geld is. Iedereen zou daaraan
moeten kunnen geraken, maar nu is dat nog hoofdzakelijk voor de
best geïnformeerden en voor de snelsten. Ik weet wel dat het leven
aan de rappen is, maar het kan toch niet dat al die zaken alleen maar
naar de habitués gaan of naar de grote steden of naar de instellingen
die zich daarin echt specialiseren. Ofwel kiezen wij voor sociale
economie, toegankelijk voor iedereen, ofwel blijven wij met dat soort
van loterij werken.
De volgende punten gaan naar de minister van Werk.
Ten tweede, wat de startbanen betreft, het antwoord dat wij geen
cijfers kunnen hebben over de allochtonen, kan ik met mijn heel
nuchter verstand niet vatten. Er is toch controle? Tenzij u mij zegt dat
die controle niet meer gebeurt. Die controle moet doorgevoerd
worden om na te gaan of de ondernemingen in orde zijn met de
wetgeving op de aantallen in de startbanen. Ofwel is er een tekort,
ofwel gebruikt men de dubbeltelling van de allochtonen om in orde te
zijn. Dan kent men de aantallen. Uit de aangiften kan men die cijfers
heel goed afleiden. Iemand die een verplichting heeft van vier
startbanen, gezien de grootte van de onderneming, die er maar drie
heeft ingevuld, is ofwel niet in orde en dan moet er opgetreden
worden, ofwel wel in orde en dan telt die derde bij wijze van spreken
ook voor de vierde. Met wat goede wil en wat werk moeten die cijfers
dus wel te verkrijgen zijn. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan betreft dat
informaticatechnisch maar een kleine aanpassing in de
programmatuur.
Ten derde, ik heb met aandacht geluisterd naar uw antwoord over de
dienstencheques. Mevrouw Lanjri vroeg wat er gebeurt wanneer de
gebruiker ziek is. U antwoordde dat er een mogelijkheid is van
tijdelijke werkloosheid. Ik kijk ook naar uw medewerkers, die op de
eerste verdieping zitten. Betekent dat dat onze reglementering van de
werkloosheidsaangifte voor tijdelijke werkloosheid voor
dienstencheques zal veranderen? Men kan toch niet 's morgens
vaststellen dat een werknemer ziek is en dan tijdelijke werkloosheid
invoeren. Men kan dan wel overmacht inroepen, maar tijdelijke
werkloosheid toch niet. Ik weet niet hoe dat aan mekaar gebreid zal
worden met de reglementering inzake werkloosheid.
Ten slotte wil ik reageren in verband met de werkbonus. Dat ik gelijk
had, wist ik. Ik had gelijk dat er iets haperde. Daarmee koop ik
01.42 Greta D'hondt (CD&V): Si
nous voulons considérer
l'économie sociale comme un
volet à part entière de notre
économie, il faut en accroître la
transparence. Aujourd'hui, on doit
trop souvent trouver les emplois
dans l'économie sociale par des
canaux divers : on présente des
projets et il ne reste plus qu'à
croiser les doigts pour qu'il y ait
assez d'argent. Je constate que
les plus rapides et les mieux
informés sont presque toujours les
mieux servis. L'économie sociale
doit faire davantage qu'alimenter
en permanence toutes sortes
d'habitués, d'institutions
spécialisées et de grandes villes.
Comment expliquer l'absence de
statistiques sur les conventions de
premier emploi pour les
allochtones? Est-ce à dire qu'on
ne vérifie plus si les conditions
légales des conventions de
premier emploi sont respectées?
Dois-je bien conclure de la
réponse de la ministre qu'il est
prévu d'assouplir la réglementation
relative à la déclaration de
chômage pour les chèques-
services?
Nous étions partisans d'un bonus
crédit d'emploi avec des
rémunérations immédiates en
liquide. Cependant, le
gouvernement a préféré la voie
fiscale du crédit d'impôt, qui
n'aboutit que deux ans plus tard
dans le porte-monnaie de
l'intéressé. La crédibilité de la
politique d'activation est sapée à
chaque fois qu'on change
d'approche fiscale avant que celle-
ci ne porte ses fruits. Si un
demandeur d'emploi est prêt à
travailler pour un faible salaire
pendant un an, il ne recevra peut-
être pas d'argent car il sera au
chômage en 2005. Ce n'est pas
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
67
natuurlijk niets, met gelijk te hebben pacht ik geen land. Wetend dat
het zo is, luidde mijn vraag: wat zullen we doen om dat recht te
zetten? Het ondermijnt de geloofwaardigheid van de politiek. Eerst
zeggen wij dat wie zich actief gedraagt op de arbeidsmarkt, iets zal
krijgen.
De gekozen formule verliep via belastingen. Wij waren daar tegen.
Wij waren voorstander van een werkbonus, zoals die er nu zal uitzien,
namelijk onmiddellijk cash in het loonzakje. De regering heeft echter
gekozen voor de fiscale weg. Wie kiest voor de fiscale weg, weet dat
dat pas twee jaar later in de portemonnee van de betrokkene
terechtkomt. Als men niet langer de fiscale weg bewandelt, moet men
ook de tijd nemen tot die maatregel is uitgewerkt. Men kan niet kiezen
voor de fiscaliteit en vooraleer dat voordelen oplevert, van aanpak
veranderen. Dat kan niet! Dat ondermijnt de geloofwaardigheid van
het activeringsbeleid.
Het zal je maar overkomen dat je je als werkzoekende laat overtuigen
om u positief te gedragen op de arbeidsmarkt tegen een laag loon.
Men zegt dat het verschil met de werkloosheidsvergoeding weliswaar
niet groot is, maar via de fiscaliteit zou men toch nog iets meer
krijgen. Die werkzoekende laat zich overtuigen, werkt gedurende een
jaar, in 2005 wordt hij opnieuw werkloos, want het was maar een
tijdelijk contract, en hij kan fluiten naar zijn geld. Dat kan toch niet,
willen we de geloofwaardigheid van de politiek niet aantasten. We
kunnen dat echt niet maken. Begin die werkzoekende nog maar eens
te overtuigen van het feit dat u voor hem nog iets in petto hebt, als hij
bereid is om tegen een laag loon te werken. Hij zal u en mij zeker
geloven. Dat is niet correct.
Wij weten het allemaal. Mijn vraag is alleen om daaraan iets te doen.
De maatregel is niet correct ten opzichte van die twee groepen. U
kunt zeggen dat zij die aan een laag loon zijn begonnen en in 2005
iets meer zullen verdienen, er toch iets aan overhouden. Voor mij gaat
het echter om het principe dat de wetgever zijn engagementen moet
nakomen, anders verliezen wij nog veel meer krediet bij de bevolking.
Ik denk niet dat dat uw wens of uw bedoeling is, de mijne ook niet.
Laten we op dat vlak de zaken repareren, vooraleer er gedingen
komen en wij door de rechters verplicht zullen worden om terug te
komen op onze stappen. Laten we groot genoeg zijn om te repareren
wat wij fout hebben gedaan.
correct. Les autorités publiques
doivent respecter leurs
engagements, sinon nous
perdrons encore davantage de
notre crédit auprès de la
population. Puisque la ministre
admet le bien-fondé de ces
critiques, je propose que nous
réparions immédiatement nos
erreurs.
01.43 Minister Freya Van den Bossche: Er zijn op het moment
interkabinettenwerkgroepen bezig met de problematiek van de
schijnzelfstandigen. Ik hoop dat die over een aantal weken tot heel
concrete voorstellen kunnen komen, die ik u onmiddellijk kan komen
toelichten.
In welke mate wil ik de inspanningen die een bedrijf heeft geleverd
inzake opleiding, koppelen aan het al dan niet toekennen van
brugpensioenen? Misschien kunnen we werken met een soort fonds
dat gestijfd moet worden door bedrijven die de soms dure verplichting
om voor vorming te zorgen, niet zijn nagekomen. Op die manier
stellen ze alsnog hetzelfde bedrag ter beschikking. Ik dacht veeleer
aan iets dergelijks. We mogen de werknemers niet straffen door geen
brugpensioenen toe te kennen bij herstructureringen, want dat zou
enkel hen de dupe maken.
01.43 Freya Van den Bossche,
ministre: J'espère que les groupes
de travail au cabinet feront des
propositions concrètes concernant
les faux indépendants dans
quelques semaines.
Les efforts d'une entreprise en
matière de formation doivent-ils
être liés à l'octroi de prépensions ?
Nous pourrions travailler avec un
fonds alimenté par des entreprises
qui n'ont pas respecté l'obligation
de formation. Nous ne pouvons
sanctionner les travailleurs
salariés en n'accordant aucune
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
68
Het is een van de punten die ik graag in het kader van de
eindeloopbaandebatten zou bespreken. Het is geen absoluut punt van
mijn geloof. Ik denk echter dat het de werkgevers ertoe kan aanzetten
correct hun verbintenissen na te komen, goed wetende dat, als zij dat
niet doen, achteraf hetzelfde van hen kan worden gevraagd.
Wat de startbanen betreft, roept u beiden op tot goede wil en ik zal die
ook tonen. Het is vandaag informaticatechnisch niet mogelijk voor ons
om binnen de RSZ aan die cijfers te geraken. Men zegt mij echter dat
er daarvoor begin 2005 een oplossing voorhanden zou zijn, waardoor
ook wij toegang kunnen hebben tot betrouwbare statistieken. U moet
wel weten dat iemand die een handicap heeft of allochtoon is, niet
verplicht is dat op zijn kaart aan te merken. Er zullen er dus altijd zijn
die we niet tellen, maar die tellen dan natuurlijk ook niet dubbel. Men
kan hen er niet uitvissen.
prépension lors de
restructurations. Il s'agit d'un des
points dont je veux discuter lors du
débat sur les fins de carrière. Cela
peut inciter les employeurs à
respecter leurs obligations.
Concernant le premier emploi, il
n'est pas possible aujourd'hui d'un
point de vue informatique
d'estimer ces chiffres au sein de
l'ONSS. Début 2005, nous aurons
accès à des statistiques fiables.
Cependant, nul n'est contraint
d'indiquer sur sa carte qu'il est
allochtone ou handicapé. Certains
ne seront donc jamais
comptabilisés.
L'augmentation des allocations d'attente de 1% est en vigueur depuis
le 1
er
octobre 2004. Même si l'arrêté royal n'est pas encore paru,
l'ONEM a déjà augmenté ces allocations car c'était tout à fait
nécessaire. Attendez-vous une autre réponse?
De verhoging van de
wachtuitkeringen met 1 procent is
sinds 1 oktober 2004 van kracht.
Het koninklijk besluit is nog niet
verschenen, maar de RVA heeft
de uitkeringen al verhoogd, nood
breekt immers wet.
01.44 Zoé Genot (ECOLO) : Il faudrait à nouveau augmenter les
allocations d'attente qui se situent en-dessous du revenu d'intégration
sociale. La situation actuelle entraîne de nombreuses complications.
01.44 Zoé Genot (ECOLO): Men
zou de wachtuitkeringen die lager
liggen dan het leefloon opnieuw
moeten optrekken. De huidige
situatie veroorzaakt heel wat
moeilijkheden.
01.45 Freya Van den Bossche, ministre: S'il y a encore une petite
différence, cela aura sans doute un impact budgétaire. Je dois vérifier
s'il est possible de résoudre ce problème déjà en 2005 ou plus tard. Il
m'est difficile de vous en dire plus sans connaître toutes les
implications budgétaires. C'est un réel problème, je le comprends.
Nous devons trouver une solution.
01.45 Freya Van den Bossche ,
ministre: Ik moet nagaan of de
begroting het toelaat om dat
probleem al in 2005 op te lossen.
Er moet een oplossing worden
gevonden.
01.46 Staatssecretaris Els Van Weert: Mevrouw Lanjri, wat uw
opmerking over de doorstroming betreft, ik ben het met u eens en ik
deel uw bezorgdheid. Daarom heb ik ook al in de commissie gezegd
dat het heel belangrijk is om een duidelijk beeld te krijgen van de
trajecten die de betrokkenen afleggen en na te gaan wie kan
doorstromen en wie niet, om dan nadien de maatregelen eventueel
aan te passen. Wij trachten nu een duidelijk beeld te krijgen van de
trajecten die de mensen afleggen, om daaraan conclusies te
verbinden en eventueel een aantal aanpassingen voor te stellen.
Ik begrijp ook de bezorgdheid die door mevrouw D'hondt is geuit. Ik
kan alleen zeggen dat op het federale niveau, bevoegdheid sociale
economie, de enige echte subsidie op langere termijn, de verhoogde
staatstoelage is. Elk OCMW heeft daarop evenveel recht. Ik meen dat
de informatiedoorstroming op dat vlak vrij goed verloopt. Andere
subsidies die wij geven, zijn inderdaad niet structureel. Ik wil er toch
op wijzen dat het belangrijk blijft om nieuwigheden, die vanuit de
01.46 Els Van Weert, secrétaire
d'Etat: Je souscris à l'observation
de Mme Lanjri concernant les
échanges d'informations. Nous
tentons actuellement de dégager
une vue d'ensemble plus claire
des parcours accomplis par les
intéressés en vue de proposer
ensuite d'éventuelles adaptations
de ce système de parcours.
Je comprends aussi les
préoccupations de Mme D'hondt.
Toutefois, le subside majoré
auquel tout CPAS a droit dans une
mesure égale est le seul subside
structurel que je puis offrir, ce qui
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
69
samenleving opborrelen, kansen te geven en om via de
projectsubsidies innovatieve systemen en concepten een kans te
geven en te bekijken of ze al dan niet kunnen groeien, om ze daarna
eventueel structureel te laten overnemen door de regio's.
In het kader van het samenwerkingsakkoord, ik herhaal het, wordt
daarover met de regio's gesproken. Zij ondersteunen een aantal
zaken structureel. Ik kan gedeeltelijk met u meegaan, maar ik
benadruk dat ik het belangrijk blijf vinden om de innovatie mogelijk te
maken en om ook vanuit het federale niveau de innovatie te blijven
stimuleren en ondersteunen.
ne m'empêche pas de donner leur
chance, en subventionnant
certains projets, à des systèmes
ou à des concepts innovants avant
d'organiser ensuite leur reprise
structurelle par les Régions. Cela
fait d'ailleurs l'objet d'une
concertation avec celles-ci dans le
cadre de l'accord de coopération.
01.47 Benoît Drèze (cdH): Je serai très court. J'ai une réplique pour
le président de l'assemblée. Vous avez indiqué tantôt qu'en
commission des Affaires sociales, le 8 décembre, lors de la séance
du matin, il y avait un consensus. J'étais effectivement présent pour
répercuter le problème à la Conférence des présidents. Mais, lors de
la séance de l'après-midi, en présence du ministre Demotte, j'avais
insisté lourdement, et Mme D'hondt également, pour que nous ayons
un débat sur la note de politique générale avec le ministre de la
Santé. Là, il n'y a pas eu de consensus et nous n'avons pas été suivis
dans notre demande. C'est une simple rectification.
01.47 Benoît Drèze (cdH): Ik wil
preciseren dat er tijdens de
ochtendvergadering van 8
december 2004 van de commissie
voor de Sociale Zaken weliswaar
een consensus was, maar dat die
er niet meer was tijdens de
namiddagvergadering toen ik net
als mevrouw D'hondt vroeg dat er
een debat met de minister van
Volksgezondheid over zijn
beleidsnota zou plaatsvinden.
Le président: Dont acte, monsieur Drèze. Je pense que nous
pouvons clôturer la séance de ce matin et que nous pouvons alors
clôturer la partie Emploi et Economie sociale. Je vous remercie d'être
resté pour assister à ces débats. Ce sont des débats très importants:
la politique de l'emploi, l'économie sociale. Ce sont des sujets au
coeur de l'actualité. Je vous propose, vu l'heure, que nous reprenions
nos travaux à 14h45 parce que je considère qu'une demi-heure
d'heure de table est un minimum syndical que nous devons respecter,
même dans cette maison.
De voorzitter: Waarvan akte.
Daarmee zijn wij aan het einde
gekomen van het onderdeel
Werkgelegenheid en Sociale
Economie.
La séance est levée.
De vergadering is gesloten.
La séance est levée à 14.15 heures. Prochaine séance le mercredi 22 décembre 2004 à 14.45 heures.
De vergadering wordt gesloten om 14.15 uur. Volgende vergadering woensdag 22 december 2004 om
14.45 uur.
22/12/2004
CRIV 51
PLEN 108
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
70
CRIV 51
PLEN 108
22/12/2004
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
51
E LEGISLATURE
2004
2005
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
51
E ZITTINGSPERIODE
71
ANNEXE
BIJLAGE
SÉANCE PLÉNIÈRE
PLENUMVERGADERING
MERCREDI 22 DÉCEMBRE 2004
WOENSDAG 22 DECEMBER 2004
COMMUNICATIONS
MEDEDELINGEN
PARLEMENT EUROPEEN
EUROPEES PARLEMENT
Résolution et recommandation
Resolutie en aanbeveling
Par lettre du 10 novembre 2004, le secrétaire
général du Parlement européen transmet le
texte d'une résolution et d'une
recommandation, adoptées par cette
assemblée:
Bij brief van 10 november 2004 zendt de
secretaris-generaal van het Europees
Parlement de teksten over van één resolutie en
een aanbeveling, aangenomen door deze
vergadering:
- résolution sur les procédures de ratification du
traité établissant une Constitution pour l'Europe
et une stratégie de communication portant sur
ce même traité;
- resolutie over de ratificatieprocedures voor
het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet
voor Europa en een communicatiestrategie
voor de uitvoering daarvan;
Renvoi à la commission des Relations
extérieures et au Comité d'avis chargé de
questions européennes
Verzonden naar de commissie voor de
Buitenlandse Betrekkingen en naar het
Adviescomité voor de Europese
Aangelegenheden
- recommandation sur le futur de l'Espace de
liberté, de sécurité et de justice ainsi que sur
les conditions pour en renforcer la légitimité et
l'efficacité.
- aanbeveling betreffende de toekomst van de
ruimte van vrijheid, veiligheid en
rechtvaardigheid, en de wijze om de legitimiteit
en doeltreffendheid ervan te versterken.
Renvoi à la commission de l'Intérieur, des
Affaires générales et de la Fonction publique, à
la commission de la Justice, à la commission
des Relations extérieures et au comité d'avis
chargé de Questions européennes
Verzonden naar de commissie voor de
Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en
het Openbaar Ambt, naar de commissie voor
de Justitie, naar de commissie voor de
Buitenlandse Betrekkingen en naar het
adviescomité voor de Europese
Aangelegenheden