Séance plénière

Plenumvergadering

 

du

 

Mercredi 22 juin 2022

 

Après-midi

 

______

 

 

van

 

Woensdag 22 juni 2022

 

Namiddag

 

______

 

 


La séance est ouverte à 14 h 19 et présidée par Mme Eliane Tillieux, présidente.

De vergadering wordt geopend om 14.19 uur en voorgezeten door mevrouw Eliane Tillieux, voorzitster.

 

La présidente: La séance est ouverte.

De vergadering is geopend.

 

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans le Compte Rendu Intégral de cette séance ou son annexe.

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U kan deze terugvinden op de webstek van de Kamer en in het Integraal Verslag van deze vergadering of in de bijlage ervan.

 

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:

Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Vincent Van Peteghem, Eva De Bleeker.

 

01 Ordre du jour

01 Agenda

 

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 22 juin 2022, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 22 juni 2022 heeft u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.

 

Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)

Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)

 

En conséquence, l'ordre du jour est adopté.

Bijgevolg is de agenda aangenomen.

 

Budgets

Begrotingen

 

02 Projet de loi contenant le premier ajustement du budget des Voies et Moyens pour l’année budgétaire 2022 (2642/1-6)

- Projet de loi contenant le troisième ajustement du budget général des dépenses pour l’année budgétaire 2022 (2643/1-21)

- Ajustements des budgets des recettes et des dépenses pour l’année budgétaire 2022 – Exposé général (2641/1)

02 Wetsontwerp houdende de eerste aanpassing van de Middelenbegroting voor het begrotingsjaar 2022 (2642/1-6)

- Wetsontwerp houdende de derde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2022 (2643/1-21)

- Aanpassingen van de begrotingen van ontvangsten en uitgaven voor het begrotingsjaar 2022 – Algemene toelichting (2641/1)

 

Je vous propose de consacrer une seule discussion à ces projets de loi. (Assentiment)

Ik stel u voor een enkele bespreking aan deze wetsontwerpen te wijden. (Instemming)

 

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 15 juin 2022, les temps de parole suivants sont convenus:

- pour la discussion générale: 20 minutes pour les groupes de l’opposition, 15 minutes pour les groupes de la majorité et 10 minutes pour les groupes non reconnus;

- pour les questions aux ministres: 5 minutes par orateur;

- pour les éventuelles interruptions: elles ne peuvent être adressées qu’à l’orateur et doivent se limiter à 2 minutes maximum.

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 15 juni 2022 worden de volgende spreektijden afgesproken:

- voor de algemene bespreking: 20 minuten voor de oppositiefracties, 15 minuten voor de meerderheidsfracties en 10 minuten voor de niet-erkende fracties;

- voor de vragen aan de ministers: 5 minuten per spreker;

- voor de eventuele interrupties: zij mogen alleen gericht worden tot de spreker en moeten beperkt blijven tot maximaal 2 minuten.

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

Les rapporteurs, MM. Laaouej et Leysen, renvoient au rapport écrit.

 

02.01  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de voorzitster, mevrouw de staatssecretaris, mijnheer de minister, hier staan wij opnieuw voor de begroting en de begrotingscontrole. Ik wil beginnen met u even mee te nemen naar het jaar 2004, met name oktober 2004, om precies te zijn. Toen stond een erg boeiend opiniestuk in de krant met de titel 'Alleen leiderschap kan redding brengen'. Het ging om een open brief, toen geschreven door de Vlaamse minister van Werk en Onderwijs, minister Frank Vandenbroucke.

 

Het was een uitstekend opiniestuk, dat in essentie en samengevat erop neer kwam dat er grote urgentie was. Als Vlaams minister had hij kritiek op de Belgische regering, die volgens hem dringend stappen bij moest zetten en fundamenteel moest ingrijpen, om de sociale zekerheid ook in de toekomst betaalbaar te houden en om in te spelen op de vergrijzing van de maatschappij. Er was grote urgentie en grote nood wegens de vergrijzing van de maatschappij. Wij moesten zaken doen en structureel hervormen. Wij schrijven 2004 en het stuk betrof een enorme waarschuwing voor de kosten.

 

Voor de leden die hem zich niet goed herinneren, geef ik mee dat de brief zowat het begin van het tijdelijke einde van de carrière van minister Frank was en het begin is geworden van de hernieuwde tijdelijke academische carrière van meester Frank, omdat de brief nogal wat ophef heeft veroorzaakt. Het was nochtans niet de eerste brief die Frank Vandenbroucke dat jaar heeft geschreven. In januari 2004 schreef hij ook al een brief, toen samen met Johan Vande Lanotte, op dat moment vice-eersteminister van de federale regering.

 

Het was een heel interessante brief, waaruit ik een aantal citaten voor u heb meegebracht. De brief ging over het feit dat de budgettaire noden enorm groot waren en dat er echt moest worden hervormd. Ik kom straks op de citaten terug, maar ik wil eerst even duiden waarom ik mijn uiteenzetting begin met die twee brieven.

 

Collega's, ik herinner mij die brieven nog heel goed. Ik was net afgestudeerd. Voor mij waren die brieven de start van mijn interesse in de begroting, in het budget, in pensioenen en in de vergrijzing waarnaar de samenleving evolueerde. Wat zal dat kosten? Wat zijn de uitdagingen? Hoe pakken wij een en ander aan?

 

Ik herinner mij het momentum van de brief van Frank Vandenbroucke nog heel goed. De brief is ook het begin geweest van mijn interesse in de Wetstraat. U zal het misschien wat meer vergeten zijn, maar wij hebben toen gezien op welke manier toen onmiddellijk op de brief is gereageerd. Frank Vandenbroucke had een interessante analyse gemaakt, maar hij had ook een oplossing gesuggereerd in zijn brief. Die oplossing was de volgende. De CD&V, die op dat moment in de oppositie zat ten tijde van de regering-Verhofstadt, moest absoluut in de paars-groene regering komen. Dat zou immers de oplossing zijn voor alles, zijnde de klassieke tripartite, om het beleid te redden.

 

Onmiddellijk is heel het debat verschoven. Het ging niet meer over de inhoud. Het ging niet meer over de begroting. Het ging niet meer over de pensioenen. Het ging over de poppetjes. Het ging over welke minister precies de verandering zou brengen. Het ging over het politieke spel.

 

Nochtans was de uitdaging helemaal anders. Het was toch een supertoffe periode, nietwaar, Servais? Op dat moment ging CD&V in oppositie tegen de paars-groene zotternijen. Nu is de situatie enigszins anders, ook al scoort deze regering economisch slechter dan de regering-Verhofstadt. Maar goed, dat is een andere discussie.

 

Ik vond die brieven toen zeer boeiend. Ik vond ze zeer opmerkelijk, precies omdat de inhoudelijke boodschap zo snel ondergesneeuwd werd door de politieke poppetjesverhalen van oktober 2004. Frank Vandenbroucke stond op dat moment scherp, zoals wij hem kennen

 

Ik heb voor u een aantal citaten uit die brieven van Frank en Johan.

 

"Wordt 2004 een verloren jaar omdat noodzakelijke beslissingen, noodzakelijke hervormingen op de lange baan zullen worden geschoven? De problemen worden steeds groter. De vergrijzing is één van die problemen. Er rest ons niet zoveel tijd meer om echt knopen door te hakken." Niet zoveel tijd meer. Wij schrijven: 2004.

 

"Ook op het vlak van werkgelegenheid zitten wij niet op het goede spoor. De Belgische werkgelegenheidsgraad ligt sterk beneden het Europese gemiddelde. Het verschil is onhoudbaar." Dat is vandaag nog altijd het geval.

 

"België is na Italië het land met de grootste regionale verschillen van heel Europa." Dat was in 2004. Dat geldt vandaag nog altijd.

 

"Wat de werkgelegenheid van allochtonen betreft, zijn wij de slechtste leerling van de Europese klas." Dat was in 2004. Dat geldt nog altijd vandaag.

 

"En er is het Brusselse drama: massieve werkloosheid, terwijl er in de onmiddellijke omgeving van Brussel een tekort is aan arbeidskrachten." Dat geldt vandaag nog altijd. Dat is een analyse die vandaag nog altijd opgaat. De jaren onder de regering-Verhofstadt zijn verloren jaren geworden. Maar ook uw eerste twee jaren, de jaren onder uw regering, de regering-De Croo zijn precies dat geworden: verloren jaren.

 

En zo kom ik tot deze begrotingscontrole. Het gaat over de essentie. Het gaat over de arbeidsmarkt. Het gaat over de pensioenen. Het gaat over de analyse van een toppoliticus van toen uit de Vlaamse regering, die nog durfde zijn mond open te doen tegen zijn collega's van de federale regering.

 

De alarmsignalen waren er toen al en ze zijn vandaag niet minder geworden, integendeel. De Europese Commissie, de OESO en het Internationaal Monetair Fonds zeggen allemaal dat België zowat de slechtste begroting heeft van allemaal, met de hoogste schulden, de grootste tekorten, de hoogste belastingen en de laagste groei. Ook onze productiviteitsgroei zit bij de laagste van alle landen in de Europese Unie. Je zou denken dat de reactie daarop urgentie is. Ik zie die niet.

 

Het Planbureau en de Nationale Bank zeggen bovendien zeer letterlijk in de rapporten die in de commissie zijn besproken dat de financiële houdbaarheid van België en deze federale regering niet gegarandeerd is. La soutenabilité des finances publiques n'est pas assurée. Ze is niet houdbaar. We knallen zeker tegen de muur. Niet alleen internationale experten, maar ook experten van onze eigen instellingen maken deze analyse. We zouden opnieuw verwachten dat er urgentie is, zeker van een regering die al de hele legislatuur zegt dat ze eindelijk eens zal beginnen te luisteren naar haar experten en dat we geen kritiek mogen geven op experten. Blijkbaar luistert u alleen naar experten waarnaar u wil luisteren, maar niet naar experten van de Nationale Bank, van het IMF, van de OESO en van het Rekenhof die zeer duidelijk argumenteren dat uw verhaal financieel niet houdbaar is.

 

02.02  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer Loones, in de commissie hebben we de discussie ook gevoerd en u bent nogal gefocust op de passage in de rapporten over de houdbaarheid van de openbare financiën. Net als u ben ik teruggegaan in het verleden, niet tot 2004, maar wel een paar jaar terug. Het rapport van het Rekenhof over de begroting 2017 stelt, ik citeer: "voorts is de beschrijving van de impact van de geplande beleidsmaatregelen voor de middellange termijn op de overheidsfinanciën beperkt. Dit geldt vooral voor de in het kader van de taxshift genomen maatregelen. Hoewel deze beleidsmaatregelen budgettair ingrijpend zijn, bevat het meerjarenkader hierover geen enkele informatie. Daardoor kan de impact op de houdbaarheid op lange termijn van de overheidsfinanciën niet worden beoordeeld."

 

Over het budget 2018 stelt het Rekenhof, ik citeer: "Het Rekenhof stelt vast dat de informatie in de algemene toelichting onvoldoende beantwoordt aan artikel 124 van bovengenoemde wet. Een beoordeling van de wijze waarop de voorgenomen beleidsmaatregelen de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn zouden kunnen beïnvloeden kan niet worden beoordeeld."

 

De budgetten waaraan u meegewerkt hebt, krijgen dus eveneens opmerkingen over de houdbaarheid. In die zin zit er toch een zekere consistentie in het begrotingsbeleid. Ik had van u iets meer enthousiasme verwacht over de voorliggende begroting.

 

02.03  Sander Loones (N-VA): Collega Vanbesien, ik had een prikkelende vraag verwacht, maar ik moet helaas gewoon antwoorden dat wij die informatie intussen wel hebben. Op het moment dat er maatregelen worden genomen, bestaat de uitdaging er altijd in om aan de hand van simulaties de impact in te schatten. Intussen kennen we de impact van de taxshift, want de belastingdruk is gedaald en de koopkracht, vooral van mensen met een lager en middeninkomen, is gestegen. Wij hebben meer dan 200.000 jobs gecreëerd. De positieve return van de taxshift is volledig gegarandeerd en gefinancierd. Wij hebben dat bovendien nog gecombineerd met een beleid dat ook nog eens voor een daling van de staatsschuld heeft gezorgd. Op het moment zelf hebben we naar best vermogen en op basis van simulaties gehandeld, maar intussen kan iedereen zien, feitelijk onderbouwd, wat de reële impact is geweest, meer bepaald positief. Op dat vlak denk ik niet dat ik weinig consequent ben.

 

Wel denk ik, terugkomend tot mijn uiteenzetting, dat wij best zorgzaam kijken naar de zeer duidelijke alarmsignalen van de experts, veel forser dan ooit eerder gehoord. Gisteren hadden wij in de commissie voor Financiën de Nationale Bank te gast. Elkeen van ons die daar het woord heeft gevoerd, van zowel oppositie als meerderheid, heeft dezelfde analyse gemaakt, namelijk dat de situatie echt zorgwekkend is. Potentieel zal de staatsschuld richting 130 % gaan. In de huidige situatie behoren we al bij de slechtste scores van alle landen in de Europese Unie.

 

Ik kan er nog een element bij gooien. Uw eigen expertengroep voor de koopkracht bracht vorige week het tijdelijk rapport uit, waarover collega Peter De Roover een vraag heeft gesteld in de plenaire vergadering. De expertengroep zegt zeer letterlijk dat er totaal geen buffers meer zijn. Het is een groot verhaal van macro-economische negativiteit. Elke expert trekt aan de alarmbel.

 

Maar wat doet u met deze begrotingscontrole, mevrouw de staatssecretaris? Een desastreuze situatie van het tekort van 16 miljard euro maakt u gewoon nog slechter. Alle experts waarschuwen en zeggen dat het anders moet, maar deze regering doet meer van het slechte zelfde, want er komt 4,7 miljard euro extra aan tekort bij zonder een enkele compenserende maatregel. Er worden geen hervormingen tegenover elkaar afgezet. Het kan uiteraard nog slechter, want de groene partijen komen met een nieuw verlanglijstje van 3 miljard euro en de PS met een lijstje van 6,5 miljard euro, alleen om uit te blinken in extra uitgaven, zonder de absoluut noodzakelijke hervormingen.

 

Dat brengt mij tot de conclusie dat wij verloren jaren aan het beleven zijn en dat vind ik bijzonder zorgwekkend. Voor alle duidelijkheid, ik leg daarvoor niet alle verantwoordelijkheid bij de regering, maar het is een signaal van de typische Belgische middelmatigheid: dit land kan gewoon niet deftig werken. Dat is een analyse die wij al eerder hebben gemaakt en zullen blijven maken. Het zou oneerlijk zijn als wij zeggen dat het allemaal uw schuld is. Het is ook de schuld van hoe België werkt: het is aangeboren middelmatigheid. Dat ziet iedereen, maar u helaas niet.

 

U wilt trouwens bewijzen dat België wel werkt. Wel, bewijs het dan. U wilde per se deze ministerpost, u wilde per se deze regering, u zei dat u alles anders en beter zou doen. Wat houdt u tegen? Bewijs het. Kom met de hervorming van de arbeidsmarkt, kom met de hervorming van de pensioenen, kom met een beter migratiebeleid dat ons niet alleen meer geld kost, maar ook stenen in de rivier verlegt.

 

Dat doet u echter niet. U stapelt alleen de tekorten verder op, ook met deze begrotingscontrole, en daar komt steeds meer kritiek op. Mensen in de straat denken af en toe dat ik nog in het Europees Parlement zetel, maar als ik zeg dat ik in de Kamer zit, dan spreken ze over het circus in Brussel. Ik vind het in alle eerlijkheid een gigantisch pijnlijke analyse en nogal straffe taal dat men de Brusselse politiek als een circus in de markt zet, maar ik heb erover nagedacht.

 

Kijk naar Alexander De Croo, van wie men zou denken dat hij de directeur van dat circus is, die de dingen onder controle heeft en ervoor zorgt dat het programma wordt gevolgd en dat de gemaakte afspraken worden nageleefd. De eerste minister heeft echter niets onder controle. Hij is niet de directeur van het circus. Hij is in het beste geval de goochelaar, de Houdini. Wanneer het gaat over debatten en de begroting, zien wij hem nergens. In andere gevallen is hij de goochelaar die in het regeerakkoord zei dat hij 3 miljard euro zou besparen, wat opeens – hocus pocus – een oefening van maar een paar honderd miljoen euro wordt, die hij communicatief echter verkoopt als 2,4 miljard euro. Hij stopt dat opnieuw in zijn grote zwarte toverhoed en hup, 4 miljard euro extra tekort erbij. Welkom in circus Vivaldi met goochelaar Alexander De Croo.

 

Mevrouw de staatssecretaris, ik zie dat u zich afvraagt wie u bent in het circus, als Alexander De Croo de goochelaar is, wat u misschien ook graag zou zijn geweest. U bent niet de ticketverkoper aan de ingang. Dat is de minister van Financiën, die er trouwens voor zorgt dat de ticketjes steeds duurder worden. Om naar de Vivaldishow te komen kijken, mogen wij allen steeds meer betalen: aan de pomp, in de winkel, inflatie, belastingdruk. Uw rol is die van de messenwerper, mevrouw de staatssecretaris, of misschien eerder de persoon die tegen het doel staat waar de messen naartoe worden geworpen.

 

Ik heb dikwijls medelijden met u als ik zie wat u allemaal moet ondergaan. Al uw partners aan de regeringstafel doen niets anders dan constant messen naar u gooien. Zij willen voortdurend extra centen en u kunt niets doen. U moet gewoon blijven stilstaan, want zodra u een voetje verzet… U was misschien beter niet de messenwerper geweest, maar wel de degenslikker. Dan zat er misschien wat meer iron in the lady.

 

Wie hebben we nog in uw regering? Minister Dermagne. Als hij al een rol te spelen heeft in die regering, is het wel die van buikspreker, en dan eerder van de pop dan van de buikspreker zelf. We hebben hem nog voor het begin van de begrotingscontrole gezien op een persconferentie, samen met zijn partijvoorzitter, de heer Magnette. Wat was dat? Sinds wanneer vinden wij het normaal dat ministers in functie partijprogramma's citeren? Sinds wanneer is dat de nieuwe realiteit geworden?

 

En dat terwijl minister Dermagne net op de bevoegdheid zit waar het grootste verschil kan worden gemaakt. Getuige daarvan vandaag nog de cijfers van econoom Bart Van Craeynest. Als u kijkt naar de groeimogelijkheid wanneer echte arbeidsmarkthervormingen of pensioenhervormingen zouden worden doorgevoerd, dan is die van België de allergrootste van alle Europese landen, maar minister Dermagne mag niet hervormen van zijn voorzitter. Hij mag niets doen, hij mag alleen maar pleiten voor meer uitgaven, hij mag alleen maar afremmen, zelfs op de persconferentie, en daar stopt het. Zijn eigen voorzitter zit trouwens niet in het circus, maar staat buiten de tent te betogen tegen zijn eigen compagnie. Het resultaat zien we in deze begroting. De PS haalt zijn slag thuis: met extra uitgaven en terugverdieneffecten die worden ingecalculeerd, maar die niet onderbouwd zijn.

 

Hoe zit het met de clown? Elk circus heeft een clown. Heeft ook Vivaldi een clown? Leden van de oppositie denken dat ik nu over Kristof Calvo zal beginnen en mensen van de meerderheid over de heer Bouchez. U hebt het allebei mis. Collega Kristof is absoluut geen clown. Ik ken hem als een hardwerkend parlementslid dat probeert voor zijn dossiers te vechten. Hij moet dat vandaag wel eerder vanuit de tribune doen, weliswaar in de koninklijke loge tussen de andere ridders en commandeurs. Ook over de heer Bouchez doen veel verhalen de ronde, maar mijn persoonlijke analyse is dat hij verre van een clown is.

 

Hij is de enige die nog wat vuur, wat peper, wat liberale ambitie in deze regeringsploeg probeert te steken. Hij doet dat vanuit een eerlijke positie, van buiten de regering als partijvoorzitter, niet van binnen als minister die de eigen collega's saboteert. Zo kan het debat vurig worden gevoerd en dat mag, wat mij betreft. Als men de heer Bouchez zou vragen wat hij wilde zijn in het circus, denk ik dat hij waarschijnlijk "leeuwentemmer" zou antwoorden. Ik denk dat hij graag leeuwen zou temmen, maar daar is hij niet zeer succesvol in. Wellicht is hij eerder vuurspuwer van dienst en wat mij betreft, mag hij dat nog even zijn. Wat liberaal vuur vanuit de MR kan deze regering misschien wel deugd doen.

 

Mevrouw de staatssecretaris, de begrotingscontrole is een gemiste kans. Er is gewoon niets onder controle. U maakt deel uit van een ploeg die geen samenhang vertoont en waar de collega's al eerder elkaar lijken te willen saboteren of een eigen show te willen opvoeren. Dat zorgt ervoor dat de voorbije jaren effectief verloren jaren zijn geweest. Ik wil nog kort even iets zeggen over waar u nu voor staat.

 

02.04  Tim Vandenput (Open Vld): Mijnheer Loones, u hebt al verscheidene keren gesproken over verloren jaren. Over Verhofstadt, over deze regering. Als u over verloren jaren praat, zou ik graag willen dat u over alle verloren jaren praat. Er is ook een verloren anderhalf jaar dat is begonnen in december 2018, toen uw partij de Zweedse regering heeft verlaten. Dat was een goede regering, maar u heeft daar het schip verlaten. U heeft de begroting en wat daarna volgt, in een impasse gelaten. U heeft die in december zelfs niet goedgekeurd, terwijl daar in de zomer wel een akkoord over was. Als u over verloren jaren praat, vergeet dan zelf niet te zeggen dat die verloren jaren door u werden georganiseerd.

 

02.05  Sander Loones (N-VA): Het spijt mij verschrikkelijk, maar ik had mij vanmiddag aan wat meer prikkelende vragen verwacht. Toen wij de regering verlaten hebben, was dat met een begrotingstekort van slechts 0,8 %. Op dat moment was de koopkracht gestegen, was de staatsschuld gedaald en was de belastingdruk gedaald. Het werk voor de toekomst, de jobs, was voorbereid: het lag klaar in de schuif van de heer Peeters.

 

De heer Peter De Roover heeft in dit Parlement duidelijk verklaard dat wij altijd beschikbaar blijven om de jobsdeal te blijven steunen, maar dat wilt u niet. Zodra de N-VA de regering heeft verlaten, is ook de ambitie van de regering-Michel destijds gewoon verdwenen. We hadden die jobsdeal perfect kunnen goedkeuren, maar uw partij wilde dat niet. Uw partij wilde niet samen met ons die stemming organiseren. Het lag op tafel, maar u wilde het niet doen.

 

02.06  Servais Verherstraeten (CD&V): Mijnheer Loones, u spreekt ondertussen bijna 19 minuten. U hebt nog niet zoveel over de begrotingscontrole gesproken, die nochtans vandaag het agendapunt is. U bent vooral met politieke geschiedschrijving bezig en vooral met fake news aangaande politieke geschiedschrijving. Mijn suggestie zou zijn dat u het resterende gedeelte van uw toespraak wijdt aan de begrotingscontrole en u zich toch eens herinnert dat, hoewel u een begroting 2018 en een arbeidsdeal had goedgekeurd aan de regeringstafel, u die in het Parlement niet hebt willen goedkeuren.

 

02.07  Sander Loones (N-VA): Het is alleen jammer dat de heer Kris Peeters dat niet heeft gedaan. De lade open, de jobsdeal eruit en dan was de jobsdeal goedgekeurd in het Parlement.

 

02.08  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer Loones, u hebt nu al een paar keer de loftrompet geschald over de begroting 2017, de niet-goedgekeurde begroting 2018 en de goede resultaten toen. We hebben gisteren echter beiden de hoorzitting van de Nationale Bank van België bijgewoond. Volgens haar is een van de grote gemiste kansen van de voorbije jaren het feit dat er onvoldoende gebruik is gemaakt van een periode van lage rente om het primaire saldo te saneren. Dat gaat niet over de vivaldibegrotingen, zijnde twee begrotingen in crisisjaren. Dat gaat over de begrotingen daarvoor. Dus zomaar alleen de loftrompet schallen, is misschien ook een figuur in het circus: de loftrompetschaller.

 

02.09  Sander Loones (N-VA): Collega's, ik hoop dat jullie toch een beetje luisteren naar mijn uiteenzettingen. Elk jaar dat ik in dit Parlement was voor de begroting, heb ik zelf verwezen naar het feit dat wij ook verantwoordelijkheid dragen voor de tekorten. We hebben het beter gedaan, maar onvoldoende. We hadden ook zelf meer moeten hervormen. Dat heb ik trouwens zelf gisteren in de commissie woordelijk herhaald. U kunt er het verslag op nalezen. We hadden inderdaad ook beter moeten doen, maar we zaten helaas met een aantal partners die nogal fan waren van het lakse monetaire beleid van de Europese Centrale Bank. Toen de heer Johan Vanovertveldt in dit Parlement als eerste kritiek uitte, kregen we een hele stortvloed over ons heen. We hebben nooit verdoezeld dat we het beter hadden moeten doen, maar we hebben het wel beter gedaan.

 

Daarover zijn de parameters duidelijk: jobs, koopkracht, de staatschuld naar beneden en een daling van de belastingsdruk. Dat zijn de feiten zoals ze zijn.

 

Ik besluit. Door de vragen zal ik mijn conclusie wat moeten inkorten.

 

We bevinden ons nog altijd in zeer uitdagende tijden. Er zijn heel wat elementen waarover wij geen controle hebben, omwille van Oekraïne, omwille van corona, omwille van de productieketens. Dat zijn zaken waarop wij geen grip hebben. Wat wij vragen van u is niet om het onmogelijke te realiseren. Wij weten ook wel dat u over een aantal zaken geen controle hebt. Wat wij u vragen, is om eindelijk te controleren waarop u wel grip heeft, om van een begrotingscontrole een echte controle te maken, om van uw arbeidsmarktbeleid een echt arbeidsmarktbeleid te maken en om eindelijk met die hervormingen te komen waarover wij zelf kunnen beslissen. Dan zijn wij niet afhankelijk van andere landen in de Europese Unie. Dat kunnen wij perfect zelf.

 

Wij vragen u om eindelijk te komen met een pensioenhervorming die wel zoden aan de dijk zet en die wel een effectieve hervorming inluidt, die al meer dan een jaar geleden is beloofd en waarover wij nu in de pers lezen dat dit ook een minipensioenakkoordje wordt, zoals de arbeidsdeal ook maar een minideal is geweest.

 

Neem alstublieft eindelijk de bevoegdheden in handen. Ga controleren waarop u wel controle heeft. Oefen die bevoegdheden uit waar u wel grip op hebt. Dan zullen wij misschien eindelijk eens een migratiebeleid zien dat de kosten wel onder controle brengt en ervoor zorgt dat de mensen een bed krijgen, waar zij wettelijk recht op hebben. Dan zullen wij misschien eens een regering krijgen die haar eigen kabinetkredieten niet keer op keer laat toenemen, maar die zelf het goede voorbeeld toont. Dan zullen wij misschien eindelijk een situatie zien waar de staatschuld onder controle is en waarin wij niet, zoals de Nationale Bank gisteren heeft erkend, mogelijk in een situatie worden gebracht waar de staatsschuld tot 130 % zal oplopen.

 

Daarvoor hebben wij inderdaad minder circusartiesten nodig, mijnheer Vanbesien. Wij hebben meer Frank Vandenbrouckes nodig, zoals hij was in 2004. Wij hebben ministers nodig die wel hun mond open durven te doen, die wel voor de echte hervormingen durven te gaan, die wel durven te gaan voor de eerlijke analyses en die zich niet blijven verliezen in foutieve politieke discussies of de N-VA nu de regering heeft verlaten. De realiteit heeft wel aangetoond hoe de zaken echt in elkaar zitten.

 

Jullie wilden deze job? Doe dan uw job. Daarover gaat het. U wil een begrotingscontrole? Doe een begrotingscontrole die naam waardig. Wat wij hier vandaag doen, is gewoon het acteren van een wenslijstje van 4 miljard euro extra uitgaven die boven op een al desastreuze begroting wordt geplakt. Dit is geen controle. Deze regering heeft juist niets onder controle.

 

02.10  Wouter Vermeersch (VB): Tijdens de uiteenzetting van de heer Loones heb ik vastgesteld dat tijdens het beantwoorden van de vragen van de collega's de tijd ook verder aan het tikken was. Het was natuurlijk wel de afspraak in de conferentie dat we twintig minuten spreektijd krijgen. Als er dan tien vragen gesteld worden waarop de heer Loones twee minuten moet antwoorden, is de spreektijd al volledig op aan de vragen alleen. Kan u de tijd laten wegtikken op basis van de uiteenzetting en niet op basis van de antwoorden op vragen? Anders kan een betoog natuurlijk heel snel gevuld worden.

 

De voorzitster: Men kan heel veel vragen aan de diensten, maar het verschil maken tussen de uiteenzetting en het antwoord op leden is moeilijk. Wij zullen het proberen.

 

02.11  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): Madame la présidente, chers collègues, je commencerai par quelques considérations relatives au contexte économique général, ensuite je laisserai mon collègue Dieter Vanbesien prendre la relève.

 

Nous connaissons les chiffres macroéconomiques, puisqu'ils nous ont été communiqués en commission des Finances. Même si, pour nous écologistes, le taux de croissance ne représente pas l'alpha et l'oméga d'une situation économique, nous devons constater son ralentissement. L'inflation est en train de flamber littéralement, à cause de la hausse des prix de l'énergie: plus de 8 % pour cette année, 3,5 % pour l'année prochaine et, peut-être – si l'on en croit les dernières prévisions de la Banque nationale – 1,8 % en 2024. Le contexte est donc complexe. C'est pourquoi nous prenons des mesures d'urgence pour soutenir le pouvoir d'achat de nos concitoyens, notamment sur le plan énergétique.

 

Dans ce contexte fort compliqué, certains indicateurs sont néanmoins positifs. À cet égard, je m'inscris évidemment en faux contre la lecture unidirectionnelle de mon collègue Loones, qui en a dressé un tableau extrêmement sombre. Ce n'est pas le cas. Ainsi, s'agissant de l'emploi et du redéploiement économique que nous connaissons depuis l'année dernière, Statbel relève qu'au premier trimestre 2022, 71,9 % des 20-64 ans étaient au travail dans notre pays. Je cite: "Jamais auparavant, autant de personnes n'avaient été au travail en Belgique." Le taux de chômage de ces catégories a baissé de 5,8 % à 5,4 %. Cela ne signifie pas que les choses sont extrêmement roses et positives, mais que le redéploiement – que le gouvernement continue d'encourager – va permettre à plusieurs personnes de remplir toutes les fonctions vacantes sur le marché de l'emploi, que ce soit en Flandre, à Bruxelles ou en Wallonie. En effet, ces chiffres attestent d'une amélioration en ce domaine dans les trois Régions, avec des nuances. En tout cas, votre dénigrement systématique des francophones ne résiste pas à l'analyse. Je tenais à rectifier vos propos. Oui, certains indicateurs sont positifs. Il faut donc espérer qu'ils le restent, malgré certains paramètres économiques délicats.

 

En commission des Finances, nous avons aussi parlé du déficit. Le budget initial l'envisageait à 16,6 milliards d'euros. À présent, il a augmenté de 4,1 milliards, mais pour des raisons que nous pouvons tous comprendre. Je pense à la guerre en Ukraine, une agression russe que nul ne pouvait anticiper.

 

Ce sont 2,3 milliards d'euros. Par ailleurs, et je m'en réjouis, il y a les mesures de protection, ce bouclier social, que nous avons déployées sous la forme du tarif social de l'énergie, ainsi que de la baisse des accises et de la TVA. En effet, cela a un coût pour les finances publiques! Mais que proposez-vous d'autre, chers collègues de l'opposition? Ne rien faire? Laisser les gens dans l'indigence et les difficultés? Je suis fier de ce bouclier social, monsieur Loones!

 

La présidente: Monsieur Vanden Burre, je me permets de vous interrompre pour donner la parole à M. Anseeuw.

 

02.12  Björn Anseeuw (N-VA): Mijnheer Vanden Burre, omtrent de werkzaamheidsgraad zingt u enigszins hetzelfde liedje als de minister van Werk, de heer Dermagne. U noemt de werkzaamheidsgraad van 72 % een ongezien record. Alleen heeft Statbel de cijfers van vorig jaar, waarnaar u verwijst, bijgesteld. De reden is dat men in België blijkbaar de gewoonte heeft om ook nogal wat tijdelijk werklozen, die effectief niet werken, mee te tellen in de werkzaamheidsgraad. In andere Europese landen gebeurt dat niet. De echte werkzaamheidsgraad voor vorig jaar is zodoende door Statbel vastgesteld op 70,6 %. Dat betekent eigenlijk dat het door de meerderheid al maandenlang opgehouden ballonnetje als scheert de werkzaamheidsgraad in dit land ongeziene toppen, doorprikt is, want tot één cijfer na de komma heeft de regering, in vergelijking met de periode voor de coronapandemie, geen enkele stap vooruit gezet. Dat zijn de harde cijfers, dat is de realiteit.

 

02.13  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur Vanden Burre, vous avez évoqué les dépenses de l'État et donné le contexte de la guerre en Ukraine. On peut très bien comprendre les dépenses sociales nécessaires pour répondre à la crise économique qui découle de cette guerre et d'autres raisons. Toutefois, un autre élément découlant de cette guerre est l'augmentation du budget de la Défense à 2 %. Vous vous êtes positionné contre cette augmentation par le passé, mais vous faites aujourd'hui partie d'un gouvernement qui a signé un accord pour augmenter le budget de la Défense à 2 %. On ne comprend pas, en réalité, votre position sur ce sujet, et encore moins depuis que ce matin, en commission conjointe de la Défense et des Affaires étrangères, vous n'étiez pas là pour donner votre position afin que nous puissions comprendre votre pensée sur le sujet. Y êtes-vous favorable, opposé? Cet accord ne signifie-t-il rien – comme nous avons pu l'entendre dans le chef de certains membres de votre parti?

 

Pouvez-vous clarifier votre position sur les 2 % d'augmentation du budget de la Défense? Défendez-vous cet accord? Dans l'affirmative, avez-vous fait fi de votre opposition affichée la semaine dernière?

 

02.14  Theo Francken (N-VA): Het is eigenaardig vast te stellen dat Groen en Ecolo uitblonken in afwezigheid op een van de belangrijkste debatten voor Defensie en Buitenlandse Zaken, namelijk over het investeringsplan voor de komende jaren, in het licht de nakende top in Madrid. Groen heeft nochtans een reputatie op het vlak van internationale politiek en is toch erg actief in die commissie. Misschien interpreteer ik dat verkeerd; iedereen heeft drukke agenda's. Hoe dan ook is het heel vreemd dat er niemand van de Ecolo-Groenfractie aanwezig was.

 

Dat is des te vreemder gelet op de boude uitspraken na het akkoord over de 2 % in de nacht van zaterdag op zondag. Ecolo tweette namelijk dat het akkoord niet meer voorstelt als de door Di Rupo in 2014 ondertekende intentie en dat er voor rest niets meer achter gezocht moet worden. De regering zou identiek hetzelfde doen als de regering-Di Rupo. Het zou maar een intentie zijn om eventueel toe te werken naar de 2 % van het bbp voor defensie-uitgaven tegen 2035.

 

De eerste minister zei iets volledig anders toen ik hem daarover ondervroeg. Hij onderstreepte dat het om een concrete doelstelling gaat, waartoe de regeringspartijen zich engageren. Uw partij zegt iets anders, mijnheer Vanden Burre. Het is me dus niet meer duidelijk wat het regeringsstandpunt over de 2 % is. Wat moet de regeringsleider volgende week in naam van zijn regering verklaren? Werken we naar 2 % van het bbp voor defensie-uitgaven tegen uiterlijk 2035? Is dat een serieus engagement of niet? Verschaf graag enige duidelijkheid, want op het ogenblik is dat helemaal niet duidelijk.

 

02.15  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): Merci pour toutes ces questions. Je vais essayer d'y répondre une par une. Collègue Anseeuw, je compare des chiffres avec des chiffres. Vous pouvez toujours remettre en cause la méthode de calcul. On prend les chiffres de Statbel d'aujourd'hui et on les compare à ceux de l'an dernier ou de deux ans, cinq ans et dix ans. La réalité, je pense que vous la connaissez, car je vous sais actif en commission des Affaires sociales. Aujourd'hui, si l'on regarde par Région, et que l'on regarde la Flandre – une Région que je crois que vous connaissez un peu –, elle est quasiment en plein emploi. Je pense qu'on peut le dire. Elle est à 3,5 % de chômage. Elle connaît ce qu'on appelle en économie le chômage frictionnel. Il n'y a quasiment plus de demandeurs et de demandeuses d'emploi et c'est quelque chose qui me réjouit en tant que citoyen belge. Au niveau de la Région bruxelloise, on est autour de 12 % et en Wallonie autour de 8,5 %.

 

Qu'est ce que cela signifie concrètement? Que tous les chiffres s'améliorent, dans les trois Régions. Je m'en félicite aussi. Par ailleurs, cela signifie qu'il y a aujourd'hui énormément d'opportunités. En particulier du côté flamand, mais aussi dans tout le pays, on a du mal à recruter pour toute une série de postes vacants, de knelpuntberoepen. Le mot m'échappe en français mais vous m'aurez compris. Il y a toute une série d'opportunités aujourd'hui et c'est là qu'il faut travailler. Il faut encourager nos concitoyens, peu importe l'endroit où ils habitent, à s'émanciper, à trouver un travail si cela leur convient, dans un secteur qui leur convient, dans une autre Région.

 

J'étais vendredi dernier dans votre Région, en Flandre occidentale, à Harelbeke, à 30 km de la frontière linguistique, près de Mouscron, Tournai, etc. Que nous expliquent les employeurs flamands? Que tout le monde est le bienvenu pour travailler ici. Ils sont là, prêts à accompagner, à former, y compris en français. Mais c'est cela qu'il faut faire! Et non commencer à pointer du doigt, comme vous le faites continuellement, en disant: "Où sont les chiffres? Ils sont mauvais!". Non. Les chiffres de l'emploi s'améliorent. On peut toujours faire mieux et je suis plutôt volontariste en la matière, en encourageant nos concitoyens, en offrant des emplois de qualité et en formant, sans pointer du doigt, sans sanctionner et sans punir. C'est notre vision écologiste de la société. Et il se fait qu'aujourd'hui, en fait, cela fonctionne! Pas assez, comme je l'ai dit, mais vous êtes au plein emploi en Flandre. C'est difficile de faire beaucoup mieux. À Bruxelles et en Wallonie, il y a effectivement encore des possibilités de faire mieux. On s'y attelle, que ce soit à Bruxelles ou dans différentes zones en Wallonie. Il y a des problématiques spécifiques dans certains secteurs. Je ne vais pas élaborer tous les détails mais je peux le faire si vous voulez.

 

À un moment donné, il faut arrêter avec ce discours selon lequel il n'y a rien qui va, que les francophones sont des boulets, etc. C'est pénible. J'en ai marre! Cela m'embête. (…) Il n'a pas dit cela? Il le dit constamment en commission. M. Loones l'a sous-entendu. Vous faites des différences régionales. Pourquoi ne dites-vous pas que cela va mieux? Je n'ai jamais entendu cela.

 

Bref! C'est une première réponse à vos questions.

 

02.16  Björn Anseeuw (N-VA): Mijnheer Vanden Burre, het klopt inderdaad dat de werkloosheid in Vlaanderen zeer laag is. Moeten wij daar blij om zijn? Eigenlijk niet. Er is namelijk een nog veel grotere groep. U zegt terecht dat er nog amper werkzoekenden zijn, maar er zijn wel 2 miljoen inactieven in dit land.

 

Mijn eerste vraag aan u is waarom de regering, de meerderheid, nog altijd geen enkele maatregel neemt om de inactieven, die vandaag niet werkzoekend zijn, maar wel op een of andere manier zouden kunnen werken, naar onze arbeidsmarkt te leiden. Waarom neemt u geen enkel initiatief om al was het maar een fractie van die groep van 2 miljoen mensen naar onze arbeidsmarkt te leiden, gelet op de ontzettend grote krapte?

 

Werkgevers in mijn streek, in mijn provincie West-Vlaanderen, heten iedereen welkom om er te komen werken. Mijn streek in West-Vlaanderen ligt vlakbij de Franse grens. We stellen vast dat heel veel Fransen over de grens komen om onze openstaande vacatures in te vullen. Erg opvallend, de Henegouwers, die niet verder wonen dan de Fransen, integendeel, vinden de weg naar West-Vlaanderen blijkbaar nog altijd niet.

 

Mijn tweede vraag aan u is waarom de regering geen doortastende maatregelen neemt om ook die mensen aan te moedigen om openstaande vacatures in te vullen.

 

Ziedaar twee heldere, duidelijke vragen aan u, mijnheer Vanden Burre, samen met de rechtzetting en verduidelijking dat het aantal werkzoekenden inderdaad veel te laag is, maar het aantal inactieven veel te hoog.

 

02.17  Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de voorzitster, sta me toe om in te pikken op het debat.

 

Mijnheer Vanden Burre, inderdaad, op uw Facebookpagina heb ik gezien dat u de firma Stadsbader in Harelbeke hebt bezocht om daar de realiteit van de West-Vlaamse en Vlaamse arbeidsmarkt met eigen ogen vast te stellen. We konden eigenlijk samen gaan, want dat is in mijn achtertuin. Ik val wel achterover door de manier waarop u hier over dat bezoek spreekt en ook bij wat u op uw Facebookpagina schrijft, waaruit ik nu even citeer.

 

"Cette entreprise a une politique en place favorable à l'emploi des personnes francophones de Wallonie et même de France, en Flandre occidentale."

 

Het is natuurlijk omgekeerd. Wat is het probleem in West-Vlaanderen? Er komen meer Franstaligen uit Frankrijk in West-Vlaanderen werken dan uit Henegouwen. Zolang u het probleem niet benoemt dat inwoners uit Henegouwen, met dezelfde taalproblematiek als inwoners uit Frankrijk, gewoon niet willen komen werken in West-Vlaanderen, miskent u de realiteit, terwijl dat probleem net benoemd moet worden. Dat probleem klagen West-Vlaamse werkgevers ook dag na dag aan. U benoemt het probleem niet correct, niet op het spreekgestoelte, maar evenmin op uw Facebookpagina ten aanzien van uw achterban. Wij hebben in dit land een fundamenteel probleem, namelijk de veel te kleine arbeidsmobiliteit tussen onze provincies. Er is veel meer arbeidsmobiliteit tussen Frankrijk en West-Vlaanderen dan tussen Henegouwen en West-Vlaanderen. Dat moet u durven te erkennen. Dat fundamenteel probleem moet worden aangepakt.

 

02.18  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): Monsieur Vermeersch, moi, je vais sur le terrain pour comprendre les problèmes et ne pas faire des clichés pourris comme vous êtes en train de le faire. Il y a 15 000 Français du Nord qui traversent la frontière pour travailler en Flandre occidentale tous les jours et 7 000 viennent du Hainaut. Si on prend la proportion par rapport à la population…

 

02.19  Wouter Vermeersch (VB): (…)

 

02.20  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): Ah, on ne peut pas diviser? C'est exactement le discours que tiennent les gens là-bas. Cela vous gêne qu'on aille sur le terrain et qu'on examine les chiffres! Cela ne change pas qu'il faille encourager mais cela vous gêne. Rigolez mais cela vous gêne! C'est cela le problème. Vous ne pouvez pas continuer avec vos discours discriminants. Rigolez bien si cela vous fait plaisir mais la réalité est là!

 

Les Hauts-de-France, c'est la province de l'autre côté de la frontière. Si on prend le nombre de personnes qui viennent travailler en Flandre occidentale par rapport au nombre d'habitants, c'est presque le même rapport que la population du Hainaut qui est beaucoup plus petite. J'essaie de démonter vos clichés pourris. C'est ce que je suis en train de faire. Et cela ne vous plaît pas parce qu'on va à la racine des problèmes.

 

Que sous-entendez-vous? Les Wallons restent chez eux parce qu'ils préfèrent regarder la télévision toute la journée. C'est cela votre discours. Franchement, cela ne m'intéresse pas. Je n'ai même plus envie de débattre avec vous parce que je sais très bien quelles sont vos intentions.

 

(…): (…)

 

02.21  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): Avec vous, je veux bien continuer à débattre même si c'est compliqué.

 

Vous parlez de "deux millions d'inactifs" mais là, il y a une vraie différence politique. Je suis content de l'assumer. Nous, écologistes, nous souhaitons encourager les personnes qui cherchent de l'emploi. Il n'y a pas de problème, il faut encourager et former. De là à dire qu'on va mettre toutes les personnes qui sont malades à l'emploi!

 

Si vous dites "les inactifs" et que vous enlevez la population demandeuse d'emploi, ce qui reste, ce sont les personnes malades. Là, il existe d'autres trajets à mettre en place, individualiser comme essaie de le faire ce gouvernement. Mais mon discours ne porte pas sur le fait de remettre de manière plus ou moins brutale ou forte des personnes malades sur le marché de l'emploi. Ce sont d'autres politiques, d'autres trajets individualisés.

 

J'ai ici la dernière étude de la KU Leuven qui montre très bien le nombre de personnes qui sont effectivement activement à la recherche d'un emploi et le nombre de personnes malades. C'est exactement là où je fais une différence que vous ne faites pas, soit.

 

J'ai encore d'autres questions auxquelles je dois répondre mais je ne sais pas comment sera géré le débat.

 

02.22  Björn Anseeuw (N-VA): Mijnheer Vanden Burre, ik vind het fijn dat u met mij in debat wilt gaan – het zou er nog aan ontbreken, in een parlement –, maar u maakt er wel een beetje een zootje van. U reduceert 2 miljoen inactieven tot zieke mensen die niet kunnen werken. Uw eigen minister, Frank Vandenbroucke, zegt dat de regering iets moet doen om langdurig zieken beter naar de arbeidsmarkt terug te leiden. Als u hem een onmens vindt, dan moet u dat maar zeggen.

 

Van die 2 miljoen inactieven krijgen bovendien 700.000 mensen zelfs niet eens een uitkering, ook geen ziekte-uitkering, dus het valt aan te nemen dat zij niet ziek zijn en dat zij gewoon niet geïnteresseerd zijn om te werken. Voor de welvaart in dit land, die u zo graag wilt herverdelen – vandaag herverdeelt u eigenlijk wat er al lang niet meer is – zou het goed zijn dat u inspanningen zou leveren om ook bij die groep interesse te wekken om toch aan slag te gaan op de een of andere manier.

 

Ik zal mijn vraag parafraseren. Ik ga voort op de cijfers die u aanhaalt, maar ik zal zelf nog moeten checken of zij kloppen. U zegt dat 7.000 mensen uit Henegouwen en 15.000 mensen uit Frankrijk in West-Vlaanderen werken. Stel u eens voor dat die 15.000 werknemers uit Frankrijk, in de toekomst uit Henegouwen komen. Dat zou betekenen dat wij aan 15.000 mensen minder een uitkering moeten betalen en dat zij een kans zouden hebben op een goed inkomen uit arbeid. Ik denk dat u daar niet tegen zou zijn. Vandaag zouden maar liefst 15.000 vacatures in West-Vlaanderen ingevuld worden door Fransen, een cijfer dat ik onder voorbehoud herhaal. Welnu, waarom doet de regering eigenlijk niets maar dan ook niets om nog maar een aanzet te geven om de inactieven te activeren? Waarom grijpt u die kans niet? Dat is laaghangend fruit, als u het mij vraagt. Waarom wilt u dat kennelijk niet plukken?

 

02.23  Wouter Vermeersch (VB): Op aangeven van collega Vanden Burre heb ik de cijfers erbij genomen. De unieke situatie in dit land is dat de provincie met de laagste werkloosheid, namelijk West-Vlaanderen, net naast de provincie ligt met de hoogste werkloosheid, namelijk Henegouwen. De werkloosheid in Nord-Pas-de-Calais is trouwens gelijkaardig. We hebben ook cijfers gekregen van Eurostat: bijna 15.000 werknemers komen vanuit Nord-Pas-de-Calais naar West-Vlaanderen en slechts een 5.000-tal vanuit Henegouwen. Als u natuurlijk Frankrijk in zijn geheel neemt, kunt u dat voor uw achterban verbloemen: er komen geen inwoners uit Bordeaux naar West-Vlaanderen werken. U schrijft op uw Facebookpagina dat er zelfs inwoners uit Frankrijk naar West-Vlaanderen komen werken. Het is net omgekeerd: er komen inwoners uit Frankrijk naar West-Vlaanderen werken en zelfs inwoners uit Wallonië. Zeg de waarheid in het Parlement en aan uw achterban en ga dat debat niet uit de weg.

 

02.24  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): Madame la présidente, je réagis rapidement à la question de M. Anseeuw.

 

Selon l'étude de la KU Leuven de février 2022, sur 100 personnes de la population active, 70 personnes travaillent, 6 souhaitent travailler davantage, 4 cherchent activement un travail, 6 sont inactives parce qu'en incapacité de travail (ma vision de la société, c'est que ces personnes ont droit à un trajet différent), 4 sont chez elles (ce sont ce qu'on appelle des hommes et femmes au foyer), 5 sont sorties prématurément du marché du travail, 5 sont encore sur les bancs de l'école et 5 éprouvent des difficultés à s'insérer sur le marché du travail (il faut pouvoir les encourager et les former pour retourner à l'emploi).

 

C'est la réalité des chiffres. Je ne vais pas aller beaucoup plus loin. Je n'ai pas envie d'ergoter davantage.

 

Deux questions liées à la Défense m'ont été posées. Dans le cadre de ce débat sur l'ajustement budgétaire, comme cela a aussi été débattu en commission des Finances, un accord est intervenu en février au niveau de ce gouvernement. Il a décidé d'aller vers une augmentation du budget de la Défense à 1,54 % du PIB. Nous assumons pleinement cet accord. Les premiers effets de cet ajustement budgétaire, ce sont 2,3 milliards. Ils sont liés à la guerre en Ukraine, à l'accueil des réfugiés et à d'autres éléments.

 

Oui, nous assumons, vu le choc externe dramatique de l'attaque russe en Ukraine, de pouvoir augmenter les dépenses, comme nous l'avons fait selon cette décision ministérielle de février dernier.

 

Vous m'avez interpellé sur le fait que mon collègue était absent, ce matin, en commissions réunies de la Défense et des Relations extérieures. Je n'ai pas de problème à vous en donner la raison. Transparence totale. Mon collègue M. Guillaume Defossé est à Vienne, où il assiste aux discussions relatives au traité de non-prolifération nucléaire. C'est une dimension extrêmement importante des discussions actuellement en cours au niveau du budget de la Défense. Je me réjouis qu'un de mes collègues écologistes assiste en tant qu'observateur à cette réunion internationale du traité de non-prolifération nucléaire.

 

02.25  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur Vanden Burre, je vous remercie de m'avoir mis au courant de l'accord sur le 1,54 %. Mais on lit la presse et on avait déjà connaissance de cet accord. Je vous parlais d'un autre accord intervenu récemment au sujet de l'augmentation pour atteindre 2 % du PIB. À ce sujet, vous ne m'avez pas répondu. Quelle est votre position concernant cet accord? En effet, avant que celui-ci n'intervienne, vous disiez être contre cette augmentation. Pourtant, vous l'avez approuvée. Je me pose donc la question de savoir ce que vous allez dire à vos électeurs, à certains de vos membres qui sont actifs dans le mouvement pour la paix et qui se sont mobilisés contre ces 2 %. Je souhaiterais donc connaître votre position sur ce nouvel accord.

 

Pour ce qui concerne la question de l'absence de votre groupe en commissions réunies de la Défense et des Relations extérieures, ce matin, quand j'entends votre réponse, je comprends la raison de cette absence. Vous avez dit qu'un de vos collègues participait à une autre réunion, mais vous êtes normalement trois. Où étaient les autres? De plus, il s'agissait de deux commissions réunies. Il est donc question de six personnes. Si l'une d'entre elles se trouve ailleurs, restent encore cinq personnes.

 

Quoi qu'il en soit, quand il s'agit de débats aussi importants et aussi cruciaux pour notre société, il faut toujours essayer d'assurer une présence. Par exemple, ce matin, comme ma collègue, Maria Vindevoghel, ne pouvait être présente car elle était occupée ailleurs, mon groupe a fait en sorte que je puisse la remplacer pour participer à ce débat si important.

 

Je voudrais que vous vous exprimiez au sujet des 2 % et de l'absence de votre groupe, en commission, ce matin.

 

02.26  Theo Francken (N-VA): U hebt helemaal niet geantwoord op de vraag. U begint over die 1,54 %. Eigenlijk is het 1,55 %. Daar is een misverstand over ontstaan. In het militaire investeringsprogramma gaat het om 1,55 %. Dat is maar één honderdste procent meer, maar het gaat toch over een paar miljoen euro. Maar goed, dat is nu niet zo belangrijk.

 

Het gaat over: wat daarna? Ik noteer dat u, als fractieleider, zegt dat de afwezigheid van uw fractie niet express was, maar gewoon door omstandigheden. Oké, daar neem ik akte van. Ik las dat ook op Belga. Vreemd, maar goed, oké.

 

Mijn vraag is heel concreet, mijnheer Vanden Burre. Staat Ecolo achter de uitspraak van de eerste minister vanmorgen dat het engagement heel duidelijk is dat 2 % van het bbp zal geïnvesteerd worden in Defensie in 2035? Ja of neen, staat u daarachter? Zult u het plan steunen om tegen 2035 een concrete investering te doen in Defensie om 2 % te halen?

 

02.27  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): J'ai évoqué le 1,54 % dans le cadre du débat d'aujourd'hui sur l'ajustement budgétaire. Dans ce cadre, nous mettons cette décision en pratique. Vous riez, mais regardez les tableaux budgétaires! Je comprends votre stratégie de ne pas en venir aux faits, mais ce qui est appliqué aujourd'hui, dans l'ajustement budgétaire, est la décision sur le plan STAR, et donc le 1,54 %.

 

S'agissant de la décision du gouvernement, qui a été largement commentée ce week-end dans la presse par les vice-premiers ministres Groen et Ecolo, un accord est en effet intervenu au sein du Conseil des ministres restreint pour une intention, vers 2035, d'aller vers une augmentation de 2 %, moyennant toute une série de conditions.

 

Je me réjouis, en tant qu'écologiste, que nous participions aux discussions et ne restions pas au balcon, même parfois seuls. Nous étions presque seuls sur cette position au début et nous avons arraché d'énormes concessions et conditions, que ce soit sur le plan social, environnemental, et de bouclier social pour protéger nos concitoyens, même si personne ne peut présager de ce qui arrivera d'ici à 2035. Je me réjouis que toutes ces conditions, six au total, sont listées, noir sur blanc, dans cet accord sur l'intention pour 2035. Fortement conditionné, il donne néanmoins aux prochains gouvernements, quelles que soient les majorités, de la latitude pour prendre des décisions. Je suis fier en tant qu'écologiste, non seulement d'être ferme sur nos valeurs, mais aussi de participer à des coalitions, avec d'autres partis, pour faire avancer les dossiers importants à nos yeux.

 

02.28  Theo Francken (N-VA): Ik wou u er vandaag niet mee lastigvallen, maar het is niet onbelangrijk. Ik had het ook vanmorgen in de commissie kunnen doen, maar er was niemand. Dus doe ik het hier maar.

 

Er zit duidelijk ruis op de lijn omtrent het akkoord van afgelopen weekend. Uw partij heeft er ook geen goed aan gedaan om direct te tweeten dat het akkoord niet meer waard is dan de handtekening van Di Rupo in 2014. Dat hebben we toen totaal niet gehaald en het is een lege doos gebleken. Dat wordt nu herhaald en jullie menen dat het een even lege doos is als toen. Ik neem daar akte van.

 

Open Vld-Kamerlid Jasper Pillen stelde voor om voor het einde van de legislatuur naar een concreet plan te gaan, een budgettair traject om in 2035 de 2 % te bereiken. Gaan jullie daarmee akkoord? Is dat volgens jullie interpretatie ook wat er is afgesproken, of niet?

 

Ik heb al veel politieke intenties gehoord. Maar jullie zitten in de regering, dus moeten jullie de kaarten op tafel leggen. Het is ook belangrijk dat de premier weet met welk mandaat hij in Madrid zit.

 

02.29  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Madame la présidente, on nous parle d'intentions, mais ce n'est pas ce que nous entendons au sein de la majorité. Là, il est question de réaliser les 2 % pour 2035. Ce n'est pas une intention.

 

Monsieur Vanden Burre, je vous ai demandé si vous êtes d'accord avec cela? Vous me parlez de conditions. Ma question porte sur l'augmentation du budget de la Défense à 2 %. Vous étiez contre, mais vous avez changé de point de vue. Cela veut dire que maintenant, vous êtes d'accord pour que d'ici 2035, le budget soit augmenté à 2 %. Si ce n'est pas ce que vous dites, alors vous êtes en désaccord avec votre propre majorité et l'ensemble des autres partis. Et là, il y a un problème. Soit un problème d'incompréhension entre vous, soit un problème d'honnêteté sur cet accord qui est intervenu ce week-end.

 

Vous me parlez de conditions et autres. Mais dans les faits, aujourd'hui, il y a un accord qui coûte 5 milliards de plus au niveau de la Défense. Sur les conditions d'accompagnement social et autres, il n'y a pour l'instant toujours pas d'accord sur ce que nous faisons face à l'inflation aujourd'hui. 

 

Ce n'est pas vous qui avez mis vos conditions. Ce sont plutôt les autres partenaires de la majorité qui vous ont donné des intentions, mais qui vous ont eus sur les 2 %. C'est plutôt dans ce sens-là qu'il faut voir cet accord, et pas comme vous le présentez!

 

Il est assez étonnant de vous entendre dire que vous vous réjouissez d'un accord qui augmente le budget de la Défense à 2 %.

 

02.30  Peter De Roover (N-VA): Mevrouw de voorzitster, de heer Vanden Burre zal antwoorden, maar ik kan de heer Boukili geruststellen.

 

Ik heb net heel goed geluisterd en u bent een sluwe vos. Uw woorden zijn heel goed gekozen: "Intention vers 2 %, mais les conditions, c'est noir sur blanc." Er is dus, enerzijds, een ongelooflijke vaagheid met 'intention vers 2 %', maar dan plots 'noir sur blanc'. Kan u mij eens vertellen of die 2 % tegen 2030 ook noir sur blanc is?

 

02.31  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): Je vais me lancer dans un exercice périlleux: répondre en même temps au PTB et à la N-VA. Vous m'avez bien compris. Vous faites semblant de ne pas me comprendre. Vous avez parfaitement traduit du français vers le néerlandais ce que j'ai dit, mais c'était extrêmement clair. Cela reflète des décisions qui ont été prises ce week-end.

 

On peut en parler tout l'après-midi, mais je vous ai donné les termes et les conditions. Ce que vous avez obtenu et les négociations que nous avons menées de manière dure – je pense que tout le monde l'aura vu dans la presse, je ne suis pas en train de l'inventer – par rapport à cet accord qui est intervenu ce week-end. Démocratiquement, je réponds à votre question, mais de nouveau, on est ici dans le cadre du débat concernant l'ajustement budgétaire. Je pense que je vous ai répondu par courtoisie démocratique pour le débat parlementaire. C'est normal, je n'ai pas de problème avec cela mais on se trouve dans l'ajustement budgétaire. Je propose de continuer sur cette voie.

 

02.32  Marco Van Hees (PVDA-PTB): Monsieur Vanden Burre, vous nous dites avoir mis des conditions très strictes pour accepter ce 2 % pour la Défense en 2035. Cependant, la quatrième condition, qui est à mon avis celle qui vous importe le plus, dit que "les investissements de la Défense ne doivent pas être réalisés au détriment d'autres enjeux comme le climat et les défis sociétaux". C'est bien, mais cela ne mange pas de pain! D'un côté, vous avez un pourcentage précis de 2 %, soit des milliards d'euros, et de l'autre une déclaration vague.

 

Pourquoi n'avez-vous pas demandé, comme pour le budget de la Défense, de fixer pour les investissements ferroviaires ou pour les investissements pour le climat un pourcentage du PIB? Un équilibre reprenant des chiffres clairs aurait pu être inscrit dans ces conditions, plutôt que d'accepter des conditions si vagues qui n'engagent personne. Pourquoi n'avez-vous pas combattu dans ce gouvernement contre la droite, qui veut vous imposer de revoir vos idéaux pacifistes? Pourquoi n'avez-vous pas exigé des chiffres précis pour les objectifs à atteindre?

 

02.33  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): J'ai déjà répondu. Je ne vais pas aller plus loin dans les détails. Vous pourrez réécouter, monsieur Van Hees, si vous avez envie de pousser votre lecture des choses vues depuis l'opposition PTB. C'est de bonne guerre. Vous poussez votre interprétation. Très bien! J'ai répondu vraiment clairement alors que ce n'était pas le cadre du débat de cet après-midi.

 

Peut-être que peu d'entre vous s'en souviennent, mais avant d'être interrompu, j'étais occupé à commenter le déficit dont la situation s'est dégradée de 4,1 milliards d'euros par rapport au budget initial qui était de 16 milliards. On est à 20,7 milliards de déficit, ce qui est effectivement conséquent et doit retenir toute notre attention. Mais comme je le disais, il y a eu les mesures par rapport à la guerre en Ukraine que personne n'a pu prévoir, et par rapport à l'accueil des réfugiés.

 

Il y a eu aussi les mesures énergétiques et c'est pour nous le plus important: protéger nos concitoyens, par le tarif social pour l'énergie, par la baisse de la TVA et des droits d'accises, et les interventions supplémentaires pour 1,2 milliard d'euros. Cela permet d'avoir un bouclier social large, fort et prolongé le week-end dernier. J'en profite pour parler des décisions qui ont été prises le week-end dernier par le gouvernement et dont je me félicite. Les mesures sont prolongées jusqu'à l'automne. (…) La prolongation du bouclier social vous fait-elle rire? Ce n'est pas vraiment à propos, mais soit.

 

Je me réjouis vraiment qu'au niveau de la SNCB, nous ayons pu, dans le cadre de l'ajustement budgétaire, compenser les effets de l'inflation, notamment, et de l'augmentation des coûts des matières premières, de 82 millions. Il est vraiment important de continuer à garantir un service public de mobilité de qualité.

 

La présidente: Monsieur Van Hees, vous avez la parole pour faire entendre des arguments dotés d'une réelle plus-value…

 

02.34  Marco Van Hees (PVDA-PTB): Monsieur Vanden Burre, vous évoquiez la SNCB. En ce domaine, quelque chose m'inquiète. Les syndicats estiment que, pour atteindre les objectifs 2032, il faudrait engager 4 000 cheminots supplémentaires. Or, en l'espèce, on parle de 2 000 cheminots en moins. Les représentants du personnel tirent la sonnette d'alarme. Apparemment, le ministre de la Mobilité aurait cédé à la pression d'Infrabel et de la SNCB en cautionnant ces pertes d'emploi dans les chemins de fer.

 

Cela ne vous pose-t-il pas un problème qu'un ministre Ecolo accepte la suppression de 2 000 emplois dans le secteur ferroviaire? Comment mieux faire fonctionner le rail dans ces conditions?

 

02.35  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): Monsieur Van Hees, je pensais que vous m'interrompiez pour me dire que vous étiez satisfait qu'il y ait enfin un contrat de gestion. Je pensais que vous alliez être positif. Le ministre propose deux contrats de gestion – SNCB et Infrabel – qu'on attendait depuis longtemps pour les navetteurs, le personnel de la SNCB et surtout nos concitoyens qui souhaitent prendre encore plus les transports publics, en particulier le train. Je suis sans doute un peu naïf. J'ai aussi siégé dans l'opposition et je pouvais parfois saluer des mesures positives.

 

Nous parlons de l'ajustement budgétaire et je vous donne la mesure des 80 millions dans le cadre de l'ajustement budgétaire.

 

02.36  Marco Van Hees (PVDA-PTB): (…)

 

02.37  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): C'est faux! Il n'y a absolument aucun changement au niveau du personnel dans le cadre de cet ajustement budgétaire. Il n'y a d'ailleurs aucune annonce de suppression d'emplois! Il y a effectivement des transferts d'emplois parce que nous avons besoin de davantage de personnes pour assurer la mobilité et l'entretien des rames. Des changements au sein du personnel vont être annoncés dans le cadre des contrats de gestion mais il n'y a ni licenciement ni perte de poste, comme vous essayez de le faire croire. Désolé, mais ça ne marchera pas!

 

02.38  Marco Van Hees (PVDA-PTB): D'abord, dans tout exercice budgétaire, il y a un aspect pluriannuel. Relisez l'exposé général, vous verrez qu'il y a un aspect pluriannuel. Mme la secrétaire d'État est là pour vous le confirmer. Par ailleurs, et cela faisait la une du journal L'Écho, une suppression de 2 000 emplois est annoncée à l'horizon 2032! Que vous niiez ce qui fait la une du Solidaire, le journal du PTB, passe encore, mais vous n'allez pas nier ce qui fait la une de L'Écho? Trouvez-vous que ce soit là une manière de développer le chemin de fer, comme vous vous en félicitez, que de supprimer 2 000 emplois de cheminots? Je comprends que la question soit dérangeante, mais elle est simple.

 

02.39  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): Il n'y a pas de suppression d'emplois! Certains emplois ne sont pas remplacés, pour être engagés ailleurs, à d'autres fonctions. Voilà la réalité des contrats de gestion et ce qui a fait le titre de presse. Il n'y a pas de suppression d'emplois, de licenciements ou autre. Je ne peux pas être plus clair.

 

Je voulais axer une partie de mon intervention d'aujourd'hui sur des demandes que mon groupe souhaite appuyer dans les discussions des semaines et des mois à venir, et donc pas à très long terme. Je voulais répéter deux points importants aux yeux du groupe écologiste. D'abord, au-delà de toutes les mesures que je salue au niveau de la protection et du bouclier social pour nos citoyens, en particulier les plus précarisés, il est important pour nous – et les écologistes l'ont mis sur la table du gouvernement – qu'un réel effort soit fait pour diminuer la fiscalité sur les bas et moyens salaires. C'est aujourd'hui la meilleure mesure pour augmenter le pouvoir d'achat et permettre de vivre dignement à tous nos concitoyens qui touchent aujourd'hui environ le salaire minimum ou entre le salaire minimum et le salaire médian, soit entre 1 500 et 3 000 euros bruts par mois. Nous souhaitons structurellement soutenir ces catégories-là, et nous demandons au gouvernement d'aller dans la direction d'une réduction de la fiscalité sur le travail pour les bas et moyens salaires. C'est la meilleure mesure structurelle pour leur permettre de vivre dignement.

 

Un deuxième point revient dans l'actualité, après avoir été mis en avant par la Banque nationale de Belgique (BNB). La Banque nationale a remis un rapport, comme les experts, proposant la sortie définitive du système des voitures salaires. Pour nous, ce système n'a jamais eu beaucoup de sens mais, aujourd'hui, c'est une évidence aux niveaux climatique, environnemental, social. Les prix à la pompe étant en train de s'envoler, cela crée une injustice entre les travailleurs qui ont la voiture salaire et la carte essence (environ 15 %) et ceux qui ne l'ont pas.

 

Il faut revoir ce système de manière transitoire pour pouvoir investir structurellement dans un budget mobilité et soutenir l'ensemble des travailleurs de manière juste. Certains collègues, socialistes et libéraux, ont fait part ce week-end sur les plateaux télévisés de leur ouverture vis-à-vis de cette proposition. Thomas Dermine et Mathieu Michel, sur RTL, étaient tous deux ouverts à revoir ce système. Il est temps. Les écologistes remettront ce sujet à l'ordre du jour des discussions dans les mois à venir.

 

02.40  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitster, collega's, Ecolo en Groen delen de spreektijd, als goede broeders en zusters.

 

De discussie is al vele kanten uitgegaan, maar ik wil toch proberen om bij het topic van de begrotingsaanpassing te blijven. Die bijsturing is op zich immers al niet min. Er is al een paar keer gezegd dat het gaat over een bijkomend tekort van 4 miljard euro. Dat komt vooral door externe factoren.

 

Het doet mij een beetje pijn dat u daarnaar verwijst als een wenslijstje, mijnheer Loones. Wat is immers de reden van het extra tekort? In grote lijnen gaat het over vier zaken: maatregelen wegens de oorlog in Oekraïne, bijkomende voorzieningen wegens het overschrijden van de spilindex ten gevolge van een hoge inflatie, provisies voor mogelijke opflakkeringen van COVID-19 en vooral over koopkrachtmaatregelen. Ik denk daarbij aan het sociale tarief voor energie, btw- en accijnsmaatregelen, maatregelen voor de minst begoeden van ons land en voor de middenklasse. Dat doen wij op zo'n manier dat wij meer aan onze inwoners teruggeven dan de meerinkomsten die de overheid binnenkrijgt door de hoge energieprijzen. Dat is dus geen wenslijstje.

 

02.41  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer Vanbesien, over de oorlog in Oekraïne zal ik het niet hebben, al moet het de pacifistische vleugel van Groen toch pijn doen dat u ermee akkoord bent gegaan om het budget van Defensie naar 2 % op te trekken. Dat is overigens een ramp voor het budget, maar daarover klaagt de N-VA nooit, want die miljarden aan bijkomende uitgaven voor Defensie vormen volgens de N-VA geen enkel probleem. Het is ook problematisch omdat die toezegging in het kader van de NAVO gebeurt. Dat dit tot meer oorlog in de wereld kan leiden, vinden wij ook een ernstig probleem.

 

U sprak ook over de maatregelen die genomen worden voor de koopkracht en over de energiemaatregelen. Al sinds januari, en vorige donderdag werd het hier nog bevestigd, zegt minister Van der Straeten dat niemand rijker mag worden van de energieprijzen, die de lucht ingaan. We kennen nochtans degenen die er rijker van worden. Donderdag was de minister nog superenthousiast, omdat de laatste hand gelegd werd aan een beslissing. Ik heb de hele week de nieuwsberichten opgevolgd, want er werd aangekondigd dat de overwinsten eindelijk belast zouden worden.

 

Mijnheer Vanbesien, hoe komt het dat dit vandaag nog altijd niet het geval is? Waar wachten jullie op?

 

02.42  Sander Loones (N-VA): Voor de zuiverheid van het debat zal ik mijn vraag herformuleren in een koopkrachtvraag. Dat maakt het gemakkelijker om te antwoorden. Mijn vraag was eigenlijk: hebt u naar mij geluisterd, maar ik zal het herformuleren als een koopkrachtmaatregel.

 

Onze partij heeft er geen enkel probleem mee dat er uitgaven gebeuren voor Oekraïne en corona. Dat heb ik in mijn uiteenzetting gezegd. Dat zeg ik in elke uiteenzetting die ik houd in de plenaire vergadering en in de commissie.

 

Ons probleem is dat tegenover de uitgaven geen structurele maatregelen worden geplaatst om dat allemaal financierbaar te houden. Dat was het verhaal in mijn speech. Bij een begrotingscontrole hebben de premier en de staatssecretaris van Begroting echt een hefboom in handen om voor een evenwicht te zorgen, om ervoor te zorgen dat het beleid financierbaar blijft.

 

Ik formuleer het in een koopkrachtvraag. Waarom lijken uw partij en uw regering zo veel te willen focussen op tijdelijke koopkrachtmaatregelen, terwijl we beter zouden investeren in structurele koopkrachtmaatregelen? Men kan ervoor zorgen dat de pensioenen betaalbaar blijven. Men kan ervoor zorgen dat de koopkracht van de mensen stijgt zodat ze op het einde van de maand meer geld in hun zakken hebben. Men kan ervoor zorgen dat de mensen die werken daarvoor worden beloond. Wij willen mensen ook aanzetten om te gaan werken, omdat dat echt een structurele koopkrachtmaatregel is.

 

02.43  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mevrouw Merckx, het klopt dat minister Van der Straeten op zoek is naar een oplossing om die overwinsten te kunnen belasten. U zult haar hier straks naar een stand van zaken kunnen vragen. Ik ben geen lid van haar kabinet, dus ik kan daar met de beste wil van de wereld geen antwoord op geven. Zij belt mij niet om toestemming voor iets te vragen. Zij werkt momenteel aan een systeem. Op dit ogenblik is er nog niets, maar zodra er een beslissing is, zal zij daarmee naar het Parlement komen.

 

Mijnheer Loones, ik ben het volledig met u eens om koopkrachtmaatregelen structureel te maken, maar we verkeren al twee jaar in een crisismodus. Daardoor zijn we genoodzaakt met tijdelijke maatregelen te werken die we zo snel mogelijk willen laten uitdoven. We moeten naar structurele oplossingen en naar structurele arbeidsmarkthervormingen toewerken om meer mensen te kunnen activeren. Ik ben het met u eens dat we moeten proberen om inactieven aan het werk te krijgen. Zodra we uit de crisismodus raken, moeten we die hervormingen structureel maken.

 

Hetzelfde geldt wanneer u zegt dat mensen netto meer van hun loon moeten overhouden. Dat is een structurele koopkrachtmaatregel. Ik kom straks nog daarop terug in mijn betoog. Daarvoor is er een fiscale hervorming nodig en die staat op de agenda, maar vandaag is die er nog niet. Mijn uiteenzetting is dan ook gericht op de voorliggende begrotingscontrole.

 

02.44  Sander Loones (N-VA): Als dat uw antwoord is, dan mag de framing stoppen dat de N-VA tegen maatregelen is om in deze crisis de mensen te helpen. Laat dat soort uitlatingen dan maar weg in uw toespraken. Dat geldt voor alle leden van de meerderheid.

 

U zegt dat het op de agenda staat. Luistert u dan niet naar wat wij zeggen? Ik heb hier zowel vorig jaar als twee jaar geleden gezegd dat bepaalde ministers het erg druk hadden door de coronacrisis. Minister Verlinden moest bijvoorbeeld zeer dringende maatregelen nemen, maar een aantal andere ministers waren minder betrokken bij de coronacrisis. Zij hadden perfect een aantal zaken, zoals arbeidsmarkt- en pensioenhervormingen, kunnen voorbereiden. Die staan in uw regeerakkoord. Waarom doet u dat niet? Waarom zegt u elk jaar opnieuw dat het op de agenda staat en dat u er werk van zult maken?

 

02.45  Björn Anseeuw (N-VA): Mijnheer Vanbesien, ik hoor u graag lippendienst bewijzen aan een activeringsbeleid. Ik stel echter vast dat uw regering en meerderheid er niets aan doen om nog maar de indruk te wekken dat u enigszins werk maakt van een activeringsbeleid. Ik hoor het u graag zeggen, maar het gebeurt niet. Daarmee vertel ik echter niets nieuws, u weet dat maar al te goed. U blijft almaar vasthouden aan een riedeltje dat hoe langer hoe minder strookt met de werkelijkheid.

 

Ik heb het woord gevraagd omdat u zegt dat we in een crisismodus zitten. Dat gebruikt u als excuus. Achter dat excuus verschuilt u zich om niet structureel te hervormen. Met uw meerderheid en uw regering laat u na om nog maar een fractie van de grote groep inactieven die wel zou kunnen werken, tot werk aan te sporen. Ik heb het niet over mensen die al te ziek zijn om te kunnen werken, waarnaar de heer Vanden Burre verwees, maar heel veel andere groepen moeten wel veel gemakkelijker kunnen worden geactiveerd, op een of andere manier.

 

Omdat u dat niet doet, blijven er heel wat vacatures openstaan. Dat kunt u positief noemen, want er staan jobs open voor iedereen die wil werken. Maar eigenlijk hebben we te veel jobs. Het perverse effect daarvan is, als ze lang genoeg blijven openstaan, dat die vacatures dan ook weer verdwijnen, want dan moeten bedrijven er noodgedwongen voor kiezen om minder te werken, om minder welvaart te creëren in dit land. Op die manier, door niet structureel te hervormen, organiseert u eigenlijk zelf de crisis waarnaar u verwijst.

 

Mijnheer Vanbesien, waarom blijft u de crisis zelf organiseren?

 

02.46  Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer Vanbesien, ik hoorde u zeggen dat de huidige tijdelijke maatregelen zo snel mogelijk stopgezet moeten worden. In een tweet zegt uw collega Kristof Calvo vandaag dat er momenteel gelukkig een sociaal energietarief bestaat. Daarin heeft hij volledig gelijk. De tijdelijke verlenging is een goede zaak, maar daar mag het niet bij blijven. De heer Calvo zegt dat Groen daarom een wetsvoorstel indient om het sociaal energietarief definitief te maken. Onze ambitie is, zo zegt hij, dat er daarvoor een meerderheid op de been gebracht wordt tegen eind dit jaar.

 

Mijnheer Vanbesien, hoe rijmt u dat met uw uitspraak dat die tijdelijke maatregelen stopgezet moeten worden?

 

Voor alle duidelijkheid, wij zijn voorstander van het sociaal tarief. Er is trouwens al een meerderheid voor in het Parlement, al weet ik niet of u dat al vastgesteld hebt. Het Vlaams Belang en ook bijvoorbeeld de collega's van PVDA hebben de verlenging van het sociaal tarief telkens mee goedgekeurd. Wat de heer Calvo voorstelt, kan vandaag dus al worden goedgekeurd.

 

Dat voorstel lost echter het probleem niet op dat onze energiefactuur een tweede belastingbrief is geworden. Dat is de realiteit in dit land.

 

Uw regering beloofde om de energiefactuur te hervormen. Daarover horen we sinds kort echter veel te weinig. Mijn vraag is dus waar deze fundamentele en broodnodige hervorming van de energiefactuur blijft. De nood is nu namelijk enorm hoog.

 

02.47  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer Vanbesien, ik heb dus als antwoord gekregen dat u rustig afwacht wat er zal gebeuren. Ik denk echter dat er enige urgentie is.

 

Wanneer landen als het Verenigd Koninkrijk en Italië maatregelen nemen om overwinsten te belasten, en als de CREG en de Nationale Bank zeggen dat het kan en zelfs de Europese Commissie het aanraadt, dan begrijp ik niet waarom dat vandaag nog altijd niet gebeurd is.

 

Als mevrouw Van der Straeten niet naar u belt, kunt u haar misschien eens bellen en zeggen dat we echte daden willen zien in plaats van alle grote verklaringen. De belasting op de overwinsten moet nu eindelijk eens ingevoerd worden.

 

02.48  Kurt Ravyts (VB): Aansluitend bij mijn collega Vermeersch wil ik u nog het volgende meegeven.

 

Mijnheer Vanbesien, u bent ook vertrouwd met de energienorm en de hervorming van het federale gedeelte van de energiefactuur. U weet dat een van de belangrijke zaken voor de energienorm de vergelijkende benchmarkstudie van 15 mei is. Die werd opgeleverd en aan de CREG bezorgd. Tegen 1 juli, dat is dus heel binnenkort, moet de regering een advies krijgen over de competitiviteit van de bedrijven en de energieconsumenten.

 

Vindt u dat er, naast het getweet over het permanent maken van het sociaal tarief, nog verdere maatregelen moeten worden genomen in de budgetbesprekingen voor 2023? Die zijn namelijk niet meer veraf.

 

Laat ons de realiteit van de huidige gascrisis niet uit het oog verliezen. Ik lees dat de heer Poetin nu ook Litouwen in het vizier begint te nemen. De gasprijs staat op zijn zachtst uitgedrukt vrij hoog. Er is hier en daar sprake van een aanscherping van de noodplannen ter zake. Ik wil maar zeggen dat de zaken nog niet voorbij zijn.

 

Mevrouw Van der Straeten heeft gezegd dat ze de accijnzen zou aanpassen wanneer de nood er is. Wel, we wachten…

 

02.49  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): La ministre Van der Straeten vient tout à l'heure, comme vous l'avez dit. De manière assez remarquable ou étonnante, aucun collègue du PTB n'est inscrit pour lui poser des questions tout à l'heure et aucun collègue du Vlaams Belang non plus. Je voulais vous préciser, monsieur Vanbesien, que la ministre viendra bien tout à l'heure. Que les collègues n'hésitent pas à s'inscrire s'ils s'intéressent vraiment à la question.

 

02.50  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer Loones, ik interpreteer uw vraag als een verzoek om u met meer respect te behandelen. U zegt dat we u in een hoek wringen en dat we beweren dat u maatregelen niet belangrijk vindt. U hebt echter zelf het woord wenslijstje gebruikt. Dat woord vond ik ongepast voor deze maatregelen. U noemt het trouwens zelf belangrijke maatregelen. Dat heb ik u toch zo horen zeggen.

 

U voert de debatten over het algemeen op een intellectueel eerlijke manier, met een goede kennis van de dossiers en de inhoud. Vandaag speelde u echter meer de man dan de bal en dat ben ik niet gewoon van u. Dat vond ik wat jammer en misschien dat een dergelijke reactie daardoor wordt uitgelokt. Laten we de rest van het debat dus op een intellectueel eerlijke manier voeren.

 

Mijnheer Anseeuw, waarom geen verdere arbeidsmarkthervorming? Er is een eerste akkoord gemaakt, ik weet dat dit voor u niet ver genoeg gaat. Er is echter wel een akkoord en dat wordt momenteel geconcretiseerd. Wat de minister verder nog zal doen in deze legislatuur, zullen we in zijn beleidsnota voor volgend jaar kunnen lezen. Datgene waarover er nu een akkoord is, wordt echter geconcretiseerd.

 

Mijnheer Vermeersch, tijdelijke maatregelen stopzetten zou in tegenspraak zijn met onze oproep om het sociaal tarief structureel te maken. Dat klopt. Ik had misschien iets specifieker moeten zijn. Ik had eraan kunnen toevoegen dat als het zinvol is om tijdelijke maatregelen structureel te maken, we dat ook zullen doen. Dit is er daar eentje van.

 

Mijnheer Ravyts, misschien is het zinvol om ook andere maatregelen structureel te maken. Daarover zullen we de komende weken en maanden nog van gedachten wisselen en met voorstellen komen.

 

Mevrouw Merckx, waarom moet ik mevrouw Van Der Straeten bellen om te zeggen dat u een vraag hebt? Schrijf u in, ze komt straks en dan kunt u haar uw vraag stellen.

 

Ik zal nu verder gaan met mijn betoog. Ik wil even een stuk van de redenering uit de commissie herhalen.

 

Cijfers worden vaak selectief gebruikt. Dat is eigen aan de politiek en op zich geen probleem. Men gebruikt vaak cijfers om het eigen gelijk te onderstrepen of te verduidelijken. Ik zal even een paar cijfers geven die eerder aan de optimistische kant zijn voor de economie, niet om te tonen dat ik sta te juichen over hoe goed onze economie eraan toe is maar om wat evenwicht te brengen.

 

Een eerste cijfer gaat over de economische weerbaarheid en een tweede over de koopkracht. We hebben veel rapporten en analyses gezien, van het Rekenhof, van Europa en van de Nationale Bank. Er is één rode draad in al die rapporten, één woord dat bij elke analyse en elke voorspelde vertraging van de groei terugkomt. Welk scenario er ook wordt gevolgd, al die rapporten benadrukken het woord onzekerheid. Er bestaat vandaag onzekerheid over wat de evolutie zal zijn. De enige zekerheid die we hebben, is dat de toekomst onzeker is. Het is ook niet voor niets dat de Europese Unie ondertussen heeft beslist om de ontsnappingsclausule van het Stabiliteits- en Groeipact te verlengen tot eind 2023. Die onzekerheid heerst niet alleen bij ons, maar in heel Europa.

 

De vraag is hoe onze economie eraan toe is zonder die disruptieve gebeurtenissen. Met andere woorden, wat mogen we verwachten zodra hun impact en de meeste eenmalige maatregelen die daarvan een gevolg zijn, verdwenen zijn? Neem het herstel van de economie in 2021. De heropleving na de slag die corona had toegediend, had tot gevolg dat ons land de sterkste economische stijger van Europa was. Wij lezen in het rapport van de Europese Commissie over het hervormings- en stabiliteitsprogramma van ons land: "De Belgische economie heeft zich sterk hersteld dankzij doortastende overheidsmaatregelen ter bescherming van bedrijven en werkgelegenheid."

 

De Russische invasie, met als gevolg hoge inflatie, daling van het consumentenvertrouwen en hoge energieprijzen, zal het verdere herstel vertragen. Dat is niet alleen bij ons het geval, dat is overal zo. Waarom zouden we geen vertrouwen hebben in de basissterkte van onze economie? Er bestaat een risico van recessie. De Belgische instanties gaan daar op dit ogenblik nog niet van uit, maar het risico bestaat. De reden daarvoor is extern en die externe reden zal ook vroeg of laat verdwijnen. Waarom zou onze economie op dat ogenblik niet opnieuw de sterkste stijger van Europa kunnen zijn, net zoals dat het geval was na de coronacrisis?

 

Naast het pessimisme wil ik dus ook graag een dosis optimisme op tafel leggen, zonder evenwel de ogen te sluiten voor de realiteit, die bijvoorbeeld gisteren door de Nationale Bank tijdens een hoorzitting pijnlijk duidelijk werd gemaakt. Dat is een realiteit, maar er zijn ook optimistische elementen die in het debat kunnen worden meegenomen.

 

Ten tweede, de discussie over de koopkracht is een heel belangrijke discussie, die het Parlement en de regering terecht al wekenlang bezighoudt.

 

02.51  Sander Loones (N-VA): Mijnheer Van Besien, ik vind dit een zeer interessante discussie. De vraag is eigenlijk of wij scherp genoeg staan. Wij hebben een zeer open economie, wij hebben slechts op een aantal zaken grip en ondergaan veel. Staan wij scherp genoeg om op het moment waarop de internationale trein weer vertrekt ons wagonnetje eraan te kunnen hangen en mee te schuiven?

 

U verwijst naar een aantal cijfers. Ik heb twee aanvullende vragen. Ten eerste, met betrekking tot het aantal investeringen verwijs ik naar de spring forecast, de cijfers van de Europese Commissie. Die geven aan dat het aantal overheidsinvesteringen in Europa aan het stijgen is, met 3,1 % in de eurozone. Die zijn trouwens aan het stijgen in alle landen, met uitzondering van Estland en – maar kijk – België. Bij ons dalen ze ook, in 2022 gaan ze achteruit met 0,1 %, terwijl ze in de eurozone stijgen met 3,1 %. Dat is trouwens een verandering ten opzichte van de herfstvoorspelling met meer dan 2 %. Wij gaan het meest achteruit van alle Europese landen.

 

Onze overheidsinvesteringen, waarmee iedereen steeds schermt, zijn niet goed in vergelijking met andere Europese landen, volgens de cijfers van de Europese Commissie. Is dat volgens u een parameter om af te wegen of wij scherp genoeg staan?

 

Ten tweede is er de productiviteitsgroei. Wij moeten meer mensen aan het werk krijgen. Dat wordt steeds moeilijker. Wat kunnen wij doen? Zorgen dat de arbeidsproductiviteit van de mensen die wel aan het werken zijn stijgt.

 

Men ziet daar in de spring forecast, de cijfers van de Europese Commissie, opnieuw dat alleen Italië het slechter doet dan wij. De stijging van de productiviteitsgroei gaat overal moeilijker en moeilijker, maar bij ons veel moeilijker. Alleen Italië doet het nog slechter. Is dat volgens u ook niet een parameter die gebruikt zou kunnen worden om te zien of wij wel klaar zijn om op die economie in te pikken wanneer die opnieuw zou aanslaan?

 

De derde vraag zou de nuance van alles zijn, want wij weten allemaal dat de kans op een recessie helaas reëler wordt. Ik wil geen angst aanjagen, maar het ziet er niet zo rooskleurig uit, ook niet na de hoorzitting met de Nationale Bank van gisteren. Wij zouden na de zomer wel eens in heel andere situaties kunnen zitten. Dan zien wij misschien niet alleen die 4,7 miljard extra uitgaven, dan zouden wij misschien andere rode cijfers kunnen opmerken.

 

02.52  Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer Vanbesien, u doet zowat hetzelfde als de heer Vanden Burre, u gaat wat voorbij aan de realiteit. De heer Vanden Burre deed dat op microniveau, met de tewerkstelling in West-Vlaanderen versus die in Henegouwen. U doet dat op macroniveau met de grote cijfers. U hebt gelijk dat Oekraïne en corona een enorme impact hebben en dat die omstandigheden uitzonderlijk zijn, maar er groeit bij iedereen die de situatie bekijkt wel een consensus.

 

Ik wil twee stellingen bij u toetsen. Ten eerste, als we in de cijfers abstractie zouden maken van Oekraïne en corona, dan nog zou het structureel tekort in dit land onder uw regering toenemen. Als men dat effect er uithaalt, is er toch een toename van het tekort, omdat er nu eenmaal geen hervormingen en besparingen worden doorgevoerd. Daarover bestaat er consensus. Gaat u daarmee akkoord of ontkent u die?

 

Ten tweede, mochten corona en de oorlog in Oekraïne niet hebben plaatsgevonden, dan zou België vandaag al op het Europese strafbankje zitten. U verwijst naar de Europese begrotingsregels. U weet dat België heel regelmatig met de hakken over de sloot aan dat strafbankje is ontsnapt. Iedereen die de situatie analyseert, is het erover eens dat als de oorlog in Oekraïne en corona niet zouden hebben plaatsgevonden, wij vandaag al op het strafbankje zouden zitten. Gaat u met deze tweede stelling akkoord of ontkent u die ook?

 

02.53  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer Loones, ik ben het eens met het feit dat overheidsbestedingen heel belangrijk zijn. Dat is een belangrijk onderdeel van wat deze regering wil doen. We moeten er inderdaad voor zorgen dat daarop fel wordt ingezet. Ik neem aan dat staatssecretaris Dermine dat straks ongetwijfeld nog zal toelichten. Die investeringen hebben ook een rechtstreekse relatie met de productiviteit. Hoe meer investeringen de overheid doet, zeker in crisissituaties, hoe meer return men krijgt en hoe groter de impact op de productiviteitsgroei zal zijn.

 

U vroeg of de productiviteitsgroei een belangrijke parameter is. Ik denk dat de productiviteitsgraad als parameter belangrijker is dan de groei. Men kan dus bovenaan staan met een minder grote groei, terwijl degenen die onderaan staan een inhaalbeweging maken. Dat is ook een belangrijke capaciteit. Ik denk dat we in ons land nog steeds een goede positie houden, tenzij u mij tegenspreekt. We moeten daar echter effectief aan werken, om ervoor te zorgen dat we die goede positie behouden.

 

Mijnheer Vermeersch, ga ik voorbij aan de realiteit? Ik heb van bij het begin gezegd dat ik vooral de positieve cijfers zou aanhalen als tegengewicht voor de negatieve cijfers die selectief worden aangehaald. U vroeg mij of ik ermee akkoord ga dat er hervormingen nodig zijn. Ja, die hervormingen staan ook beschreven in het regeerakkoord. Ik ga ervan uit dat wij dat regeerakkoord zullen uitvoeren.

 

Voor het overige stelde u een aantal hypothetische vragen, waarop ik niet zal antwoorden.

 

Ik ga verder met mijn betoog en dat gaat nu over het onderdeel koopkracht. Veruit de efficiëntste maatregel om de koopkracht van de mensen op peil te houden, is en blijft de automatische loonindexering. Wees er maar zeker van dat werknemers en arbeiders in onze buurlanden Nederland, Frankrijk en Duitsland allemaal jaloers zijn op het systeem in ons land. Vraag aan die mensen of zij het Belgische systeem willen en daarop zullen zij allemaal positief antwoorden. Wij moeten dat koesteren en mogen er fier op zijn. De automatische indexering zorgt ervoor dat voor veel mensen – niet voor iedereen – de koopkracht gevrijwaard blijft, weliswaar voor velen met een vertraging, maar met minder vertraging dan in het buitenland.

 

De koopkracht wordt echter niet voor iedereen gevrijwaard en daarom zou ik aan de regering willen vragen om in kaart te brengen wie er precies door de mazen van het net valt en toch nog een negatieve impact ondervindt op zijn koopkracht, ondanks de automatische indexering. Ik kijk daarbij zeer expliciet naar de middenklasse, naar die mensen die net niet onder het sociaal tarief voor energie vallen. Ik vraag de regering dan ook om eventuele bijkomende maatregelen zo gericht mogelijk te nemen, specifiek gericht op die mensen die effectief te kampen hebben met koopkrachtvermindering en die daardoor in de problemen kunnen komen. Niet iedereen heeft die hulp nodig. Wij hier hebben die hulp niet nodig, maar die mensen wel, dus laat ons de middelen dan ook zoveel mogelijk inzetten om die mensen te helpen.

 

Er is natuurlijk nog een andere manier om op structurele wijze de koopkracht van de mensen te verhogen, namelijk door ervoor te zorgen dat zij netto meer overhouden van hun salaris. Ook dat komt terug in het rapport van Europa, waarin wordt gezegd dat de belastingen hoog zijn en dat het belastingstelsel in sterke mate berust op de belasting van arbeid. De belangrijkste verwezenlijking die wij op korte termijn kunnen realiseren, is dus een degelijke fiscale hervorming die ervoor zorgt dat mensen meer overhouden van hun salaris en dat de hoge vermogens beter en meer belast worden.

 

02.54  Theo Francken (N-VA): Mijnheer Vanbesien, ik had u in de koffiekamer gezegd dat ik u graag nog twee vragen wou stellen die belangrijk zijn en die ook gelinkt zijn met de begroting.

 

U spreekt over de onzekerheid en verklaart dat Oekraïne een van de factoren is die ervoor zorgen dat de begroting verder ontspoort. Als u over onzekerheid spreekt, dan staat Oekraïne boven het debat, de economie en de al dan niet heropstanding over een aantal maanden of jaren. Dat gaat over vrede en veiligheid op ons continent. Welvaart en welzijn kan men maar creëren in een vredevolle en veilige context.

 

U en uw partij staan voor een enorme verantwoordelijkheid inzake die vrede en veiligheid en het bieden van een antwoord op de onzekerheid van de burgers. Die onzekerheid kan men alleen wegnemen als uw partij een realistische koers vaart. Mevrouw De Sutter heeft een realistische visie. Groot was dan ook mijn verbazing na al haar interviews vorige week dat het akkoord over het defensiebudget van 2 % van het bbp – een zekere investering de komende 11 jaar in vrede en veiligheid – onder druk wordt gezet door Ecolo. De heer Gilles Vanden Burre wil niet dat uw partij 2 % van het bbp zal investeren in Defensie tegen 2035. We kennen het standpunt van Ecolo nog niet. Dat is ook een zekerheid die men moet bieden.

 

Wat is nu juist jullie standpunt? Willen jullie een concreet plan om 2 % van het bbp in Defensie te investeren tegen 2035, naast het STAR-plan tot 2030, waarover de commissie volgende week zal stemmen?

 

In deze begrotingscontrole is in totaal al 680 miljoen euro ingeschreven voor asielopvang, een recordbudget. Ik ben nogal getriggerd door een aantal uitspraken van uw partijvoorzitter en mevrouw De Sutter de voorbije zeven dagen. Ik citeer mevrouw De Sutter: "Ik hoop dat de staatssecretaris wel naar onze voorstellen wil luisteren." Ze heeft het voor alle duidelijkheid over de opvolger van de heer Mahdi. Ik noteer dus dat Groen en Ecolo vinden dat deze staatssecretaris niet naar hun voorstellen luistert.

 

Een tweede citaat is afkomstig van uw nieuwe voorzitter, de heer Jeremie Vaneeckhout: "Het asielbeleid van Sammy Mahdi is onaanvaardbaar. Elke dag wordt hij veroordeeld, omdat er mensen op straat moeten slapen."

 

'Onaanvaardbaar', dat heeft zelfs niemand over mijn beleid gezegd in de toenmalige regering. Ik heb daar veel ervaring mee. Ik mag daarover dus wel iets zeggen.

 

Mijnheer Vanbesien, steunt u die uitspraken? Vindt u dat de heer Mahdi niet luistert naar jullie voorstellen? Vindt u het beleid van de heer Mahdi onaanvaardbaar?

 

De heer Mahdi zwaait af. Straks voer ik met hem nog de laatste keer een debat, ik kijk er echt naar uit. De heer Mahdi is begonnen met acht beloftes. Belofte 1 luidt: respect voor internationaal recht. Hij had zo'n filmpje gemaakt, waarvan u zich nog wel herinnert dat het nogal omstreden was. Belofte 4 luidt: geen chaos in de opvang. We zijn nu 21 maanden ver. Respect voor internationaal recht, Eva to the rescue. Wordt respect voor het internationaal recht gehonoreerd? Vindt u dat de heer Mahdi respect opbrengt voor het internationaal recht als hij elke dag tien keer wordt veroordeeld, al duizend keer dit jaar? Vindt u, inzake de belofte van geen chaos in de opvang, dat er geen chaos is in de asielopvang? Er waren nog nooit zoveel vechtpartijen, aanrandingen en zelfmoorden. Als u toch vindt dat er geen chaos is in de asielopvang, dan hoor ik graag enige verduidelijking.

 

02.55  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer Francken, ik dacht dat uw twee vragen niet meer gingen komen, maar ze kwamen op de gong, nog net op tijd.

 

De eerste vraag gaat over de 2 % voor Defensie tegen 2035. Ik begrijp dat u mij wil meesleuren in die discussie. U weet echter dat elk woord ertoe doet. De uitspraak daarover zal ik daarom overlaten aan mijn collega's die dat dossier specifiek volgen. Mijn collega's zijn straks aanwezig, u kunt de discussie met hen voeren. De heer Vanden Burre heeft al heel duidelijk geantwoord. Ik heb overigens gezien dat u ook ingeschreven bent voor de discussie met minister Dedonder. Ongetwijfeld zal die kwestie nog vaak bediscussieerd worden. Juist omdat woorden ertoe doen, zal ik er zelf geen uitspraken over doen, maar laat ik dat over aan de mensen die de precieze bewoordingen kennen, want het is delicaat en dat weet u ook. U hebt er mij niet voor nodig om bloot te leggen dat die evenwichten delicaat zijn.

 

Wat Fedasil aangaat, zijn de budgetten serieus gestegen en nu aan de hoge kant. U vraagt mij om te reageren op uitspraken van minister De Sutter en van mijn partijvoorzitter. U citeert hen alsof zij het beleid van de heer Mahdi onaanvaardbaar noemen en vraagt mij of ik dat ook als zodanig benoem.

 

Nee, ik zou dat zo niet zeggen. Ik zou niet zeggen dat het beleid van de heer Mahdi onaanvaardbaar is.

 

Wat wel onaanvaardbaar is, zijn deze twee dingen. Ten eerste is er het respect voor de rechtspraak. Er zijn inderdaad heel veel veroordelingen geweest. We moeten daar iets aan veranderen, anders is dat onaanvaardbaar. Ten tweede is er de chaos van de mensen die op straat moeten slapen. Dat is ook onaanvaardbaar. Ik roep staatsecretaris Mahdi en zijn opvolger op om deze onaanvaardbare zaken op te lossen en aan te pakken. Ik noem het beleid echter niet onaanvaardbaar.

 

02.56  Servais Verherstraeten (CD&V): Ik kijk reikhalzend uit naar het debat dat straks zal volgen tussen collega Francken en staatssecretaris Mahdi, mevrouw de voorzitster. Ik wil graag nog twee dingen zeggen.

 

Ten eerste hebben we in het Europees Parlement een regeerakkoord goedgekeurd. Dat was altijd de leidraad van staatssecretaris Mahdi en zal nog steeds de leidraad zijn van zijn opvolger.

 

Wat dan het respect voor de rechtspraak betreft, dat moet in een rechtstaat altijd, zeker ook van politici. De Belgische overheid heeft echter ook het recht beroep aan te tekenen tegen uitspraken waarmee zij het niet eens is. Dat was altijd zo en dat zal altijd zo blijven.

 

02.57  Theo Francken (N-VA): Op zich is het een interessant debat. Wanneer u zegt dat jullie naar het regeerakkoord kijken, vind ik het raar dat het regeerakkoord al acht of tien maanden elke dag geschonden wordt. Er staat namelijk in dat er geen mensen op straat zouden slapen. Het is dus geen recent probleem waar de opvolger eens naar moet kijken. Het stapelt zich al maanden structureel op.

 

De heer Mahdi heeft ook gelijk dat hij tegen dwangsommen in beroep gaat. Dat moet hij zelfs principieel doen, vind ik. Tegen de zaak bij de arbeidsrechtbank gaat de DVZ echter niet in beroep. Dat moet dus uitgevoerd worden.

 

Er is een beroep dat loopt tegen de dwangsom van het opvangcentrum in Spa, in Wallonië en een tegen de principiële veroordeling van het niet geven van opvang met een dwangsom van 5.000 euro per dag, met een maximum van 100.000 euro dat al maanden geleden bereikt is.

 

Tegen de dagdagelijkse veroordelingen door de arbeidsrechtbank loopt echter geen beroep. Het hof heeft nu zelfs aan het parket van Brussel gevraagd een strafrechtelijk onderzoek in te stellen naar zware schendingen van het internationaal en Europees recht. Daartegen loopt op dit moment geen beroep, toch niet bij mijn weten. Ik hoor het anders graag.

 

Ik vind het dus vreemd dat jullie dat tolereren. Laten we immers eerlijk zijn: wanneer ik in zo'n situatie zou zijn terechtgekomen, hadden jullie dat geen dag gedaan.

 

De heer De Vriendt zou hier moord en brand hebben geschreeuwd als de vorige regering duizend veroordelingen zou hebben opgestapeld.

 

U hebt het over intellectuele eerlijkheid. Ik zou willen dat u nu ook eens intellectueel eerlijk bent. Deze situatie is compleet ontspoord, en u zit er al maanden naar te kijken. Akkoord, uw Kamerlid trekt ook al maanden aan de alarmbel en heeft misschien al wel tien voorstellen ingediend, waarvan ik er nog geen een overgenomen heb zien worden. Daarom zegt mevrouw De Sutter waarschijnlijk ook dat "de volgende hopelijk eens zal luisteren naar ons".

 

Wees dus ook eens intellectueel eerlijk! Dit is een geval van twee maten en twee gewichten. Deze regering zou het allemaal anders aanpakken. Ze zou respect hebben voor het internationaal recht, dat echter elke dag weer geschonden wordt. Ze zou ervoor zorgen dat er geen chaos zou zijn in de opvang, terwijl er de afgelopen tien jaar nooit eerder zoveel chaos is geweest in de asielopvang.

 

02.58  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Goed, een laatste woord. Intellectueel eerlijk? Wees het dan ook. Ik heb die twee zaken daarnet voor mij onaanvaardbaar genoemd. Die moeten aangepakt worden. Ik heb u daarin gelijk gegeven, en dat zal dan ook aangepakt worden. Over de details discussiëren we dan wel vanavond.

 

02.59  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de voorzitster, ik zou graag repliceren op het toch wel zeer merkwaardige betoog van collega Verherstraeten.

 

Mijnheer Verherstraeten, u zegt dat de regeerverklaring de leidraad is waaraan u zich houdt. Waarom hebt u dan vorige vrijdag…

 

De voorzitster: Mevrouw Dillen, de vragen moeten tot de spreker worden gericht.

 

02.60  Marijke Dillen (VB): Dan zal ik de vraag op een ander ogenblik stellen.

 

02.61  Ahmed Laaouej (PS): Nous sommes face à un exercice particulièrement difficile. Faire preuve d'humilité face à cette situation, que l'on soit dans l'opposition ou dans la majorité ou que l'on soit observateur plus ou moins neutre, est une chose qui s'impose. Les chiffres sont en effet particulièrement impressionnants: 26 milliards de déficit pour l'ensemble des administrations publiques belges, tous niveaux de pouvoir confondus, soit pour la "maison Belgique". Il convient de se rappeler que, pour faire face à la crise du covid-19, à nouveau tous niveaux de pouvoir confondus, il a fallu dépenser 36 milliards d'euros pour aider les ménages, les entreprises, le secteur culturel ou sportif, pour soutenir le chômage temporaire, les indépendants, bref, toutes celles et ceux qui devaient être aidés.

 

Ce déficit ne vient donc pas de nulle part mais, en même temps, on ne peut pas dire que les événements exogènes nous aient aidés, loin de là. Après la crise sanitaire, en effet, il y a eu les inondations en Wallonie, qui ont représenté un impact colossal pour un certain nombre de pouvoirs publics, ce qui a également une incidence sur le déficit nominal et structurel de la maison Belgique. Mais il y a aussi la guerre en Ukraine, et son impact sur le contexte international, avec une poussée de l'inflation inédite depuis plusieurs décennies. Elle rappelle dans notre pays les années noires en matière d'effet boule de neige, de surendettement et de déficit extrêmement difficile à combler.

 

L'enjeu qui se présente à nous est bien sûr de pouvoir passer le cap de cet ajustement, tout en se projetant sur une véritable stratégie budgétaire qui implique le niveau européen. Personne ne comprendrait que l'Europe continue d'imposer un carcan qui, de toute façon, est intenable au vu de l'augmentation de l'endettement de la plupart des pays européens et du creusement des déficits de la quasi-totalité des pays européens, même si certains s'en sortent mieux que d'autres. En même temps, il convient de prendre les bonnes options, afin d'éviter que toute mauvaise politique économique n'aboutisse à une amplification des difficultés, alors même qu'il faut pouvoir, à un moment où chaque euro d'argent public compte, faire en sorte qu'il y ait à la fois de l'efficience économique et de la justice sociale pour éviter une augmentation de la précarité dans notre pays, comme dans les autres pays européens.

 

C'est finalement cela, la quadrature du cercle. Comment se reprojeter dans une trajectoire budgétaire qui puisse, à moyen terme, à long terme, et le moins tard possible, revenir à l'équilibre – car toute autre option aboutirait à une pression insoutenable sur la sécurité sociale et les services publics, ce que personne ne souhaite – et en même temps, éviter une politique d'austérité qui conduirait à une forme d'asphyxie sociale qui ne serait pas propice à la relance de l'économie?

 

02.62  Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer Laaouej, u zegt dat wij op lange termijn naar een evenwicht moeten evolueren. U weet dat de staatssecretaris zich tot doel heeft gesteld om een tekort van 3 % te bereiken in 2024. Gaat u daarmee akkoord? Staat u erachter dat deze regering, en de staatssecretaris is de woordvoerder inzake begroting, streeft naar 3 %? Wanneer wilt u dat équilibre, dat evenwicht bereiken? Welke termijn stelt u voorop voor een evenwicht? Kunt u daarop een jaartal kleven?

 

02.63  Ahmed Laaouej (PS): En ce qui concerne le gouvernement, je m'en tiens aux accords pris au sein du gouvernement et je ne vais pas ici m'attarder sur les spéculations des uns et des autres. Je m'en tiens aux accords de gouvernement. S'agissant de la trajectoire budgétaire, c'est assez difficile comme ça. Je ne vais pas ici accorder du temps qui ne serait pas nécessaire à des polémiques qui n'ont pas beaucoup de sens.

 

Je poursuis mon exposé, madame la présidente, pour vous dire que malgré cela, le gouvernement garde le cap en essayant, d'un côté, d'éviter la politique d'austérité par des coupes claires qui ont trop souvent caractérisé les précédentes législatures à un moment où nous n'étions pas au pouvoir. Je tiens à le dire, évidemment. D'un autre côté, le gouvernement essaie de ne pas rajouter des difficultés à nos concitoyens, et au contraire, de prendre des mesures pour leur permettre de faire face à la vie chère. On entendra bien sûr dire ici ou là que c'est insuffisant. Ce sera toujours insuffisant. S'il y avait un seul pauvre en Belgique, ce serait un pauvre de trop. Mais en même temps, on essaie, d'une manière ou d'une autre, de trouver les bons équilibres entre mesures ciblées sur le pouvoir d'achat, dont on souhaite qu'elles soient les plus efficaces possibles, et en même temps éviter d'augmenter la fiscalité, par exemple, comme on l'a vu trop souvent par le passé, en particulier sous la précédente législature.

 

Quel est l'enjeu fondamental? C'est aussi de pouvoir adresser un message à nos concitoyens, pour leur dire que nous sommes à leurs côtés, leur dire qu'il doit y avoir une confiance entre les autorités publiques et une population dont on sait à quel point elle est en attente de soutien de la part du gouvernement, et pas que du gouvernement fédéral, soit dit en passant, mais de l'ensemble de celles et ceux qui sont en charge de responsabilités exécutives. Il suffit pour cela de voir les demandes qui, au quotidien, sont adressées aux pouvoirs locaux, mais aussi aux Régions, aux Communautés, et bien entendu aussi, au niveau du gouvernement fédéral.

 

02.64  Marco Van Hees (PVDA-PTB): Monsieur Laaouej, vous parlez des hausses de fiscalité du gouvernement précédent et on pense tout particulièrement à la hausse de la TVA sur l'électricité dans le cadre du tax shift. La TVA a effectivement été relevée à 21 %. Je vous ai entendu récemment dire que c'était une grande victoire du PS d'avoir arraché la TVA à 6 % sur l'électricité. Une seule chose m'étonne quelque peu. Ici même, en décembre dernier, vous avez fait une longue explication au PTB pour nous expliquer que la TVA à 6 % sur l'électricité était une fausse bonne idée. Si vous voulez, je peux vous relire les éléments du compte rendu. Expliquez-moi pourquoi parfois vous trouvez que c'est une excellente idée, et que c'est votre victoire d'avoir arraché la TVA à 6 % sur l'électricité, et pourquoi à d'autres moments c'est une très mauvaise idée qui va profiter aux plus riches. En fonction de quoi cela se produit-il? Seriez-vous pour les mois impairs et contre les mois pairs? Pouvez-vous m'expliquer votre logique en la matière?

 

02.65  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur Van Hees, tout d'abord, je vous remercie de rappeler qu'en effet, c'est sous le gouvernement Di Rupo qu'on a baissé la TVA sur l'électricité. Merci de me permettre de le rappeler. Ensuite, je ne sais pas si c'est dans vos séminaires du samedi matin, qu'on vous apprend les techniques de manipulation. Manifestement, elles portent leurs fruits. On peut relire les comptes rendus, en effet. Dans les comptes rendus, vous lirez – d'ailleurs l'un de vos tweets le rappelle et c'est très intéressant – que je réexplique qu'une baisse de la TVA sur le gaz et l'électricité est une chose nécessaire parce que ce sont des produits de première nécessité. D'ailleurs, je me réjouis que l'actuel gouvernement ait décidé de suivre la proposition du PS et de baisser la TVA sur le gaz et l'électricité. En même temps, si on veut donner un soutien supplémentaire aux bas et moyens revenus, il faut l'accompagner d'un chèque-énergie. C'est ce que je disais lors de nos derniers débats. C'est ce que je redis aujourd'hui. Une baisse de la TVA sur le gaz et l'électricité permet aussi d'accorder un "bonus", si je puis dire, aux hauts revenus. Dès lors, si on veut une mesure plus redistributive encore, il faut combiner une baisse de la TVA et un chèque-énergie. C'est exactement ce que nous avons fait.

 

02.66  Marco Van Hees (PVDA-PTB): Madame la présidente, je ne vais pas polémiquer davantage mais la prochaine fois que le PTB organisera des séminaires de manipulation, il invitera M. Laaouej pour nous enseigner tout son savoir dans ce domaine.

 

02.67  Ahmed Laaouej (PS): Je crois, hélas, que je n'ai pas grand-chose à vous apprendre, monsieur Van Hees. Cela étant, vous procédez d'une école redoutablement efficace pour ceux qui connaissent un peu l'Histoire et notamment la capacité que vous aviez à travestir la réalité. D'ailleurs, il se trouve qu'à certains moment de l'Histoire, vous vous disputiez entre vous pour savoir qui était le plus fidèle à la révolution, ce qui vous a amenés parfois à ostraciser certains de vos congénères communistes mais cela, c'est une autre histoire.

 

Madame la présidente, je vais essayer de poursuivre malgré tout. J'imagine que ce qu'attendent les citoyens de nous, c'est de savoir ce qu'on fait pour eux et pas forcément de nourrir des polémiques qui n'ont strictement aucun sens.

 

02.68  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur Laaouej, je n'allais pas réagir mais quand vous dites des choses de cette manière-là, je ne peux m'en empêcher. Vous nous traitez de manipulateurs sur la question de la TVA mais moi, j'étais ici quand vous vous êtes opposé à mon collègue sur le fait que la mesure sur la TVA était une mauvaise idée. On peut vous sortir la vidéo et les rapports. Vous avez argumenté à ce sujet.

 

02.69  Ahmed Laaouej (PS): Ce qui vous gêne, c'est qu'on l'ait obtenue.

 

02.70  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur Laaouej, laissez-moi terminer! Votre secrétaire d'État à la relance était face à moi lors d'un débat télévisé. Il m'a dit que je voulais favoriser les riches et leur piscine avec la TVA à 6 % et aujourd'hui, tout cela a disparu et nous serions les manipulateurs?

 

Vous êtes quand même culotté, monsieur Laaouej, de nous traiter de la sorte, alors que vous dites A+B sans sourciller! C'est tout de même incroyable!

 

02.71  Ahmed Laaouej (PS): Madame la présidente, chacun aura remarqué que, depuis le début, le PTB attaque tantôt les Écolos tantôt le PS. Il est vrai que cela intéresse grandement ceux qui nous regardent…

 

Ce qui vous gêne, c'est que nous ayons baissé la TVA sur l'électricité à l'époque du gouvernement Di Rupo et que nous l'ayons baissée sur le gaz et l'électricité sous le gouvernement De Croo, et donc que nous ayons obtenu cette mesure. Vous vous cantonnez au blabla!

 

02.72  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Sous la précédente législature?

 

02.73  Ahmed Laaouej (PS): Non, sous le gouvernement Di Rupo.

 

Vous refusez de monter dans les gouvernements, vous restez dans le discours. Nous sommes dans l'action. Vous êtes dans la dénonciation, et rien de plus! Voilà ce qui vous gêne.

 

Plutôt que de concentrer votre énergie dans vos attaques contre nous, réjouissez-vous pour les gens des résultats que nous engrangeons! Mais ce qui vous intéresse, c'est la petite politique politicienne pour vous regarder dans le miroir. Je maintiens que vous êtes des manipulateurs. On peut reprendre l'intégralité du débat que nous avons eu ici: non seulement je disais qu'il fallait baisser la TVA, mais surtout qu'il fallait accompagner cette mesure d'un chèque-énergie pour donner plus aux petits revenus qu'aux hauts revenus, parce qu'en se contentant de réduire la TVA sur le gaz et l'électricité, on accorde plus à ceux-ci qu'à ceux-là. Nous avons ajouté un chèque-énergie. C'est ce qui vous embarrasse. Votre bilan, c'est zéro, tandis que nous, c'est du concret!

 

Je ne suis pas ici, madame la présidente, pour nourrir une polémique avec le PTB, puisque vous voyez que ce qui obsède ses membres, ce sont les vidéos. Fondamentalement, ce n'est pas ce qui m'intéresse.

 

Madame la présidente, je vais essayer de poursuivre malgré tout.

 

02.74  Sander Loones (N-VA): Mijnheer Laaouej, voor de factualiteit van dit debat, het is interessant om de plenaire vergadering 21 december 2021 eens te herbekijken.

 

02.75  Ahmed Laaouej (PS): Voilà une remarque intelligente, qui nous change de ce que je viens d'entendre du côté du PTB! Merci, monsieur Loones! Allons consulter les comptes rendus, cela ne me pose pas de problème. Je sais que vous avez un problème avec l'histoire en général, mais je ne savais pas que c'était aussi avec l'histoire proche.

 

Madame la présidente, je vais tenter de poursuivre mon exposé. Renforcer les soins de santé et les services publics, cela fait aussi partie du paquet pouvoir d'achat. C'est la raison pour laquelle l'ajustement budgétaire dont nous discutons aujourd'hui ne doit pas occulter le fait qu'une des premières mesures prises par le gouvernement était un refinancement structurel des soins de santé, il importe de le rappeler. Comme l'ont fait nos collègues du groupe Ecolo, je souhaite aussi rappeler nos priorités pour les mois à venir. Il nous faut continuer à investir dans les services publics, contrairement aux recettes qui nous sont données par certains qui voudraient commettre les mêmes erreurs que celles qu'ils ont été imposées au pays par le passé.

 

Pour le reste, je veux engager ici une discussion avec certains collègues qui faisaient partie de l'ancien gouvernement. Vous expliquez que, pour pouvoir relever le défi de la relance économique, il faut reprendre les recettes du passé. Monsieur Loones, je m'adresse à vous directement: vous avez fait un tax shift de 9 milliards d'euros, avec à peu près 6 milliards de réductions de cotisations sociales et des réductions d'impôts sur les revenus. Je rappelle que, pour financer la baisse des impôts sur les revenus, vous avez augmenté les impôts sur la consommation, les accises dont on parle tant. Vous avez aussi augmenté la TVA sur l'électricité. Et, d'un autre côté, vous n'avez pas financé votre tax shift. Une grande partie de nos problèmes en découlent. La Banque nationale l'affirme: pour plus de 6 milliards d'euros, votre tax shift n'était pas financé.

 

En outre, vos réductions de cotisations sociales n'ont pas créé les emplois que vous pensiez pouvoir, par je ne sais quelle magie, créer. Tels étaient d'ailleurs les constats tant de la Banque nationale que de l'Université de Gand ou de la KU Leuven.

 

Ce que je souhaite dire, à travers ce petit rappel, c'est que, si on veut soutenir la relance ou aboutir à une relance, il faut simplement se rappeler qu'une économie marche sur deux jambes. Bien sûr, toutes les entreprises ne sont pas logées à la même enseigne. C'est la raison pour laquelle la rhétorique des moyennes de la FEB n'a strictement aucun sens. Nous savons qu'avant la crise covid, il y a eu des bénéfices en augmentation dans la plupart des secteurs. Nous savons qu'après la crise covid, il a été observé que certaines entreprises, certains secteurs s'en sortaient mieux que d'autres. C'est la raison pour laquelle il ne faut pas avoir des politiques homogènes mais des politiques qui soient ciblées et qui permettent d'être efficace.

 

Il faut donc très certainement mettre à contribution celles qui ont des marges et soutenir celles qui, au contraire, éprouvent des difficultés comme, par exemple, les petites et moyennes entreprises. Et, d'un autre côté, ce serait une erreur historique d'exercer de la pression sur le salaire à travers ces inepties, venant du banc patronal, d'un nouveau saut d'index ou d'une non-indexation automatique. De la même manière, il serait, me semble-t-il, utile de repenser la question salariale pour faire en sorte qu'on puisse là aussi redonner de l'oxygène à nos ménages. C'est en tout cas ce que nous disons au niveau du groupe PS et heureusement, nous sommes suivis par d'autres. Ce serait effectivement une composante de la relance de l'économie.

 

Le triptyque serait incomplet si on n'y ajoutait pas la nécessité d'avoir une politique d'investissement publique qui, là aussi, permette de soutenir la croissance. On sait à quel point les effets retours des investissements publics, surtout lorsqu'ils permettent de la haute valeur ajoutée mais également une amélioration globale de la qualité de nos infrastructures et de notre tissu économique, sont bénéfiques pour l'économie. Dès lors, – c'est d'ailleurs le message que nous délivrent les économistes –, il n'y a pas de raison d'opposer le soutien à l'offre de manière ciblée, le soutien aux entreprises qui en ont besoin et, d'un autre côté, le soutien aux ménages au niveau salarial, au niveau de la fiscalité, au niveau des soins de santé et au niveau des services publics.

 

Un autre élément me semble également important. Nous savons que là, le combat est extrêmement difficile, puisque c'est un combat que nous menons au gouvernement et au Parlement. Nous savons que certains points de vue doivent encore être rapprochés, parce que de fait, certaines postures idéologiques empêchent un débat qui soit rationnel.

 

Il y a une impérieuse nécessité de refinancer notre État. On ne s'en sortira pas si on ne réfléchit pas à l'élargissement de nos assiettes fiscales. Vous connaissez notre credo. Pendant un très grand nombre d'années, il y a eu un certain nombre de béances dans notre système fiscal, qui d'ailleurs nous caractérisent négativement au niveau européen. Certains revenus tirés de la spéculation ne contribuent à rien.

 

D'un autre côté, il y a de vrais défis en matière de lutte contre la fraude fiscale et la criminalité financière. Des patrimoines financiers qui ont été engrangés de manière exponentielle, précisément du fait de l'absence de fiscalité sur les plus-values financières, pourraient utilement, là aussi, être mis à contribution.

 

C'est ce que nous préconisons: avoir une vraie réforme fiscale qui permette de venir en soutien aux bas et moyens revenus, tout en consolidant nos finances publiques par une mise à contribution de certains revenus tirés de la spéculation et des grands patrimoines financiers, en même temps qu'on lutterait plus efficacement contre la criminalité financière. Je vous remercie, chers collègues, madame la présidente.

 

02.76  Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de staatssecretaris, ik hoop dat u goed hebt geluisterd naar het antwoord van de heer Laaouej op mijn vraag over de doelstelling waarop wij u mogen afrekenen in 2024, namelijk het tekort van 3 %. De heer Laaouej sprak daarop over des spéculations de l'un ou de l'autre. Zo benoemde hij die doelstelling.

 

Mijnheer Laaouej, er moet inderdaad een fiscale hervorming komen, maar u spreekt niet over de hervormingen van uw eigen ministers. Het toeval wil dat de staatssecretaris recent twee interessante interviews heeft gegeven, in Het Laatste Nieuws en vorig weekend in L'Echo, waarin zij telkens van leer trekt tegen uw ministers. In Het Laatste Nieuws zei zij dat zij ministers Lalieux en Dermagne graag eens door elkaar zou schudden en in L'Echo zei zij over minister Dermagne het volgende: "Faire des grandes déclarations et des promesses, cela ne suffit pas." Over minister Lalieux zei zij het volgende: "Il faut que la soutenabilité du système soit une préoccupation, comme le prévoit l'accord de gouvernement, et à ce niveau-là, je ne vois rien du tout."

 

Hebt u die artikels gelezen, mijnheer Laaouej, en moet er, wat minister Dermagne betreft, een vervolg komen op de arbeidsdeal? Moet er verder worden hervormd inzake de arbeidsmarkt? Wat minister Lalieux betreft, wanneer moet de pensioenhervorming voor de PS in het Parlement komen, want ook wat dat betreft, hebben wij nog helemaal niets gezien?

 

02.77  Sander Loones (N-VA): Ik zou kunnen zeggen dat ik dit doe omwille van de factuele juistheid van het debat, maar eigenlijk moet ik elke keer opnieuw de leugen weerleggen. Elk begrotingsdebat is hetzelfde. Er wordt altijd gesteld dat de taxshift een groot budgettair gat heeft geslagen. Dat is factueel onjuist.

 

Ten eerste, de vorige regering vond het verstandig om belastingen te verlagen. In dit land, een land dat kampioen is in belastingdruk, zou men kunnen argumenteren dat dit misschien wel een verstandig idee was. Belastingen verlagen was een keuze die wij heel bewust hebben gemaakt. Wie heeft daarvan geprofiteerd? De mensen die werken en zeker de mensen met lage lonen en de middeninkomens. Talrijke studies bevestigen dat vooral hun koopkracht is gestegen.

 

Ten tweede, een aantal jaren nadat de maatregel werd genomen, werd er een studie gemaakt door de Nationale Bank, die ik hier bij heb. Die studie zegt dat de rekening van de taxshift klopt, weliswaar in 2021. Dat was natuurlijk ook de ambitie, om een structureel traject in te zetten en een ommekeer in de fiscaliteit te bekomen. Intussen klopt de rekening omdat er door die taxshift meer mensen aan de slag zijn gegaan, waardoor minder mensen een uitkering moeten krijgen. Meer mensen zijn aan de slag gegaan, waardoor er fiscale capaciteit wordt opgebouwd.

 

U kunt het niet met mij eens zijn, maar dan zegt u de facto dat de Nationale Bank bestaat uit prutsers, want ik doe niet meer dan citeren uit hun verslagen die ik hier voor mij heb.

 

02.78  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur Loones, vous n'avez pas réduit les impôts. Vous avez réduit l'impôt sur les revenus et vous avez augmenté les impôts sur la consommation.

 

02.79  Sander Loones (N-VA): (…)

 

02.80  Ahmed Laaouej (PS): Vous avez compensé. Vous avez baissé l'impôt sur les revenus et vous avez augmenté les impôts sur la consommation. Vous avez remplacé un impôt progressif par un impôt anti-redistributif. Donc, en matière de justice fiscale, vous méritez un zéro pointé.

 

Par ailleurs, vous dites que vous avez réduit les cotisations sociales et vous semblez prétendre que réduire celles-ci, c'est réduire les impôts. À ce sujet, nous aurons une divergence qui ne se résorbera jamais. Selon nous, les cotisations sociales, ce n'est pas un impôt, c'est une partie du contrat de travail qui est un contrat d'échange entre un travail fourni, d'une part, et un salaire et des protections sociales, d'autre part, ce que financent précisément les cotisations sociales. Quand vous réduisez celles-ci, vous touchez au financement de la sécurité sociale. Et ce faisant, vous touchez aux travailleurs, soit immédiatement à travers un définancement de leurs soins de santé, soit à un moment plus éloigné dans le temps, lorsqu'ils auront leur pension, voire quand ils perdent leur travail à travers leur assurance chômage. Donc, vous ne nous aurez pas en essayant de nous faire croire que réduire les cotisations sociales, c'est une réduction d'impôt. Ce n'est pas la même chose! Il ne faut pas dire qu'on a réduit les impôts.

 

Pour le reste, je vous renvoie aux rapports de la Banque nationale qui ont été produits au moment où vous avez adopté votre mesure en faisant croire que celle-ci était neutre budgétairement. Par la suite, vous avez dû admettre qu'en réalité, vous comptiez sur les effets retours. La Banque nationale l'a dit à au moins deux reprises. C'est également le cas de professeurs d'université. De plus, sur la période de la législature, le ratio entre le coût budgétaire et le nombre d'emplois créés a également été identifié, encore une fois par des observateurs neutres, en l'occurrence par des universitaires, comme étant peu impressionnant, voire pas efficace.

 

Si vous voulez réécrire l'histoire – apparemment, le PTB fait des émules –, cela relève de votre liberté. Mais pour ce qui me concerne, je m'en tiens à ces sources officielles. Dans les prémisses que vous utilisez, vous dites qu'en fait, le tax shift n'a pas creusé le déficit puisque vous avez laissé un léger boni en quittant le gouvernement.

 

La question est de savoir quel aurait été le boni si vous aviez financé votre tax shift. C'est la question qu'il faut poser car, au moment où vous quittez le gouvernement, il n'y a pas le covid. Il n'y a pas la guerre en Ukraine et il n'y a pas toute une série de facteurs extérieurs, notamment la poussée inflatoire.

 

Donc, clairement, il ne faut pas faire du diachronisme, monsieur Loones. Il ne s'agit pas de dire: "La preuve que le tax shift a été efficace budgétairement, c'est qu'on a laissé des comptes à l'équilibre." La question est de savoir quels auraient été les comptes si le tax shift avait été mieux financé et si vous n'aviez pas fait toute une série d'erreurs tragiques pour nos finances publiques – je rappelle que vous aviez le portefeuille des Finances à l'époque –, notamment sur certains choix de régimes fiscaux ou une réforme de l'impôt des sociétés que tout le monde considère aujourd'hui comme n'étant pas financée correctement. Cela signifie qu'avec la réduction du taux de l'ISOC à 25 %, pour laquelle vous prétendiez venir avec un financement que la Cour des comptes, elle-même, avait identifié comme boiteux, vous avez, là aussi, du fait de ce que vous nous avez présenté comme chiffres, contribué, peut-être pas à un creusement du déficit au moment où vous avez quitté, mais en tout cas à une réduction du boni que nous aurions pu espérer et qui nous aurait été bien utile pour faire face aux crises sanitaire, financière et économique que nous subissons aujourd'hui.

 

02.81  Sander Loones (N-VA): Ten eerste vind ik het opmerkelijk dat u een verlaging van de belasting op de kmo's, wat de taxshift de facto was, een tragedie noemt. Dat is bijzonder, want we hebben hard gevochten voor een lagere vennootschapsbelasting, in het bijzonder en in een eerste fase voor de kmo's.

 

Ten tweede spreekt u in het algemeen over de taxshift van de vorige regering alsof dat het grootste drama ooit was. U hebt in dit Parlement echter nog geen actie ondernomen om die taxshift terug te draaien. Die is dan toch niet zo erg, want anders had u ongetwijfeld parlementaire initiatieven genomen om de belastingdruk op de kmo's weer te doen stijgen en om de extra koopkracht die ze via de taxshift hadden verkregen opnieuw uit de zakken van de mensen te halen.

 

We hebben daarnet al gedebatteerd over de financierbaarheid. Ik verwijs nogmaals naar de Nationale Bank van België, die zegt dat het wel gefinancierd was. Ook toen wij de regering hebben verlaten, hebben we niet alleen gedacht aan het tekort van 0,8 % op dat ogenblik, maar ook de toekomst voorbereid. De jobsdeal lag immers klaar, er kon over gestemd worden. De budgettaire impact zou een aantal miljarden bedragen. Mijn partij, met toenmalig parlementslid Jan Spooren, heeft zelfs een aanvulling op de jobsdeal helemaal uitgewerkt. Het wetgevende werk ligt klaar en is in de verschillende commissies van dit Parlement ingediend. De budgettaire impact ervan zou volgens de berekeningen van de financiële experts bijna 5 miljard euro bedragen. Dat zou een reële maatregel zijn om een tewerkstellingsgraad van 80 % te halen, die u beweert te zullen halen, terwijl het Planbureau becijfert dat die 72,3 % zal bedragen in 2027. U geraakt dus nooit aan 80 % in 2030.

 

Onze taxshift in de vorige regering heeft voor meer dan 200.000 extra jobs gezorgd. Hij was wel degelijk gefinancierd en heeft ervoor gezorgd dat de koopkracht van de mensen gestegen is en dat de belastingdruk, ook op de kmo's, fenomenaal is gedaald.

 

De minister van Financiën heeft een mooi initiatief genomen, namelijk de verlaging van de Bijzondere Bijdrage Sociale Zekerheid. Ik wens de minister bijzonder veel succes toe om dat plan voort te zetten. Ik lees in L'Echo vandaag dat dit uw focus zal worden bij de budgettaire discussies dit najaar. Als dat niet klopt, heeft de MR opnieuw verkeerde informatie verspreid. Ik wens u daarmee in elk geval veel succes, omdat het in lijn ligt met wat we in de vorige legislatuur hebben gedaan. We hebben ervoor gezorgd dat de koopkracht terechtkomt bij de mensen die werken. Op dat vlak steunen we u dus volledig.

 

02.82  Wouter Vermeersch (VB): Monsieur Laaouej, u hebt niet op mijn vragen geantwoord. Ik zal ze daarom kort herhalen. U hebt het terecht over de fiscale hervorming gehad in uw tussenkomst. U zweeg echter in alle talen over de belangrijke hervormingen door uw eigen ministers. De staatssecretaris heeft verschillende interviews gegeven waarin ze uithaalde naar uw ministers Lalieux en Dermagne.

 

Hebt u die artikels gelezen? Hoe reageert u daarop? Moet er wat minister Dermagne betreft een vervolg komen op de arbeidsdeal voor de PS? Wanneer moet de pensioenhervorming hier voor de PS passeren in het parlement?

 

02.83  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur Loones, si je m'en prends un peu à vous, c'est parce que je n'ai pas apprécié votre manque d'humilité à la tribune, quand vous avez comparé le gouvernement à un cirque et utilisé le mot "clown". C'est la raison pour laquelle je vous renvoie à votre propre passé récent. Je parle de choix dramatiques qui ont été faits, avec des conséquences qui sont encore énormes aujourd'hui. La première mesure qui avait été prise par votre ministre des Finances était le privilège fiscal pour les diamantaires. Quel mauvais signal! Ensuite, vous avez entrepris une réforme ahurissante des commissions secrètes, qui étaient une arme dissuasive fatale pour lutter contre certains mécanismes, particulièrement graves, de fraude avec de l'argent qui quitte certaines entités économiques pour on ne sait où. À cause de cette réforme, cet instrument n'est plus dissuasif.

 

Vous nous avez présenté une réforme de l'impôt des sociétés avec un volant budgétaire de 5 milliards d'euros en prétendant qu'elle était financée, alors que ce n'était pas vrai parce que les taux low des intérêts notionnels qui étaient censés compenser le coût budgétaire de la baisse des taux pouvaient diminuer. Vous ne nous avez pas écoutés, même si l'impact budgétaire pouvait être colossal. Il s'agissait de très mauvais choix!

 

Je ne suis pas contre une réforme fiscale pour les sociétés, loin s'en faut. Je trouve qu'il faut faire plus pour les PME. Mais nous avons une responsabilité s'agissant des finances publiques. Quand on ne compense pas certaines réductions d'impôt, cela crée une pression immédiate sur la sécurité sociale ou les soins de santé, mais cela ne vous inquiète pas trop, apparemment. Voilà les choix tragiques dont je parlais. Nous sommes favorables à une réforme fiscale, mais il faut réfléchir à la manière de l'entreprendre, de la compenser, avec quelle temporalité, à qui perd et qui gagne.

 

Pour le reste, je pense que des réductions linéaires non ciblées sont surtout des effets d'aubaine. J'ai oublié de mentionner le saut d'index que vous et votre groupe aviez justifié à la tribune en disant que c'était la panacée, que c'était ce qu'il fallait faire pour rendre nos entreprises plus compétitives. Il a été démontré qu'à la baisse de la masse salariale correspondait une augmentation des bénéfices et des dividendes. Voilà le résultat de votre politique! C'est la raison pour laquelle la question de la justice salariale, fiscale, sociale doit aussi pouvoir s'entendre sur une temporalité qui dépasse une législature et certains cycles qui sont impactés par des chocs économiques exogènes.

 

Par exemple, face aux 26 milliards de déficit auxquels nous sommes confrontés, en quoi est-il scandaleux de demander un effort à ceux qui, au cours des dix dernières années, ont vu leurs bénéfices et dividendes augmenter et qui ont engrangé des plus-values? Nous ne pouvons pas nous retrouver là-dessus? Voilà tout ce que je vous dis. Il ne s'agit pas de relayer systématiquement les lubies de certains intérêts économiques qui veulent encore s'en prendre à la grande masse des travailleurs, en touchant à l'indexation automatique ou en prônant des politiques d'austérité en matière de soins de santé. C'est là, monsieur Loones, que nous divergeons fondamentalement.

 

Si je vous ai interpellé, c'est parce que je trouve que votre attitude était inacceptable quant au respect dû au gouvernement. On peut ne pas être d'accord – et beaucoup ici ne le sont pas –, mais il y a un minimum de respect à manifester dans le débat démocratique.

 

02.84  Sander Loones (N-VA): Mijnheer Laaouej, ik denk dat u niet goed naar mijn uiteenzetting hebt geluisterd, maar u moet die later maar eens herbeluisteren.

 

Ik wil nu twee punten maken. Ik ben enigszins jaloers op u vanwege al de commentaren die u kunt geven op Johan Van Overtveldt. Dat u het niet eens bent met de heer Van Overtveldt kan ik mij perfect inbeelden. Dat een socialist het niet eens is met het beleid dat wij gevoerd hebben, daar val ik niet van achterover. Ik ben jaloers dat u al die punten van kritiek kunt geven, want die bewijzen wat wij effectief gerealiseerd hebben op het domein, wat wij allemaal hebben veranderd, hoe wij de belastingen hebben verlaagd, hoe wij de koopkracht van de mensen hebben aangepakt, hoe wij de begroting terug hebben gebracht. Op al die maatregelen kunt u kritiek geven, want u bent socialist en wij niet. U kunt echter maar kritiek geven omdat wij dat allemaal hebben verwezenlijkt.

 

Ik ben jaloers, want ik zou graag ook commentaar kunnen geven op uw ministers. Ik wil graag commentaar kunnen geven op de arbeidsmarkthervorming of op de pensioenhervorming, maar wij kunnen dat niet, want die hervormingen komen er maar niet. Minister Lalieux had in september 2021 haar pensioenhervorming al moeten voorstellen, zodat we daarvan in de nu voorliggende begrotingscontrole al een begin van budgettaire impact hadden kunnen merken. Ik kan echter geen commentaar geven op de PS-plannen, want u komt met geen enkele hervorming. Het enige wat u doet, is tijdelijke maatregelen nemen met extra uitgaven, waardoor de begroting gigantisch wordt bezwaard, nu al met een tekort van 20,7 miljard euro. De koopkracht van de mensen is ondertussen niet structureel verbeterd. De koopkracht is maar tijdelijk aangepakt, terwijl de mensen echt verlangen en hopen dat de regering opstaat. De minister van Werk en de minister van Pensioenen moeten niet alleen garanderen dat de mensen het vandaag hopelijk een beetje beter hebben, maar ook morgen. Intussen moet de begroting structureel op orde staan. Op dat vlak komen er echter geen voorstellen.

 

Zelfs dat verwijt ik u niet, want ik begrijp dat u geen hervormingen wil doorvoeren. Wij willen dat echter wel. Dat is het fundamentele probleem. Om die reden zei ik in mijn uiteenzetting daarstraks dat zolang wij in het Belgisch carcan zitten, het altijd middelmatig zal zijn. Mijnheer Laaouej, als u in uw eigen regio doet en laat wat u wil, dan hebben wij daar absoluut geen probleem mee. Doe dat gerust, maar laat ons eindelijk ook de hervormingen doorvoeren die wij willen. Als uw minister van Werk niet wil hervormen, dan stel ik voor dat hij zijn bevoegdheden aan de Vlaamse minister van Werk geeft. Als uw minister van Pensioenen niet eindelijk eens plannen voorlegt die mensen geruststellen dat de pensioenen sociaal, zeker en gegarandeerd zijn, dan stel ik voor dat zij haar bevoegdheden aan ons geeft. De mensen zitten immers op die zekerheid te wachten, maar die geeft u niet.

 

U houdt de mensen gewoon aan het lijntje met kortetermijnmaatregelen, waarmee u in noodsituaties mensen te hulp schiet. We hebben er geen probleem mee dat dit gebeurt, maar we hebben er wel een fundamenteel probleem mee dat u geen minuut aandacht besteedt aan de structurele maatregelen die de mensen nodig hebben.

 

Ik zou zeer graag commentaar geven op uw beleid, mijnheer Laaouej, maar het is onbestaande.

 

02.85  Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer Laaouej, ik hoorde u afsluiten met het woord respect. Ik stel echter vast dat u zich niet tot mij richt in een democratisch debat. U brengt dus zelfs niet het respect op om te antwoorden op onze legitieme vragen over het beleid. U bent trouwens ook de persoon die brullend uit de commissie is gelopen toen een amendement van mij en Vlaams Belang werd goedgekeurd met instemming van de minister van Financiën. Van u hoeven we dus geen lessen inzake respect krijgen.

 

02.86  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur Loones, je vous ai connu avec un niveau d'intervention un peu plus élevé. À un moment donné, il faut juste un peu se calmer et revenir à la rationalité, ne pas faire de procès d'intention et éviter les slogans. C'est tout ce que je vous propose. La réforme des pensions, sujet difficile s'il en est, se discute au sein du gouvernement. Vous pouvez par ailleurs interpeller et interroger la ministre des Pensions qui vous l'expliquera en commission ou en plénière. Vous avez tout loisir d'interroger le gouvernement. Mais certaines discussions se font au gouvernement et, pour le reste, chacun fait connaître ses positions. Il y a des divergences dans un gouvernement avec des sensibilités différentes. Ce n'est pas un secret.

 

Pour le reste, vous dites que nous dépensons l'argent avec des mesures temporaires. Mais quel mépris pour les gens qui avaient besoin de ce soutien public! Le gouverneur de la Banque nationale lui-même a dit qu'il était nécessaire de le faire. Que ce soit le soutien aux entreprises, aux PME, avec des primes corona dans les Régions, mais également du soutien en matière de facilités de trésorerie pour les cotisations sociales, pour la TVA, pour le précompte professionnel, nous l'avons fait. Dites-vous que nous avons pris des mesures temporaires, des choses qui ne servent à rien? Le soutien au pouvoir d'achat des gens, le chèque mazout que l'on va peut-être voter encore aujourd'hui ou demain? Le chèque-énergie, la baisse de la TVA? Est-ce tout cela qui n'est pas important car pas structurel?

 

Mais nous sommes face à une crise de la vie chère et du pouvoir d'achat qui est colossale! Des gens sont en souffrance, monsieur Loones. Est-ce cela, le discours de la N-VA, dire que tout cela n'a pas d'importance et que ce que l'on veut, ce sont des réformes structurelles? Bien évidemment, tout le monde veut des réformes structurelles, pour autant qu'elles soient justes socialement, qu'elles ne permettent pas à certains d'engranger davantage de bénéfices en laissant les autres au bord de la route. Pour autant qu'elles soient efficaces, ce que n'a pas été votre tax shift avec vos réductions linéaires. Nous voulons de la relance, des réformes structurelles, mais pas à votre sauce. Pas en servant les intérêts économiques des plus puissants, qui se fichent de ceux qui, dans notre pays, sont au bord du chemin. C'est cela, la différence entre vous et nous. Ce ne sont pas juste des réformes structurelles. Il s'agit de réformes structurelles qui soient justes. C'est cela, la différence entre vous et nous, monsieur Loones.

 

02.87  Sander Loones (N-VA): Mijnheer Laaouej, wind u niet op. Praat toch niet in slogans, houd het respectvol. U hoeft mijn woorden oprecht niet te verdraaien.

 

Ik heb vanmiddag intussen al drie keer gezegd dat tijdelijke tussenkomsten absoluut noodzakelijk zijn en dat het probleem niet zit in die tijdelijke tussenkomsten, maar in het feit dat die niet gecompenseerd worden door structurele maatregelen. Zo kan er nochtans voor gezorgd worden dat die gefinancierd kunnen worden, niet alleen vandaag maar ook morgen en overmorgen. Zo kan onze sociale zekerheid ook sociaal en zeker blijven. In slogans spreken is dus absoluut niet nodig.

 

Mais si je devais vous répondre: quel mépris pour tous ces gens qui bossent et paient leurs taxes! Quel mépris!

 

Alleen financiële steun geven aan de mensen die het nodig hebben, waar is dan het respect voor de mensen die uw facturen moeten betalen? Waar is uw respect voor de mensen die dag in, dag uit vroeg opstaan, uit werken gaan, hun best doen en misschien zelfs inzien dat het voordeliger zou zijn om niet meer te gaan werken en een uitkering te pakken, maar die dat niet doen omdat ze nuttig willen zijn en hun toekomst willen vormgeven? Quel mépris! Het zijn wel zij die uw facturen moeten betalen!

 

Nogmaals, mijnheer Laaouej, als u dat beleid voorstaat, dan heb ik daar geen probleem mee zolang u het in uw eigen regio doet. Laat ons onze eigen keuzes maken en de zaken op onze manier financieren. Even goede vrienden!

 

(Applaus)

 

02.88  Marco Van Hees (PVDA-PTB): Madame la présidente, je voudrais réagir aux propos tenus par M. Laaouej, qui répondait à M. Loones que ce gouvernement avait fait plein de choses en faveur du pouvoir d'achat des gens. Certaines mesures ont été prises, certes, mais on est loin, loin s'en faut, de ce qui leur est nécessaire. Si on prend la question du carburant, les gens qui vont travailler paient des sommes folles. Le prix du carburant s'élève à 2,18 euros aujourd'hui! Qu'avez-vous fait? Il a fallu cinq mois pour que ce gouvernement prenne une mesure sur le carburant, laquelle était déjà dépassée cinq jours plus tard en raison de la hausse du prix du carburant. Et depuis lors, vous ne faites rien! Vous laissez le prix du carburant poursuivre sa hausse. Les gens doivent payer finalement pour aller travailler. Les gens ne s'en sortent pas. Et que faites-vous? Ce gouvernement ne fait rien!

 

Au niveau des salaires, n'en parlons pas puisque c'est un ministre socialiste qui a signé l'arrêté de blocage des salaires, dans le cadre de la loi de 1996, qui était d'ailleurs déjà l'œuvre d'Élio Di Rupo. Et que dit-on? Que c'était pour la compétitivité! L'analyse des chiffres nous indique que l'évolution des salaires en Belgique est de 4 % inférieure à celle des trois pays voisins. En fait, cette loi a baissé les salaires et continue à le faire. Et c'est un ministre socialiste qui le fait! Vous parlez souvent de l'indexation des salaires, mais même à ce niveau, le carburant n'est pas repris parmi les produits composant l'indice et on se rend compte que les salaires réels sur les deux dernières années ont diminué de 2 %.

 

Voilà, la situation est catastrophique! Et ce gouvernement prend des mini mesures, trop tardives, temporaires et totalement insuffisantes. Aussi, ne venez pas dire que ce gouvernement a sauvé la vie des gens et leur pouvoir d'achat. La situation est catastrophique.

 

02.89  Ahmed Laaouej (PS): Je l'ai déjà dit, mais qu'avez-vous apporté? Qu'avez-vous fait concrètement pour améliorer le quotidien des personnes? Rien! Nada! Vous n'avez aucun bilan. Vous ne faites que dénoncer et vous regardez dans le miroir. On dénonce, on dénonce, mais il n'y a rien de concret. De notre côté, nous n'obtenons pas tout ce que nous voulons, mais nous nous battons! Nous allons au gouvernement. Y a-t-il encore des choses à faire? Certainement. Nous avons obtenu le tarif social élargi, tant mieux. Nous l'avons obtenu, pas vous! Nous, socialistes, avons obtenu une baisse de la TVA sur le gaz et l'électricité. Pas vous, le PTB! Nous, le PS, avons obtenu un chèque énergie. Pas vous! Maintenant, nous avons obtenu un chèque mazout de 200 euros. Nous avons refinancé la sécurité sociale. Tout cela, ce n'est pas vous, ce n'est pas le PTB, c'est nous!

 

Nous n'avons strictement aucune leçon à recevoir du PTB. Au lieu de passer votre temps à attaquer les partis de gauche, réjouissez-vous des acquis que nous obtenons. Nous ne vous entendons jamais. Continuez à vous battre pour ce que vous souhaitez et continuez à soutenir les actions positives quand elles sont socialement justes, plutôt que de continuer à attaquer la gauche. Non seulement vous ne servez à rien, mais en plus, vous passez votre temps à critiquer. Il faut arrêter. Vous n'allez quand même pas continuer comme cela encore pendant vingt ans. Vous n'apportez rien. Vous ne servez à rien. Il est bien là le problème.

 

Pour le reste, je veux bien continuer à dialoguer avec le PTB, mais on pourrait aussi peut-être le faire sur un plateau de télévision à mon avis. Il y aura peut-être là un peu d'audimat, mais ici objectivement, vous êtes dans la polémique stérile. On n'obtient pas tout ce que l'on veut. On est les premiers à le reconnaître. Il y a un problème sur le carburant et on veut le blocage des prix, alors on se bat. Ce n'est pas facile parce qu'on est certainement, peut-être avec d'autres, les seuls à le demander. Mais on continue à se battre. Concernant les accises, cela ne sert à rien de baisser les impôts proportionnellement si les prix continuent à augmenter. Il faut donc faire les deux en même temps: baisser les accises et bloquer les prix. C'est ce que nous voulons, aux côtés d'une série d'autres mesures dont un vrai tarif social énergie pour les classes moyennes aussi. C'est tout ceci que l'on met sur la table, mais c'est plus facile de faire du blabla que d'aller se battre dans un gouvernement.

 

Madame la présidente, je propose quand même d'arrêter à un moment donné, sinon on en aura pour des heures et des heures

 

02.90  Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Monsieur Laaouej, vous partez? Non.

 

Je n'avais pas prévu d'intervenir, mais je vous le dis sérieusement et calmement: dans ce Parlement, je distingue encore la droite et votre parti. Cela dit, vous faites preuve de mépris et de malhonnêteté intellectuelle comme homme de gauche en refusant de voir que la lutte des classes est telle dans ce pays que nous avons assisté, avant-hier, à la présence de plus de 80 000 personnes…

 

02.91  Ahmed Laaouej (PS): Les syndicats…

 

02.92  Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Je termine, s'il vous plaît!

 

La présidente: Vous aviez promis de vous exprimer calmement…

 

02.93  Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Reconnaissez que les réactions sont quand même un peu fort de café! Je vais terminer en prenant mon temps, parce que c'est mon droit de parlementaire.

 

Donc, il y avait 80 000 personnes avant-hier dans les rues. Bien évidemment, nous sommes les premiers à critiquer la droite. Toutefois, quand votre parti s'est engagé à prendre ses responsabilités – puisque vous dites que nous restons au balcon –, vous aviez promis, pas au PTB – puisque vous n'en avez rien à faire –, mais à vos électeurs, monsieur Laaouej, que si vous entriez au gouvernement, vous alliez garantir la liberté des délégations syndicales de pouvoir demander des augmentations salariales. Vous avez trahi, non le PTB, mais la classe travailleuse qui souffre aujourd'hui!

 

En tant qu'homme de gauche, vous dites à chaque fois "c'est nous qui l'avons fait". Vous connaissez votre histoire sociale mieux que moi. Vous avez été plus longtemps que moi à l'école mais j'ai l'impression qu'on vous a déformé au lieu de vous former. C'est la lutte sociale qui met le poids sur la social-démocratie. Et modestement et fièrement, le PTB vous met aussi les coups de pied pour que vous tiriez plus à gauche! C'est pour cela que, de temps en temps, vous faits une petite avancée.

 

02.94  Ahmed Laaouej (PS): Il est terrible de voir la chef de groupe du PTB applaudir les insultes portées par un membre du Parlement à l'égard d'un autre membre du Parlement, le traitant d'intellectuellement malhonnête…

 

(…): (…)

 

02.95  Ahmed Laaouej (PS): Ce qui me heurte le plus est de voir la chef de groupe du PTB applaudir suite à l'intervention de sa députée qui m'accuse de malhonnêteté intellectuelle et d'avoir été déformé à l'école voire me reproche d'avoir été à l'école.

 

La misère sociale, je ne l'ai pas apprise dans les livres. Je viens d'une famille de six gosses dont le père travaillait dans les charbonnages. On dormait à trois dans un grenier avec mes frères, et mes trois sœurs dormaient dans une autre chambre. Ma mère attendait les allocations familiales pour pouvoir aller faire les courses. Quand on ne pouvait pas aller chez le médecin, on reportait les soins. Je n'avais pas une garde-robe indéfinie, on vivait avec quelques vêtements. Quand il n'y avait pas de lait ou de farine, on allait demander au voisin. Et vous venez me donner des leçons en disant qu'on trahit la classe ouvrière?

 

C'est indécent et inacceptable! Arrêtez d'attaquer les autres partis de gauche! Arrêtez de personnaliser le débat comme vous le faites! C'est indigne! Pour le reste, ce n'est pas nous qui avons modifié la loi de 1996. C'est le précédent gouvernement. On continue à se battre et à mettre le dossier sur la table du gouvernement. On n'y arrive pas parce que le rapport de force n'est pas en notre faveur au sein du gouvernement. On est content d'avoir le soutien des organisations de travailleurs. On va continuer le combat. Arrêtez de personnaliser le débat!

 

Imaginer un seul instant qu'il y ait un seul socialiste qui, dans ce Parlement, peut se réjouir de la misère sociale qui s'installe dans notre pays, c'est faire insulte à la gauche. C'est faire insulte au combat collectif. Arrêtez et soyez maintenant du côté de celles et ceux qui veulent continuer à faire avancer les choses plutôt que de diviser la gauche et le camp des travailleurs!

 

02.96  Sander Loones (N-VA): Ik heb nog een technische vraag. Ik vind het boeiend het vuur te zien bij Parlementsleden, maar ik wil een technische vraag stellen aan Ahmed, omdat het over een PS-minister gaat, namelijk minister Dermagne. Vanochtend was er een vergadering van de commissie voor Economie, waar onder andere de stookoliecheque aan bod is gekomen.

 

Ik veronderstel echter dat de minister ook wel op mijn vraag zal kunnen antwoorden. Het bedrag van de stookoliecheque wordt door de regering opgetrokken van 200 tot 225 euro. De minister gaf aan dat dit nog via een amendement zou worden meegenomen in deze begrotingscontrole. Ik wil even verifiëren of dat inderdaad zo is, zodat wij weten wat hier straks ter stemming voorligt.

 

02.97 Minister Vincent Van Peteghem: Mijnheer Loones, ik ben niet bevoegd in dezen, maar wij hebben inderdaad dit weekend de beslissing genomen het bedrag van de stookoliecheque te verhogen van 200 tot 225 euro. Als dat vanmorgen in de commissie door de minister is aangekondigd, ga ik ervan uit dat hij daar ook de nodige stappen zal zetten om dat vanmiddag of morgen te regelen.

 

02.98  Sander Loones (N-VA): Het is een oprecht technische vraag, hoor. Ik heb het namelijk nog nooit meegemaakt dat een amendement op de begroting het heeft gehaald in de plenaire vergadering.

 

Welke impact heeft dit precies op het legistieke traject? Er is natuurlijk een verschil tussen reglementaire teksten en begrotingsteksten. Soms kan er echter geen eindstemming plaatsvinden over het document in zijn geheel omdat er een amendement is goedgekeurd in de plenaire vergadering. De juristen zouden moeten uitpluizen of dat ook geldt in het kader van begrotingsgesprekken. Als dat het geval zou zijn, willen wij dat weten.

 

02.99  Patrick Prévot (PS): Madame la présidente, je suis signataire de ce fameux amendement. Nous avons discuté ce matin de ce fameux chèque mazout qui passe effectivement de 200 à 225 euros. Deux amendements ont été déposés et votés ce matin en commission. L'ensemble des partis, dont la N-VA – que je remercie –, a accepté de ne pas demander la seconde lecture. Le texte viendra donc demain en séance plénière et un rapport oral sera fait par mes soins.

 

02.100  Sander Loones (N-VA): Ik begrijp dus goed dat het geen amendement op de begroting is, maar een aparte tekst die ter stemming wordt voorgelegd? Dat is duidelijk, dank u. Ik vroeg het omdat de heer Laaouej begon over de begrotingscheque van 200 euro. In de toekomst mag men dus spreken over een cheque van 225 euro.

 

02.101  Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de voorzitster, ik wil erop wijzen dat u twee maten en twee gewichten hanteert. De heer Prévot mag reageren op de heer Loones, maar mevrouw Dillen mag niet reageren op de heer Verherstraeten. Wij vragen om het Reglement voor iedereen op een gelijkaardige manier toe te passen.

 

De voorzitster: Dat is absoluut niet hetzelfde.

 

02.102  Melissa Depraetere (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, ik heb een vraag over de manier waarop we dit debat verder zullen voeren. We zijn drie uur verder in een debat over een begrotingscontrole, dat wordt gevoerd alsof het een begrotingsdebat is. De afspraak in de Conferentie van voorzitters was dat we geen thematische debatten zouden voeren, omdat we op voorhand konden aangeven aan welke ministers vragen werden gesteld. Na drie uur stel ik vast dat we hier nu de twee doen. Er zijn al heel veel vragen gesteld, gericht aan alle mogelijke ministers uit de federale regering. Na het algemene debat komen de ministers straks diezelfde vragen nog eens beantwoorden. Ik stel voor dat die ministers aansluiten bij het algemeen debat, zodat ze onmiddellijk kunnen antwoorden. Anders spaart men die vragen beter voor later, bij de thematische debatten. Anders doen wij twee keer hetzelfde.

 

02.103  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): Madame la présidente, je voudrais intervenir rapidement pour apporter mon soutien à ma collègue, Mme Depraetere. Je pense qu'il y avait un accord clair en Conférence des Présidents: le débat de cet après-midi porte sur l'ajustement budgétaire. Je demande donc que tous les collègues tant de la majorité que de l'opposition respectent cet accord. Il faut un peu de respect pour nos débats et pour le contexte dans lequel on évolue. Je voudrais vraiment que l'on y soit attentif.

 

02.104  Sander Loones (N-VA): Ik ben het volledig eens dat een begrotingsdebat over de begroting moet gaan. Dat is ook grotendeels het geval geweest, met uitzondering van het defensiedeel rond Oekraïne, maar dat was omdat de minister om heel terechte redenen straks niet aanwezig kan zijn. Die vragen konden dus alleen op dat moment aan de relevante parlementsleden gesteld worden.

 

In de Conferentie van voorzitters zijn er afspraken gemaakt rond de spreektijd en enzovoort. Daar kan dus op toegezien worden zoals afgesproken.

 

02.105  Wouter Vermeersch (VB): Collega's, na corona zou orde op zaken worden gesteld en de schuldenberg worden afgebouwd, zo werd ons beloofd en voorgehouden door de staatssecretaris. Maar Vladimir Poetin heeft dat scenario aan diggelen geschoten, letterlijk en figuurlijk.

 

Toegegeven, mijnheer Vanbesien, alle Europese landen hebben vandaag tekorten door corona en de oorlog in Oekraïne, maar één land schiet er in negatieve zin bovenuit, en dat is België. Onze buurlanden hebben ondertussen al de eerste stappen gezet om de boel op orde te krijgen, maar deze regering laat na om enige inspanning te doen. De oorlog in Oekraïne verschaft deze regering opnieuw, net zoals in de coronacrisis, het perfecte alibi om vooral niets te doen aan de dramatische financiële situatie van dit land. Het perfecte alibi ook om het zichzelf, als regering met zeven partijen, vooral niet te moeilijk te maken.

 

Gaat het hier om een echte begrotingscontrole? Ik heb de vraag in de commissie ook aan het Rekenhof gesteld. Technisch is dat wel zo, doordat er aanpassingen gebeuren aan de middelenbegroting maar ook aan de uitgavenbegroting. Laat ons eerlijk zijn, in de realiteit bevat deze begrotingscontrole geen enkele structurele maatregel, geen enkele hervorming om de financiën van dit land op koers te houden en orde op zaken te stellen.

 

Er werd dus helemaal geen echte controle op de begroting uitgevoerd. Er werd gewoon beslist om ruim 4 miljard euro extra uit te geven. Zo gaat het met elk akkoord, met elke beslissing van deze regering. Elk paars-groen akkoord of elke paars-groene beslissing gaat gepaard met extra uitgaven. Dat hebben we ook het afgelopen weekend gezien, met opnieuw een koehandel over het defensiebudget en uiteindelijk ook extra geld voor ontwikkelingssamenwerking.

 

Deze regering lijkt een permanente crisisregering geworden, waarvoor geld uitgeven het enige beleidsinstrument lijkt te zijn.

 

Onze vraag is dan ook vooral aan u gericht, mevrouw de staatssecretaris en mijnheer de minister. Hoelang zal deze paars-groene regering nog doen alsof elke financiële en budgettaire discussie overbodig is? Hoelang zult u nog blijven doorgaan met paars-groene facturen door te sturen naar volgende regeringen en volgende generaties? Zult u werkelijk wachten tot de internationale context, de stijgende rentes en de stijgende spreads u het mes op de keel zetten vooraleer in te grijpen?

 

Deze regering lijkt niets meer voor elkaar te krijgen, behalve meer uitgeven. In het regeerakkoord was er sprake van een pensioenhervorming, een fiscale hervorming en arbeidsmarkthervormingen. Het heeft negen maanden geduurd, maar het arbeidsdealtje dat afgelopen vrijdag werd beklonken, zal duidelijk niet volstaan om de 80 % werkzaamheidsgraad te bereiken, integendeel.

 

Voor 21 juli wilde de premier ook een groot zomerakkoord beklinken, om toch maar te kunnen aantonen dat er nog steeds leven zit in zijn ploeg. Ondertussen is echter duidelijk geworden dat er geen sprake zal zijn van een alomvattend zomerakkoord. Het is nog steeds wachten op de pensioenhervorming en de fiscale hervorming.

 

Minister Van Peteghem, u bent bijzonder ambitieus begonnen aan uw termijn als minister. U zou als het ware als een bulldozer de fiscale koterijen in dit land eindelijk platwalsen, maar daarvan hebben we tot op heden nog niets gezien. Uw fiscale hervorming is het monster van Loch Ness van de Wetstraat geworden. Iedereen spreekt erover, de kranten schrijven erover en iedereen kan zich er een beeld van vormen, maar niemand heeft het ooit gezien. Af en toe duikt er in de pers een versie van uw fiscale hervorming op, maar dan bent u er als de kippen bij om die gelekte versie weg te zetten als fake news. Ook van het monster van Loch Ness doken foto's op, maar die bleken achteraf nep te zijn, dus de gelijkenis is sprekend.

 

U beloofde eind vorig jaar de blauwdruk van uw fiscale hervorming. Later werd dat in het eerste kwartaal van dit jaar en ondertussen hebt u die termijn al opgeschoven naar de zomer. Vandaag konden we in De Tijd lezen dat er voor de zomer enkel een studiedag zal plaatsvinden. De enige concrete fiscale maatregelen die we tot op vandaag van u en uw regering hebben gezien, zijn de miljarden euro's aan nieuwe belastingen. Op de beloofde fiscale hervorming, maar ook op de pensioenhervorming van de PS blijft het nog steeds wachten.

 

Bij de start profileerde deze regering zich als een hervormingsregering, maar nu, na bijna twee jaar van non-beleid, blijft alleen het beeld over van een ruzieregering. Vicepremier De Sutter liet eerder al verstaan dat grote hervormingen deze legislatuur moeilijk zullen worden.

 

Collega Calvo vroeg zelfs een nieuw regeerakkoord. De heer Bouchez van de MR haalt zowat dagelijks uit naar elke minister en partijvoorzitter van zijn meerderheid. De PS wachtte het werk van de erpertengroep helemaal niet af om zelf miljarden aan koopkrachtmaatregelen op tafel te leggen en vroeg eveneens een wijziging van het regeerakkoord om de loonwet van 1996 af te schaffen. Een week zonder fundamenteel meningsverschil is een week niet geregeerd, dat is blijkbaar de leuze van de regering-De Croo.

 

Mevrouw de staatssecretaris, volgens een interview in Het Laatste Nieuws zou u uw PS-collega's graag eens door elkaar schudden. Minister Dermagne en minister Lalieux moesten volgens u, zo konden we lezen, eindelijk eens in gang schieten. De vraag is natuurlijk of uw uitspraken veel indruk maken op uw collega's. Vorige zomer vergeleek u zichzelf in interviews met Margaret Thatcher. U zou streng zijn, u zou zich streng opstellen als een iron lady, maar bij de opmaak van de begroting voor 2022 eind vorig jaar werden uw ijzeren eisen koudweg genegeerd door al uw collega's.

 

Het wordt alleen maar erger: de begrotingscijfers blijken steeds meer te ontsporen en u krijgt helemaal geen grip meer op uw collega's. U lijkt tot op vandaag te roepen in de woestijn. De iron lady blijkt in de praktijk een porseleinen handpop te zijn, die noodgedwongen aan het handje van de PS moet lopen. Mevrouw de staatssecretaris, u zit gevangen in een regering die bij elk akkoord vooral meer uitgeeft, die enkel op de proppen kan komen met nieuwe belastingen en die helemaal niet wil hervormen of besparen.

 

Voor alle duidelijkheid, mevrouw de staatssecretaris, uw ergernissen zijn ook de onze, maar ze scheppen vooral het beeld van een regering die met haken en ogen aan elkaar hangt. Er is een tijd geweest waarin de liberalen hun geloofwaardigheid verbonden aan de begroting, maar die geloofwaardigheid bent u kwijtgeraakt toen u in deze PS-regering stapte, met een Waalse manier van begroten. Ondertussen zakt dit land volledig weg, onder uw toeziend oog en verantwoordelijkheid, naar een positie die nog slechter is dan die van Griekenland. Ook uw partij, Open Vld, zakt ondertussen weg naar een positie die slechter is dan ooit tevoren. Dat komt natuurlijk doordat u en uw partijgenoten bij de bevolking elke geloofwaardigheid verliezen.

 

Laten we even de kerncijfers van uw regering bekijken. Het is momenteel de tijd van de rapporten. Onze kinderen en studenten krijgen allemaal hun rapport de komende dagen. Als we een rapport zouden maken van alle eindtermen waarvoor een regering zou moeten slagen, dan is dat rapport van uw regering ronduit vernietigend.

 

Zowat elke instelling die moet oordelen over dit land, buist uw regering over de hele lijn.

 

Ten eerste is er het overheidstekort. Vroeger werd er hier gediscussieerd over een miljard euro tekort meer of minder. Ondertussen gaat het niet meer over een paar miljard euro, maar zitten we voor de gezamenlijke overheid dit jaar bijna aan een tekort van 30 miljard euro. Het tekort wordt dit jaar zelf groter dan in 2021, dat een volledig coronajaar was. Wat het tekort betreft, zijn we de slechtste leerling van de klas geworden, niet alleen van de Europese Unie, maar van alle industrielanden. Alleen Roemenië zou nog een groter tekort hebben.

 

Ook inzake de staatsschuld gaan we richting 130 %. Dat werd gisteren nog bevestigd door de Nationale Bank in onze commissie. Alleen Italië en Griekenland zullen het in de eurozone nog slechter doen. In de huidige omgeving, met stijgende rentes, is dat natuurlijk moordend voor de toekomstige generaties. De schulden van vandaag, collega's, zijn immers de belastingen van morgen.

 

Daarenboven is België inzake overheidsuitgaven goed op weg om de hoogste uitgaven van alle industrielanden te hebben. Niet alleen wij zeggen dat, het IMF zegt dat ook.

 

Wat de economische groei betreft, de Belgische economie is dit jaar eveneens de traagste groeier van de Europese Unie. Ook de komende jaren behoort de groei van dit land tot de laagste van de eurozone. Van de industrielanden doen alleen Italië en Japan het nog slechter.

 

Tot slot is de inflatie in dit land bijna hoger geworden dan het percentage dat de Open Vld nog haalt in de peilingen. De inflatie in België ligt hoger dan in heel wat andere Europese lidstaten.

 

Collega's, welke cijfers of rapporten men ook bekijkt, deze paars-groene regering is niet alleen gebuisd, maar na de regeerperiode van Vivaldi zit België ook definitief op een Zuid-Europese koers. Erger nog, door deze paars-groene regering doen we het op veel vlakken slechter dan landen als Italië en Griekenland. We zakken dus verder weg naar de staart van de clubmedlanden en er komen de volgende jaren ook nog belangrijke facturen op ons af. Denk maar aan de vergrijzing of aan de noodzakelijke uitgaven voor Defensie om de NAVO-doelstelling van 2 % van het bbp te halen. Veel investeringen die vandaag absoluut noodzakelijk zijn, vragen geld dat er helemaal niet is. We staan bovendien aan de vooravond van een ongezien zware economische crisis, het gevolg van de lamlegging van de economie door de coronamaatregelen en de sancties door de oorlog in Oekraïne.

 

Na deze paars-groene regering heeft België geen enkele financiële buffer meer om een volgende schok op te vangen, een recessie bijvoorbeeld. Weinigen in deze zaal liggen wakker van deze dramatische cijfers, maar met betere cijfers konden we vandaag natuurlijk wel meer doen aan de koopkracht. Met betere cijfers konden we meer doen aan de prijs aan de pomp, aan onze veel te dure winkelkar, aan onze torenhoge energiefactuur. U hebt dat met zoveel woorden ook toegegeven dit weekend in uw interview in L'Echo. Op een vraag over de verlenging van de 6 % btw op energie antwoordde u: "Als de budgettaire situatie anders was, zou ik ook pleiten voor een btw-verlaging, maar dat kan vandaag niet." U geeft toe wat wij eigenlijk allang zeggen.

 

In Nederland, bijvoorbeeld, kreeg een gemiddeld gezin in oktober vorig jaar al 400 euro of soms zelfs tot 800 euro korting. Naar een uitleg voor dat verschil tussen België en Nederland is het niet lang zoeken. Er is maar een belangrijke verklaring, namelijk de begroting. Nederland heeft al jaar en dag zijn rekeningen veel beter op orde dan België. Nederland sleurt, in tegenstelling tot Vlaanderen, geen Waals blok mee aan het been. Zeker in Wallonië en Brussel worden de tekorten en de schulden immers stilaan onhoudbaar. Daar betalen ook de Vlamingen vandaag de rekening voor. Dat verschil tussen pakweg Nederland en Vlaanderen toont zich nu er zich een zoveelste crisis voordoet. Landen die hun cijfers op orde hebben, kunnen dus veel meer doen voor hun eigen mensen.

 

In deze harde tijden moeten we onze eigen mensen op de eerste plaats zetten. Deze regering doet echter net het omgekeerde. Het opvangbudget voor de asielzoekers bedroeg dit jaar al ruim 420 miljoen euro en dat bedrag stijgt nog eens met 110 miljoen euro extra. Daarnaast krijgt Fedasil via de provisies nog zo'n 150 miljoen euro extra toegestopt. Ruim 680 miljoen is ondertussen uitgetrokken voor de asielzoekers van Fedasil. Ook socialistisch minister mevrouw Kitir doet niet anders dan ons belastinggeld uitdelen. De recente krantenkoppen zijn werkelijk onvoorstelbaar. Zij gooit als minister van Ontwikkelingssamenwerking vele miljoenen euro's door ramen en deuren. De krantenkoppen melden het volgende: "16 miljoen euro om meer Congolezen aan het werk te krijgen", "België doneert 15 miljoen euro aan fonds voor klimaatadaptatie in armste landen", "De overheid spendeert een half miljoen om mensen warm te maken voor meer ontwikkelingssamenwerking", "België zet 200 miljoen euro opzij voor een bos, vooral in Congo", "Minister Kitir maakt 50 miljoen euro vrij voor klimaatprogramma in de Sahel".

 

Ze kondigde ook aan dat België 2 miljoen euro opzijzet voor de Afghanen, 3,5 miljoen euro voor de Palestijnen en maar liefst 8 miljoen euro voor de Syriërs. Er ging ook 3 miljoen euro naar India, 4 miljoen euro naar Ethiopië en 5 miljoen euro naar Jemen. Ik kan zo nog een tijdje doorgaan, collega's.

 

Staatssecretaris Mahdi van CD&V, bevoegd voor Asiel, en minister Kitir van de socialisten, bevoegd voor Ontwikkelingssamenwerking, delen vele miljoenen euro's van ons belastinggeld uit aan asielzoekers en het buitenland.

 

Wij konden het van de week nog lezen in de pers: vier op de tien Vlamingen hebben amper genoeg centen om de maand door te komen. Maar als er iets moet gedaan worden aan de koopkracht van onze eigen mensen, gaat het plots traag voor deze regering, dan is er geen geld en dan kan het niet. Het Vlaams Belang zal dit blijven bestrijden. Onze bevolking verarmt vandaag collectief, zonder dat uw regering krachtige maatregelen neemt. Die vele honderden miljoenen euro's van ons belastinggeld moeten niet over de balk worden gegooid of uitgedeeld aan buitenlanders, maar moeten worden teruggegeven aan de hardwerkende Vlamingen. Eerst onze mensen.

 

Al 23 jaar maken de liberalen deel uit van de regeringen in dit land. De overheidsuitgaven zijn echter nog nooit zo hoog geweest. Er zijn gigantische uitgaven en toch faalt België in zowat al zijn kerntaken. Wij hebben het de voorbije weken gezien hier in het Parlement. Onze pensioenen behoren tot de laagste van West-Europa. Onze Defensie is niet meer in staat om eigen materiaal naar Oekraïne te sturen, wij hebben gewoon geen materiaal. Bij justitie heerst er straffeloosheid en worden criminelen vervroegd vrijgelaten. De procureurs-generaal moesten komen bedelen in het Parlement. De politie trekt aan de alarmbel door de besparingen.

 

Het zijn deels regionale bevoegdheden, maar ons onderwijs gaat volledig teloor, in de zorg worden de wachtlijsten steeds langer en de kwaliteit van onze wegen, zeker in Wallonië, is ronduit beschamend.

 

De belastingdruk is nergens zo hoog als in België, volgens de nieuwste OESO-ranking. In ruil voor alle belastingen die wij betalen, krijgen wij nog eens een falende dienstverlening. Onze boodschap is duidelijk: stop met het knoeien met de belastingcenten van de hardwerkende Vlaming.

 

Mevrouw de voorzitster, ik rond af en vat samen. Dit is dus geen begrotingscontrole die naam waardig. Deze regering profileerde zich als een hervormingsregering, maar deze begrotingscontrole bevat geen enkele structurele maatregel, geen hervormingen om de financiën van dit land op orde te zetten. Er werd alleen beslist om miljarden euro's extra uit te geven. De regering-De Croo is niet alleen een ruzieregering, ze heeft onder impuls van de PS ook een groot gat in haar hand.

 

Vaak vloeit dat zuurverdiende belastinggeld – van vooral de Vlamingen, laten we eerlijk zijn – ook naar de verkeerde uitgaven, naar asielzoekers uit het buitenland, en dat in tijden van hoge nood bij de eigen bevolking.

 

Alle kerncijfers van deze regering zijn bloedrood. In elk rapport dat verschijnt, krijgt de regering een buis over de hele lijn. Door paars-groen behoort België definitief tot de zwakste en meest schuldzieke landen van Europa, en niet alleen van Europa, maar ook van de industrielanden. België heeft ook geen enkele buffer meer voor een toekomstige crisis, en die komt er, jammer genoeg, eerder vroeg dan laat.

 

Ondertussen lijken de regerende partijen te wachten tot we door de internationale context het mes op de keel krijgen en zullen worden gedwongen om pijnlijke saneringen door te voeren ten koste van de eigen bevolking. De regerende partijen spelen zo Russische roulette met de toekomstige generaties.

 

Wij kunnen wat hier voorligt dus onmogelijk goedkeuren. We zullen dan ook tegen deze begrotingscontrole stemmen.

 

02.106  Benoît Piedboeuf (MR): Monsieur le ministre, madame la secrétaire d'État, chers collègues, depuis plusieurs années, les ajustements budgétaires répondent aux crises successives avec, malheureusement, une régularité métronomique. Après le covid-19, la guerre en Ukraine et l'inflation, on nous demande de faire preuve d'inventivité et de dégager des solutions. Il faut pouvoir répondre à la demande légitime et essentielle de maintien du pouvoir d'achat, tout en maintenant les finances de l'État à flot. Ce n'est pas simple.

 

La Cour des comptes s'est montrée relativement positive à propos de la crédibilité de cet ajustement budgétaire, mais les chiffres ne sont pas bons. Nous subissons encore les impacts liés à la crise sanitaire, et même si le gouvernement a pu apporter les premières mesures de soutien – tarif social et complémentaire –, on est encore loin des objectifs. Par ailleurs, plusieurs indexations automatiques des salaires et augmentations des allocations sociales et des pensions ont eu lieu. Ces augmentations sont nécessaires et ne seront pas remises en cause, mais elles ajoutent un poids certain sur les finances publiques et sur la trésorerie des entreprises et PME. Les dépenses liées au chômage se chiffrent à près de 464 millions d'euros en raison notamment du chômage temporaire lié à la crise du covid-19, qui a été élargi jusque fin juin, à la suite des conséquences de la guerre, et qui va encore se poursuivre.

 

La remontée des taux directeurs de la Banque centrale européenne (BCE) indiquent de plus que les capacités de financement sur les marchés seront plus limitées à l'avenir. Nous en avons encore discuté hier en commission des Finances. C'était une séance très intéressante, mais, même si elle était rassurante à certains points de vue, elle était inquiétante à d'autres. Il conviendra donc de rester prudent et de trouver des mesures justes et ciblées, tout en tenant compte de la capacité budgétaire encore disponible pour faire face aux enjeux actuels: transition énergétique, compétitivité de nos entreprises, plein emploi, sécurité sociale, lutte contre la pauvreté, défense et sécurité. Il ne faut pas de l'austérité, mais il faut de la rigueur. La secrétaire d'État s'y emploie au quotidien.

 

02.107  Marco Van Hees (PVDA-PTB): Monsieur Piedbœuf, je voudrais profiter de la présence de la secrétaire d'État pour vous poser une question. Vous avez évoqué l'inflation et les indexations multiples de salaires. Nous avons eu un débat avec la secrétaire d'État sur l'impact de ces diverses indexations de salaire sur le budget.

 

Mme la secrétaire d'État soutenait fermement que cela avait un impact négatif sur les finances publiques. Dans La Libre Belgique du 14 juin, je lis aussi par ailleurs les propos de votre président de parti, Georges-Louis Bouchez, qui affirme que "l'État est le plus grand gagnant de l'indexation automatique, car une inflation de 8 % signifie un apport de 20 milliards dans les caisses de l'État via les cotisations sociales et l'IPP.

 

D'un côté, une secrétaire d'État au Budget libérale nous dit que "cela coûte très cher aux finances publiques" et, d'un autre côté, votre président de parti nous dit que "l'État s'en met plein les poches grâce à ces indexations de salaire".

 

Comme on a la chance d'avoir la secrétaire d'État parmi nous, j'aimerais savoir qui a raison des deux. Deux thèses si éloignées venant de deux libéraux, c'est quand même interpellant.

 

02.108  Benoît Piedboeuf (MR): C'est très simple. Avez-vous lu le budget? Avez-vous vu les adaptations notamment par rapport à la police, à la justice, etc.? En interne, l'État doit faire face, lui-même, à l'indexation des rémunérations, à l'augmentation des prix, etc. Il y a donc des adaptations dans le budget de l'État qui concernent les services de l'État. Il est évident, par ailleurs, que l'augmentation des rémunérations provoque une augmentation des recettes car, lors des dernières interventions sociales, on a dit qu'on prenait les surprofits en matière de taxation pour les redistribuer. On est donc bien dans deux cas de figure qui analysent, d'une part, les finances publiques et, d'autre part, le fait que les recettes complémentaires sont de toute façon redistribuées. Il n'y a absolument aucune opposition entre ce que la secrétaire d'État dit et ce que Georges-Louis Bouchez dit. On parle de deux choses différentes. Vous faites une confusion.

 

02.109  Marco Van Hees (PVDA-PTB): Monsieur Piedboeuf, je suis d'accord avec vous. Mais M. Bouchez dit autre chose que ce que vous dites! M. Bouchez dit…

 

02.110  Benoît Piedboeuf (MR): M. Bouchez n'est pas ici et n'est pas secrétaire d'État au Budget.

 

02.111  Marco Van Hees (PVDA-PTB): Effectivement, je l'ai remarqué. M. Bouchez dit: "L'État est le plus grand gagnant de l'indexation automatique." Et, Mme la secrétaire d'État nous dit l'inverse. Je voudrais donc savoir, selon vous, qui a raison. Est-ce Mme la secrétaire d'État ou M. Bouchez?

 

02.112  Benoît Piedboeuf (MR): Ils ont raison tous les deux.

 

02.113  Marco Van Hees (PVDA-PTB): Ils disent l'inverse l'un de l'autre mais ils ont raison tous les deux!

 

02.114  Benoît Piedboeuf (MR): Non, ils ne disent pas l'inverse. Ils parlent de choses différentes. C'est votre problème.

 

02.115  Marco Van Hees (PVDA-PTB): L'État est-il le grand gagnant de l'indexation automatique? Là est la question.

 

02.116  Benoît Piedboeuf (MR): Écoutez, je ne voudrais pas être désagréable mais vous avez une compréhension limitée!

 

02.117  Marco Van Hees (PVDA-PTB): Je me demande si ce n'est pas le président de votre parti qui a une compréhension limitée!

 

02.118  Benoît Piedboeuf (MR): Non, je ne pense pas! Que produit l'indexation des salaires? Une augmentation des revenus. Que produit une augmentation des revenus? Une augmentation des recettes fiscales. Vous le savez, cela?

 

02.119  Marco Van Hees (PVDA-PTB): Depuis le temps qu'on siège ensemble en commission des Finances, on est tous d'accord sur le fait que l'indexation a des effets positifs et négatifs sur le budget de l'État. Je constate simplement que M. Bouchez ne voit qu'un seul aspect. Il retient cet aspect que l'État est le grand gagnant de l'indexation automatique, alors que la secrétaire d'État nous a démontré l'inverse, de même que la Cour des comptes. Mais j'entends que vous ne voulez pas répondre.

 

02.120  Benoît Piedboeuf (MR): Monsieur Van Hees, quand Georges-Louis Bouchez parle de l'indexation, notamment d'une indexation défiscalisée, à quoi fait-il référence? Il fait référence au fait que l'indexation produit des recettes fiscales, comme je viens de vous le dire, et, si on veut améliorer le pouvoir d'achat, il faut peut-être réfléchir – il n'a rien décidé. C'est ici que cela se discute. – à une indexation défiscalisée.

 

Pourquoi? Parce qu'à ce moment-là, l'indexation produira un revenu complémentaire à tous les travailleurs – pas seulement à certaines catégories qu'on veut tout le temps aider, toujours les mêmes. Cela produira une augmentation de revenus à tous les travailleurs, et c'est l'État qui, évidemment, en supportera les conséquences, puisqu'il y aura moins de recettes fiscales. Voilà, c'est tout!

 

La secrétaire d'État a donc raison dans ce qu'elle dit, et Georges-Louis Bouchez a raison dans ce qu'il dit à l'appui d'un argument par rapport à une vision.

 

M. Laaouej abandonne. M. Van Hees abandonne, donc c'est 1-0.

 

Je vais évoquer une série de choses qui ont déjà été dites par des prédécesseurs dans l'opposition. Lors de l'élaboration du budget 2022, cette année était présentée comme une année charnière pour notre pays. Nous devions nous attacher à continuer à soutenir la croissance économique, à prendre des citoyens et à leur offrir des opportunités nécessaires. Il était question de redressement budgétaire, de réforme dans les domaines de l'emploi et de la sécurité sociale, de la réforme de la fiscalité, d'un plan de modernisation et d'investissement, source d'innovation, notamment dans le numérique et le développement durable.

 

Enfin, à la lumière de l'évolution des prix de l'énergie, le gouvernement devait introduire une série de nouvelles mesures pour aider les ménages. Malheureusement, les temps ont changé et certaines mesures ont pris du retard. Ce n'est pas une faute de le constater. Le contrôle budgétaire a été réalisé à un moment où nous sommes confrontés aux chocs évoqués, qui affectent notre économie et notre société.

 

Pour protéger les citoyens, le gouvernement a déjà approuvé plusieurs paquets de mesures qui sont traités soit dans un feuilleton d'ajustement, soit dans le présent contrôle budgétaire. Pour le contrôle budgétaire, le gouvernement, on le sait, s'est basé sur les estimations du comité de monitoring, qui reposait sur les paramètres du budget économique du Bureau du Plan, mais pas encore sur les conséquences budgétaires et économiques de l'invasion de l'Ukraine par la Russie.

 

En revanche, les prévisions d'inflation de début mars, selon lesquelles il y aurait un dépassement de l'indice pivot en juillet de cette année, ont quant à elles été prises en considération dans les dépenses. Le paquet des mesures en matière d'énergie annoncé en mars a lui aussi été inclus dans les estimations en tant que mesures non réparties.

 

Le gouvernement a fait face à l'urgence. Cela n'empêche pas la nécessité d'atteindre les objectifs de réforme envisagés, au rang desquels l'amélioration du taux d'emploi, la réforme fiscale, la prudence budgétaire et la réduction du train de vie de l'État.

 

Voorzitter: Séverine de Laveleye, vicevoorzitster.

Président: Séverine de Laveleye, vice-présidente.

 

Pour nous, la réforme fiscale reste une réponse à long terme aux problèmes de pouvoir d'achat et aux recommandations de la Commission européenne pour supprimer les pièges à l'emploi. Les mesures en faveur du pouvoir d'achat doivent avoir un caractère temporaire et être remplacées structurellement par une fiscalité qui permet une réelle augmentation du pouvoir d'achat et, surtout, qui rendra les Belges libres de leurs propres choix.

 

02.121  Sander Loones (N-VA): Mijnheer Piedboeuf, ik probeer uw redenering te begrijpen. U zegt dat er afspraken waren gemaakt om in het begrotingsjaar 2022 een aantal hervormingen door te voeren, maar dat u werd ingehaald door de actualiteit, met onder andere de Oekraïnecrisis en de duurder geworden energie, waardoor u extra uitgaven hebt moeten doen. U had het erover dat we onze burgers des opportunités nécessaires, zoals steun op het vlak van energie en financiën, moeten bieden en net dat haalt u aan als argument om te zeggen een aantal hervormingen vertraging heeft opgelopen.

 

Die redenering begrijp ik niet. Volgens mij zouden de hervormingen net moeten worden versneld als er extra noden en uitgaven zijn. Dan zouden wij net sneller moeten gaan met de arbeidsmarkthervormingen en de pensioenhervormingen, net omdat dat de beste koopkrachtmaatregelen zijn – men geeft mensen een job – en omdat zij ook goed zijn voor de begroting. Kunt u uw redenering verduidelijken?

 

02.122  Benoît Piedboeuf (MR): Je dis exactement la même chose. On a paré à l'urgence. Maintenant, il faut remplacer les mesures d'urgence par des mesures structurelles. On ne l'a pas encore fait, mais on doit le faire. C'est vrai. Le ministre des Finances n'est pas là mais il le sait. Si on veut augmenter réellement le pouvoir d'achat de la population, nous pensons, nous, que c'est notamment par la fiscalité qu'on va y arriver. L'idée, par exemple, d'une indexation défiscalisée, est une idée comme une autre. On veut essayer d'arriver à augmenter le pouvoir d'achat non seulement des faibles revenus – le gouvernement précédent et celui-ci sont intervenus –, mais également des revenus moyens qui, en l'absence d'indexation des barèmes fiscaux, paient un maximum alors qu'ils devraient être défiscalisés comme c'est le cas en France, en Allemagne et au Grand-Duché de Luxembourg. Il faut qu'on le fasse. C'est notre point de vue et je pense qu'il est partagé par plusieurs. Il faut s'accorder. Je sais que le ministre des Finances est en train de travailler sur le sujet. J'espère qu'on aura bientôt sur la table un projet de réforme qui permettra de rencontrer ces objectifs. Je ne dis pas des choses différentes. Il fallait faire face à l'urgence. Maintenant, il faut remplacer l'urgence par des mesures structurelles.

 

Dans la foulée de cela, je tiens à dire ceci. Les gens ont eu des chèques mais ils n'en veulent pas. Ils veulent avoir suffisamment d'argent pour vivre et pour décider comment ils utilisent leurs moyens. Quand on donne un chèque carburant, ils l'utilisent pour le carburant la plupart du temps mais ils ont envie de pouvoir décider eux-mêmes ce qu'ils font de leur argent. Cela se fait en travaillant sur le pouvoir d'achat.

 

02.123  Sander Loones (N-VA): Mijnheer Piedboeuf, ik hou van uw voluntarisme. U gelooft dat er een fiscale hervorming komt, nog in 2022 zelfs. Wij hopen dat ook, maar zijn nog een stapje sneller. Wij hopen vooral dat de arbeidsmarkthervormingen en de pensioenhervormingen er ook komen. Dat was ook mijn vraag aan u. Die hervormingen hadden er eigenlijk al gerealiseerd moeten zijn.

 

Kunt u bevestigen dat de arbeidsmarkt- en pensioenhervormingen eigenlijk al hadden moeten zijn verwezenlijkt, omdat die hervormingen de beste koopkrachtmaatregelen zijn?

 

02.124  Benoît Piedboeuf (MR): Nous pensons vraiment que la réforme fiscale est de nature à augmenter le taux d'emploi. Nous avons eu un débat sur le tax shift tout à l'heure. Nous pensons que donner plus de revenus aux gens qui travaillent va probablement donner à plus de personnes l'envie de travailler. Quand on voit le nombre de chômeurs par rapport au nombre d'emplois disponibles, on constate qu'il manque de la main-d'œuvre, pas seulement en Belgique mais également en France – on a parlé des frontaliers – et partout en Europe.

 

Bien entendu, nous sommes persuadés que l'une des solutions à notre situation économique et budgétaire notamment, ainsi qu'à la nécessité de prendre des mesures en faveur des revenus les plus faibles et moyens, c'est d'augmenter le taux d'emploi. C'est la seule solution qui permet d'y arriver. Nous devons donc y travailler. On n'y est pas, mais je sais que le ministre des Finances y travaille et nous pensons que nous y arriverons.

 

Je fais un constat. Il faut reconnaître la situation et l'endroit où l'on se trouve sur le chemin. Ce n'est pas celui auquel on avait pensé parce qu'on a été perturbé par une série d'éléments, dont la guerre. On n'y avait pas du tout pensé. Pour le reste, on y avait un peu pensé, mais pas de cette façon si intense.

 

Comme je l'ai dit, l'urgence a été gérée. L'ajustement budgétaire en quinconce l'a été dans une large mesure.

 

02.125  Marco Van Hees (PVDA-PTB): Effectivement, on a un problème de salaire et de pouvoir d'achat dans ce pays. Vous le reconnaissez.

 

On constate que la loi de 1996 a quand même bloqué les salaires depuis 1996 avec une perte de 4 % par rapport aux pays voisins. Normalement, c'était pour ne pas subir la concurrence des pays voisins, mais on arrive à l'inverse. On bloque les salaires belges et sur les deux dernières années (2021 et 2022), les salaires réels, malgré l'indexation, ont baissé de 2 %. Cela veut dire que l'indexation ne protège pas contre l'augmentation des prix. L'un des problèmes, c'est notamment le carburant qui ne figure pas dans l'index santé. Étant donné la situation du prix des carburants aujourd'hui, ne trouvez-vous pas qu'il faille d'urgence remettre le carburant dans l'indexation des salaires?

 

Président: Eliane Tillieux, présidente.

Voorzitter: Eliane Tillieux, voorzitster.

 

02.126  Benoît Piedboeuf (MR): L'indexation des salaires dont nous sommes encore les seuls titulaires quasiment dans le monde – ce dont nous nous vantons – compense en grande partie l'augmentation du renchérissement de la vie, mais ne le fait pas complètement. C'est le cas du carburant. En effet, quand nous devons faire un plein qui coûte 120 euros, c'est évidemment problématique. Bref, l'indexation compense, mais ne parvient pas à le faire pour tout.

 

La loi de 1996 se rapporte à la question de la compétitivité.

 

02.127  Marco Van Hees (PVDA-PTB): (…)

 

02.128  Benoît Piedboeuf (MR): Attendez, attendez!

 

Non, il n'est pas impossible de réfléchir à la composition de l'index lorsque nous constatons la manière dont la société et les prix évoluent. Nous n'aimons pas les réflexions stupides, mais nous ne sommes pas opposés par principe à une réflexion.

 

L'indexation est donc un mécanisme qui compense – et nous disons tous qu'il ne faut pas toucher à l'indexation des revenus, même si cela pèse un peu sur les entreprises. En revanche, il faut faire preuve d'imagination pour ne pas que l'indexation les pénalise en ne les rendant plus concurrentielles par rapport à l'extérieur. Selon moi, l'indexation défiscalisée constitue l'une des pistes à explorer pour faire en sorte que les gens aient véritablement plus dans leur poche. Quand nous travaillons sur la fiscalité, ce ne sont pas les entreprises qui paient, mais nous. C'est l'État qui paie, et il ne peut le faire qu'en améliorant le taux d'emploi. Ce n'est quand même pas compliqué: 80 % de taux d'emploi, cela représente 42 milliards de recettes! Vous aurez compris ce qui est nécessaire: il faut augmenter le taux d'emploi. Par conséquent, nous devons pousser les gens à travailler et leur en donner l'envie. S'ils ne l'ont pas, il faut les pousser. Nous ne sommes pas tous d'accord sur les méthodes, mais nous en débattrons encore.

 

J'entends ce que vous dites à propos des prix. Tout le monde les constate. Que l'index ne compense pas la hausse des prix, c'est un fait. Qu'il faille améliorer les choses, c'est un fait. Nous sommes d'accord à ce sujet. Seulement, nous devons trouver le moyen d'y parvenir. Nous considérons que c'est par la fiscalité que nous y arriverons. Vous, vous estimez que c'est en taxant. Pas nous! Nous pensons que c'est en détaxant que nous allons permettre à nos concitoyens de disposer de plus de pouvoir d'achat. Vous voulez qu'on taxe les uns et les autres. Alors que notre pays est l'un des plus taxés au monde, vous voulez encore en rajouter une couche. Nous ne voulons pas des milliards abstraits, mais des milliards concrets au moyen d'une augmentation du taux d'emploi.

 

02.129  Marco Van Hees (PVDA-PTB): (…)

 

02.130  Benoît Piedboeuf (MR): Vous me demandez si je suis d'accord sur le fait que le prix du carburant est prohibitif. Quand je fais le plein, comme tout le monde, je vois que le montant dépasse les 100 euros. Je suis bien sûr d'accord de constater que c'est trop élevé. N'essayez pas de me faire dire ce que vous voulez m'entendre dire!

 

Je vous ai dit que discuter de la composition de l'index n'est absolument pas impossible. Il faut discuter de tout lorsque le monde change. Pourquoi reparle-t-on par exemple aujourd'hui de dépenses militaires? Parce que la situation internationale a évolué. Lors de la crise du covid-19, il a fallu prendre des mesures en adéquation avec la situation. C'est pareil pour le pouvoir d'achat. On peut donc avoir une réflexion, pourquoi pas?

 

Il faut maintenant redonner, de façon structurelle, les moyens d'intervenir aux services et aux secteurs qui en ont le plus besoin: police, justice, sécurité, innovation, créativité énergétique, développement économique. Il y a déjà des éléments dans le budget qui font office de barrage aux augmentations de prix, mais il faut aller plus loin. L'accord qui vient d'intervenir en faveur du "job deal 2" est de bonne augure; nous en attendons les textes.

 

Malgré les difficultés, il faut garder l'optimisme de la volonté. Je ne suis pas favorable au fait de crier en permanence que la situation est désespérée. Notre pays dispose d'un potentiel en innovation, en créativité, en développement. Nous avons des secteurs de pointe. Il faut garder l'espoir de ce que l'on sait faire.

 

Le groupe MR remercie et félicite la secrétaire d'État pour son travail rigoureux – elle n'est pas là pour entendre les compliments mais on les lui transmettra – et son calme dans la tempête. Cet ajustement tient compte des réalités et conserve des ambitions. Nous devrons nous employer ensemble à les concrétiser. Nous soutiendrons donc bien entendu cet ajustement.

 

Je n'ai pas dépassé mon temps de parole parce qu'il s'agit ici d'un ajustement budgétaire. Dans ma commune, cela ne prend pas plus de trois minutes. Ici nous en sommes déjà à plusieurs heures.

 

La présidente: Nous vous en sommes reconnaissants, monsieur Piedboeuf.

 

02.131  Sander Loones (N-VA): Ik ben er zeker van dat de begroting van uw gemeente geen dieprode cijfers heeft, mijnheer Piedboeuf. Ik wil u een korte vraag stellen. Helemaal op het einde zei u dat u zich verheugt over le jobsdeal 2. Is er dan een tweede arbeidsdeal? Volgens mij is er enkel een mini-jobakkoord, dat nu, na de derde of vierde keer, eindelijk concreter is geworden.

 

Als er een tweede arbeidsdeal is, dan zou ik daar graag de teksten van zien.

 

02.132  Benoît Piedboeuf (MR): Moi aussi.

 

02.133  Servais Verherstraeten (CD&V): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, collega's, ik heb aandachtig geluisterd naar de diverse uiteenzettingen – de laatste is natuurlijk vers in het geheugen – en kan eigenlijk zeer kort zijn, want ik sluit mij volledig aan bij het betoog van collega Piedboeuf.

 

Collega's, wanneer een budgetcontrole in de plenaire vergadering wordt besproken en ter stemming wordt voorgelegd, is het document ter zake meestal al achterhaald. Dat is dit jaar nog meer dan vorige jaren het geval, simpelweg doordat de externe gebeurtenissen zo intens waren dat ze nog meer invloed hebben op de aanvankelijke budgettaire gegevens die we in het najaar van 2021 hebben goedgekeurd. De coronacrisis is nog niet voorbij, de energiecrisis zeker niet en de oorlog ook niet. Hopelijk kloppen de voorspellingen dat de inflatie volgend jaar 2 % zal bedragen en krijgen de economisten ongelijk over de dreigende recessie. De collega's van de oppositie zijn het over veel zaken met ons oneens, behalve over het feit dat externe gebeurtenissen een enorme invloed hebben gehad op de begrotingscijfers.

 

Collega's, ja, we worden geconfronteerd met extra uitgaven ten belope van 4 miljard euro. Is dat veel? Ja, dat is veel. Dat is zeker veel in het licht van het begrotingstekort en de staatsschuld. Laten we echter naar de redenen voor die extra uitgaven kijken. We hebben die uitgaven gedaan om een antwoord te bieden op de problematiek van de koopkracht van de gezinnen en de ondernemingen met betrekking tot energie, elektriciteit, gas, benzine en stookolie. Er zijn ook extra defensie-uitgaven nodig en moet de overheid meer uitgeven om de indexeringen en de stijgende energiekosten te kunnen betalen. Collega's, er waren dus goede redenen voor. Noch de meerderheid, noch de oppositie heeft zich verzet tegen heel wat van de extra uitgaven. Wanneer u dan nu aanklaagt dat de regering 4 miljard euro meer heeft uitgegeven dan initieel werd begroot, terwijl u die uitgaven impliciet mee heeft goedgekeurd, dan vind ik dat een tweeslachtig verhaal.

 

02.134  Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer Verherstraeten, uit mijn uiteenzetting blijkt dat wij niet een aantal van die uitgaven bekritiseren, maar wel het feit dat de regering te weinig bespaart en hervormt. U vermeldde een belangrijk punt, namelijk de prijs aan de pomp. Nog niet zo lang geleden stonden wij hier op het spreekgestoelte. U hebt toen ons voorstel overgenomen, namelijk om de accijnzen te verlagen naar het Europese minimum. Dat voorstel werd ook in de mond genomen door de minister van Financiën. Ondertussen zijn we twee weken later. Ik heb maar één heel duidelijke vraag: hoe ver staat het met die belofte die u in de plenaire vergadering in het Parlement hebt gedaan aan de bevolking om de accijnzen te verlagen tot het Europese minimum? Ik heb u toen beloofd dat wij dat zouden blijven opvolgen.

 

02.135  Servais Verherstraeten (CD&V): Mevrouw de voorzitster, ik wil gerust elke vraag apart beantwoorden, tenzij de vragen over hetzelfde onderwerp gaan.

 

02.136  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Ik vind het opmerkelijk om te horen dat het Vlaams Belang hier zegt dat er een gebrek aan besparingen is. De Vlamingen mogen dat weten. Het Vlaams Belang vraagt de regering om te besparen. U hebt gezegd: wat ik aanklaag is het gebrek aan besparingen. Iedereen mag dat noteren.

 

Mijnheer Verherstraeten, de prijs aan de pomp is een heel groot probleem voor de mensen. Uw fractie stelt daar ook regelmatig vragen over. Er was een accijnsverlaging van 17 cent, de mensen hebben dat vijf dagen gevoeld, maar toen was de prijs weer boven de 2 euro.

 

We zitten nog niet aan het Europese minimum. Er kan nog 9 cent af. Dat zou ongeveer 7 euro per tankbeurt kunnen opleveren. Ik denk dat dit een belangrijk idee is. Wij vragen ons ook af waar die belofte blijft.

 

De vraag is ook of we niet nog verder moeten gaan. De PVDA vindt dat we terug naar 1,40 euro aan de pomp moeten gaan. Dat is de prijs die het de afgelopen vijf jaar was. Daarvoor moeten we onder het Europees minimum gaan en moeten we ook denken aan het blokkeren van prijzen.

 

Met betrekking tot de inkomsten is het ook belangrijk om te zeggen dat op de benzine niet alleen accijnzen maar ook btw wordt geheven. Daar zijn ook meerinkomsten voor de Staat, omdat de prijs naar boven gaat.

 

Kunt u dieper ingaan op de prijs aan de pomp en wat daar nog mogelijk is?

 

02.137  Servais Verherstraeten (CD&V): Collega's, ten eerste, de eerste in de assemblee die heeft aangegeven dat wij iets moesten doen aan de prijzen aan de pomp, zit daar. Dat is de minister van Financiën. Hij heeft daar niet alleen over gesproken. Hij heeft er ook iets aan gedaan.

 

De mensen voelen het niet. Mevrouw Merckx, ik begrijp wat u aangeeft. De prijzen stijgen immers zo enorm dat de inspanning die de federale regering heeft geleverd, deels teniet wordt gedaan door de prijsstijgingen. Dat wil echter niet zeggen dat er niets is gebeurd. Er is heel veel gebeurd door die maatregel.

 

Wanneer wij het budgettaire plaatje bekijken, merken wij dat wij, indien een en ander op jaarbasis zou worden bekeken, op 1,2 miljard euro uitkomen. Wij mogen dus niet onderschatten hoeveel inspanningen zijn geleverd.

 

Ik meen – de minister van Financiën en de minister van Begroting kunnen aanvullen en/of mij cijfermatig corrigeren – dat op dit ogenblik de inspanning die de federale regering levert, tussen 10 en 15 euro per tankbeurt bedraagt. Die inspanning is in totaliteit absoluut niet gering.

 

Ten tweede, onze partij en onze fractie zijn in het licht van de blijvende prijsstijgingen voorstander om een en ander te veranderen en te verminderen tot het Europese minimum. Dat is echter geen maatregel in het kader van een budgetcontrole. Dat is een maatregel die moet worden besproken, wanneer straks over de begroting 2023 wordt gesproken, omdat die maatregel budgettair ook niet niks is. Ik heb het gewoon laten berekenen. Het gaat daarbij over 800 miljoen euro extra.

 

Mijnheer Vermeersch, u kan onze inspanningen bagatelliseren en beweren dat wij niks doen. Ik heb u vorige keer tijdens een uiteenzetting hier in de Kamer uitgenodigd om eens naar de streek te komen waar ik woon, om te zien hoeveel Nederlanders hier in België komen tanken, hoewel de Nederlandse regering, die veel meer budgettaire ruimte heeft, weliswaar ook maatregelen heeft getroffen, die echter minder verregaand zijn dan de maatregelen die de Belgische regering in moeilijkere budgettaire omstandigheden heeft getroffen.

 

U zal verwijzen naar Duitsland, dat nog maar heel recent naar het Europese minimum is gegaan. Dat is ook onze ambitie, maar die maatregel kadert in het geheel van maatregelen die wij moeten treffen in het kader van de begroting 2023.

 

02.138  Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer Verherstraeten, inzake het pleidooi voor lagere accijnzen aan de pomp, herinner ik u aan het debat over de regeerverklaring in oktober, toen wij u tijdens uw betoog voor het eerst gevraagd hebben wat u zou doen aan de prijs aan de pomp. U hebt toen onze vraag al dan niet bewust niet goed begrepen. U begon toen over de accijnzen in de energiefactuur. Ondertussen is het de minister beginnen te dagen en heeft hij effectief een eerste accijnsverlaging doorgevoerd. Ik zeg wel degelijk: een eerste accijnsverlaging. Wat ons betreft, moeten er nog enkele accijnsverlagingen volgen.

 

U verwijst naar de kostprijs van 1,2 miljard euro. Ik heb de cijfers opgevraagd aan de minister van Financiën. De accijnzen zijn ten opzichte van precoronatijden van ongeveer 31 miljard euro gestegen naar 33 miljard euro. Er zijn dus extra inkomsten aan accijnzen voor ongeveer 2 miljard euro. U kunt het nakijken op de VRT-webstek, de minister was zelf diegene die gezegd heeft dat de meerinkomsten die er zijn, allemaal zullen worden teruggegeven aan de bevolking. Dat gebeurt vandaag niet.

 

Ik neem ook akte van het feit dat CD&V hier zegt dat de minimumaccijnsverlaging die zij beloofd hebben in het Parlement zullen meenemen in de begrotingsbesprekingen voor 2023. Dat betekent dat er pas ten vroegste vanaf 1 januari 2023 een verlaging van de accijnzen tot het Europees minimum zal komen. Ik hoop dat de bevolking niet hoort dat u dat voorstelt in het Parlement. Pas tegen dan, mijnheer Verherstraeten, dat is problematisch. Het is vandaag dat heel wat mensen hun factuur niet kunnen betalen.

 

U verwees terecht naar uw streek en naar het feit dat daar Nederlanders kwamen tanken. Zullen wij eens kijken waar de Nederlanders vandaag gaan tanken? De Nederlanders gaan vandaag massaal tanken in Duitsland, omdat de Duitse regering heeft gedaan waar uw regering niet in geslaagd is, namelijk de accijnzen verlagen tot het Europees minimum.

 

Laten wij even kijken op de parkeerterreinen van de supermarkten in Nederland, en de Belgische nummerplaten daar tellen. Vele Vlamingen gaan daar winkelen omdat dat een pak goedkoper is in Nederland. Dat is de realiteit. Dat is wat wij moeten benoemen. Halve maatregelen, en beloven dat u over een aantal maanden, of tegen 1 januari 2023, de accijnzen eventueel zult verlagen, is niet wat u toen hier in het Parlement hebt gezegd.

 

02.139  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mevrouw de voorzitster, ik zie dat de minister al wil antwoorden, dus dat is misschien interessant.

 

Mijnheer Verherstraeten, op 2 juni heeft de minister effectief gezegd dat hij naar het Europees minimum wou gaan, maar u zegt vandaag dat dit niet zal gebeuren voor 1 januari 2023. De regering plant dus eigenlijk geen nieuwe maatregelen tot die datum wat betreft de prijs van de benzine. Dat is toch slecht wel nieuws.

 

02.140 Minister Vincent Van Peteghem: Mevrouw de voorzitster, ik wil even een paar dingen rechtzetten.

 

Ten eerste, mijnheer Vermeersch, u zegt dat wij meer accijnzen binnenhalen, maar u moet ook eerlijk zijn. De accijnzen stijgen niet omdat de prijs van diesel of benzine hoger wordt. Ik weet dat u dat bedoelt, maar dat is zo. U kunt niet beginnen goochelen met cijfers waarmee er niet gegoocheld moet worden. Wij hebben de boodschap gebracht dat wij de meeropbrengsten van de btw op diesel en benzine zullen teruggeven. In maart hebben wij beslist om de accijnzen te verlagen met 17,5 eurocent per liter. Daarvoor hebben we de meerinkomsten van de btw op benzine en diesel gebruikt. Die meerinkomsten worden geschat op 300 miljoen euro voor het volledige jaar 2022, terwijl de kostprijs voor het verlagen van de accijnzen voor één kwartaal 300 miljoen euro bedraagt. Wij verlengen die verlaging tot het einde van dit jaar. Dat komt neer op drie kwartalen, dus drie keer 300 miljoen euro of 900 miljoen euro.

 

U zegt mij dat de mensen dat niet meer voelen, mevrouw Merckx. Sorry, maar op elke volle tank is er een daling van 10,50 euro. Voor alle duidelijkheid, als wij die inspanning niet zouden doen, dan zou een volle tank 10,50 euro meer kosten. Probeer alstublieft eens een klein beetje eerlijk te zeggen dat de inspanning die wij leveren niet minimaal is. Misschien is die inspanning niet maximaal, maar laat mij in ieder geval duidelijk maken dat wij heel goed beseffen wat de problematiek van de prijzen aan de pomp en van de prijzen van gas en elektriciteit is. Ook voor die laatste hebben wij een maatregel genomen om de btw te verlagen tot 6 %, opnieuw omdat wij heel goed weten dat dit voor heel veel mensen vandaag een groot probleem is.

 

Wat betreft het verlagen van de accijnzen tot het minimum verwijst u naar Duitsland. Daar hebben ze dat gedaan voor een paar weken. Wij hebben negen maanden lang onze accijnzen verlaagd met 17,5 %. Het heeft dit weekend op tafel gelegen, maar we hebben er heel expliciet voor gekozen om over een langere periode een inspanning te leveren, zodat we tot het einde van het jaar de accijnzen kunnen verlagen. Ik vind dat een heel belangrijke maatregel. Ik ben blij dat we dit soort maatregelen nemen voor de vele mensen die met hun auto – niet met een bedrijfswagen, maar met hun eigen auto – naar het werk moeten of hun kinderen moeten wegbrengen.

 

02.141  Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, voor de goede orde, u hebt gelijk. Het gaat inderdaad niet om de accijnzen maar om de btw-inkomsten zijn gestegen. In een schriftelijke vraag heb ik u de cijfers gevraagd voor 2021, vergeleken met de precoronajaren 2018 en 2019. In 2018 en 2019 bedroegen die btw-ontvangsten 31 miljard euro, in 2021 was dat 33 miljard euro. Door de prijsstijgingen zijn die dus met 2 miljard gestegen.

 

Dat was 2021 ten opzichte van 2018. Ondertussen zijn de prijzen nog meer gestegen. Daar zwijgt u natuurlijk in alle talen over. Dat bedrag, het verschil ten opzichte van de precoronajaren aan extra btw-inkomsten uit energieproducten, is veel hoger dan die 2 miljard euro. In oktober hebt u tijdens de begrotingsbesprekingen heel duidelijk verklaard dat alle meerinkomsten zouden terugvloeien naar de bevolking. Wij zeggen hier heel duidelijk dat dit vandaag niet gebeurt.

 

U doet te weinig, buurlanden doen veel meer. De reden daarvoor vermeldde ik in mijn betoog en gaf staatssecretaris De Bleeker overigens ook dit weekend in L'Écho. Het komt doordat we problemen hebben met onze begroting. Daarom hebben we geen ruimte en moeten die meerinkomsten dienen om de putten te vullen, in plaats van ze terug te geven aan de bevolking. De meerinkomsten worden meegenomen in de begroting omdat de situatie in dit land al zo problematisch is. Het verschil tussen pakweg Vlaanderen en Duitsland als het over die accijnzen gaat, is dat Duitsland zijn rekeningen veel beter op orde heeft. Daardoor kan dat land de accijnzen wel verlagen tot het Europese minimum. Zo eenvoudig is het.

 

Mevrouw de voorzitster, dat kadert dus volledig in deze begrotingsdiscussie. Mocht dit land zijn rekeningen beter op orde hebben, dan zouden wij veel meer kunnen doen voor onze bevolking, niet alleen inzake de prijs aan de pomp, maar ook wat de winkelkar en onze veel te hoge energieprijzen betreft.

 

02.142  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, als ik zeg dat de mensen niet voelen dat u de accijnzen hebt verlaagd, dan is dat de realiteit. De benzine was welgeteld vijf dagen goedkoper, daarna kostte ze opnieuw meer dan twee euro. Maandag is er 80.000 man op straat gekomen en dit was één van de grote thema's op die betoging. De mensen kunnen het niet meer betalen, zo hoog is de prijs aan de pomp.

 

Wat mij vooral verontrust, is dat u niet hebt gezegd of u de accijnzen verder zou verlagen, wat u op 2 juni hebt beloofd. De heer Verherstraeten zegt dat het niet voor 1 januari 2023 zal zijn en u hebt gezegd dat we de goedgekeurde verlaging tot eind december zullen aanhouden. Dat betekent dat u misschien zelfs overweegt om die accijnzen opnieuw op te trekken vanaf 1 januari 2023. U moet duidelijk zijn. Wat u hier vertelt, is echt niet geruststellend en de PVDA gaat door met haar petitie, want de prijs van de benzine moet opnieuw zakken naar 1,40 euro.

 

02.143  Servais Verherstraeten (CD&V): Collega Merckx, leg de minister geen woorden in de mond.

 

Deze regering heeft afspraken gemaakt tot het einde van het jaar. Aan het einde van het jaar of in het najaar zullen wij het niet alleen hebben over de begroting voor 2023, maar wellicht ook nog over de laatste maanden van 2022, om na te gaan of we bijkomend nog iets moeten of kunnen doen. Als dat het geval is, dan zullen we dat ook doen. Leg de minister in die omstandigheden dus niet in de mond dat hij stelt dat het dan het ophoudt. Dat was wel het laatste wat hij bedoelde. De minister zal dat volmondig beamen, bij ongewijzigde omstandigheden blijven de accijnzen minstens op het niveau van nu. Wat ons betreft, wij zullen pleiten voor extra stappen wanneer de prijzen aan de pomp te hoog zijn. De mensen die niet met de trein kunnen gaan werken maar dat met hun auto moeten doen, moeten dat betaalbaar kunnen houden. Dat blijft onze ambitie.

 

Mijnheer Vermeersch, u wijst terecht op de moeilijke budgettaire toestand die ons land kent. Wij kunnen niet doen wat Duitsland doet, dat klopt. Niettegenstaande het feit dat dit voor ons budgettair zeer moeilijk was, hebben we gedaan wat we gedaan hebben en dat was niet minimalistisch. Het is zeer eenvoudig om te roepen, maar moeilijker om te doen.

 

Als ik even mag beoordelen wat u doet, hoor ik het voorstel om de regering een machtiging te geven om de accijnzen te verlagen. Ik vind het heel interessant dat een oppositiepartij eigenlijk volmacht aan de regering wil geven. Als een regering volmachten of bijzondere machten vraagt, schreeuwt een oppositiepartij meestal moord en brand. Ik kan daar wel begrip voor opbrengen. Het Vlaams Belang doet echter het omgekeerde. Wees dan ook iets inventiever en creatiever in plaats van hier zo te roepen. In elk geval, de zorg die u en andere leden van de oppositie hebben, leeft ook bij de meerderheid. Wij beseffen wat tanken mensen met een laag inkomen vandaag kost. Als we kunnen, doen we daar inspanningen voor.

 

02.144  Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de voorzitster, aangezien de minister van Financiën hier aanwezig is, had ik graag verduidelijking gekregen wat een aspect van de accijnsverlaging betreft. Er wordt immers maar een deel van het verhaal verteld. Stel dat de internationale prijzen opnieuw zouden dalen naar 1,70 euro, wat we momenteel niet verwachten, treedt het cliquetsysteem dan weer in werking? Kunt u dat bevestigen in het Parlement en voor de bevolking? Zo wordt de beloofde 17,5 eurocent platgedrukt en wordt die dus niet volledig gegeven? Klopt het dat het cliquetsysteem opnieuw in werking treedt vanaf 1,70 of 1,75 euro aan de pomp?

 

02.145 Minister Vincent Van Peteghem: Ik heb daarover nog nooit gelogen of iets anders gezegd. Dat is de afspraak in de regering.

 

02.146  Sander Loones (N-VA): Mijnheer de minister, ik zal positief beginnen. U maakt terecht een onderscheid tussen een begrotingscontrole en een begrotingsopmaak. U bent ook een aandachtig toehoorder van het debat. U bent vanmiddag echter al de vierde spreker van de meerderheid die N-VA verwijt dat wij steunmaatregelen hebben goedgekeurd, maar tegelijk commentaar geven op het feit dat het begrotingstekort met nog eens 4 miljard euro toeneemt. Het is nu al de vierde keer vanmiddag, maar zolang dat intellectueel oneerlijke argument wordt aangevoerd, zal ik blijven beklemtonen dat onze fractie voor elke uitgave die we goedkeuren, ook hervormingsvoorstellen aan het Parlement voorleggen. In de commissie voor Sociale Zaken, Werk en Pensioenen liggen wetsvoorstellen klaar om de toekomstige extra uitgaven te compenseren.

 

Doet u echt aan een begrotingscontrole? Wij zien daarentegen dat een aantal partijen aan de ondehandelingstafel de verlenging van bepaalde maatregelen vroegen, wat extra uitgaven meebrengt, terwijl er geen controle is op de gemaakte afspraken. Geen enkele andere partij heeft te kennen gegeven dat ingeval er sneller meer uitgaven zijn, er ook sneller moet worden hervormd. We kennen CD&V, zeker uit het verleden, als een degelijke bestuurspartij. Hoe definieert u het principe van begrotingscontrole?

 

02.147  Servais Verherstraeten (CD&V): Collega Loones, in de commissie voor Financiën hebt u gesteld dat wat voorligt, eigenlijk geen begrotingscontrole is, maar dat het gewoon gaat om 4 miljard euro meeruitgaven. Het klopt dat er 4 miljard meer wordt uitgegeven, het licht van de zon zullen we niet ontkennen. Er is echter een verschil tussen een begroting en een begrotingscontrole. Een begrotingscontrole houdt eigenlijk in dat de cijfers worden aangepast aan de realiteit. De realiteit kan zijn dat externe gebeurtenissen een invloed hebben op de cijfers, zelfs zonder een aanpassing van de regelgeving. Dat is dit jaar zeker gebeurd, onder meer door de extra indexeringen en de onvermijdelijke uitgaven door extra genomen maatregelen.

 

Gaat het hier om een begrotingscontrole die definitie waardig? Ik vind van wel. In die zin begrijp ik de stelling van de heer Piedboeuf dat hij in zijn gemeente wel iets minder tijd nodig heeft om een ajustement budgétaire door te voeren. Daarmee bedoelt hij dat een begrotingscontrole eigenlijk een technische aangelegenheid is, waarbij de cijfers worden aangepast aan de gewijzigde omstandigheden, veeleer dan een politieke aangelegenheid. Ik volg hem in die definitie.

 

Wie hem ook volgt in die definitie, is de Vlaamse regering, met haar correctie inzake overheidsfinanciën waarbij de begrotingscontrole louter technisch is. Daarom vindt er rond een begrotingscontrole in het Vlaams Parlement iets minder debat plaats. Een begrotingscontrole is in theorie een technische aanpassing van de cijfers, waarbij we in dit geval ook consequent zijn met de maatregelen die wij genomen hebben voor de gezinnen en de bedrijven. Het spreekt voor zich dat we de door de maatregelen teweeggebrachte extra uitgaven in de begrotingscontrole hebben opgenomen. Om die reden is mijn antwoord ja.

 

02.148  Sander Loones (N-VA): Dat is natuurlijk een bijzondere redenering.

 

U hebt hier daarnet in antwoord op de benzinediscussie gesteld dat de maatregelen die er zouden komen, een budgettaire impact zouden hebben van 800 miljoen euro. Dat bedrag was volgens u dermate hoog dat het niet in de begrotingscontrole zou passen. Het zou volgens u een beleidsbeslissing zijn die in een begrotingsopmaak thuishoort. Dat was technisch een volledig correct antwoord, al is er dan natuurlijk de discussie rond de timing.

 

Hierin controleert u de cijfers niet. U hebt nieuwe beleidsmaatregelen genomen voor een bedrag van 1,4 miljard euro. Van de 4 miljard euro is er namelijk 1,4 miljard naar een aantal extra sociale maatregelen gegaan. Dat zijn dus beleidsbeslissingen die genomen worden in het kader van een begrotingsopmaak. Maar neen, die worden nu genomen in het kader van een begrotingscontrole! Er klopt dus iets niet.

 

We kunnen niet van beide walletjes eten: ofwel kijkt men bij een begrotingscontrole puur technisch na welke cijfers veranderen en neemt men geen nieuwe beleidsbeslissingen, ofwel voert men echt beleid. Dat laatste is precies wat u doet, maar u doet dat alleen wanneer het gaat om de uitgaven en niet wanneer het gaat om hervormingen. Dat is onze fundamentele kritiek.

 

Ik vind het niet erg dat u beleid voert. Zeker in snelwijzigende omstandigheden moet men snel kunnen ingrijpen. Als er dan begrotingstechnisch een moment is om in te grijpen, is het ook logisch om dat dan te doen; de diensten zijn er dan toch op georganiseerd. Doe het dan wel aan de beide kanten van de balans.

 

02.149  Servais Verherstraeten (CD&V): Doen de zeven meerderheidspartijen aan beleid en hebben zij en cours de route, nadat we begrotingsafspraken hebben gemaakt in het najaar van 2021 voor 2022, beleidsaanpassingen gemaakt? Uiteraard hebben wij dat gedaan, gelukkig maar! Dat is namelijk de koopkracht van de gezinnen en de ondernemingen ten goede gekomen.

 

Als we dat dan niet cijfermatig in een budgetcontrole hadden vertaald, had u gezegd dat onze cijfers niet klopten. Het is toch logisch dat we dat dan in de cijfers vertalen.

 

02.150  Sander Loones (N-VA): Ik zal het gewoon iets directer vragen. Als u de eerste minister in de regering-Verherstraeten I, II, III, IV, V, VI of VII was en u werd bij de begrotingscontrole geconfronteerd met de vraag van een aantal partijen naar meer uitgaven goed voor een totaal van 4 miljard, waarvan 1,4 miljard voor sociale uitgaven, had u hen dan herinnerd aan de voor het begrotingsjaar 2022 gemaakte afspraak om een budgettaire inspanning te leveren van 3 miljard, die 2,4 miljard is geworden, en hen erop gewezen dat u, aangezien er boven op de 2,4 miljard 4 miljard bij komt, u daar hervormingen tegenover verwacht?

 

02.151  Servais Verherstraeten (CD&V): Ik kom straks terug op de vraag of er tegenover het budget 2022 hervormingen staan.

 

In ieder geval zou geen enkele eerste minister, geconfronteerd met multipele crisissen van die omvang en die intensiteit dat ze 4 miljard extra uitgaven rechtvaardigen, die financieren met de onmiddellijke uitvoering in datzelfde begrotingsjaar van bepaalde structurele hervormingen. Ik volg u wel dat de situatie ons moet aanmoedigen om bij de begrotingsopmaak van 2023 verder te gaan in de structurele hervormingen dan we tot op heden zijn gegaan.

 

02.152  Sander Loones (N-VA): Gelooft u ook dat die strategie een succesvolle strategie zal zijn? Ik verwijs naar wat alleen nog maar deze legislatuur is gebeurd. De socialisten waren vragende partij om de pensioenen te verhogen. Het was ook echt nodig dat dat gebeurde. Ze hebben die trofee binnengehaald. U hebt hun die samen met ons overigens terecht gegund, in de hoop dat er ook iets zou terugkomen, misschien in de vorm van fiscale hervormingen of pensioenhervormingen. Dat is echter niet gelukt. De meer linkse partijen van uw regering hebben al een aantal keren in deze legislatuur hun trofeeën binnengehaald, waarbij u hoopt dat er dan in ruil daarvoor een minitrofee komt, maar die komt maar niet. Deze keer doet u dat niet alleen bij een begrotingsopmaak, maar zelfs bij een begrotingscontrole.

 

De trofeeënkast wordt aan één kant gevuld, maar u blijft met lege handen achter. Uw optimisme siert u, maar ik weet niet of u zeer succesvol zal zijn op het terrein.

 

02.153  Servais Verherstraeten (CD&V): Wat we gedaan hebben, vergt inderdaad veel extra middelen. Het was absoluut noodzakelijk om sociale maar ook om economische redenen. Onderschat niet wat we ook voor de ondernemingen hebben gedaan.

 

02.154  Björn Anseeuw (N-VA): Mijnheer Verherstraeten, u zaait vooral veel verwarring. U beweert dat er hervormingen tegenover meeruitgaven staan. Maar dat is niet zo. Het is zelfs nog erger. In de oorspronkelijke begroting waren er maatregelen opgenomen om meerinkomsten te genereren, zoals de strijd tegen fiscale fraude, goed voor een paar honderd miljoen extra inkomsten. De regering wil dat doen door de aanwerving van 50 extra inspecteurs, zo staat het in de begroting ingeschreven.

 

Bij de bespreking van de begrotingsaanpassing in de commissie voor Sociale Zaken heb ik gevraagd hoe het stond met die aanwervingen, want ik begrijp dat men meer mankracht nodig heeft om meer binnen te halen. Het antwoord van de minister was dat die aanwervingen eind dit jaar rond zouden zijn. Ik stel vast dat er nog steeds inkomsten staan ingeschreven die zouden moeten worden gegenereerd door extra mensen die dit jaar nog niet zullen worden aangeworven. Er zijn dus hervormingen of acties aangekondigd met het oog op meer inkomsten, maar ze worden niet eens uitgevoerd. Dan is het erg verwarrend dat u hier al 10 tot 15 minuten loyaal tegenover de regering waarvan uw partij deel uitmaakt, meeruitgaven staat te verdedigen, waarvan een groot deel sociale uitgaven betreft. Bij de N-VA hebben we in het kader van coronamaatregelen, waardoor het bijna onmogelijk werd om nog te gaan werken, steeds aangedrongen op heel gerichte maatregelen voor de gezinnen en de ondernemingen die echt steun nodig hadden, en een dergelijk beleid ook altijd gesteund.

 

Wij hebben ook steeds de bemerking gemaakt dat die maatregelen fijnmazig genoeg moeten zijn, want anders geeft men veel meer geld uit, dat om te beginnen voor een groot stuk zijn doel voorbijschiet. Dat is de voorbije twee jaar ook gebleken. Wij stonden steeds alleen te roepen in de woestijn. Als u zegt dat wij dat allemaal klakkeloos hebben goedgekeurd, dat is niet juist. Wij hebben steeds die opmerking gemaakt. En wij hebben ook steeds alternatieve voorstellen geformuleerd.

 

Maar, sinds een paar maanden staan wij niet meer alleen te roepen in de woestijn als het gaat over de fijnmazigheid van die steunmaatregelen, die extra sociale uitgaven, die u hier van A tot Z staat te verdedigen. In de commissie voor Sociale Zaken hebben wij een medestander gekregen, in de vorm van collega Muylle, u welbekend, van uw fractie. Collega Muylle zegt ook reeds sinds enkele maanden dat die maatregelen een stuk fijnmaziger moeten dan ze vandaag zijn.

 

Ik hoor dat niet in uw betoog. Ik wil dan ook graag van u het volgende weten. Is het inderdaad collega Muylle die het standpunt van CD&V vertolkt? Zij zegt dat er veel gerichtere maatregelen moeten zijn dan vandaag. Vandaag is er immers nog steeds een regeling voor tijdelijke werkloosheid die exact dezelfde is als meer dan twee jaar geleden bij het begin van de coronacrisis, in die eerste lockdown, waar bijna niemand, letterlijk, buiten mocht komen, laat staan naar zijn werk mocht gaan. Vandaag is er nog steeds exact dezelfde regeling, onder het mom van diezelfde coronapandemie.

 

Collega Muylle zegt dat nu reeds een paar maanden dat het genoeg is geweest. Ik hoor dat niet in uw betoog. Over die meeruitgaven gaat het nu. De meeruitgaven die u nu staat te verdedigen, worden reeds sinds verschillende maanden bekritiseerd door iemand van uw eigen fractie in de commissie voor Sociale Zaken. Hulde aan collega Muylle dat ze dat inderdaad doet, want ik vind dat ze groot gelijk heeft. Wij zeggen het reeds twee jaar.

 

Wat is nu eigenlijk het standpunt van CD&V? Vindt u inderdaad dat hier te kwistig en te weinig fijnmazig wordt omgesprongen met overheidsmiddelen in de sociale uitgaven? Of vindt u dat niet en vindt u het allemaal goed zoals het nu is?

 

02.155  Servais Verherstraeten (CD&V): Mevrouw de voorzitster, ik had gevraagd om later nog iets te zeggen over de hervormingen, maar als men voortdurend onderbreekt, ben ik niet in staat om daar op dat tijdstip op te antwoorden.

 

Collega's, ik ben geen lid van de commissie en ik ben niet op de hoogte ben van de actuele stand van zaken met betrekking tot de aanwervingen, maar ik stel voor dat u zich hiervoor straks tot de minister wendt in het thematisch debat.

 

De bestrijding van de sociale en fiscale fraude, die voor mij even belangrijk zijn, is een kwestie van personeelsinzet maar ook van logistieke inzet en desgevallend ook van een aanpassing van de regelgeving om zaken te voorkomen. Ik ken de budgettaire stand van zaken niet, maar hoe dan ook zijn in het budget voor 2022 ambities ingeschreven. De diverse regeringsleden mogen op het einde van het boekjaar ook worden beoordeeld om te zien of de cijfers werden behaald, waarom niet, en hoe er kan worden bijgestuurd.

 

Het lijkt ook of er totaal geen hervormingen zijn gebeurd, collega's. Zou onze fractie op dit ogenblik graag met de hervormingen verder gegaan zijn? Ja, dat is een publiek geheim. Ik onderschrijf wat mevrouw Muylle zegt. Betekent dit, omdat we dat nog niet hebben gedaan, dat we het niet zullen doen? Neen.

 

De heer Piedboeuf heeft daarnet gepleit voor bijkomende hervormingen. Ik heb in het begin gezegd dat ik mij daarbij aansluit. Ik wil echter ook niet minimaliseren wat er wel is gebeurd.

 

Ik heb vorige week gezegd dat ik nog voor de zomer over de arbeidsdeal wil stemmen. De regering heeft dat vorige vrijdag afgeklopt. Ik ga ervan uit dat we hierover voor de zomer zullen stemmen.

 

Is dat noodzakelijk? Ja. Is dat voldoende? Er kan nog meer en er moet nog meer. Die ambitie moet er ook zijn, maar minimaliseer toch niet welke maatregelen men daar neemt. Dit zal toch jobs opleveren.

 

02.156  Björn Anseeuw (N-VA): Mijnheer Verherstraeten, ik dank u voor uw omstandig antwoord. Mijn vraag was eigenlijk wat de mening van de CD&V is over de zeer weinig fijnmazige maatregelen die de voorbije twee jaar werden uitgerold onder het mom van allerhande crisissen. Collega Muylle heeft in de commissie met zoveel woorden gezegd dat de maatregelen veel te weinig fijnmazig zijn en dat er te kwistig wordt omgesprongen met overheidsgeld. Dat is ook wat wij ervan zeggen.

 

U zegt nu dat u dat onderschrijft. Het is nu voor eens en altijd duidelijk dat de CD&V vindt dat de vivaldiregering te kwistig met overheidsmiddelen omspringt in de sociale uitgaven. Ik dank u voor dit heel duidelijk antwoord.

 

02.157  Peter De Roover (N-VA): Mijnheer Verherstraeten, ik voel dat u naar de hervormingen overgaat. Hebt u het hoofdstuk van de koopkracht afgesloten?

 

02.158  Servais Verherstraeten (CD&V): Ik heb het hoofdstuk van de koopkracht inderdaad afgesloten. Ik wil enkel nog een suggestie doen.

 

02.159  Peter De Roover (N-VA): Dat mag u zeker. Hoe meer, hoe liever. Gebruik uw volle spreektijd voor suggesties.

 

02.160  Servais Verherstraeten (CD&V): Wij hebben nog een halfjaar in 2022. De hervormingen zullen voor de begroting 2023 en volgende zijn. We hebben nog een halfjaar om uit te geven en binnen te krijgen. Sommige uitgaven zullen onvermijdelijk zijn en andere strikt noodzakelijk. Ik vrees dat externe omstandigheden er zelfs voor zullen zorgen dat sommige uitgaven nog hoger zullen zijn dan in deze budgetcontrole is voorzien.

 

Mevrouw de staatssecretaris, mag ik namens mijn fractie een oproep doen wat betreft de tweede helft van het jaar? We hebben nog al moeilijke budgettaire periodes gekend met verschillende regeringen, waar de minister van Begroting en de regering op het laatste zeiden dat ze met een vergrootglas naar de uitgaven moesten kijken. Wat onze fractie betreft, zijn dat niet de investeringsuitgaven, zijn dat niet de noodzakelijke en nodige uitgaven. Dat is een politieke beoordeling en dat laat ik aan de regering over, maar daarnaast zitten we ook met heel wat gewone, lopende uitgaven die we met een vergrootglas moeten bekijken en met een, zoals men dat soms noemt, een versterkte budgettaire behoedzaamheid, met een scherpere administratieve en budgettaire controle.

 

De realiteit leert dat menige regeringen vaak in de laatste maand extra uitgaven doen. Het feit dat we zo veel extra uitgaven hebben gedaan, noopt ons er misschien toe om die iets eerder dan in de laatste maand of de laatste weken te doen om onnodige uitgaven te vermijden. Ik zal me nu op 2023 richten en dan…

 

02.161  Peter De Roover (N-VA): Ik zie dat u het debat op de voet volgt.

 

U sprak dus over koopkracht en ondersteuningsmaatregelen, waarbij het er dikwijls op neerkomt dat de overheid bepaalt wie om welke reden geld terugkrijgt. Zoals daarnet werd gezegd, zijn een aantal van die beslissingen in de gekende omstandigheden terecht. Wanneer u echter over de koopkracht van de gezinnen spreekt, heb ik het bestelde expertenrapport gelezen. Er stond iets zeer interessant in, want ik had de minister daar een paar weken geleden over ondervraagd. U hebt daar vorige week op gereageerd en dat viel mij op.

 

De bomen groeien niet tot in de hemel. Dat klopt, daar kan ik me bij aansluiten, net zoals bij uw suggestie van daarnet. Ik citeer u: "De optelsom van de maatregelen moet wel betaalbaar zijn zodat we de factuur niet doorsturen naar de volgende generatie. De optelsom mag ook niet tot gevolg hebben dat bepaalde categorieën die het minder nodig hebben het meest profiteren." En nu komt het: "Wij zijn voor de indexering van de lonen. Een indexering van de belastingtarieven zal echter mensen die het minder nodig hebben meer bevoordelen dan mensen die het absoluut nodig hebben."

 

Collega Verherstraeten, het gaat dus over een suggestie van de experts. De indexering van de belastingschalen gebeurt pas op het einde van het jaar, terwijl de mensen natuurlijk 2 à 3 indexsprongen hebben gekregen. Ongeveer de helft van de loontrekkenden en de uitkeringstrekkers krijgen die in de loop van het jaar. De andere helft krijgt dat één keer per jaar.

 

U wekt hier de indruk dat de indexering van die belastingschijven een cadeautje is aan de rijke mensen, maar dat wil ik fundamenteel betwisten. Een gezin met twee kinderen met een mediaaninkomen betaalt – sluipenderwijs – door indexering 1.500 euro belastingen meer, sluipenderwijs want niemand weet en ziet dat. Op het einde blijkt dat in de ingewikkelde berekening van belastingen.

 

Mocht de minister van Financiën hier komen aankondigen dat hij 1.500 euro wil afpakken van de mensen, dan zou hij 's anderendaags ontslag moeten nemen, maar eigenlijk gebeurt dat de facto door de niet-indexering van de belastingschalen. U neemt dus allerhande maatregelen, maar ondertussen betaalt dat gezin met een mediaaninkomen sluipenderwijs door indexaanpassingen – niet door loonsverhogingen – 1.500 euro belastingen extra. Dat is 1.500 euro die zij, normaal gesproken, in tegenstelling tot bij andere maatregelen, zelf zouden kunnen besteden, naar eigen goeddunken. Mensen die bijvoorbeeld niet met de auto rijden of die verkiezen om met het openbaar vervoer te gaan, kunnen daar andere dingen mee doen. Zij kunnen daar vrij over beslissen. Ik denk dat dat de reden is waarom de experten dat hebben opgenomen.

 

Ik vind het toch wel heel sterk dat u zich vorige week uitspreekt tegen – ik denk dat ik uw woorden zo moet interpreteren – die sluipende belastingverhoging, zonder dat men meer verdient, en dat u nu gedurende een heel lange periode koopkrachtmaatregelen aan het verdedigen bent. Bedoelt u nu werkelijk dat de snellere indexering van belastingschalen een zaak is die de rijkere mensen ten goede komt en niet de werkende Vlamingen die, wat ons betreft, in de middenklasse zitten en die bijvoorbeeld net boven die inkomensgrens zitten, waardoor zij vandaag te weinig van maatregelen kunnen genieten?

 

02.162 Minister Vincent Van Peteghem: Mag ik de vraag omdraaien, mijnheer de fractieleider? Stel dat u de maatregel doorvoert. Voor een goed begrip, ik meen inderdaad dat de indexering van de loonschalen een element is dat meegenomen moet worden, maar dat die natuurlijk een grote kostprijs heeft. De kostprijs daarvan is anderhalf miljard euro.

 

Als wij zouden zeggen, laten wij met die middelen ervoor zorgen dat wij de mensen met een mediaanloon van 1.500 helpen, dan wil dat zeggen dat het voor diegenen die veel meer hebben om een veel hoger bedrag gaat. Wat zou u doen? Hoe zou u proberen die mensen met een mediaanloon te helpen?

 

02.163  Peter De Roover (N-VA): Ik vind uw interventie uitermate interessant, want wij leren nu dat u anderhalf miljard extra binnentrekt. U hebt dus net een belastingsverhoging bekend van anderhalf miljard, zonder dat u enige maatregel neemt, namelijk door het automatisme dat u laattijdig beschermt.

 

U zegt immers dat als wij dat rechttrekken, dat ons anderhalf miljard kost. Dat kost u niets! U geeft het gewoon terug. U zorgt gewoon dat de mensen geen extra belastingen betalen.

 

U zegt dus dat dit systeem wel interessant is.

 

02.164 Minister Vincent Van Peteghem: (…)

 

02.165  Peter De Roover (N-VA): U hebt het net gezegd. U zegt dat dit anderhalf miljard zou kosten. Neen, het niet nemen van die maatregel kost de burger anderhalf miljard. Dat is de juiste interpretatie van wat u net zei.

 

Ik moet eerlijk zeggen dat ik dit een bijzonder interessant moment in het debat vind. Ik had het berekend per koppel. Wij weten nu dat u als minister van Financiën de facto anderhalf miljard belastingsverhoging inschrijft in uw begroting, niet omdat de lonen van de mensen verhogen maar omdat zij aangepast worden aan de index. Ik dank u voor die informatie.

 

02.166  Servais Verherstraeten (CD&V): Mijnheer De Roover, u hebt mij correct geciteerd. U hebt echter een interpretatie aan mijn woorden gegeven, alsof ik er als het ware voor zou pleiten dat er niet zou worden geraakt aan de belastingtarieven.

 

Ik licht even toe wat ik vorige week eigenlijk bedoelde. Ik ben het uiteraard met u eens dat als de belastingschalen niet worden geïndexeerd, het om een sluipende belastingverhoging gaat. Daarover zijn wij het eens. Wanneer die indexeringen worden toegepast in combinatie met de huidige hyperinflatie, meen ik te mogen stellen dat dit heel gunstig is voor iedereen. Het is echter nog gunstiger voor mensen met een heel hoog inkomen.

 

Wij bevinden ons vandaag in een budgettaire context waarin – ook op dit punt hebt u mij terecht geciteerd – de bomen niet tot in de hemel groeien. Wanneer wij straks in het kader van de begrotingsbesprekingen voor 2023 koopkrachtmaatregelen moeten treffen, zullen wij wat links of rechts gericht moeten gaan werken. Wanneer u mijn persoonlijke mening of de mening van onze fractie wil kennen, kan ik u meegeven dat het voordeel van het indexeren van belastingtarieven of het voordeel van het wijzigen van tarieven, heel specifiek gericht op mediaaninkomsten en de lagere middenklasse, misschien niet in het voordeel van de hoogste of de allerhoogste inkomens is. Misschien is dat echter enorm te verantwoorden om een promotieval te voorkomen en zo meer mensen aan de slag te krijgen en te houden. Dat is niettegenstaande de budgettaire context op dat ogenblik meer dan te verantwoorden.

 

Bovendien lijkt mij dat veel nuttiger en efficiënter dan de sympathieke maatregel die ik vorige week van de leden van Groen heb gehoord in verband met het belastingkrediet en de belastingkredietschalen, die op het vlak van de promotieval echter perverse effecten dreigt te hebben. Dat moeten wij wel bekijken.

 

De doelstelling is net dezelfde, met name ervoor zorgen dat lagere inkomens, vooral lagere middeninkomens, meer verdienen. De keuze die men maakt, mag niet pervers zijn en tot gevolg hebben dat men daarnaast fiscale, parafiscale of sociale nadelen krijgt waardoor men er netto niets aan overhoudt. Dat risico dreigt met de huidige regelgeving. Men moet dus oppassen welke parameters men gebruikt. Ik heb er hoe dan ook voor gepleit om niet tot en met geld uit te geven, maar om te proberen om wat gerichter in te grijpen. Ik heb er zeker niet voor gepleit om niets te doen aan de belastingschaaltarieven.

 

02.167  Peter De Roover (N-VA): Van de minister van Financiën krijgen we te horen dat er sluipenderwijze anderhalf miljard meer belasting wordt geheven omwille van de indexering, niet omwille van loonsverhoging. U zegt letterlijk dat er een sluipende belastingverhoging is, u geeft dat toe. Dat gebeurt er vandaag. Wat ik zo pervers vind, is dat de regering voortdurend zegt dit en dat te hebben uitgedeeld, maar ondertussen haalt ze langs de achterdeur wel 1.500 euro bij het mediane gezin. Daar gaat het over, dat is pervers. Wij hebben al een gigantisch progressief stelsel. Nog even, nog een paar indexsprongen, en we hebben een flat tax, namelijk iedereen bij wijze van spreken 50 %, tot op de laatste euro. Dat zeer progressieve stelsel, progressiever dan in andere landen - u kent de vergelijkingen - wordt door het indexatiemechanisme zonder een snelle indexering van de belastingschalen nog progressiever. Ik herhaal het, het is wel degelijk het mediane gezin, dat tot hiertoe uit de boot viel voor vele maatregelen, dat 1.500 euro meer betaalt zonder eigenlijk een loonsverhoging te krijgen. Ik vind dat pervers.

 

02.168  Servais Verherstraeten (CD&V): Collega De Roover, onze fractie is voorstander van progressiviteit van de belastingen. Ik vind die absoluut rechtvaardig en ik vind dat we die moeten handhaven. Vooral vind ik dat wij bij elke belastinghervorming ons zeker ook moeten focussen op de lasten op arbeid in het algemeen en zeer specifiek op de lasten op arbeid van die categorie van mensen die behoort tot wat wij de lagere middenklasse noemen. Die laatste groep moet aan elk gepresteerd overuur, aan elke promotie netto iets overhouden, in combinatie met alle andere regelgeving. De regering moet dat nauwlettend in het oog houden als er straks, in het kader van de begroting voor 2023, keuzes gemaakt moeten worden.

 

02.169  Peter De Roover (N-VA): Mijnheer Verherstraeten, ik heb niet gepleit tegen de progressiviteit van de belastingschalen. Ik heb wel gezegd dat wij in vergelijking met alle buurlanden een uitermate progressief belastingsysteem hebben. Van de mensen die via arbeid een inkomen verwerven – het gaat niet over andere vormen van inkomensverwerving – betaalt de laatste 10 %, het hoogste deciel, de helft van de personenbelasting. Dat noem ik behoorlijk progressief. Er kan dus niet worden beweerd dat de sterkste schouders op dit ogenblik de zwaarste lasten niet dragen. Die progressiviteit leidt ertoe – de minister van Financiën kent de exacte getallen – dat de eerste 50 % van de mensen relatief weinig bijdraagt aan de inkomsten in de personenbelasting, ik meen 6 %. Dat is net de progressiviteit. Ik ben geen tegenstander van die progressiviteit.

 

Wel ben ik tegenstander van de perversiteit. Zonder enige persmededeling – de minister van Financiën heeft het hier nu gezegd, maar nooit in de pers bekendgemaakt – int de minister van Financiën door de indexering 1,5 miljard euro aan belastingen extra. Aan andere maatregelen wordt wel ruchtbaarheid gegeven, maar dit gebeurt stoemelings. Toen ik daarover enkele weken geleden een vraag heb gesteld, werd die niet beantwoord, maar nu kon de minister niet anders. Ik ben niet blij met het fenomeen, maar ik ben wel blij dat nu gekwantificeerd is wat de overheid eigenlijk wint met de niet-indexering van de belastingschalen bij een hoge inflatie. Dat noem ik pervers, omdat niemand dat meteen als maatregel aanvoelt, terwijl het de facto toch een behoorlijke som scheelt in het gezinsbudget.

 

02.170  Servais Verherstraeten (CD&V): Collega De Roover, het gaat over nominale termen. Dat is niet noodzakelijk winnen in reële termen.

 

U wijst er terecht op dat de inflatie of de prijsverhogingen tot gevolg zullen hebben dat er links of rechts extra inkomsten zullen zijn. Daartegenover staat wel dat de overheid ten gevolge daarvan ook extra uitgaven heeft. Als men de twee kanten met elkaar vergelijkt, dan is de balans toch wel heel duidelijk negatief voor de overheid. Anders zaten we hier vandaag immers geen begrotingscontrole te bespreken met een extra tekort van 4 miljard euro. We geven veel meer terug dan we krijgen.

 

De heer Loones alludeerde al op de commissiezitting van gisteren, met de vertegenwoordiger van de Nationale Bank. Ik vond dat een bijzonder interessante zitting. Enerzijds was er geen paniek, want de schuldgraad zal in 2022 zelfs nog lichtjes dalen. Daarna is het echter uit met de daling en zet er een gevoelige stijging in, gekoppeld aan het structurele tekort waarmee we zitten.

 

We hebben het ook over de rentelast gehad, iets wat ik niet oninteressant vond. Die rentelast zal, gelukkig nog niet op korte termijn, onze begroting fundamenteel bezwaren. Dat dreigt hij binnen tien jaar echter wel op volle kracht te doen, waarbij er een exponentiële stijging dreigt tot 3 %. Met een openbare schuld van meer dan 500 miljard euro is 3 % niet niets. We werden er ook terecht op gewezen dat er vanaf 2024 een structureel tekort van 5 % is bij ongewijzigd beleid.

 

Dat alles gekoppeld aan het feit dat covid nog niet voorbij is, dat de Oekraïnecrisis nog niet voorbij is en dat er economische onheilsberichten op ons afkomen, deed hem er namens de Nationale Bank voor pleiten om ons primair saldo te verbeteren.

 

Hoe kan men het primair saldo verbeteren? Mijnheer Loones, u bent zeer goed in het citeren van sommige parlementsleden in diverse hoedanigheden op diverse tijdstippen. Soms is dat grappig. De heer Herman Van Rompuy heeft ooit in crisisomstandigheden in dit Parlement gezegd: "Een land kan de wind niet veranderen, maar wel de stand van de zeilen bijzetten." Dat is een mooie uitspraak in de tijdgeest van vandaag, waarin het op diverse vlakken stormt, met enorme budgettaire consequenties voor de overheid, die grotendeels onvermijdelijk zijn. Dat belet niet dat men de zeilen moet aanpassen, namelijk structurele hervormingen op het vlak van de arbeidsmarkt doorvoeren.

 

Ik deel het standpunt van de minister van Financiën. De arbeidsdeal die nu eindelijk is afgeklopt, mogen we niet minimaliseren, maar we moeten bijkomende inspanningen leveren. Men mag de pensioenhervormingen van de vorige regering niet minimaliseren. Sommige coalitiepartners hebben er te zwaard en te paard tegen gevochten, maar zijn ermee akkoord gegaan om ze te handhaven. Ik vind echt niet dat men die mag minimaliseren. Voor sommige mensen was dat echt niet niets. Dat belet echter niet dat we moeten proberen om stappen vooruit te zetten.

 

Er wordt beweerd dat er niets is ondernomen inzake fiscale hervormingen. We hebben echter de BBSZ afgebouwd. Ook hebben we fiscale maatregelen genomen om de belastingaftrek voor kinderopvang te verhogen, om meer mensen aan de slag te krijgen, om het voor wie kinderen heeft financieel haalbaar te maken om te gaan werken.

 

Uit de diverse wetenschappelijke verslagen blijkt dat de Belgische fiscaliteit te complex is en dat die complexiteit geld kost. Daarnaast is er een te hoge belastingdruk op arbeid, die ons jobs kost. Verder zijn er te veel onrechtvaardige achterpoortjes en een te onevenwichtige belastingdruk, wat ons draagvlak kost.

 

Vandaar zijn er hervormingen nodig op drie vlakken, allemaal met hetzelfde doel. Er zijn meer jobs nodig, meer koopkracht en meer concurrentiekracht voor de ondernemingen. Dat moet de ambitie zijn van alle hervormingen. Die zullen dan leiden tot minder begrotingstekort en een beter primair saldo.

 

De diverse ministers zullen ongetwijfeld de komende weken en maanden voorstellen doen. De minister van Financiën komt alvast met een blauwdruk voor een fiscale hervorming. Dan is het vooral belangrijk dat we die eerst met zijn allen grondig bestuderen, voordat we erop repliceren. Wij zijn soms sneller in het repliceren dan in het bestuderen. Zeg niet onmiddellijk wat niet kan, maar zeg wat wel kan en focus vooral op wat wel moet. De adviezen inzake belastinghervorming zijn eenduidig: verlaag de taks op arbeid om zo meer mensen aan de slag te krijgen. We moeten er dan over praten hoe dat links en rechts gefinancierd moet worden.

 

In het najaar bespreken we de begroting 2023. 2023 is het voorlaatste jaar van deze legislatuur. 2024 is een verkiezingsjaar met parlementaire en met lokale verkiezingen. In de aanloop van verkiezingen begrotingen maken met structurele hervormingen is niet evident, vooral als de structurele hervormingen aanleiding geven tot minder uitgaven, zo leert mijn ervaring mij. Dat is niet evident. 2023 is geen verkiezingsjaar.

 

Mevrouw de staatssecretaris, mijnheer de minister, ik denk dat het niet onwijs zou zijn om bij de begrotingsopmaak van 2023 ook de begroting van 2024 voor te bereiden en zeker de grote lijnen vast te leggen. Zo kunnen we de lijnen vastzetten van de doelstellingen die we afgesproken hebben in het regeerakkoord, wat structurele hervormingen en besparingen en wat eenmalige besparingen betreft. Het begrotingsresultaat voor 2024 is zo ook gemakkelijker haalbaar.

 

Ik denk dat, mevrouw de staatssecretaris, dat een belangrijke fundamentele opdracht is voor de komende zomer. Zo kunnen we terugvallen op goede begrotingen, niet alleen voor 2023, maar ook voor 2024 en kunnen we stappen vooruit zetten inzake structurele hervormingen.

 

02.171  Sander Loones (N-VA): Mijnheer Verherstraeten, ik vind uw laatste voorstel om onmiddellijk het kader vast te leggen voor de begrotingen van de jaren 2023 en 2024, heel interessant. Volgend jaar is inderdaad het laatste volledige politiek jaar waarin er geen verkiezingen zijn.

 

Ik vrees echter dat de geloofwaardigheid van uw voorstel door uw eigen woorden wordt ondermijnd. Zelfs als wij de twee begrotingsjaren vastleggen, dan nog zijn we altijd in staat om begrotingscontroles te doen die miljarden extra uitgaven toevoegen en dat is natuurlijk het punt.

 

Ik besluit met de vraag waarmee ik begonnen ben. U hebt een kans gemist om een hervormingsbeleid, waarvoor u het hele tweede deel van uw uiteenzetting hebt gepleit, te koppelen aan een momentum waarvoor een aantal van uw coalitiepartners vragende partij zijn. Dat ondergraaft de geloofwaardigheid van al uw andere voorstellen enorm.

 

Ik wil het met uw eigen woorden zeggen. U maakte een alliteratie met de zee en het zeilen. Het stormt inderdaad, u maakt water, maar u verkleint uw zeilen niet, u begint niet te hozen, u maakt het gat in uw romp niet kleiner. Integendeel, u maakt het nog wat groter en u doet dat op een schip met zeven kapiteins, terwijl onderhavige begrotingscontrole een ideale kans was voor die ene kapitein om eindelijk eens op de boeg te staan en te zeggen dat hij de baas is. Als de ene zegt naar bakboord te gaan, dan moeten de anderen zeggen dat ze naar stuurboord gaan, zodat we op koers blijven. Dat doet u met deze regering helaas niet.

 

02.172  Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer Verherstraeten, ik heb u aandachtig beluisterd. Ik wil eerst een reactie geven op de niet-indexering van de belastingschalen. Dat is effectief dezelfde discussie als die over de meerinkomsten op de btw van energieproducten. Het gaat hier effectief om meerinkomsten. De politieke vraag is of wij die meerinkomsten van 1,5 miljard al dan niet teruggeven aan de bevolking. Dat is wel degelijk de correcte analyse en de politieke vraag die rijst. Zullen wij die meerinkomsten teruggeven aan de bevolking?

 

In mei verscheen er een interessant artikel in Knack, misschien hebt u het gelezen, met als titel: "Waarom zit CD&V nog in de federale regering?" Met die vraag in het achterhoofd heb ik proberen te luisteren naar uw uiteenzetting. In het artikel wordt een vernietigende analyse gemaakt.

 

Staatssecretaris Mahdi laat Migratie en Asiel in puin achter.

 

Van minister Verlinden stellen wij vast dat de politie aan de alarmbel komt trekken over de besparingen. Kijk maar naar de opleidingen bij de politie, waar er een personeelstekort is en opleidingen gewoon stilgelegd worden. Ook daar blijft een puinhoop achter.

 

Ten slotte is er de minister van Financiën. Die heeft een fiscale hervorming beloofd, maar die werd al getorpedeerd door de PS. Ik hoorde collega Laaouej een pleidooi houden voor de fiscale hervorming, maar een tijdje geleden heeft hij uw fiscale hervorming volledig getorpedeerd. Hetzelfde gebeurde aan de andere zijde, bij de liberalen.

 

U zit met drie mensen in de regering. De minister van Financiën zal zijn fiscale hervorming er deze legislatuur niet meer door krijgen, laten we eerlijk zijn. De staatssecretaris en de minister laten hun kabinetten en beleidsdomein als een puinhoop achter.

 

Wat is de meerwaarde van CD&V? Kunt u de vraag beantwoorden die in dat artikel gesteld wordt? Waarom zit CD&V nog in de federale regering?

 

Dat zeggen niet alleen wij, ook de Leuvense professor Kurt Deketelaere zegt dat in een tweet. Hij heeft nog voor Kris Peeters gewerkt en is kabinetschef van Hilde Crevits geweest. Ook hij stelt dat het voorzitterschap een maat voor niets wordt, als Sammy Mahdi de stekker er niet uittrekt.

 

Waarom zit CD&V nog in de regering? Kunt u daarop een helder antwoord formuleren?

 

02.173  Servais Verherstraeten (CD&V): Collega, het taalgebruik aan het adres van sommige van onze ministers laat ik voor uw rekening, maar vind ik totaal ongepast. Ik zal het rapport van deze drie uitstekende ministers niet schrijven. U zou mij trouwens subjectiviteit verwijten.

 

Onze vicepremier is hier aanwezig. Toen hij de accijnsverlagingen aan de pomp suggereerde, werd dat niet door alle zeven partijen op applaus onthaald. Dat hebt u ook gezien. Wat is het resultaat? Ze zijn er. Hoeveel jaar is de BBSZ ongewijzigd gebleven? De minister zal u daar een antwoord op geven. Wie brengt dat nu in beweging? Deze minister.

 

Bij de politie zijn er extra aanwervingen. Zijn er problemen op het terrein? Ja, maar we hebben ervoor gezorgd dat er extra aanwervingen komen. U zult haar palmares inzake covid niet tegenspreken.

 

Wat collega Mahdi betreft, begrijp ik het wel. Hij wordt wellicht zaterdag onze partijvoorzitter, dus klop er maar op en probeer hem maar wat zwart te maken. Dat komt de beschadiging van de partij ten goede. Daar gaat het over. Het gaat niet om de bekritisering van zijn beleid. Pas de laatste 14 dagen, heel toevallig, op het ogenblik dat het duidelijk werd dat hij partijvoorzitter wordt, wordt hij met een andere bril bekeken. Hij zal uw vragen ongetwijfeld beantwoorden in het thematische debat, maar ik denk dat er inzake de opvang in deze bijzondere crisisomstandigheden bijzondere prestaties zijn geleverd.

 

Wat doen wij in deze regering? Waarom zijn wij in deze regering gestapt? Omdat wij dit land in crisistijden niet in puin willen laten, maar voorts moet men in crisisomstandigheden keuzes maken, ook op sociaaleconomisch vlak. Mijn fractie en ikzelf vinden het in zo'n situatie belangrijk dat men evenwichtige keuzes maakt, dat men centrumkeuzes maakt.

 

We zijn met zeven en we denken niet over alles hetzelfde, maar ik meen dat het belangrijk is dat wij links en rechts overtuigen om naar het midden op te schuiven en om keuzes te maken die de koopkracht voor de gezinnen in crisisomstandigheden ten goede komen.

 

Budgettair vertegenwoordigen die misschien uitgaven en veroorzaken die tekorten, die we uiteraard liever niet hadden gehad, maar ze zijn nu wel noodzakelijk. Ze geven anderzijds ook uiting aan onze ambitie tot hervormingen. Voor de een is het inzake de arbeidsmarkt wat moeilijker, voor de ander is het voor fiscaliteit wat moeilijker en voor nog een ander ligt het voor de pensioenen wat moeilijker. Laat mij zeer duidelijk zijn, voor christendemocraten is het voor niets moeilijk. We willen zowel arbeidsmarkthervormingen, als hervormingen op het vlak van de pensioenen en de fiscaliteit. Wij zullen de motor zijn om het evenwicht binnen de schoot van de regering te vinden, zodat die hervormingen worden doorgevoerd. De zwakken ondersteunen en de sterken aanmoedigen, is de ambitie van deze regering. Daarom voel ik mij thuis in deze regering.

 

De voorzitster: De volgende spreker is de heer Van Hees. Wil de heer Vermeersch nog iets toevoegen?

 

02.174  Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de voorzitster, ik wil nog even reageren. De vraag komt niet van ons, maar uit een artikel in Knack. CD&V zal bij de volgende verkiezingen dan ook niet kunnen uitpakken met die fiscale hervorming. Waarmee dan wel? Waarom zit CD&V eigenlijk nog in de federale regering? Ik citeer ook een tweet van de Leuvense professor Kurt Deketelaere: "Als Sammy Mahdi er de stekker niet uittrekt, wordt dat voorzitterschap een maat voor niets. Uit de federale regering en een personeelswissel in de Vlaamse regering is de enige ernstige openingszet om in de resterende tijd nog enigszins de meubelen te redden." Dat zegt iemand die CD&V volledig van binnenuit kent. Daarom heb ik die vraag ook aan u gesteld.

 

02.175  Maggie De Block (Open Vld): Ten eerste, mijnheer Vermeersch, u hebt al drie keer hetzelfde citaat uit Knack aangehaald. Zijn wij hier in de Kamer om naar aanleiding van een begrotingswijziging artikels uit Knack te horen citeren over de bestaansreden van een partij in dit halfrond?

 

Ten tweede, er is geen enkele link met deze begrotingswijziging. Of CD&V blijft bestaan of niet, dat zal aan de begroting niets veranderen.

 

(Gelach.)

 

De partij heeft een reden van bestaan. Iedereen die gekozen is in dit halfrond heeft een reden van bestaan, ongeacht hoe de partij heet.

 

Houd u daaraan. Dat geldt ook voor uw partij.

 

La présidente: Il faut avancer. Nous sommes toujours dans la discussion générale et nous avons encore les débats thématiques ensuite. Comme l'a dit Mme Depraetere tout à l'heure, il est peut-être temps de s'activer. Nous sommes dans un contrôle budgétaire.

 

02.176  Marco Van Hees (PVDA-PTB): Madame la présidente, chers collègues, les gens n'en peuvent plus. Lundi a eu lieu une manifestation historique de 80 000 personnes. C'était du jamais-vu depuis 2015. Aujourd'hui, on subit l'addition de quatre crises différentes. On a eu la crise du covid-19, qui n'est pas terminée. On a cette explosion des prix de l'énergie. On a aussi les inondations. On pense que c'est terminé, mais des personnes sont toujours face à des situations dramatiques aujourd'hui, avec des assureurs qui ne sont même pas encore passés pour effectuer un état des lieux. Puis, il y a la guerre en Ukraine. Ces quatre crises ont évidemment un impact fort sur le budget de l'État, mais surtout sur les gens. C'est quand même cela qu'il faut retenir. Le propre de tout budget basé sur des projections économiques est d'être rapidement dépassé. C'est le cas aussi pour cet ajustement. Au sein-même de cet ajustement, le gouvernement a dû faire une "mise à jour" Ukraine, où l'on voit que la croissance prévue est moindre que celle prévue pour cette année. Et encore, elle diminue pour 2023 et 2024.

 

Malgré cette dégradation économique, cet ajustement à la baisse, le présent ajustement ne modifie pas l'effort variable inscrit dans le budget initial. Cela signifie qu'on maintient l'effort variable en plus de l'effort fixe, c'est-à-dire qu'on ajoute de l'austérité à l'austérité.

 

Le gouvernement n'a visiblement pas entendu l'appel de cette manifestation du 20 juin, pas plus que la grève des services publics du 31 mai. En effet, rappelons que la cause de cette grève des services publics reste avant tout votre politique budgétaire – pas seulement la vôtre, madame la secrétaire d'État, mais celle des quelques gouvernements précédents. Je vous le concède.

 

Déjà quelques gouvernements précédents!

 

On dit souvent qu'il faut mieux dépenser l'argent de l'État, ce qui va de soi. Mais ce qui masque surtout le vrai problème, c'est qu'on a des décennies d'austérité qui ont conduit à un état catastrophique des services publics. Pourquoi les grévistes du 31 mai faisaient-ils grève? Pour le pouvoir d'achat, alors qu'ils subissent une modération salariale implacable puisqu'il n'y a plus eu d'augmentation des barèmes des services publics depuis 20 ans.

 

Il y a une réduction des effectifs. Des milliers d'emplois sont supprimés. C'est d'ailleurs assez étonnant de voir ce gouvernement parler de taux d'emploi, là où les patrons des services publics suppriment des emplois.

 

Les autres réductions de dépense sont, par exemple, la fermeture des 21 bâtiments du SPF Finances. Je constate que le ministre des Finances a disparu, un instant je suppose. Lui justifie ces fermetures de bâtiments.

 

C'est la destruction systématique d'un service public de proximité. On le détruit. On a déjà connu cela pour les postes et les gares. C'est maintenant au tour du SPF Finances. En outre, ce sont finalement les agents du SPF Finances qui paient les frais du télétravail.

 

Cette austérité provient aussi des normes de Maastricht qui ont été imposées depuis longtemps par l'Union européenne. Prenons le critère de la dette qui est censée ne pas dépasser 60 %, même si, pour l'instant, on est dans une parenthèse au niveau des diktats budgétaires de l'Union européenne. La dette se situe à 108 % pour 2021 et 2022. Et nous avons eu un échange assez intéressant avec l'Agence de la Dette. On pourrait croire qu'elle vient avec de mauvaises nouvelles au vu de ces 108 % par rapport à 60 %. Eh bien, non! Elle est venue nous dire que, jamais, elle n'avait connu une charge d'intérêts de la dette aussi basse. La charge d'intérêts de la dette est à 1,4 % du PIB. La secrétaire d'État dit que cela va augmenter à l'avenir, sauf que l'Agence nous a dit qu'on a des emprunts à long terme et que, de ce fait, on s'en sort aussi bien que les autres pays, alors qu'on est plus endetté que la moyenne de l'Union européenne. J'ai demandé à l'Agence si elle se souvenait d'une époque où la charge de la dette avait été aussi basse.

 

Savez-vous ce qu'ils m'ont répondu, madame la secrétaire d'État? Non, ils ne se souviennent pas. Ils ne pourraient pas dire en quelle année la charge d'intérêts était aussi basse que celle qu'il y a aujourd'hui.

 

Madame la secrétaire d'État, je vous ai donc posé les questions suivantes: "Quel est le niveau d'endettement acceptable, selon vous? Faut-il rester dans le dogme des 60 %, ou peut-on mettre 100 %, 120 % de dette?" Vous m'avez répondu: "C'est difficile de chiffrer un niveau acceptable." Il faut mettre une limite, un dogme, un diktat de 60 %. Là, il n'y a pas de souci! Mais quand il s'agit de le remettre en question et d'envisager autre chose, c'est plus compliqué.

 

J'ai posé la même question au ministre des Finances qui m'a dit: "C'est vrai qu'une discussion est en cours au niveau de l'Union européenne pour revoir les normes de Maastricht, mais je ne vais pas faire de déclaration publique. Il vaut mieux négocier cela en coulisses." Voilà le niveau zéro de la transparence! Et en plus, l'absence de débat sur de telles mesures.

 

Nous avons discuté tout à l'heure de l'impact des indexations sur le budget de l'État. J'ai montré la discordance très grande existant entre la libérale Mme De Bleeker et le libéral M. Bouchez, qui a dit exactement l'inverse.

 

Mais il y a aussi l'impact de l'indexation sur le budget des ménages. En l'occurrence, on peut citer notre secrétaire d'État à la Relance, M. Thomas Dermine, qui dit: "Le modèle belge est intéressant parce qu'il est prévisible. L'indexation automatique apporte un seuil minimal, et la loi sur les salaires de 1996 plafonne les hausses de salaire. L'une protège le pouvoir d'achat, l'autre la compétitivité."

 

J'aurais plutôt attendu cela d'un homme politique de droite, mais c'est un membre du PS qui le dit. C'est doublement faux. Pourquoi? Parce que l'indexation ne protège pas le pouvoir d'achat. Les salaires réels ont diminué de 2 % en 2021 et 2022. Nous soutenons et défendons évidemment ce principe de l'indexation, mais il ne protège clairement pas. Il y a notamment le problème des carburants, qui ne figurent pas dans le panier.

 

Et puis, surtout, il y a loi de 1996, rédigée en 1996 par Elio Di Rupo. M. Dermine dit qu'elle protège la compétitivité. Non! Elle protège les surprofits des entreprises. Depuis 1996, on peut faire le bilan. Le Conseil central de l'économie l'a fait. On se rend compte qu'il y a une perte de salaire de 4 % par rapport aux pays voisins.

 

Par conséquent, cela a surtout servi à casser les salaires en Belgique. On peut donc dire qu'ils ne sont pas le problème. Ils sont la solution. Le blocage des salaires plombe d'ailleurs l'économie en cassant la demande.

 

À l'inverse, le dernier rapport de la Banque nationale indique que la consommation sera le principal moteur de la croissance dans les années à venir. Ce faisant, l'arrêté du ministre Dermagne visant à bloquer les salaires à 0,4 % est une très mauvaise idée, une très mauvaise décision.

 

Bonne nouvelle pour l'État, mais pas pour les gens, les recettes fiscales augmentent dans l'ajustement budgétaire à l'examen. Elles augmentent par rapport à 2021, mais aussi par rapport au budget 2022 initial. Si on prend les taxes sur la consommation, socialement les plus injustes, il est question de 36 milliards d'euros de TVA, autrement dit, plus 2,7 milliards par rapport à 2021. Les accises représentent, quant à elles, 10 milliards d'euros, autrement dit plus 0,5 milliard par rapport à 2021. Si on additionne les deux, cela fait 46 milliards d'euros de taxes injustes. C'est presque autant que l'impôt des personnes physique qui est de 48 milliards. La question inévitable qui se pose est donc de savoir s'il n'y a pas des marges pour réduire la facture énergétique des ménages.

 

Il faut reconnaître que le gouvernement a pris certaines mesures. Mais si on prend le cas du carburant, il a fallu cinq mois pour que le ministre des Finances – qui n'est toujours pas présent dans cet hémicycle, mais il est vrai que vous êtes là, madame la secrétaire d'État, vous lui rapporterez mes propos – et le gouvernement prennent une mesure, mesure qui seulement cinq jours plus tard était caduque parce que la petite baisse des accises était totalement mangée par la hausse de prix

 

Ce qui est assez étonnant, c'est que le gouvernement a budgété 288 millions pour cette réduction d'accises. Mais la Cour des comptes a fait savoir au ministre ou à la secrétaire d'État que les calculs n'étaient pas bons. En effet, la mesure est d'application du 16 mars au 30 septembre, donc durant six mois et demi. Cependant, au regard des calculs de la Cour des comptes, ce montant ne couvre que trois mois. D'où vient la différence. J'ai posé la question à Mme la secrétaire d'État qui m'a répondu que ce montant correspondait à 90 jours. Maintenant, je sais que 90 jours et trois mois, c'est la même chose. Madame la secrétaire d'État, en commission, vous n'avez pas répondu à ma question de savoir pourquoi vous avez prévu un montant pour une durée de trois mois plutôt que pour une durée de six mois et demi.

 

Cela témoigne-t-il d'un décalage total avec la réalité alors qu'on dit que le carburant va monter à 3 euros peut-être cet été? Finalement, le plus fondamental, c'est la question de la réduction de ce prix du carburant. Pour Mme De Bleeker, les mesures doivent être temporaires mais pour le PTB, elles doivent être générales et permanentes. On a donc remis, le 1er juin, au premier ministre, 100 000 signatures pour bloquer le carburant à 1,4 euro. Aujourd'hui, vous pouvez aller voir, le litre de diesel est à 2,18 euros et le ministre des Finances dit qu'on ne peut pas réduire les taxes plus qu'aujourd'hui parce que l'Europe nous impose une accise minimum et un taux de TVA à 21 %, sauf que, et malheureusement le ministre n'est toujours pas revenu, le gouvernement n'a pas réduit les accises jusqu'au minimum européen. C'est assez surprenant de nous dire qu'on ne peut pas réduire au-delà du minimum européen et de ne pas aller à ce minimum européen. On ne sait d'ailleurs toujours pas pourquoi.

 

Deuxièmement, au niveau européen, le ministre et le gouvernement ne plaident pas pour revoir les règles. On peut dire qu'"on ne peut pas descendre plus bas car l'Europe nous l'interdit" mais si on ne mène pas le débat au niveau européen pour revoir ces règles, c'est évidemment un peu hypocrite. C'est un jeu de dupes par rapport à la population. Que répond le ministre des Finances en commission? "Cela prend du temps de revoir les règles européennes. Comme il y a urgence, ce n'est pas la bonne voie." Par contre, lorsqu'il s'agit de sauver les banques, là, en quelques jours, on prend des mesures qui sont contraires aux traités.

 

En ce qui concerne la TVA sur le gaz et l'électricité, on a eu le débat avec M. Laaouej tout à l'heure. On ne va pas refaire ce débat pour savoir si finalement M. Laaouej est pour la TVA à 6 % ou contre parce que selon les jours, les mois ou les travaux et débats budgétaires ici, la version change. Je rappelle quand même que, le 22 décembre 2021, il disait à notre collègue Hedebouw en lui faisant la leçon: "On vous fait la démonstration qu'un riche va retirer de cette mesure trois ou quatre fois plus." Moi, j'en tire comme conclusion qu'il y est donc opposé. Non, il est contre mais il est pour!

 

On laissera à M. Laaouej ses contradictions. Toujours est-il que le gouvernement avait décidé d'abaisser la TVA à 6 %, mais pas d'en faire une mesure pérenne. Thierry Bodson, président de la FGTB, a dit, à l'issue de la manifestation de lundi, que cette prolongation de trois mois de la TVA à 6 % est encore une décision au rabais. Elle ne durera que trois mois alors qu'il aurait été plus rassurant pour les gens de décider d'une prolongation à durée indéterminée. La certitude s'arrête au 31 décembre, en plein milieu de l'hiver car – et c'est cela qui est fou – on arrête cette baisse de TVA en plein milieu de l'hiver!

 

En tout cas, si les choses vont mal pour les gens, pour d'autres, ça va bien. Pour le capital, on peut dire que les choses sont confortables. D'abord, il y a les dividendes du BEL 20, dont on a calculé qu'elles s'élèvent à 8,17 milliards d'euros pour 18 entreprises, soit une hausse de plus de 50 %. La hausse des salaires est bloquée à 0,4 % mais les dividendes des grandes entreprises affichent une hausse de 50 %. Il y a aussi la question de la taxation de ces dividendes. Les recettes de précompte mobilier, soit la taxe sur les dividendes, s'élèvent à 4,5 milliards d'euros pour 2022, dont 3 milliards sur les dividendes. Mais selon les données que m'a fournies le ministre des Finances, près de 80 % des dividendes sont taxées à 0 %. Les petits épargnants payent 30 % de précompte mobilier, mais 80 % des dividendes des grandes entreprises sont taxées à 0 %.

 

Il y a aussi évidemment le surprofit du nucléaire. ENGIE Electrabel a réalisé d'importants surprofits, notamment sur la production nucléaire. On attend toujours une taxe sérieuse sur ces surprofits. On constate que le gouvernement a reçu un blanc-seing de la Banque nationale de Belgique, après celui de la Commission européenne et de la CREG. On se demande finalement qui décide en Belgique sur ces questions énergétiques: le gouvernement ou ENGIE?

 

Il y a aussi le secteur du pétrole, parce que lorsque les prix sont trop élevés à la pompe, les multinationales pétrolières s'en mettent plein les poches. Rappelons que TotalEnergies a réalisé le plus gros bénéfice de toute l'histoire des sociétés françaises! On attend évidemment toujours que ces multinationales soient mises à contribution pour réduire la facture à la pompe.

 

Quant à la taxe GAFAM, je cite l'accord de gouvernement: "Si un tel accord ne peut être trouvé au sein de l'OCDE et de l'Union européenne, la Belgique instaurera une taxe sur les services numériques en 2023." Je lis la presse: pas d'accord avant 2024 – au plus tôt! J'en conclus que le gouvernement va élaborer cette digitaxe. J'attends une réponse. En commission, je n'en ai pas obtenue. Peut-être en recevrai-je une aujourd'hui par miracle, de la part de Mme la secrétaire d'État ou de M. le ministre des Finances, qui a de nouveau disparu. Ah non! Il est là en train de téléphoner. C'est certainement un coup de fil important…

 

Et puis, il y a les dispenses de précompte professionnel. Vous savez: c'est ce vol légal de l'impôt des travailleurs commis par les patrons, qui prélèvent le précompte professionnel pour le verser au fisc, même s'ils peuvent en garder une partie pour eux. Le gouvernement avait annoncé, l'année dernière, qu'il allait se livrer à des spending reviews, en passant ces dispenses au peigne fin pour corriger les abus. Je vous montre au moyen de chiffres comment le gouvernement a agi pour y parvenir. Le budget initial indiquait 3,7 milliards d'euros par an. Ce vol légal du salaire des travailleurs par les patrons atteint désormais 4,1 milliards d'euros.

 

Mentionnons aussi, parmi ceux pour lesquels tout va bien, le 1 % des plus riches. Lors du 1er mai, cinq partis de la Vivaldi avaient clamé qu'il fallait taxer les riches, par exemple avec la taxe des millionnaires. Nous étions très contents. Bizarrement, nous n'en avons plus entendu parler depuis lors. La durée de validité des promesses du 1er mai est-elle si courte que cela? On peut se le demander.

 

S'agissant de la fraude fiscale, le ministre des Finances – qui n'est toujours pas de retour – nous a communiqué un chiffre intéressant. Jusqu'à présent, il nous répondait que calculer la fraude fiscale n'était en soi pas très intéressant, mais qu'il valait mieux la combattre – comme si l'un empêchait l'autre. Mais voilà le miracle de Rerum Novarum est arrivé, puisque le ministre a annoncé, à cette occasion, que le volume d'argent noir en Belgique atteignait 71 milliards d'euros. On lui a demandé sur quoi il se basait. Il s'agissait des travaux d'un professeur de l'Université de Linz qui calcule les montants provenant de l'économie souterraine.

 

C'est intéressant, sauf que la Cour des comptes relève que les montants budgétés de lutte contre la fraude fiscale ne reposent sur rien et, surtout, constate le manque flagrant du gouvernement dans cette lutte contre la grande fraude fiscale. Je pense au secret bancaire, qui reste une exception belge, au data mining sur les données du Point de contact central (PCC), qui aurait dû entrer en vigueur en septembre 2021 selon l'accord de gouvernement et que nous attendons toujours, et je pense à ce laxisme militant envers les paradis fiscaux, puisque le gouvernement a accepté que l'Union européenne retire de sa liste des paradis fiscaux notoires. Nous avons même des entreprises publiques comme Proximus et la SNCB qui recourent à des paradis fiscaux, dont le Delaware, qui est l'un des plus redoutables! Si nos entreprises publiques les utilisent, il ne faut pas demander à quel point la non-lutte contre la fraude fiscale est une réalité dans notre pays.

 

Reste la question des dépenses qui augmentent et de celles qui devraient augmenter mais ne le font pas. La meilleure opposition s'opère entre ce qu'on fait du rail et ce qu'on fait de la Défense. Pour la Défense, le budget explose pour atteindre, en 2035, 2 % du PIB. Pour le rail, des emplois sont supprimés: alors que les syndicats affirment qu'il faudrait engager 4 000 cheminots pour atteindre les objectifs en 2032, la SNCB et Infrabel veulent supprimer 2 000 emplois. Tout le monde ne prend pas le train, dans cette Assemblée, mais vous savez sans doute que, depuis le début de l'année, entre 2 700 et 4 000 trains ont été supprimés chaque mois par manque de personnel. Des trains sont annulés ou en panne car non entretenus. La situation est catastrophique et va encore empirer à l'avenir.

 

Nous pensions qu'Ecolo était un parti pacifiste, fort attaché aux transports en commun. Je ne vais pas trop les accabler car ils ne sont pas présents dans l'hémicycle pour se défendre. Nous constatons que le message pacifiste a disparu.

 

Les engagements pour le chemin de fer donnent l'impression de disparaître à mesure que leur militarisme se développe. Chers collègues, vous comprendrez que la politique de ce gouvernement est totalement insuffisante. Ai-je besoin d'ailleurs de faire cet exposé? Il s'agit de voir la manifestation qui a eu lieu lundi et qui a battu un record historique de 80 000 participants.

 

La présidente: Monsieur Van Hees, votre temps de parole est bien écoulé.

 

02.177  Marco Van Hees (PVDA-PTB): Mon temps est écoulé mais j'ai terminé de dire les choses essentielles que je voulais dire. J'aurais pu ajouter certaines choses, mais je ne vais pas le faire. Vous comprendrez dès lors, en conclusion, que nous ne pourrons malheureusement pas soutenir cet ajustement budgétaire.

 

02.178  Christian Leysen (Open Vld): Mevrouw de voorzitster, vooreerst, als collega Loones vragen of opmerkingen heeft voorbereid, stel ik voor dat hij die omwille van de efficiëntie van de vergadering alvast stelt. Hij heeft er kennelijk geen. Dat is natuurlijk ook goed. Ik zou alvast ook de collega's eraan willen herinneren dat ik geen staatssecretaris, noch lid van de regering of woordvoerder van mijn partij ben voor thema's waarover kranten berichten en niets met de begroting te maken hebben.

 

De derde aanpassing van de uitgavenbegroting dient zich onder een ongunstig economisch gesternte aan. Er is de nasleep van corona, hoewel we snel geageerd hebben met de ongeziene steunmaatregelen, waarmee we veel burgers en bedrijven geholpen hebben. We hebben zo goed en zo kwaad mogelijk geprobeerd iedereen door die moeilijke periode te loodsen. Bovendien werden we, nog voor een aansluitende relance goed en wel op gang kwam, de energieprijzen toenemen, de toevoerketens haperen en de inflatie stevig aantrekken. Vorig jaar had ik al verschillende keren gewaarschuwd voor een inflatieshock na de coronacrisis en ik heb helaas gelijk gekregen.

 

In die reeks van crisissen is natuurlijk de inval in Oekraïne de overtreffende trap. Die zorgt voor onnoemelijk menselijk leed en drukt elke hoop op een sterke economische heropleving brutaal de kop in, behalve een relance van de bewapeningsindustrie. Ons continent wordt meegesleept in een nieuwe koude oorlog, die het zelf niet gewild heeft, maar waarvan het wel de gevolgen zal dragen. Sancties tegen Rusland zijn een morele plicht, maar brengen weinig zoden aan de dijk als de Russen zelf de gotspe hebben om de Duitsers af te dreigen met het dichtdraaien van de gaskraan, nadat we zelf hoog van de toren hebben geblazen dat we hun gas niet meer willen hebben.

 

Beste collega's, steunmaatregelen komen in crisisperiodes met een hoge prijs. Nadat de overheidsfinanciën stilaan de crisis van 2008 en 2010 achter de kiezen hadden, slaan de opeenvolgende crisissen opnieuw een zeer groot gat in de overheidsbegroting.

 

Het is belangrijk daarbij op te merken dat al die steunmaatregelen bij veel burgers een onrealistisch verwachtingspatroon creëren. De staat moet en kan alles compenseren, maar de staat, dat zijn wij allen samen, samen met de volgende generaties.

 

02.179  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer Leysen, ik was goed aan het luisteren. Zei u nu dat u niet warm liep voor de sancties tegen Rusland?

 

02.180  Christian Leysen (Open Vld): Sancties tegen Rusland zijn een morele plicht, maar zetten weinig zoden aan de dijk als wij in een situatie komen waarin wij onszelf meer pijn doen dan de Russen. Ze hebben dan niet de verwachte impact en dat zien wij vandaag.

 

02.181  Sofie Merckx (PVDA-PTB): U staat dus kritisch ten opzichte van de sancties, als ik het goed begrijp?

 

02.182  Christian Leysen (Open Vld): Nee. Ik zal u de tekst opsturen, dan kunt u hem rustig lezen.

 

Ik ben als burger, als politicus en als ondernemer bijzonder bezorgd over de huidige toestand, niet alleen over het hier en nu, maar ook over de manieren om het schip op koers en zeevaardig te houden. Ik heb het dan over de overheidsfinanciën en de welvaart van de volgende generaties. Daarom moet de regering er alles op inzetten om een gezond economisch klimaat te vrijwaren en te stimuleren.

 

Ik wil, als we naar de toekomst kijken, ook even stilstaan bij een analyse van de economische en monetaire onderbouw van de wereldeconomie vandaag. Dat is minder spectaculair, maar minstens even belangrijk. Ten eerste is ons internationaal systeem van vrijhandel bij crisissen als deze enorm kwetsbaar. Lean supply chains laten in goede tijden toe om producten goedkoop te houden voor onze burgers, maar in woelige tijden brengen lean supply chains niet alleen veel onzekerheid met zich over levertijden en beschikbaarheid van goederen, ze leiden ook tot een structurele stijging van de kosten, wat extra inflatie betekent.

 

Ten tweede, wij zijn naïef geweest inzake het beheer van onze energiemix met het oog op de transitie naar een degelijk klimaatbeleid. Wij mogen nu de wens voor meer strategische autonomie niet laten verzanden in ouderwets protectionisme, dat enkel zal leiden tot meer volatiliteit, fragmentatie en hogere prijzen. Ik ben daarom ook een overtuigd voorstander van meer samenwerking op EU-gebied.

 

Last but not least is sinds de kredietcrisis van 2008, die in Europa overging in een eurocrisis, de sturende rol van de centrale banken enorm gegroeid. Daarbij wil ik enkele bedenkingen uiten. Terwijl bijvoorbeeld de Deutsche Bundesbank vroeger de bewaker was van de kruipende inflatie, leken de bankiers van de Fed en de ECB steeds meer magiërs. Zij stimuleerden economische groei door een beleid van lage tot zelfs negatieve rente en door wat quantitative easing wordt genoemd. Zij behoedden ons onder de slogan whatever it takes voor grote drama's, maar tegelijkertijd hebben zij daardoor ook de normale loop van de economische cycli verstoord. Wij moeten ons de vraag durven te stellen of wij na de financiële crisis niet te lang zijn doorgegaan met dat expansieve monetair beleid.

 

Door het lagerentebeleid gaven wij zuurstof aan de vorming van bubbels, zoals die van de vastgoedmarkt en van de cryptomunten. Tegelijkertijd was het lagerentebeleid met zijn lage intrestvoeten als het ware de dienstmaagd van de goedkope financiering van overheidsschulden. Laten wij daarover eerlijk zijn. De keerzijde van de medaille is evenwel een volledig gebrek aan incentives om zuinig en rationeel om te springen met de overheidsfinanciën. Voormalig minister Van Overtveldt noemt dat in zijn interessante boek The Mystic Hand het sloth syndrome, het luiaardsyndroom waarbij het gebruik van onconventionele monetaire toolboxen en ongebreidelde geldcreatie het politici structurele hervormingen doet negeren.

 

Otmar Issing, oud-topman van de Bundesbank en later een van de eerste directeurs van de ECB, zei tien jaar geleden al: "How long will we have to wait until the neglect of money and credit in monetary theory and policy will be understood as a major source of macro policy mistakes?" Volgens de financiële markten is dat moment nu wellicht aangebroken.

 

Dat brengt mij bij het Belgische niveau en onze begrotingsperspectieven. Het wordt rijden en omzien. Wij moeten vooruitkijken en tegelijkertijd willen wij dat iedereen mee is. Maar wij moeten de illusie verlaten dat iedereen ongeschonden door een crisis zeilt en dat wij de rekening onbeperkt, op elk moment, naar de overheid kunnen blijven doorschuiven zonder boemerangeffect.

 

Energiebeleid en bevoorradingszekerheid op lange termijn met inpassing in een doordacht traject naar koolstofarme energiebronnen zijn de grote uitdagingen voor de volgende jaren. Het geloof en het vertrouwen in de bijdragen van nieuwe technologieën zijn daarbij essentieel. Ik kan mij dan ook maar alleen verheugen dat in onderhavige begroting bescheiden middelen werden uitgetrokken voor het onderzoek naar small modular reactors met het oog op de complementariteit van hernieuwbare en nucleaire energiebronnen.

 

De regering zal de bittere pil van de hoge energieprijzen verder verzachten. Zij nam al voor meer dan 3 miljard aan maatregelen ter ondersteuning van onze gezinnen en onze bedrijven, met succes overigens, want verschillende analyses bevestigen dat de koopkracht van onze Belgische gezinnen gemiddeld op peil blijft.

 

Aandacht moet nu gaan naar een duurzame verbetering van onze economie-efficiëntie. Het goedkoopste kilowattuur is dat wat men niet verbruikt, of, in tweede instantie, dat wat men deelt met andere gebruikers.

 

Ik meen, beste collega's, dat het tijd is voor een parler-vrai. De realiteit is eenvoudig. Geld uitgeven dat wij niet hebben, kan niet blijven duren. Dat wordt hoorzitting na hoorzitting, rapport na rapport, bevestigd aan het Parlement. Dat sommigen in het halfrond de realiteit blijven negeren en uitgave na uitgave voorstellen, getuigt van kortzichtigheid, of erger nog, gratuit populisme.

 

Ik heb een diep respect voor het werk van de staatssecretaris, in bijzonder moeilijke omstandigheden, in een moeilijk gevormde regering met veel partners met uiteenlopende ideologieën en prioriteiten. Haar opdracht is om het schip weer op koers te brengen. Dat verdient respect en lof.

 

Om onze budgettaire situatie om te buigen, is het noodzakelijk te hervormen, maar dat is niet genoeg. Het gaat ook niet alleen over de hervorming van de arbeidsmarkt, want het is duidelijk dat meer mensen aan de slag moeten en dat de markt minder star moet worden. De arbeidsdeal die vorig weekend werd afgeklopt, is absoluut een eerste stap in de goede richting, maar de werkzaamheidsgraad van 80 % is nog ver weg. Mijn maag keert als ik sommige regeringspartijen zie meelopen in een betoging tegen maatregelen die zij zelf mee hebben beslist. Meer zelfs, door de automatische indexering is de koopkracht gevrijwaard gebleven. Dat heeft de Nationale Bank van België vorige week zelf nog becijferd. Neem uw verantwoordelijkheid en schuif ze niet van u af.

 

Wij kunnen er niet onderuit dat alle overheidsuitgaven de volgende jaren onder het licht zullen moeten worden gehouden, ook die waarover het Parlement de controle heeft overgelaten aan de sociale partners. Dan spreek ik natuurlijk over de sociale zekerheid. Het kan altijd efficiënter en effectiever. Ik steun de staatssecretaris voor Begroting ten volle in haar zoektocht naar besparingen en efficiëntiewinsten. Ik kijk uit naar de resultaten van de lopende reviews en hoop dat er nieuwe in gang worden gezet.

 

Wij zullen onze welvaartstaat alleen maar in stand houden als wij hem fair organiseren, actualiseren en betaalbaar houden. Wij moeten altijd blijven denken aan de volgende generaties. Daar zijn geen revoluties voor nodig, maar wij komen er ook niet door te pappen en nat te houden. Er horen ook moedige en lastige beslissingen bij.

 

Laten we eerlijk zijn: het zijn woelige, moeilijke tijden. Na de gezondheidscrisis is er nu een energiecrisis in een oplaaiend geopolitiek klimaat zonder voorgaande.

 

Het hakt er bij ons allen in. Sommigen profiteren ervan, maar sommigen ondergaan het, ook in het bedrijfsleven. Ons, als politici in de Kamer, komt de opdracht toe het hoofd koel te houden en het schip richting rustiger vaarwater te loodsen. Ik ben blij dat wij met Alexander De Croo de juiste kapitein aan het roer hebben.

 

Worden de volgende jaren gemakkelijk? Neen, wel integendeel. Het vraagt moed om moeilijke tijden onder ogen te zien. Eerlijk gezegd, als ondernemer zie ik nog veel donkere wolken aan de horizon. Dat is een reden te meer om moedige hervormingen in te leiden, lastige beslissingen te nemen en politieke spelletjes en profilering ter zijde te laten. Wij willen dat deze regering werkt en regeert. Daarom zal onze fractie dit wetsontwerp ten volle steunen.

 

02.183  Peter De Roover (N-VA): Mijnheer Leysen, op het stuk over die betrouwbare kapitein na, kan ik grotendeels in uw betoog inkomen. U bent ook afgevaardigd namens uw fractie als spreker, dus ik ga ervan uit dat u namens uw gehele fractie spreekt en niet een dissidente stem bent binnen Open Vld. Dat laatste is al ooit gebeurd. Mogelijk opereerde u een klein beetje naast de directieven, wat u als Kamerlid desgevallend siert, maar ik denk dat wij vandaag echt het Vld-verhaal hebben gehoord en eigenlijk niet het regeringsverhaal.

 

U bent wel iets vergeten. U hebt bijvoorbeeld gezegd dat de index beschermt tegen koopkrachtverlies, wat juist is, weliswaar vooraleer de fiscus tussenbeide komt. Ik wil u eigenlijk confronteren met woorden die daarnet uitgesproken zijn door de fractievoorzitter van CD&V omtrent de personenbelasting. Hij zegt dat er door de indexatie van de lonen een sluipende belastingverhoging in de personenbelasting heeft plaatsgevonden.

 

De minister van Financiën heeft daar het bedrag van 1,5 miljard euro op gekleefd. Dat is niet het gevolg van een of andere maatregel, want dan zou het land op stelten staan. Indien de regering de beslissing zou nemen om de personenbelastingen te verhogen met 1,5 miljard euro, waardoor een mediaangezin 1.500 euro meer belastingen zou moeten betalen, dan zou u daartegen fulmineren en dan zou deze tent in brand staan. Dit is echter wel het gevolg van het nalaten een beslissing te nemen. In welke mate past het in uw betoog dat deze regering dit jaar een belastingverhoging in de personenbelasting heeft doorgevoerd ter waarde van 1,5 miljard euro?

 

02.184  Christian Leysen (Open Vld): Bis repetita non placent. Indien u de vertaling niet kent: herhaling verveelt.

 

02.185  Peter De Roover (N-VA): Niet antwoorden, en nu spreek ik Nederlands, dat is soms veelzeggend. Ik begrijp uw weigering om te antwoorden wel. In uw plaats zou ik ook niet antwoorden.

 

02.186  Christian Leysen (Open Vld): Ik ben geen staatssecretaris. Ik ben geen minister van Financiën. Ik ben geen woordvoerder van mijn partij. Ik ben geen woordvoerder van de CD&V. Ik zal het nog eens zeggen, dan hebt u het misschien begrepen.

 

02.187  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): U begrijpt het antwoord niet, mijnheer De Roover, maar ik begrijp de vraag niet zo goed.

 

We leven in een land met een progressieve belastingheffing, afhankelijk van de inkomsten.

 

Mijnheer Leysen, ik weet niet of u de vraag van de heer De Roover begrijpt, maar ik zie niet hoe hij dit kan bestempelen als een belastingverhoging, als we in een land leven met progressieve belastingen naargelang van het inkomen, waar het inkomen logischerwijs stijgt omdat het geld ontwaardt, en waar dus die extra 1,5 miljard euro een ontwaarding van het belastinggeld is. Ik zie daarin het onevenwicht niet, maar misschien begrijpt u het wel, mijnheer Leysen, en anders kunt u het vragen aan de heer De Roover.

 

02.188  Christian Leysen (Open Vld): Ik begrijp enkel dat voor sommigen het Huis van de democratie het Huis van de herhaling is geworden.

 

02.189  Peter De Roover (N-VA): Mijn naam werd genoemd in de uitwisseling tussen de twee collega's. Ik had wel graag gehad dat u het juiste antwoord had herhaald. Dat zou fijn zijn.

 

Mijnheer Leysen, wanneer u in een overleg met de meerderheid de heer Vanbesien nog eens ziet, dan moet u hem eens vertellen dat een nominale verhoging – inflatie – geen koopkrachtstijging is. Het is gewoon een aanpassing aan de koopkrachtstijging.

 

Laten we er eventjes van uitgaan, alle details daargelaten, dat het indexmechanisme grosso modo de inflatie volgt. Dan stijgt het nominale inkomen, maar men kan er niet méér mee kopen. Het aantal bakjes aardbeien dat u kunt aanschaffen, blijft gelijk. Na de belasting echter zult u, ten gevolge van de niet-indexatie, minder bakjes aardbeien kunnen kopen. Dat betekent dat u aan koopkracht verliest zonder dat u dat merkt, doordat u een hoger nominaal inkomen hebt in een hogere belastingschijf.

 

Iedereen is voor indexering, behalve voor de indexering van de belastingschalen. Misschien herhaal ik het ooit nog wel eens: door de indexatie van de lonen maar de laattijdige indexatie van de belastingschalen zal de index ervoor zorgen dan men niet zoveel aardbeien kan kopen als eigenlijk beloofd, want de overheid is met een paar bakjes aardbeien weg. Dat is het antwoord dat u, mijnheer Leysen, op het volgende meerderheidsoverleg aan de heer Vanbesien mag doorgven.

 

02.190  Christian Leysen (Open Vld): Ik zal u de tekst ook bezorgen, dan ziet u dat daarin een antwoord is vervat. Een crisis heeft een effect op iedereen. Voor de rest laat ik u met uw bakjes aardbeien in dit huis van herhaling. Soms vraag ik me af of men het woord efficiëntie kent in de Kamer. Wij bespreken immers alles in de commissie en herhalen dat dan nog drie tot vier keer, maar dat behoort tot de democratie. Door de volatiliteit die ik hier heb gehoord, vraag ik me soms af wat de doorsneeburger, die gelukkig niet meer via streaming volgt, zou denken als hij in dit Parlement zou zitten.

 

02.191  Peter De Roover (N-VA): Mijnheer Leysen, misschien kunt u die burger toch vertellen dat u met uw mooie verhaal van daarstraks 1.500 euro belastingverhoging voor het mediane gezin probeert goed te praten door te zeggen dat ik in herhaling val. Ik zal tegen uw kiezers nog duizend keer herhalen dat u de personenbelastingen verhoogt en dat u dus heel uw tussenkomst van daarnet beter niet had herhaald. U had ze beter zelfs niet één keer gehouden, want het is flauwekul. Het staat haaks op wat u in dit Parlement doet. U krijgt een vrijgeleide van uw fractie om hier te doen alsof, maar als dan aan een liberaal de vraag wordt gesteld hoe hij verantwoordt dat hij de personenbelastingen verhoogt, dan zegt hij dat ik in herhaling val. U valt zelf in herhaling, u herhaalt namelijk belastingverhogingen. Ik zal het blijven herhalen, want uw kiezer hoort dat terecht niet graag.

 

02.192  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer Leysen, misschien kunt u ook aan de heer De Roover zeggen dat we daarnet in de discussie al hebben gesteld dat de automatische loonindexering het verlies aan koopkracht voor een groot deel opvangt, maar dat ze inderdaad niet perfect is en dat het verlies niet volledig wordt opgevangen. Er werd aan de regering gevraagd om te inventariseren waar er nog mazen in het net zijn, zodat we die kunnen dichten.

 

We kunnen echter naar al onze buurlanden gaan en daar aan alle bedienden en arbeiders vragen of zij het Belgisch systeem willen of niet. Zij zullen allemaal zeggen dat zij het Belgisch systeem willen. Ondanks de bestaande gebreken, waarvoor we aandacht moeten hebben en moeten nagaan in hoeverre we die kunnen oplossen, denk ik dat we fier mogen zijn op het systeem dat we hier vandaag hebben.

 

02.193  Christian Leysen (Open Vld): Mijnheer Vanbesien, ik zal die vraag niet stellen aan de gewaardeerde collega. Als hij niet hardhorig is, heeft hij het immers zelf gehoord.

 

02.194  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de voorzitster, mag ik nog een korte vraag stellen aan de heer Leysen?

 

De voorzitster: Als hij bereid is om ze te beantwoorden.

 

02.195  Sander Loones (N-VA): Mijnheer Leysen, wij kennen elkaar uit de commissie voor Financiën. Ik weet wel dat u kritiek hebt op de werking van het Parlement, vindt dat het hier allemaal niet efficiënt is en dat die democratie nogal bijzonder is georganiseerd. U bent echter een cadeau voor dit huis.

 

Ik heb zeer goed geluisterd naar uw uiteenzetting, zoals ik steeds probeer te doen. U noemt Alexander De Croo de ervaren premier maar zegt wel dat zijn regering bezig is met pappen en nathouden. U hebt uw coalitiepartners hier letterlijk kortzichtigheid verweten. U zegt dat door de acties van de PS uw maag keert. Collega Laaouej, u moet echt eens opzoeken hoe dat vertaald wordt in het Frans.

 

Mijnheer Leysen, hebt u de nota ontvangen van de premier over een andere stijl en aanpak voor uw vivaldiploeg? Een kapitein op een boot heeft ook een crew nodig, er moet personeel zijn om ervoor te zorgen dat het schip de juiste koers blijft varen. Ik weet echter niet of u die nota ontvangen hebt.

 

02.196  Christian Leysen (Open Vld): Degenen die zich de beste stuurlui achten, staan meestal aan wal.

 

02.197  Sander Loones (N-VA): Dat u ons beledigt wisten wij reeds, dat is geen nieuws.

 

02.198  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer Leysen, u zei dat u veel donkere wolken ziet. Misschien hebt u daarnet naar mijn collega geluisterd die aangaf dat de winstcijfers van de bedrijven van de BEL20 vorig jaar zeer positief waren. Denkt u niet dat wij daar ook naar moeten kijken als wij effectief geld zoeken? U zei dat er moedige beslissingen moeten worden genomen, dat er besparingen moeten komen. Waaraan denkt u dan concreet? Kunt u dat concreet maken?

 

02.199  Christian Leysen (Open Vld): Wij hebben een goede fractiewerking en dat is het beste kanaal om de zaken door te spelen.

 

Ik ga even dieper in op één van mijn bezorgdheden. Het feit is dat wij in een wereld leven waar hoe groter de golven van de conjunctuur zijn, hoe meer pieken en dalen er in het economisch leven van de bedrijven zijn. Bij een crisis zijn er altijd winnaars, maar er zijn ook grote verliezers. Het zou beter zijn als er minder golven zouden zijn. Dan zouden er ook minder pieken van overwinsten of te grote winsten zijn. Dan zou men waarschijnlijk ook een aantal faillissementen, die er nu zitten aan te komen, kunnen vermijden.

 

Als ondernemer maak ik mij voorts ook zorgen over de toekomst en de rol van de middelgrote ondernemingen. In de sociale media en in de energiebedrijven ziet men al langer dat men naar steeds grotere bedrijven gaat. Het gevolg daarvan is dat hun impact op de maatschappij groter en groter wordt. De bezorgdheid bestaat dat er een samenspel is tussen de wetgevende, de uitvoerende en de operationele macht in de economie. Dat is geen politiek debat, maar het is een bezorgdheid van mij. Ik maak mij zorgen omdat er nog naschokken zullen volgen, waarbij wij deze of gene niet met de vinger moeten gaan wijzen als schuldige.

 

Wat voor mij als ondernemer ontbreekt in bepaalde dossiers is het streven naar een zo breed mogelijke consensus over langetermijndoelstellingen. Ik was vanmiddag bij de Deense ambassadeur. In dat land zit men trouwens met een minderheidsregering. Zij hebben over een aantal zeer essentiële zaken een tienjarenplan opgesteld over meerderheid en oppositie heen. Dat betekent dat als de regering verandert niet heel het beleid verandert. Het zijn degenen die populairder zijn, die sympathieker zijn, die denken dat ze het beter doen, die aan de macht komen. Ik meen dat wij, zoals wij vandaag werken in het Parlement en als geheel van partijen, niet goed bezig zijn. Die rekening zullen wij ook moeten betalen.

 

02.200  Melissa Depraetere (Vooruit): Keer op keer, jaar na naar hoor ik dezelfde opmerkingen, zowel bij de bespreking over de begroting als bij de bespreking van de begrotingscontrole. Men klaagt aan dat er geen normale begroting of begrotingscontrole ter bespreking lig en verwijt de regering dat ze niet rooskleurig is. Dat klopt natuurlijk, maar dat is ook geen nieuws. Iedereen weet dat al.

 

Het is jammer dat de partijen die die kritiek verwoorden, vandaag de kans niet grijpen om duidelijk te zijn over de keuzes die ze zelf zouden maken. Daar had het debat eigenlijk over moeten gaan. De oppositie beijvert zich in politique politicienne en stelt veel detailvragen die eigenlijk niks met de begrotingscontrole te maken hebben. Ik heb ook een pak verwijten gehoord en men speelde vaak op de man. Maar men praat amper over een geloofwaardig alternatief. Dat is toch een gemiste kans als we hier dan toch uren aan een stuk binnenzitten om met elkaar te debatteren. Dat zegt toch wel veel.

 

Met onderhavige begrotingscontrole toont de vivaldiregering aan dat ze wel keuzes maakt, precies omdat de crisissen nog niet voorbij zijn. Zij maakt keuzes in verband met de corona- en Oekraïnecrisissen. Steeds opnieuw worden ons land en de begroting getest. Steeds opnieuw kiest de regering, ook in onderhavige begrotingscontrole vooral voor de koopkracht, voor de mensen, voor de gezondheid. Dat blijkt ook hieruit.

 

Daarvoor dient natuurlijk een begrotingscontrole. Ik heb een aantal keren gehoord dat de regering alweer extra uitgaven doet en dat alles met de begroting in het honderd loopt. Die begrotingscontrole dient er precies voor om bij te sturen wanneer het echt wel moet. Tegelijk eisen vaak dezelfde partijen dat in tijden van crisis wel maatregelen genomen moeten worden.

 

Voor ons is de vraag dan of men bijvoorbeeld extra middelen moet inschrijven voor de volgende indexering, wellicht in het najaar, of voor akkoord over Defensie en ontwikkelingssamenwerking of voor het pak koopkrachtmaatregelen? Die maatregelen zijn voor Vooruit zeker nodig. Ik heb er hier vorige week nog voor gepleit om maatregelen zoals de verlaging van het btw-tarief en het sociaal tarief en maatregelen voor de koopkracht te verlengen. Die maatregelen, die voor ons evident zijn, werden ondertussen genomen.

 

Ik hoor sommigen daar wat minnetjes over doen. Dat mag allemaal. Men mag dat te weinig vinden; ik vind dat namelijk ook. Tegelijk mag men echter niet vergeten dat de maatregelen voor heel wat mensen effectief een verschil maken. Dat zijn niet zomaar maatregelen. De vraag die ik de voorbije maanden het vaakst heb gekregen, was of de btw-verlaging op energie zou worden verlengd. De verlaging was oorspronkelijk inderdaad een tijdelijke maatregel. Intussen werd de maatregel verlengd tot in winter, met het engagement om bij de begrotingsopmaak een structurele btw-verlaging te bekijken en voor te leggen.

 

Hier hoor ik soms andere geluiden: men klaagt dat de maatregelen steeds maar voor een beperkte periode van toepassing zijn, nu tot 1 januari. Maar zo luidt de beslissing niet. Ik vind het flauw om er wat minnetjes over te doen, want de aangehaalde maatregelen doen er echt wel toe.

 

Onderhavige begrotingscontrole is om nog een reden een goede zaak. Begrotingen past men aan als het moet. Wij zijn ervan overtuigd dat het nu, op een moment waarop veel mensen geen uitweg meer zien, ook moet. Maar de maatregelen kosten wel geld. Dat is logisch, anders zou men de maatregelen niet in de begrotingscontrole hoeven in te schrijven.

 

Naast de tussenkomst in de hogere energiefactuur, bevat het ontwerp nog andere maatregelen, die vandaag te weinig aan bod zijn gekomen. Ik heb het dan over maatregelen in verband met de tijdelijke werkloosheid door overmacht wegens de oorlog in Oekraïne. Het gaat ook over crisisoverbruggingsrecht voor zelfstandigen in moeilijke tijden. Kortom, het gaat grotendeels over aanpassingen omwille van de koopkracht.

 

Nochtans beweren sommigen dat we niets doen voor de koopkracht. Het is natuurlijk het ene of het andere: ofwel geeft men kritiek op de extra kosten ten gevolge van de specifieke koopkrachtmaatregelen ofwel erkent men dat er wel degelijk maatregelen worden genomen en dat dat goed is.

 

Maatregelen zijn nodig, maar dat neemt niet weg dat men de begroting niet zomaar kan laten ontsporen. Ik geef de sprekers wat dat betreft gelijk; dat kan niet de bedoeling is. Maar wie dat vandaag volhield, komt er wel goed vanaf, want ik heb van weinig sprekers gehoord wat zij dan anders zouden doen. Dat had ik nochtans in het debat verwacht. Welke investering zouden zij dan niet hebben gedaan? Zouden zij bijvoorbeeld geen maatregelen hebben genomen om de energiefactuur te verlichten? Ik heb afgelopen zaterdag een nieuw notitieboekje gekocht, omdat ik alle oplossingen van de oppositie wou noteren - Vooruit heeft niet de pretentie alles te weten – en daarmee aan de slag te gaan. Heel veel heb ik niet genoteerd, het spijt mij.

 

Ik geef toe dat de N-VA wel heeft gesproken over de hervorming van de arbeidsmarkt, goedkoper migratiebeleid en de hervorming van de pensioenen. Daar is iedereen wel voor. Bij Vlaams Belang heb ik genoteerd: besparen op ontwikkelingssamenwerking. Ik kom daar zo meteen op terug. Misschien moet ik dat niet meer noteren, want dat punt komt natuurlijk altijd terug. Mocht de partij dat voorstel gerealiseerd zien, men kan natuurlijk maar een keer het vrijgemaakte geld investeren, terwijl zij het al dertig keer heeft uitgegeven.

 

Mijn vraag was vooral wat men dan niet of wel zou doen. Niemand weet wanneer we eventueel met een nieuwe crisis af te rekenen krijgen. Wij moeten op elk moment in staat zijn te doen wat nodig is. Net daarom is ook voor onze fractie het budgettaire plaatje absoluut wel van belang. Dat beseft wel elke fractie, maar dan volstaat het niet om bij elke begroting of begrotingscontrole te zeggen dat het onzekere tijden zijn en dat men maatregelen moet nemen. Men moet meer doen. Er moet rekening worden gehouden met het feit dat onzekerheden jarenlang kunnen aanhouden of dat we amper de ene uitdaging zijn aangegaan en de volgende dient zich al aan, zoals we het voorbije jaar konden ervaren. Wij moeten daar dus absoluut rekening mee houden.

 

Er is dan natuurlijk maar een manier om de boel onder controle te houden – dat is wel een aantal keer aangeraakt – en dat is door hervormingen. Ik ben het niet eens met de kritiek als zouden we geen hervormingen doorvoeren, ondanks de grote uitdagingen. De Vooruitministers in de regering Vandenbroucke en Kitir pakken de geblokkeerde dossiers aan, zonder taboes. U kunt het uiteraard inhoudelijk oneens zijn met de gekozen richting – daar heb ik begrip voor –, maar niemand kan ontkennen dat er wel zaken gebeuren.

 

Zo heeft het, nadat men de covidcrisis had aangepakt, niet lang geduurd dat het kabinet-Vandenbroucke op het vlak van volksgezondheid een stroom aan wetsontwerpen in het Parlement ter bespreking en stemming voorlegde. Voor sommigen was het tempo zelfs niet bij te houden. Daar hebben wij ook geregeld wat opmerkingen over gehoord. Men pakt dus ook moeilijke dossiers aan. Ik denk aan het complexe dossier van de ziekenhuishervorming, dat niet gemakkelijk op te lossen is. Er wordt volop gewerkt aan een hervorming die moet toelaten om efficiënter met de middelen, die zeer nodig zijn in de zorgsector, om te gaan en tegelijk om zorg goedkoper te maken voor de patiënt. Wij moeten ons beter organiseren om betere kwaliteit te bieden. Wij schuiven dat niet voor ons uit, omdat er een gezondheidscrisis is geweest. Het dossier wordt aangepakt.

 

02.201  Kathleen Depoorter (N-VA): Collega Depraetere, u hebt het over de ziekenhuishervorming. Daarvoor is er inderdaad een vaag plan. Wij hebben daar vandaag de eerste hoorzittingen over gehad, maar hoeveel budget is er in de begrotingscontrole extra ingeschreven voor de ziekenhuishervorming?

 

02.202  Melissa Depraetere (Vooruit): Mevrouw Depoorter, het is geen vaag plan. Het werd in januari voorgesteld aan de vele betrokken partners. De minister is ermee bezig en niet alleen hij; ik ben een drietal weken geleden nog in een ziekenhuis geweest om input te vragen aan ziekenhuismedewerkers. Zo gaan we dus te werk bij de aanpassing. Trouwens, er is intussen al in het kader van de artsenverloning een bevriezing van de prijzen, waardoor er wat kan worden geschoven.

 

02.203  Kathleen Depoorter (N-VA): Maar hoeveel budget hebt u uitgetrokken in de begrotingscontrole om bijvoorbeeld de bevriezing van de ereloonsupplementen, die u aankondigt, te compenseren zodat de ziekenhuizen hun werking wel kunnen garanderen?

 

02.204  Melissa Depraetere (Vooruit): De voorhanden zijnde budgetten stijgen, want u weet evengoed als ik dat er enorm veel wordt geïnvesteerd in gezondheidszorg in deze legislatuur, meer dan 4 miljard euro extra. De ziekenhuishervorming heeft natuurlijk als doel dat enkele zaken beter en efficiënter georganiseerd worden. Een efficiëntere organisatie betekent dat de middelen beter besteed worden. Daardoor moet de kwaliteit omhoog. Tegelijk kan de patiënt tegen een goedkoper tarief gebruikmaken van zorg. Die drie elementen spelen samen. Daarvoor hoeft geen extra budget te worden voorzien, want er is al een extra investering van meer dan 4 miljard euro. In deze begrotingsaanpassing is er dus inderdaad geen extra budget voorzien. De budgetten zijn reeds allemaal ingeschreven in de begroting.

 

02.205  Kathleen Depoorter (N-VA): Collega Depraetere, dat klopt niet. Die budgetten, die 4 miljard euro, zijn absoluut niet ingeschreven voor de hervorming van de ziekenhuisfinanciering.

 

02.206  Melissa Depraetere (Vooruit): Dat is ook niet wat ik heb gezegd.

 

02.207  Kathleen Depoorter (N-VA): In deze bespreking van de begrotingscontrole geeft u aan dat uw minister actie onderneemt, maar u kan daar in deze begrotingscontrole geen budgetten tegenover zetten. Daar zijn we het toch over eens?

 

02.208  Melissa Depraetere (Vooruit): Ja.

 

02.209  Kathleen Depoorter (N-VA): Dank u.

 

02.210  Melissa Depraetere (Vooruit): Moet een ziekenhuishervorming naar uw mening dan extra geld kosten?

 

02.211  Kathleen Depoorter (N-VA): U zult een oplossing moeten vinden. Deze morgen hebben wij in de commissie voor Gezondheid enkele experts in verband met de ziekenhuisfinanciering gehoord. U was daarbij niet aanwezig, want u bent geen vast lid van die commissie. Die experts stelden heel duidelijk dat er tegenover hervormingen onmiddellijk middelen moeten staan. Een bevriezing van de ereloonsupplementen is een goed idee, maar er zijn middelen nodig om de bedden te betalen, om de zieken te betalen. Idem dito voor de farmaceutische zorg in de ziekenhuizen. Onze ziekenhuizen steunen voor hun werking op inkomsten uit de artsenhonoraria, uit geneesmiddelen en uit ereloonsupplementen. Terwijl u in die transitie bent, zult u dus middelen moeten voorzien, want u zult niet een op een kunnen handelen.

 

02.212  Melissa Depraetere (Vooruit): Mevrouw Depoorter, ik veronderstel dat we in deze plenaire zaal tijdens de begrotingscontrole de ziekenhuishervorming niet zullen doorvoeren.

 

02.213  Kathleen Depoorter (N-VA): Dank u om dat te bevestigen. Mijn punt is dat u in de begrotingscontrole stelt dat u echt actie zult ondernemen, maar u zet daar geen middelen tegenover. Wij zijn het dus eens.

 

02.214  Melissa Depraetere (Vooruit): Die actie wordt ondernomen en er hoeven daar niet altijd specifieke middelen tegenover te staan als het gaat over een hervorming binnen een departement gaat waarin de middelen de voorbije jaren enorm zijn verhoogd. Die ambitie is er en de minister zal die plannen ook uitvoeren. Hij steekt er enorm veel tijd in om met al die mensen te praten en hij doet dat natuurlijk met een reden. Daarnet heeft uw fractie meer dan een derde van haar spreektijd besteed aan het bewieroken van onze minister, dus ik denk dat u er wel vertrouwen in heeft.

 

(…): (…)

 

02.215  Melissa Depraetere (Vooruit): Iedereen weet dat hij nog altijd dezelfde competenties heeft. Zoveel bewieroking voor onze minister, het was bijna gênant. Wij gaan er dus van uit dat de N-VA-fractie er vertrouwen in heeft dat als onze minister iets in handen neemt, hij dat ook effectief zal uitvoeren. Daarover kan weinig discussie bestaan.

 

Het ander departement is Ontwikkelingssamenwerking. Mijn punt dat er effectief wordt hervormd en zaken worden aangepakt. Bepaalde partijen zeiden dat het allemaal wel gemakkelijk is, dat Ontwikkelingssamenwerking een beetje geld uitgeven is, maar ook niet veel meer dan dat. Dat klopt niet. Wij doen dat niet alleen maar omdat we het tof vinden om ergens wat mensen te ondersteunen. We doen dat omdat dat een rechtstreekse impact heeft op ons land en omdat er daar ook keuzes worden gemaakt die ook voor ons land belangrijk zijn. Ik geef toe dat wij dat misschien anders doen dan het vroeger zou zijn gedaan, maar dat is net de bedoeling als men als minister een aantal zaken wil hervormen.

 

Stevige keuzes maken die gemakkelijke kritieken opleveren. Ik geef drie voorbeelden die u anders framet dan wat het is. Ten eerste, klimaatprojecten in de Sahel, dat is net ervoor zorgen dat men iets doet, zoals massaal bomen planten, daar waar dat het meeste impact heeft. Ik heb in klimaatdiscussies al verschillende mensen horen zeggen dat het niet stopt aan de grenzen. Uiteraard stopt dat niet aan de grenzen, maar dan moet men er wel voor zorgen dat het beleid daarop is aangepast.

 

Ten tweede, virussen bestrijden. Zelfde verhaal, dat stopt niet aan de grenzen. Dan heeft men ook een minister nodig die meehelpt om fabrieken te bouwen en om patenten open te breken om ervoor te zorgen dat er onderzoek wordt gedaan, zodat iedereen kan worden gevaccineerd.

 

Ten derde, kinderen een toekomst geven, ook in andere landen, heeft een impact op ons land. Men moet er immers alles aan kunnen doen opdat mensen hun land niet hoeven te ontvluchten, maar daar een goed leven kunnen opbouwen.

 

Dat schuiven wij opnieuw niet voor ons uit, omdat er een internationale crisis is komen tussenwaaien. Dat pakken wij absoluut aan.

 

02.216  Kathleen Depoorter (N-VA): Mevrouw Depraetere, ik had ook over de begrotingscontrole van Ontwikkelingssamenwerking een vraag.

 

Ten eerste, u wil 7,5 miljoen euro extra humanitaire fondsen toewijzen. U wil ze echter door verschuiving toewijzen. Dat betekent dat er minder privaat-publieke samenwerking in Ontwikkelingssamenwerking mogelijk zal zijn in 2022. Dat is een beleid dat haaks staat op het beleid van onze eerste minister, de vorige minister van Ontwikkelingssamenwerking. Is dat ook iets waarin de Vooruit-fractie de kentering ziet? Vindt u dat het doel, namelijk dat meer middelen aan humanitaire zaken worden besteed in plaats van de privaat-publieke samenwerking van de maatschappij te faciliteren?

 

Ten tweede, u hebt verwezen naar het vaccinbeleid van minister Kitir en het COVAX-initiatief, maar ook naar de hub en de ondersteuning voor het maken van de vaccins in ontwikkelingslanden. Wij stellen vast dat heel wat vaccins aanwezig zijn in ontwikkelingslanden die niet in armen terechtkomen. Is dat volgens u dan een geslaagde actie?

 

U hebt het over uw beide ministers, namelijk minister Kitir en minister Vandenbroucke. Ik stel vast dat minister Kitir heel wat middelen naar ontwikkelingslanden heeft kunnen sturen met het doel te kunnen vaccineren. De logistieke steun was er echter niet. Er liggen vaccins kapot te gaan in de hangar. Tegelijkertijd zitten wij in ons land met 1,7 miljoen vaccins, die in augustus 2022 zullen vervallen. Wat is het antwoord van de Vooruit-fractie op die twee toch wel grote problemen? Er zijn in de wereld nog altijd heel veel mensen die wel een vaccin zouden willen. Wij stellen echter vast dat het de Vooruit-ministers maar niet lukt om de vaccins in de juiste armen te laten zetten.

 

De voorzitster: Mevrouw Depoorter, wij zijn nog bezig met het algemene debat en nog niet met het thematische debat.

 

02.217  Kathleen Depoorter (N-VA): J'y reviendrai. Aucun problème.

 

Minister Kitir is afwezig. Het is toch maar normaal dat ik de vraag stel aan de fractieleidster van Vooruit. Minister Kitir is op reis?

 

De voorzitster: Inderdaad, maar normaal gezien beschikt u nog over twee minuten. Uw twee minuten zijn al voorbij.

 

02.218  Melissa Depraetere (Vooruit): Mevrouw Depoorter, het is niet dat ik niet wil antwoorden, maar uw vragen hebt u eerder deze maand allebei al gesteld, in de commissie, aan de bevoegde minister. Zij heeft op beide geantwoord. Zij heeft mij ook het verslag bezorgd, want zij ging er waarschijnlijk van uit dat u die vragen hier zou herhalen.

 

Wat die 7,5 miljoen euro betreft, hebt u uw antwoord al gekregen. Een deel daarvan gaat naar humanitaire steun in Oekraïne. Dat weet u. Dat kan iedereen nalezen in het verslag. Dat hoef ik niet te herhalen.

 

Uw tweede vraag ging over de vaccins. Het klopt dat het niet evident is, bijvoorbeeld in Afrika, iedereen te vaccineren of alle vaccins die geschonken worden, nuttig in te zetten. Dat is een vaststelling. Dat blijkt uit heel wat onderzoeken. Maar ook daarop heeft de minister al geantwoord dat zij werkt aan informatie- en sensibiliseringscampagnes. U hebt die antwoorden al gekregen. Ik heb ook uw replieken erop al gezien.

 

Ik weet niet of u nogmaals dezelfde repliek zal geven, maar dat debat is al gevoerd.

 

02.219  Kathleen Depoorter (N-VA): Collega, in een maand tijd wordt er toch een beetje gewerkt, neem ik aan? Er zou op het terrein heel wat werk verzet kunnen zijn. Er zouden heel wat vaccins toegediend kunnen zijn. Kijk maar hoeveel wij er in onze vaccinatiecentra op een dag konden toedienen. De berg zou al verdwenen kunnen zijn.

 

Hetzelfde geldt voor de vaccins hier in ons land. Wij zijn nu eind juni. Eind augustus is wel heel dichtbij. Ik heb die vraag aan minister Vandenbroucke inderdaad gesteld in mei. Ondertussen had er met de vaccins die hier in België liggen ook al iets kunnen gebeuren.

 

Een laatste vraag, collega Depraetere, gaat over het beleid inzake de BIO. Is er in de begrotingscontrole iets gewijzigd aan de financiering voor BIO?

 

02.220  Melissa Depraetere (Vooruit): Kunt u uw vraag herhalen?

 

02.221  Kathleen Depoorter (N-VA): Het gaat over de financiering van BIO, de Belgische Ontwikkelingsbank? Onze overheid financiert een deel van diens werking. Ik zou graag weten of er in de begrotingscontrole een wijziging voor het BIO-vehikel is opgetreden. Misschien kan de staatssecretaris die vraag beantwoorden.

 

02.222  Ahmed Laaouej (PS): Vous êtes en train de demander s'il y a une augmentation ou une diminution d'une allocation budgétaire précise. Il s'agit d'une question de nature technique, avec éventuellement une interprétation politique. La secrétaire d'État au Budget y répondra lors des répliques. Il ne faut pas commencer à demander à chaque député si telle allocation budgétaire a augmenté ou diminué. Cela rend le débat impraticable.

 

02.223  Melissa Depraetere (Vooruit): Mevrouw Depoorter, wat uw vraag betreft, er wordt inderdaad extra budget uitgetrokken voor ontwikkelingssamenwerking. Er is een provisie van 800 miljoen euro voor Oekraïne en daarvan wordt 13 miljoen voorzien voor humanitaire hulp. Dat is opgenomen in deze begrotingscontrole. Ik meen dat dit een antwoord is op uw vraag.

 

02.224  Kathleen Depoorter (N-VA): Mevrouw de voorzitster, ik zal verduidelijken waarom ik de vraag stel. Er is niet echt melding gemaakt van een wijziging in de financiering van BIO, maar er is wel een rapport uitgekomen over de werking van BIO. Ik dacht dat de inhoud daarvan de collega's van de Vooruitfractie zeker zou interesseren.

 

Een deel van de werking van BIO is het feit dat het een centrale rol heeft als private-equityfonds. Collega Vandenbroucke, het zal u zeker interesseren, want hier staat dat BIO niet meer mag investeren in landen die de Belgische overheid als belastingparadijs bestempelt. De uitsluitingslijst is echter beperkt, en van de offshore centres is er een top 15 van landen waarin BIO daadwerkelijk investeert die toch niet helemaal in het Belgische plaatje zouden passen. Kijkt u het gerust na.

 

Volgens mij is het essentieel om het in het kader van een begrotingscontrole ook over transparantie van de besteding van de middelen te hebben. Het betekent ook, mijnheer Laaouej, dat als er nieuwe feiten zijn, die kunnen worden meegenomen in een begrotingscontrole. Ik nodig u uit om alles zeer grondig te analyseren.

 

02.225  Melissa Depraetere (Vooruit): Mevrouw Depoorter, in deze begrotingscontrole is er geen wijziging voorzien voor BIO. Ik heb u net verteld wat er wel is opgenomen in de begrotingscontrole. U zegt dat het rapport pas vandaag verschenen is. Het zou dan ook vreemd zijn als het wel was meegenomen bij de begrotingscontrole. Ik moet u ontgoochelen, ik heb het rapport niet gelezen want ik zit hier al de hele middag ernstig op te letten in dit debat. Bezorg het ons echter gerust en stel uw vraag aan de minister.

 

02.226  Kathleen Depoorter (N-VA): Collega, het rapport dateert van mei 2022. Ik denk dat er wel iemand in de talrijke vivaldikabinetten de gelegenheid heeft gehad om het te lezen.

 

02.227  Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw Depraetere, u hebt onze kritiek op de ontwikkelingssamenwerking goed begrepen. Het is een taak van een politicus om zaken begrijpelijk te brengen. Daarom heb ik die uitleg ook gegeven aan de hand van krantenkoppen, maar ik kan dat ook doen aan de hand van cijfers.

 

We stellen namelijk een heel belangrijke beleidswijziging van deze regering vast inzake ontwikkelingssamenwerking. Er zijn forse verschuivingen van de budgetten van de programma's en er is een forse stijging van het globale budget voor ontwikkelingssamenwerking. Als ik de pers van afgelopen weekend mag geloven, komt daar nog een aanzienlijk bedrag bij. Als we de totaalbedragen bekijken, evolueren de verbintenissen in de begroting van 900 miljoen euro in 2020 naar 1,5 miljard euro in 2021 tot 2 miljard euro in 2022. Volgens de aankondigingen van de regering in het voorbije weekend zal daar nog een aanzienlijk bedrag bijkomen. In twee jaar is het beleidskrediet meer dan verdubbeld.

 

U verklaart dat de zaken op orde moeten blijven, maar dat is niet het geval in het departement Ontwikkelingssamenwerking. Het betalingskrediet dat ingeschreven staat in de begroting volgt immers niet. Dat geldt voor zowel 2021, met ruim 336 miljoen euro verschil, als voor 2022, met een verschil van 745 miljoen euro. Dat betekent concreet dat het beleidskrediet fors stijgt, maar in belangrijke mate moet worden gefinancierd door toekomstige begrotingen. U geeft extra geld aan ontwikkelingssamenwerking, maar de daadwerkelijke betaling ervan zal in de volgende begrotingen gebeuren. Die verdubbeling met ruim 1 miljard euro van dat budget voor ontwikkelingssamenwerking staat in schril contrast met de context in België. Vorige zomer hebben we in Wallonië mensen gezien (…)

 

De voorzitster: Mijnheer Vermeersch, u hebt het woord niet langer.

 

02.228  Melissa Depraetere (Vooruit): Mijnheer Vermeersch, u vraagt hoe ik dat verantwoord. Ik heb net toegelicht wat er allemaal in deze begrotingscontrole zit. Er zijn enorme bedragen ingeschreven om maatregelen te nemen om de koopkracht van de mensen te beschermen.

 

Er staat ook een budget in voor ontwikkelingssamenwerking. Er worden keuzes gemaakt en er wordt hervormd, ook op dit departement. Dat was net de kritiek, dat er niet hervormd wordt. Er wordt hervormd en er worden keuzes gemaakt. U doet alsof dat iets slechts is. Daar zijn wij het echter niet mee eens. Het kan zijn dat u het niet eens bent met de richting die dit uitgaat, maar u kunt niet ontkennen dat er dingen veranderen op die departementen. Wij vinden het een goede zaak dat er meer budget naar ontwikkelingssamenwerking gaat. Dit is immers niet meer de ontwikkelingssamenwerking van 30 of 40 jaar geleden. Er gebeuren daarmee zaken die ook een impact hebben op ons land. Er gebeuren daarmee zaken met betrekking tot de klimaatcrisis, migratie, het opleiden van kinderen en vrouwen, ervoor zorgen dat mensen in hun eigen land een job kunnen krijgen. Onze partij staat achter die zaken.

 

U kunt het daarmee niet eens zijn, dat is uw volste recht, maar ik zie dat niet als een kritiek, want ik ben het er absoluut wel mee eens dat die keuzes worden gemaakt.

 

Ik heb een aantal hervormingen genoemd. Op de departementen van de ministers van Vooruit maar ook op andere departementen zijn er uiteraard stappen gezet. Er zijn echter vooral nog heel veel hervormingen nodig in de komende maanden. Dat er crisismaatregelen moeten worden genomen en dat deze geld kosten weet iedereen. De vraag is echter vooral hoe men dat aanpakt en wat men daarmee wil doen.

 

Dat geldt niet alleen voor de gezondheidszorg of op het vlak van internationale solidariteit. Het geldt ook niet alleen op het vlak van koopkracht. De grootste uitdaging de komende maanden is voor Vooruit dat deze hervorming zich ook moet voltrekken op het vlak van fiscaliteit. De minister lichtte reeds toe dat hij bezig is aan een plan. Ik ben het ermee eens dat dit er beter vandaag dan morgen is. Daar moet dus absoluut werk van worden gemaakt.

 

Evengoed moet er een arbeidsmarkthervorming komen. Daar zijn een paar stappen gezet, maar de twee gaan absoluut samen. Er moeten meer mensen aan de slag kunnen gaan in ons en die mensen moeten ook aan het einde van de maand meer netto kunnen overhouden. Wij hebben al een aantal aanpassingen gedaan, niet bij deze controle maar bij de begrotingsopmaak. De werkbonus is bijvoorbeeld een goede eerste stap. Iedereen voelt echter aan dat dit absoluut niet zal volstaan om ervoor te zorgen dat mensen aan het einde van de maand meer overhouden.

 

Het is ook een structurelere maatregel, want het werd al enkele keren aangehaald dat er tijdelijke maatregelen worden genomen die misschien permanent worden. De btw-verlaging wordt een permanente maatregel. Dat is goed, maar het is een structurele maatregel om ervoor te zorgen dat mensen netto meer overhouden. Dat is beter dan op allerlei andere vlakken maatregelen te nemen, daar zijn we het absoluut mee eens. Dat neemt niet natuurlijk niet weg dat die andere maatregelen nodig waren.

 

Mevrouw de staatssecretaris, twee weken geleden was ik op bezoek bij een typisch West-Vlaams bedrijf. Het had corona doorstaan, maar werkte nu weer op kruissnelheid. De uitdagingen zijn echter toegenomen. Er zijn meer kosten, zowel voor het personeel door de indexering, als voor energie. Die totale extra kosten zouden voor dat bedrijf neerkomen op 130 miljoen euro per jaar. Het gaat namelijk om meer dan alleen de energiekost, ook het transport en de verpakking worden duurder. Er was een waslijst van gestegen kosten. Ik dacht dat men door al die stijgende kosten toch wel moedeloos zou moeten worden. Het tegendeel bleek echter waar, want ondanks die gigantische uitdagingen was men best positief, ook de arbeiders. Het bedrijf zag uitdagingen. De bedrijfsleider vertelde dat de toenemende kosten enerzijds een kopzorg zijn, maar dat de stijgende energiekost de opportuniteit bood om de energietransitie, waar hij al mee bezig was, versneld door te voeren. Dat ging dan bijvoorbeeld over de grote hoeveelheid vrachtwagens die ze de weg op stuurden en over het personeelsbeleid, dat men sowieso al wilde herdenken. Zaken die men anders misschien nooit had gedaan, of toch niet op zulke korte termijn, werden nu wel aangepakt. Er werden keuzes gemaakt om door te pakken en te hervormen. Dat verwachten zij ook van ons. Na alle crisismaatregelen moeten we in de komende maanden hervormen. U kunt daarvoor op de steun van de Vooruitfractie rekenen.

 

02.229  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mevrouw Depraetere, toen u begon over de hervormingen, begon u over de gezondheid enzovoort. Dat zullen we eerder bespreken in het thematisch debat. De vraag is welke hervormingen eraan komen. Ik heb u laten uitspreken om te horen wat u dacht van de andere debatten die eraan komen. Fiscaliteit en pensioenen komen eraan. Welke richting zal het uitgaan? Zal het uitgaan in de richting die sommigen willen, met nog minder toegang tot een pensioen naargelang de carrière? Zorgen we voor oplossingen zodat de breedste schouders het meest bijdragen? Daarvoor kunt u op de PVDA rekenen. De voorlopige oplossing voor de arbeidsmarkt is teleurstellend, met tien uur per dag werken en sancties voor zieke werknemers.

 

U had het daarnet ook over de oppositie in het algemeen. De oppositie is geen pot nat. Er is duidelijk een linkse en een rechtse oppositie. De oplossingen die wij aanreiken, liggen mijlenver van de besparingen die zowel de N-VA als het Vlaams Belang hier vandaag komen vragen. Maar ook de eigen regeringspartijen, zoals Open Vld daarjuist, riepen op tot besparingen.

 

Wij komen met voorstellen, zoals de miljonairstaks. We hebben dat amendement hier ook opnieuw ingediend. Het belasten van overwinst gebeurt sowieso enkel bij hoogconjunctuur. Bij laagconjunctuur zijn er natuurlijk geen overwinsten. Daar wachten we natuurlijk op het standpunt van deze regering en op daden. Een andere piste is het vrij onderhandelen van de lonen in de bedrijven. Daar ging de betoging maandag over. Als de vakbondsdelegaties in de bedrijven de lonen mogen onderhandelen op een vrijere manier zullen zij natuurlijk op die manier de lonen verhogen. Dat zijn de bazen die betalen. Dan worden er natuurlijk ook meer sociale bijdragen betaald. In die zin is dat ook positief voor onze sociale zekerheid. U zegt dan eerder dat de mensen meer nettoloon moeten hebben.

 

Een hoger nettoloon en het blijven verminderen van de sociale bijdrage zijn op de lange termijn natuurlijk ook geen oplossing.

 

Volgende week hebben wij de eerste hoorzittingen over de vraag van de vakbonden om de loonwet te herzien. Wat is uw standpunt daarover?

 

02.230  Sander Loones (N-VA): Ik wil inpikken op de argumentatie die mevrouw Merckx opbouwt. Mevrouw Depraetere, ik vond het slim gedaan. Ik zag hoe u probeerde om de bal in het kamp van de oppositie te leggen en te vragen om met voorstellen te komen. Ik had in mijn uiteenzetting geanticipeerd op het feit dat u zou zeggen dat de oppositie altijd hetzelfde zegt. Daarom hebben wij in onze algemene uiteenzetting de grote lijnen geschetst en zullen we straks onze specifieke vragen aan de ministers stellen.

 

Ik wil wel kort een punt maken. Het debat over de arbeidsmarkt en de 5 miljard euro aan activeringsmaatregelen hebben we gevoerd. Ook het debat over de pensioenen hebben we gehad. Wij hebben voorstellen in de commissies gedaan. Laat ons die debatten voeren. Laat ons die teksten goedkeuren.

 

Vandaag hebben wij zelfs meer gedaan. Wij komen naar dit debat, niet alleen met woorden, maar ook met concrete amendementen. Daarin zitten onze voorstellen op het vlak van migratie: hoe kunnen we ingrijpen in Fedasil en extra budget geven voor de terugkeer? Op het vlak van pensioenen: specifiek voor de lokale politie, zodat hun eindeloopbaan deftig gefinancierd is. Op het vlak van justitie: wat gebeurt er met de detentiehuizen? Dat loopt niet goed. Wij komen met concrete voorstellen, niet alleen in woorden, maar ook in amendementen, die u kunt goedkeuren.

 

Wij hebben ook voorstellen op het vlak van onze eigen politieke cultuur. Hoe kunnen we zelf het voorbeeld geven om ervoor te zorgen dat er op de kabinetten wordt bespaard, in plaats van altijd meer geld bij te pompen? Hoe kunnen we besparen op de werkingskosten van de Kamer of de Senaat? Onze voorstellen liggen daar. Ik kan ze tien keer toelichten, maar dan krijg ik misschien het verwijt dat ik in herhaling val.

 

Ik vond het slim gedaan, maar ik wil de bal wel teruggooien naar u. U zegt: wij komen met structurele hervormingen. U heeft een heel aantal domeinen opgesomd, behalve een. Ik vraag mij af of dat doelbewust is, maar de pensioenen hebt u niet genoemd. Het ging over de arbeidsmarkt, het ging over energie, het ging over fiscaliteit, maar niet over de pensioenen, terwijl de hervorming er al in september had moeten liggen.

 

U zei: begrotingen kan men alleen tussendoor wijzigen als het moet. Vindt u dan niet dat het moet voor de pensioenen?

 

02.231  Kathleen Depoorter (N-VA): Collega Depraetere, u zegt dat we met voorstellen moeten komen. Er is in de begroting echter via het fonds voor de witte bloezen 48 miljoen euro ingeschreven voor de ondersteuning van de thuisverpleegkundigen. U gaf daarnet het voorbeeld van het bedrijf dat het toch nog positief inzag, omdat het een energietransitie kan maken. Hoe komt het dan dat uw minister, in de twee jaar dat hij aan zet is, er nog niet in geslaagd is om over de 48 miljoen euro, die ingeschreven is in de begroting, tot een akkoord te komen met de thuisverpleegkundigen? Die mensen wachten daarop, want ook zij hebben heel hoge energie- en transportkosten. Ik denk dus dat dat een werkpuntje is.

 

Ik heb nog een laatste opmerking, wat de begroting betreft. Een zeer terechte opmerking van het Rekenhof is dat u 302 miljoen euro in de begroting hebt ingeschreven die van de deelstaten moet komen voor de verdeling van de boostervaccins. Er is ook 124 miljoen euro ingeschreven voor de testen. Dat is echter niet afgesproken met de deelstaten. U zal dat namelijk antwoorden, maar ik heb de vraag al verschillende malen aan minister Vandenbroucke gesteld. Ook daar staat de tijd niet stil. De deelstaten zitten aan de overzijde. Hoe ver staat dat dossier? Is uw minister al tot een akkoord kunnen komen met zijn collega's?

 

02.232  Melissa Depraetere (Vooruit): Dat waren heel veel vragen. Ik zal beginnen met de laatste, want ik heb meteen goed nieuws voor u, mevrouw Depoorter. Minister Vandenbroucke komt straks nog en hij zal met heel veel plezier nogmaals antwoorden op de vragen die u al meermaals in de commissie hebt gesteld. Hij zal u ook de allerlaatste stand van zaken kunnen geven. Hij is de tweede spreker na dit debat. U kunt dus uw vraag beter aan hem stellen, want hij zal u veel meer details kunnen geven dan ik. U bent dus bij hem aan het juiste adres.

 

Mevrouw Merckx, u had het over de hervormingen. Ik heb ze in mijn toelichting kort uitgelegd. Over de pensioenhervorming heb ik het inderdaad niet gehad, omdat ik het vanzelfsprekend vind dat we daarover nog een gesprek opstarten. Dat was namelijk ook de ambitie. De minimumpensioenen werden al verhoogd, dat was voor ons dan ook een heel belangrijk punt. Dat neemt echter niet weg dat wij het ook belangrijk vinden om wie langer werkt, daarvoor ook te belonen.

 

Die aspecten moeten voor ons in het debat worden meegenomen.

 

Onze voorstellen inzake de fiscale hervorming zijn bekend, of het nu gaat over de afschaffing van de woonbonus op een tweede woning of het aanpakken van de fiscale voordelen voor topvoetballers, een dossier dat collega Vandenbroucke volgt. U verwijst naar een overwinstbijdrage; ook dat voorstel hebben wij eerder gelanceerd. Onze kaarten liggen op tafel, maar als u mij vraagt wat de uitkomst daarvan zal zijn, kan ik geen antwoord geven. Dat debat moet nog worden gevoerd met zeven partijen. Voor onze fractie liggen de kaarten heel duidelijk op tafel, iedereen kent onze vraag daarbij.

 

Uw vraag over de loonnormwet. Een aanpassing ter zake is geen deel van het regeerakkoord, daar moeten we eerlijk in zijn, dat staat er niet in. Het regeerakkoord omvat evenmin maatregelen zoals de btw-verlaging op energie, maar die er wel gekomen is. Dat zal in elk geval Vooruit niet tegenhouden om toch te kijken naar alle mogelijke opties om de koopkracht te versterken. Ik hoef u niet te herhalen dat wij er voorstander van zijn om de aanpassing van de loonnormwet van 2017 terug te draaien. Wij zullen daar altijd voor pleiten, maar als dat niet gerealiseerd wordt, is het niet onze ingesteldheid om het daarbij te laten en over andere maatregelen te zwijgen. Er zijn voor ons meerdere opties om ervoor te zorgen dat de mensen op het einde van de maand hun facturen kunnen betalen.

 

Mijnheer Loones, u repliceerde dat u een algemene lijn heeft uitgezet. We hadden afgesproken geen thematische debatten te houden en dus vond ik het opmerkelijk dat u een derde van uw tijd gebruikte om te vertellen hoe goed onze minister wel is, wat we al wisten, en twee derde om het over het circus te hebben. Dat was een bijzonder boeiend verhaal, maar ik kon er weinig alternatieven uithalen. Toch bedankt voor het mooie verhaal.

 

02.233  Kathleen Depoorter (N-VA): Collega, u maakt het zich een beetje gemakkelijk door niet in te gaan op de 48 miljoen voor de thuisverpleegkundigen. U had ook kunnen antwoorden dat u de situatie kent van zelfstandigen, of bedrijven, die het ook moeilijk hebben. Maar dat u niet antwoordt op een pertinente opmerking van het Rekenhof stelt mij toch wel teleur. Als parlementsleden van Vivaldi hebben jullie toch ook een controlerende taak op de regering? Er staat zwart op wit dat de federale regering een essentieel risico neemt door inkomsten in te schrijven zonder een akkoord te hebben met de deelstaten. U verwijst naar de bevoegde minister. Ik kan dus alleen maar vaststellen dat een vivaldiparlementslid effectief een knopjesduwer is: indrukken en ja knikken. U weet toch beter dan dat, u hebt toch meer in uw mars? Controleer die regering, het is uw taak, daar wordt u voor betaald!

 

La présidente: Voilà qui clôture le tour des chefs de groupe, puisque M. Dallemagne m'a informée qu'il était retenu pour une urgence familiale et qu'il ne pourrait pas prendre la parole dans le cadre de la discussion générale ce soir.

 

Chers collègues, je vous propose, avant de permettre à Mme la secrétaire d'État de répondre, de faire une pause technique de dix minutes, qui est nécessaire pour remettre à jour les enregistrements. (Assentiment)

 

La séance est levée. Prochaine séance le mercredi 22 juin 2022 à 21 h 00.

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering woensdag 22 juni 2022 om 21.00 uur.

 

La séance est levée à 20 h 50.

De vergadering wordt gesloten om 20.50 uur.

 

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 55 PLEN 188 annexe.

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 55 PLEN 188 bijlage.